Vastgesteld landschapsatlasrelict

Zwalmvallei tussen Nederbrakel en Nederzwalm

Vastgesteld landschapsatlasrelict van 26-02-2014 tot heden

ID: 10411   URI: https://id.erfgoed.net/aanduidingsobjecten/10411

Besluiten

Zwalmvallei tussen Nederbrakel en Nederzwalm
{'uri': u'https://id.erfgoed.net/thesauri/besluittypes/88', 'label': u'vaststellingsbesluiten'}: 26-02-2014  ID: 5344

Beschrijving

De Zwalmvallei tussen Nederbrakel en Nederzwalm is vastgesteld in de landschapsatlas.



Waarden

natuurwetenschappelijke waarde

De Zwalmvallei is een asymmetrische vallei, typisch voor de Vlaamse Ardennen. De Zwalm is de centrale waterloop in een systeem van kleine valleien met brongebieden die een karakteristieke vegetatie met zich meebrengen. De oude boskernen op de hellingen en bij deze bronnen worden gekenmerkt door een rijke ondergroei van kruiden en struiken, verwijzend naar het middelhoutbeheer. Deze hebben een hoge faunistische en floristische waarde. De vallei bestaat uit een complex van bosjes, kleine landschapselementen en graslanden met een langdurig grondgebruik als graasweide, hooiland of wisselweide. Deze graslanden hebben belangrijke natuurwetenschappelijke waarden (soortenrijke vegetatie van kruiden en grassoorten, kwelzones, bronnen, microreliëf, poelen, greppels), onder andere als foerageergebied en rustgebied voor diverse diersoorten. De holle wegen in de ankerplaats hebben een hoge natuurwetenschappelijke waarde. Als gevolg van de grote verschillen tussen de zon- en schaduwzijde van de holle weg wordt er een specifiek microklimaat gecreëerd waarbij diverse planten- en diersoorten zich handhaven. De natuurwetenschappelijke waarde van de ankerplaats wordt mede bepaald door het voorkomen van autochtone bomen die kunnen dienen als genenreservoir voor de regio. Ter hoogte van de valleiwand zijn er in de ankerplaats op verschillende locaties hellingsprocessen waargenomen. Vanuit geomorfologisch oogpunt zijn deze hellingsprocessen waardevol.

historische waarde

De ankerplaats omvat een aantal bijzondere archeologische sites. De meest gekende site is deze in Velzeke. De archeologische site A te Velzeke heeft ongetwijfeld een uniek karakter, vooral omwille van de aanwezigheid van een vroeg-Romeinse legerplaats (castrum) en de daarbij aansluitende handelskern die de kern vormt van de latere agglomeratie. Bovendien komen op deze site ook twee uitgestrekte begraafplaatsen (necropolen) voor: een uit de Hallstat-periode en uit de Gallo-Romeinse tijd. Site B omvat een groot agrarisch domein (fundus) als kern van de vicus. De baanpost in de periferie van de vicus Velzeke die bij opgravingen is gevonden, teruggaand tot de Flavische tijd (69-96), toont aan dat de vicus ooit een belangrijk regionaal wegenknooppunt was. Een deel van de gekasseide Paddestraat is gelegen op het tracé van een heerbaan.

Voor de 12de eeuw was Ruddershove een miniatuurdomein van 140 hectare. De naam doet vermoeden dat het in de 8ste of 9de eeuw gesticht is als landbouwexploitatie. Het bleef een aparte heerlijkheid (met eigen vierschaar en heerlijke kapel). Dit alles is ondertussen verdwenen maar onder andere resten van de molen, funderingen van de kerk, en dergelijke zijn nog grotendeels bewaard in de ondergrond. Deze unieke situatie betekent een uitzonderlijk archeologisch gegeven. Een ander bijzonder relict is de omwalde castrale motte in Roborst, bestaande uit een aarden ophoging met een stenen toren, confer in 1972 opgegraven funderingen van Doornikse steen. Het 11de-eeuwse relict omvat een goed bewaard opperhof met omwalling.

