Kluisbos, Faluintjes en Abdij van Affligem

Vastgesteld landschapsatlasrelict van 07-02-2011 tot heden

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant
Gemeente Aalst, Affligem
Deelgemeente Moorsel, Meldert, Aalst, Hekelgem, Erembodegem
Straat
Locatie Aalst, Erembodegem, Meldert, Moorsel (Aalst), Hekelgem (Affligem)

Administratieve gegevens

Andere nummers
  • 4.05/00004/109.1

Is de (gedeeltelijke) vaststelling van

Kluisbos, Faluintjes en Abdij van Affligem

Aalst, Erembodegem, Meldert, Moorsel (Aalst), Hekelgem (Affligem)

Het Kluisbos is een belangrijk oud bos met een laaggelegen broekbos met typerende flora. In het Kluisbos staat de Kluiskapel oorspronkelijk opgericht in de 7de-8ste eeuw door de abdij van Lobbes op een plaats met een heidense boom- en broncultus. De relicten van het abdijcomplex van Affligem liggen op een verhevenheid in het landschap wat een uitstraling geeft van haar vroegere macht over deze streek. Naast moestuinen en boomgaarden, vormt de monumentale notelaar achter de Sint-Benedictuspoort een relict van de oorspronkelijke tuinen. De Faluintjes en het Kloosterbos bestaan uit graslanden en akkerlanden, met verspreide bosjes en lokale hopteelt. Er lopen talrijke los- en voetwegen die noord-zuid georiënteerd zijn richting Molenbeekvallei. De beekvalleien zijn meestal vrij smal en sterk in het landschap ingesneden met meanderende beken, drassige graslanden en bosjes in een natte omgevin

Is de omvattende vaststelling van

Hakhoutstoof van es bij gewezen abdijvijvers

Aalsterse Dreef zonder nummer (Affligem)

Een zware struik van gewone es werd als hakhout gehouden bij de gewezen abdijvijvers van de abdij van Affligem. Deze zware hakhoutstoof met een omtrek van 750 cm is hoogstwaarschijnlijk nog een relict uit de oeverversterking.

Beschrijving

Het Kluisbos, de Faluintjes en de Abdij van Affligem is vastgesteld in de landschapsatlas.

Waarden

natuurwetenschappelijke waarde

Het reliëf van de ankerplaats bestaat uit een snelle afwisseling van heuvelkammen met zachte hellingen en brede valleien, karakteristiek voor het gebied tussen Zenne en Dender. De natuurwetenschappelijke waarde binnen het gebied wordt in hoofdzaak bepaald door de aanwezigheid van ecologisch waardevolle oude bossen met typische flora en enkele voor het landschap beeldbepalende beekvalleitjes waaronder de meanderende Molenbeek in het gebied de Faluintjes met haar zijbeken. De naam Steense Beek verwijst naar de aanwezigheid van kalkzandsteen in de ondergrond, die door de abdij op verschillende locaties werd ontgonnen. Aan de voet van de steilrand van het Kluisbos bevinden zich enkele bronnen met kalkhoudend water. Het gebied bevindt zich op de overgang van de leemstreek naar de zandstreek, die duidelijk herkenbaar is en een markante terreinovergang vormt in het landschap. De leemgronden zijn zeer vruchtbaar.

historische waarde

De Sint-Pieters- en Paulusabdij van Affligem werd in 1083 gesticht door ridders en verkreeg in 1086 de bevestiging van de wereldlijke en kerkelijke instellingen. De abdij werd opgericht op het grondgebied Meldert, aan een kruising van wegen die aan de rand van een woud lagen dat zich uitstrekte richting Moorsel en Meldert en die men het Ascerholt noemde. De abdij werd strategisch ingeplant op het grensgebied tussen Vlaanderen en Brabant en had de pacificatie en ontwikkeling van dit grensgebied tot doel. Bovendien was de abdij een economisch belangrijk centrum, waardoor ze uitgroeide tot een van de belangrijkste abdijen in de Lage Landen. Gedurende haar bestaan werd de abdij verscheidene malen vernield en heropgebouwd, de laatste maal gebeurde dit na de Franse revolutie. De heropbouw van de abdij startte toen pas in 1868. Van de oorspronkelijke middeleeuwse gebouwen zijn er nu slechts enkele sporen overgebleven, zoals de ruïnes van de abdijkerk uit 1128. Het Bisschoppenhuis is de voornaamste getuigenis van de abdij voor het Franse bewind.

