Hoeve Hof te Honscalle en omgeving versie 1 - 30/09/2013

Alhoewel geen concrete gegevens zijn bekend omtrent haar ontstaan kan deze omvangrijke hoeve op basis van haar karakteristieke inplanting ter hoogte van een driesvormige verbreding, aan een driesprong, wellicht worden beschouwd als één van oudste landbouwwinningen van de streek. Stilistisch heterogeen vormt het Hof te Honscalle een representatief en overwegend gaaf bewaard voorbeeld van een grote gesloten, uit de 18de en 19de eeuw daterende Pajottenlandse hoeve, opgetrokken in baksteen met beperkt gebruik van blauwe hardsteen voor deur- en vensteromlijstingen. Niet alleen gedateerd in een gevelsteen maar ook op een decoratief bewerkte balkslof - vrijwel enig bekend voorbeeld in de regio - vormt het eenlaagse woonhuis wellicht het oudst bewaarde boerenhuis van de streek. Ook de met hun rechthoekig omlijstte muuropeningen classicistisch geïnspireerde, 19de-eeuwse stallingen alsook de 1841 gedateerde langsschuur, wortelen nog stevig in de traditie zoals blijkt uit de met vlechtingen, top- en schouderstukken afgewerkte puntgevels.

Historiek

Het Hof te Honscalle is gesitueerd ten noordoosten van de dorpskern, in de vallei van de Honscallebeek. De betekenis van het sinds 1339 vermelde “Honscalle” blijft onzeker. Sommigen verklaren de benaming als “moerassige beek met riet begroeid” wat trouwens overeenstemt met de huidige situatie. Over de precieze context van het ontstaan van het hof zijn geen gegevens voorhanden. De inplanting ter hoogte van een wegverbreding, aan een driesprong - mogelijk te identificeren met de in de 16de eeuw vermelde “honscalledries” – schijnt althans te wijzen op een verre origine. De oudst gekende pachter is Peter De Lannoyt († 1622), voormalig burgemeester van Sint-Pieters-Kapelle.

In 19de eeuw was de hoeve gekend als het “hof van de baron”, hierbij verwijzend naar toenmalig eigenaar Léopold Van Der Houdelingen (1840-1905), echtgenoot van Alodie Daminet wiens familie de titel van baron droeg. Een recentere benaming is het hof van Berens, naar Hubert Durant, vader van de huidige uitbater.

Op de Ferrariskaart (circa 1775) is de “cense Honscalle” voorgesteld als een semi-gesloten kwadraatstructuur met aan noordzijde van het erf het huidige 1759 gedateerde boerenhuis en het haakse bijgebouwtje aan straatzijde. Naast (aan de westkant) en voor (aan de zuidkant) het hof ligt een grote boomgaard. In de boomgaard naast de hoeve toont Ferraris een rechthoekig volume dat op de Poppkaart (circa 1860) is uitgebreid tot een L-vorm. Gaat het om een intussen verdwenen kam of brouwerij waarnaar de sinds 1725 vermelde “kamlochting” of brouwerijtuin verwijst?

Minder dan een eeuw later, zoals blijkt uit de Poppkaart (circa 1860), is het hof, na het optrekken van de 1841 gedateerde langsschuur en een kleine stalvleugel met aansluitende poortingang, in grote lijnen geëvolueerd tot de huidige gesloten configuratie.

Volgens een 1860 gedateerde balk werd het woonhuis aan straatzijde met een travee uitgebreid. Wellicht dateert de bouw van de moestuinommuring en het bakhuis van rond dezelfde periode.

Beschrijving

Grote gesloten hoeve, opgetrokken in baksteen met beperkt gebruik van blauwe hardsteen voor deur- en vensteromlijstingen en afgedekt met pannen zadeldaken (zwarte en rode handvorm- en mechanische pan). Woonhuis (aan de noordkant), grote stalvleugel (aan de westkant), langsschuur (aan de zuidkant) en kleine stal- en dienstvleugel met geïncorporeerde inrijpoort (aan de oostkant) omsluiten een ruime, deels gekasseide en deels gebetoneerde binnenkoer. Momenteel omkaderd door weiland waren de direct aangrenzende percelen eertijds in gebruik waren als hoogstamboomgaard. Vlak tegenover de hoeve ligt een een drinkpoel.

