Pastorie Sint-Martinusparochie

Beschermd monument van 27-01-2003 tot heden

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Haaltert
Deelgemeente Kerksken
Straat Ferdinand Van Hoeymissenstr.
Locatie Ferdinand Van Hoeymissenstr. 6 (Haaltert)

Administratieve gegevens

Andere nummers
  • 4.01/41024/106.1
  • OO002675

Is de (gedeeltelijke) bescherming van

Pastorie Sint-Martinusparochie

Ferdinand Van Hoeymissenstr. 6, Haaltert (Oost-Vlaanderen)

Pastorie, door middel van muurankers gedateerd 1749. Oorspronkelijk een dubbelhuis van vijf traveeën en één bouwlaag, verhoogd in de 19de eeuw met een tweede bouwlaag onder een zadeldak.

Beknopte karakterisering

Beschrijving

De pastorie van de Sint-Martinusparochie is beschermd als monument. De bescherming omvat de pastorie met tuin en druivenserre.

Waarden

De pastorie is beschermd als monument omwille van het algemeen belang gevormd door de:

historische waarde

De historische waarde van de pastorie wordt gevormd door de kerkelijke verplichting aan de pastoor om na een benoeming op zijn beneficie te gaan wonen. Dat vereiste een 'pastoreel huis'. Deze verplichting werd herhaald tijdens het concilie van Trente waardoor in het begin van de 17de eeuw verschillende pastorieën werden gebouwd.
Het is pas ná de seculiere wet van 25 september 1769 dat de meeste pastorieën opgericht werden onder druk van de politieke overheid. De tiendenheffers werden daartoe verplicht. Slechts weinig pastorieën van voor 1769 bleven bewaard wat hen tot bijzondere getuigen én referentiepunten maakt voor de evolutie in de tweede helft van de 18de eeuw. De 19de-eeuwse pastorie, opgetrokken door de gemeente, is het gevolg van Concordaat van 1801.
De pastorie hoort door deze historische context samen met de kerk, gemeentehuis en dorpsschool tot de historisch gegroeide dorpskern, de parochie en het collectieve geheugen van de dorpsgemeenschap.

artistieke waarde

De artistieke waarde van de pastorie bestaat uit het steeds zeer consequent toepassen van de meest moderne structuur, constructie, decoratie en (tuin)aanleg eigen aan de bouwperiode van het pand (van rococo tot neostijlen). De drang naar het nieuwe en moderne resulteerde niet zelden in het herinrichten van één of meerdere kamers met nieuwe vormen, materialen en stijlen. Verschillende pastorieën getuigen van deze architecturale evolutie. In zowel de 18de als eerste helft van de 19de eeuw is de invloed vanuit Frankrijk op de kunst en architectuur in onze contreien zeer duidelijk. Die invloed is zeer duidelijk merkbaar in zowel de toegepaste stijlen als in de 18de-eeuwse formele tuinaanleg waarbij het huis 'entre cour et jardin' geplaatst werd.
De typologie kent een zeer specifieke evolutie van dubbelhuis naar vrij grondplan. Typisch en uniek voor de pastorie is de mogelijkheid om de bovenverdieping af te sluiten van de benedenverdieping dankzij een smeedijzeren hek of luik dat van op de verdieping kan gesloten worden.
De tuinen getuigen alle van de onverbrekelijke band tussen pastorie en tuin. De zelfvoorziening van de pastoor uitte zich in zowel een sier- als nutstuin. De aanleg is steeds zeer representatief voor de evolutie van formele naar landschappelijke tuin welke in deze periode plaatsvindt.

artistieke waarde, historische waarde

De pastorie werd opgericht in de eerste helft van de 18de eeuw en werd met één bouwlaag verhoogd in de 19de eeuw. Uitzonderlijk pand daterende van voor de wetgeving van 25 september 1769 terzake. De huidige pastorie vormt de laatste ontwikkelingsfase binnen de onafgebroken aanwezigheid van een 'pastoreel huis' te Kerksken sinds 1574. Het gebouw is naar vorm, constructie en indeling van de gelijkvloerse verdieping, representatief voor de pastorie in de 18de eeuw. Het interieur werd aangekleed in sober neoclassicisme. Typisch voorbeeld van een evoluerend gebouwentype van 18de tot 19de eeuw. De tuin met typische 19de -eeuwse druivenserre vormt een integraal onderdeel van de pastorie.
Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.