Het historische bodemgebruik is grotendeels nog bepalend voor het huidige landschapsbeeld (bijvoorbeeld de vroegere kouters die resulteren als open akkerland op de heuveltoppen). De vruchtbare leemgronden worden gekenmerkt door een zeer lange ontginningsgeschiedenis die al sinds de Romeinse periode sterk tot bloei komt onder andere door de inrichting van een wegennetwerk en de inplanting van boerderijen en villa's op de heuvelkammen. Een volgende ontginningsperiode vindt plaats tijdens de middeleeuwen, met de ontwikkeling van kouters op de heuvelruggen. Het open-field landschap in het noorden van de ankerplaats is hier heel goed bewaard in vergelijking met andere kouters in de regio.

Ook het bos en de graslanden in de vallei kennen sinds de 18de eeuw relatief weinig veranderingen. De graslanden in de ankerplaats worden gekenmerkt door het langdurige grondgebruik als graasweide, hooiland of wisselweide. Deze graslanden hebben een cultuurhistorische waarde, doordat ze het resultaat zijn van eenzelfde jarenlang grondgebruik. De dorpskernen van Munkzwalm, Rozebeke en Roborst gaan op oude nederzettingen terug. Historische hoeves en hoevesites, de watermolens, de kasteelsites in Roborst en Michelbeke (kasteel van Lilare) bepalen in hoofdzaak het bouwkundig erfgoed binnen de ankerplaats.

De ankerplaats telt veel trage wegen met een belangrijke historische waarde. Ze verwijzen naar historische routes of naar traditionele gebruiksfuncties (bijvoorbeeld kerkwegels). De ensembles tussen de trage wegen, klein bouwkundig erfgoed en houtig erfgoed bepalen in grote mate lokaal de identiteit en het karakter van kleinere, doch waardevolle erfgoedlocaties binnen de ankerplaats. Ze vertellen ons vaak veel over de geschiedenis van een bepaalde plaats. Oude houtige elementen in het landschap zijn vaak illustraties van oude gebruiken, historisch landgebruik of bepaalde technieken. Trage wegen getuigen van vroegere verbindingen naar en tussen dorpskernen (kerkwegels), van vroegere doorgangen voor landbouwers ('karrensporen'), van vroegere trein- en tramverbindingen (voormalige beddingen), en dergelijke.

De watermolens zijn één van de vroegste en meest tot de verbeelding sprekende getuigenissen van het nijverheidsverleden van de Zwalmvallei. De meeste watermolens doen nu dienst als toeristische trekpleister. Het Mijnwerkerspad herinnert aan de mijnwerkersgeschiedenis van Zwalm en Zottegem. Tot 1963 bracht het 'Fosttreintje' mijnwerkers van Zottegem en omstreken naar de Henegouwse steenkoolmijnen. Deze oude treinbedding vormt nu een wandel- en fietsas doorheen de vallei.

De waterkersgrachten in de Zwalmvallei zijn uniek voor Vlaanderen. Waterkers wordt sinds 1927 gekweekt in Roborst en bevoorraad door een bron in de Fonteinstraat. Dat er zuiver water in de Zwalmvallei te vinden is, bewijzen tevens de Top-bronnen in Nederbrakel.

esthetische waarde

De Zwalmvallei is een zeer gaaf bewaarde riviervallei met een hoge ensemblewaarde tussen de dorpen aan de rand van de vallei, de graslanden met kleine landschapselementen in de valleien en op de hellingen. Ook het open field landschap in het noorden is nog erg gaaf; het open karakter hiervan is bewaard gebleven. De kleinschalige dorpen met een kerk centraal op het plein, de trage wegen naar de veldkruisen en kapelletjes aan de toprand van de vallei hebben een duidelijke ensemblewaarde. De delen van het bebouwd gebied zoals de kleine dorpskernen bepalen mee de esthetische waarde, evenals de landelijke bebouwing. De variatie aan landschapstypes en het bouwkundig erfgoed hebben een hoge belevingswaarde. De watermolens zijn gaaf en kenmerkend voor de Zwalmstreek en bepalen sterk de identiteit van de ankerplaats. De directe omgeving ervan heeft een hoge ruimtelijke gaafheid. Op verschillende plaatsen kan de afwisseling van akker, bos en grasland doorkruist met groene linten van hakhout, knotbomen en/of opgaande bomen bewonderd worden. Op de heuvelruggen heb je dankzij het open karakter van de akkerbouw nog talrijke weidse zichten op de Zwalmvallei en omgeving.