Het onderkelderd boerenhuis met aansluitende paardenstal onder één dak telt één bouwlaag van zeven traveeën onder een zadeldak op houten modillons en bekroond met een houten klokkenruiter. De asymmetrische gevelordonnantie wordt bepaald door aangepaste kruisvensters (kruisen en diefijzers verwijderd, vernieuwde lateien) met dubbel ontlastingsysteem en negblokomlijsting. Min of meer centraal in de gevel bevindt zich de inkomdeur in een rechthoekige omlijsting waarboven een ovaalrond, getralied oculus. Op de licht vooruitspringende, vierkante sluitsteen staat het bouwjaar 1759 - ook binnen vermeld op een balkslof - en de inscriptie "PVD" boven een eg. Ter hoogte van de zolderverdieping enkele kleine, recente lichtopeningen; onderaan getraliede keldergaten in een rechthoekige, hardstenen omlijsting. Helemaal rechts is er een in 1860 toegevoegde rechthoekige deur in een hardstenen omlijsting met bekronend entablement, aangebracht op het moment dat het woonhuis aan oostzijde met één travee werd verlengd en de kopgevel aan straat werd opengewerkt met vier grote rechthoekige, beluikte vensters met diefijzers en deels bewaard origineel houten schrijnwerk. De erfgevel van de paardenstal is opengewerkt met twee recentere poorten met metalen latei, een hardstenen venstertje en twee laadvensters met houten kozijn. Binnenin ligt een kasseivloer en staan troggewelfjes op overhoekse kinderbalken, deels afgewerkt met leem, deels met ronde pannen en een originele dakstructuur. De veldgevel van de woon- en stalvleugel, eveneens voorzien van houten modillons, werd ter hoogte van het woonhuis vernieuwd. De nog originele stalgevel is, op een getralied houten kozijn, enkele oculi en verluchtingspleten na, volledig blind. In het woonhuis, dat verder niet kon worden bezocht, een met een kruis- en een gestileerd bladmotief versierde balkslof met de bouwdatum 1759 en de opschriften PDV en HCVGBO, wellicht verwijzend naar de bouwheer. Naar verluidt bleef het originele dakgebinte met de karakteristieke dubbele, met kruisverband verstevigde nokbalk intact bewaard.

Parallel met het woonhuis bevindt zich de grote langsschuur met zeven spanten, door middel van uitspringende baksteenkoppen in de gevelpunt 1841 gedateerd. Beide kopgevels zijn afgewerkt met muurvlechtingen met schouderstukken en een hardstenen bol als topstuk. Aan straatzijde een rechthoekige houten poort met houten latei en boogvormig ontlastingsysteem, achteraan een metalen exemplaar. Verder goed zichtbaar in de gevelpunt een in baksteen uitgewerkt kruis waaronder een ruitmotief en het opschrift "IBVHRW" verwijzend naar de eigenaars Jean-Baptiste Van Der Houdelingen (1788-1862) en zijn echtgenote Régine Weverbergh (1800-1862) die de schuur lieten optrekken. Links van de schuurpoort een streektyperend calvariekruis onder afdakje. Binnenin zijn er vijf monumentale spanten - mogelijk herbruik van een oudere constructie - met typische ontdubbelde nok met kruisverband en een deels bewaarde lage bakstenen muur ter afscheiding van de dorsvloer.

Vanaf de straat is de hoeve toegankelijk via een overdekt ijzeren hekken geflankeerd door twee kleine, (begin?) 19de-eeuwse dienstgebouwen met aandak en vlechtingen: links zijn er de varkensstallen met karakteristieke smalle verluchtingspleten en lemen troggewelfjes, en rechts een deels onderkelderd volume (oorspronkelijk melkhuis?) waar vroeger het varkensvoer werd bereid. De overzijde van het erf wordt in beslag genomen door de grote, 19de-eeuwse stalvleugel met diverse rechthoekige openingen in een hardstenen omlijsting –deels beluikt- en bakstenen gewelfjes op I-liggers.

Tussen stal en schuur zorgt een overluifelde metalen poort voor een bijkomende toegang tot het erf.

Aansluitend op de veldgevel van het woonhuis bevindt zich de voormalige moestuin met deels bewaarde bakstenen ommuring en een 19de-eeuw bakhuis waarvan de uitrusting werd ontmanteld.

De afbakening van de als monument beschermde site omvat naast de hoeve de historische “huiskavels”, met name de nog deels ommuurde moestuin met bakhuis en de aangrenzende weide/boomgaardpercelen met drinkpoel.

Bibliografie

  • Atlas van de buurtwegen (1843)
  • Ferrariskaart (ca. 1775)
  • Poppkaart (ca. 1860)
  • DE MAEGD C. & VAN AERSCHOT S. 1975: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Vlaams-Brabant, Halle-Vilvoorde, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 2N, Gent, 612-614.
  • D’HASSELER R.: Stille getuigen van een vervlogen bouwtrant, 1173 en 1181-1182.
  • Geogids Zuid-Pajottenland, 1990, 63.
  • Pajottenland, een land om lief te hebben (Werkgroep Pajottenland), (2007), 272.
  • ROOBAERT B. 1995: Bijdragen tot de geschiedenis van het Hernegewoud. De toponymie van Sint-Pieters-Kapelle in HOLVEO, nr. 2, 126- 127 en 134-135.
  • ROOBAERT B. 1989: Bijdragen tot de geschiedenis van het Hernegewoud VI. Voor Meyer ende Scepenen van Herneghewault in HOLVEO, 17, nr. 3, 212-213.

Waarden

Het Hof te Honscalle met inbegrip van de ommuurde moestuin, bakhuis en aangrenzende weide/boomgaardpercelen is beschermd als monument omwille van het algemeen belang gevormd door de:

historische waarde: alhoewel de oudste verwijzingen slechts opklimmen tot het begin van de 17de eeuw, behoort het Hof te Honscalle met haar opmerkelijke, geïsoleerde ligging aan een driesprong, in de gelijknamige beekvallei ongetwijfeld tot de oudste en belangrijkste landbouwwinningen van de streek waarvan de gekende eigenaars/pachters tot de meest vooraanstaande ingezetenen behoorden.

historische, in casu architectuurhistorische waarde: met zijn rond een ruim erf gegroepeerd éénlaags woonhuis (1759), grote tweebeukige langsschuur (1841) en 19de-eeuwse stallingen vormt Honscalle een representatief en goed bewaard voorbeeld van een stilistisch heterogene, in baksteen en blauwe hardsteen opgetrokken, streektyperende grote gesloten hoeve. Het bij middel van een sluitsteen en een decoratief uitgewerkte balkslof 1759 gedateerde woonhuis met kruisvensters met dubbel ontlastingssysteem en dat in combinatie met een rechthoekige deur met ovaalrond oculus en geprofileerde daklijstbalkjes vormt niet alleen een van de zeldzaam gedateerde, maar ook een van de oudst bewaarde, traditionele boerenhuizen in de regio. De 1841 gedateerde schuur en de stallingen met hun rechthoekige hardstenen omlijstingen en afwerking met muurvlechtingen, top- en schouderstukken illustreren de gebruikelijke, classicistisch geïnspireerde vormgeving uit de 19de eeuw. Kleine regionale karakteristieken zijn verder het houten klokkenruitertje boven het woonhuis, de datering met vooruitspringende baksteenkoppen en het houten calvariekruis tegen de schuurgevel. De aansluitende ommuurde moestuin met bakhuis en de weide/boomgaardpercelen met drinkpoel onderstrepen de typologische gaafheid en de authenticiteit van dit agrarisch ensemble.


Bron: Beschermingsdossier 4.001/20000/2325.1, Hoeve Hof te Honscalle en omgeving (digitaal dossier)
Auteurs:  Paesmans, Greta
Datum: 2011

Je kan deze pagina citeren als: Paesmans, Greta: Hoeve Hof te Honscalle en omgeving [online], https://id.erfgoed.net/teksten/149467 (geraadpleegd op 01-11-2020)


Hoeve Hof te Honscalle en omgeving_versie 2_29.03.2016

De hoeve Hof te Honscalle is beschermd als monument. De bescherming omvat de hoeve, met inbegrip van het boerenerf, de ommuurde moestuin, het bakhuis en de aangrenzende weide- en boomgaardpercelen.


Bron: -
Auteurs:  Agentschap Onroerend Erfgoed

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed: Hoeve Hof te Honscalle en omgeving [online], https://id.erfgoed.net/teksten/187460 (geraadpleegd op 01-11-2020)