sociaal-culturele waarde

De grote densiteit aan kerken, kapellen, kruisen en ander religieus erfgoed hebben een belangrijke lokale sociaal-culturele waarde. Ze duiden ook vaak de route van een processie, zoals daar zijn in Michelbeke en Elst. Vaak werden in de nabijheid van wegkruisen of kapellen solitaire bomen aangeplant (lindes). Het oprichten van dergelijk bomen waaraan men religieuze connotaties gaf, is een eeuwenoude traditie. De kasseiwegen die het landschap van de Vlaamse Ardennen karakteriseren (bijvoorbeeld de Paddestraat in Velzeke), bepalen het uiterlijk van wielerwedstrijden in de omgeving (Ronde van Vlaanderen).

ruimtelijk-structurerende waarde

De Zwalmvallei wordt gekenmerkt door een reliëfrijk en gedifferentieerd landschap waarbij bossen, graslanden, open akkergebieden, kleine landschapselementen elkaar afwisselen. Bossen komen gefragmenteerd voor, voornamelijk op de heuvelflanken, maar ook centraal in de vallei. Ze zijn ruimtebegrenzend in deze smalle, ingesneden valleien. De hoogst gelegen akkercomplexen worden gekenmerkt door een open landschapsbeeld en staan daardoor sterk in contrast met de lager gelegen Zwalmvallei. De bewoningskernen bevinden zich op de valleiwand, in de nabijheid van stromend water en vruchtbare gronden. De slagader van dit landschap vormt de Zwalm. Langsheen de Zwalm vinden we tal van molens terug die mede het landschap vorm gegeven hebben. De molens in de Zwalmvallei worden gekenmerkt door een specifieke ‘molenbiotoop’. Het religieus erfgoed in het landschap vormt vaak een baken in het landschap en een oriëntatiepunt voor de mens (bijvoorbeeld kerktorens).


Aanduiding van

Is de vaststelling van

Zwalmvallei tussen Nederbrakel en Nederzwalm

Elst, Michelbeke, Nederbrakel (Brakel), Elene, Sint-Goriks-Oudenhove, Sint-Maria-Oudenhove, Strijpen, Velzeke-Ruddershove (Zottegem), Hundelgem, Munkzwalm, Nederzwalm-Hermelgem, Paulatem, Roborst, Rozebeke, Sint-Maria-Latem (Zwalm)
Het gebied ligt ten zuidoosten van de Schelde en behoort tot de Vlaamse Ardennen. Centraal in deze ankerplaats loopt de Zwalm, zijrivier van de Schelde, met haar valleigronden en -wanden. Zijbeken en hun valleien liggen eveneens binnen de afbakening, samen met delen van de kouters en kleinere akkercomplexen die tot hun stroomgebied behoren. De ankerplaats omvat tevens de historische kernen van Nederzwalm, Roborst, Rozebeke, Ruddershove, Velzeke, Elst en Michelbeke.


Is de omvattende vaststelling van

Knotlinde als hoekboom

Molenweg zonder nummer (Zottegem)
Bereikbaar langs een achtergelegen landbouwweg (Molenweg) staat een knotlinde. Hij staat op de grens van de achtertuin van een woning aan de Provinciebaan met de aanpalende akker en is er op traditionele wijze als hoekboom aangeplant.


Oude lindestoof als grensboom

Strijpen, Velzeke-Ruddershove (Zottegem)
Zware hakhoutstoof die langs de Molenbeek de grens markeert tussen Strijpen en Velzeke. Bovendien staat hij bij de restanten van een zware gemetselde constructie waarvan de resten in de beek nog zichtbaar zijn, mogelijks zijn dit de restanten van een stuw om water te sparen voor de stroomafwaarts gelegen, inmiddels verdwenen, watermolen. Linden werden als schaduwboom geplant bij de in hout geconstrueerde sluiswerken die anders door de nadelige invloed van het uitdrogen door de zon versneld verweren.