Het huidige Kluisbos ten westen van de abdij, was op de Kabinetskaart van de Ferraris aangeduid onder de benaming 'Afflighem Bosch', het werd tijdens de Franse revolutie bijna totaal ontgonnen, doch een deel was maar kortstondig in ontginning, zodat het snel weer aangroeide tot het huidige Kluisbos. De valleibosjes en broekbossen werden hierbij vrijwel volledig gespaard en in hoofdzaak de nattere gronden werden heraangeplant. Het beheer in het bos bestond tot de 18de eeuw voornamelijk uit middelhoutbeheer met hier en daar een hakhoutperceel, waarbij langs deze hakhoutpercelen en dreven gras gesneden werd. Dit beheer zorgde ervoor dat het bos in stand gehouden werd als een open bos. In tegenstelling tot het oorspronkelijke bos verscherpte de grens tussen het bos en het cultuurland sterk door bemesting en het verdwijnen van het hakhoutbeheer.

De huidige Kluiskapel gelegen aan de Kluisdreef werd in 1758 gebouwd, doch in 1835 werd het bouwvallige gedeelte (het schip) gesloopt zodat nu alleen het hoofdkoor overblijft en een toen nieuw gebouwd portaal. De Kluiskapel bouwt voort op een Kluis of Cella die teruggaat tot de 8ste eeuw en dat toebehoorde aan de abdij van Lobbes. Nabij deze kapel is er een bron midden in het bos. Aan deze bron worden helende eigenschappen toegeschreven. Het oudste deel van de Kluiskouter wordt gekenmerkt door een nog gave, smalle en langgerekte percelering. Het gebied de Faluintjes ten noorden van de abdij betrof op de Kabinetskaart van de Ferraris eveneens een nog uitgestrekt boscomplex (Coventshouw Bosch), dat deel uitmaakte van dit Affligembos. Het toponiem 'Kloosterbos' dat men terugvindt op de topografische kaarten is hierbij een verwijzing van de verbondenheid van dit gebied met de abdij. De dreven die het gebied doorkruisen werden in 1637 door de abdij aangelegd bij de wederopbouw van de abdij. Vandaag beperkt de bebossing in dit gebied zich tot de beekvalleien en enkele nog overblijvende verspreide bosjes.

Ander bouwkundig erfgoed binnen de ankerplaats is het waterkasteel van Moorsel dat een renaissance waterslot met neerhof betreft, gelegen in een ommuurd park in landschapsstijl op de zuidflank van de Eksterenberg. Het kasteel werd in 1521-1526 gebouwd als slot van de heerlijkheid Moorsel, in opdracht van de abt van Affligem. In 1564 kwam het in handen van de graven van Hoorne en in 1636 werd het tot baronie verheven. In die periode werd het kasteel grondig onder handen genomen, doch de algemene indeling bleef bewaard.

Belangrijk voor de geschiedenis van de streek is echter ook de hopteelt. De teelt en handel in hop gaat hierbij zeker terug tot de 16de eeuw, waarbij reeds in 1516 de Sint-Rochusgilde werd opgericht als gilde van de hophandelaars. Sint-Rochus werd hierbij gekozen als beschermheilige van de hopteelt, de aanwezigheid van de Sint-Rochuskapel aan de Nedermolenstraat te Meldert verwijst hiernaar. Deze teelt was bovendien zo belangrijk voor de streek dat de opbrengst in de 17de eeuw meer was dan de helft van de Europese opbrengst. Samen met de streek rond Poperinge bleef dit gebied tot in de 19de eeuw een van de twee belangrijkste hopcentra in Vlaanderen en zijn ze dit in feite nog steeds hoewel de teelt in beide streken nu zo goed als verdwenen is. Deze verdwijning werd vooral ingezet sinds de helft van de twintigste eeuw door de toenemende concurrentie uit het buitenland en door de arbeidintensiteit die deze teelt nog weinig rendeerbaar maakt.

esthetische waarde

De ligging van de abdijen op heuvels maakt dat zij als baken fungeren in het landschap, waardoor het open houden van de zichten of vistas op deze bakens heel belangrijk is. De aanwezigheid van grote boscomplexen in een open landschap met blok- tot strookvormige percelering en de afwisseling van weiden, akkers en bospercelen maken dat het landschap gecompartimenteerd is. De valleitjes die in het landschap voorkomen zijn relatief diep ingesneden. Het waterkasteel te Moorsel vormt een mooi ensemble van kasteel met park. Er komen nog steeds verschillende percelen voor waarop de vroeger zo roemrijke en door de metershoge staken beeldbepalende hop geteeld wordt.

sociaal-culturele waarde

De Sint-Pieters- en Paulusabdij was in het ancien régime uitgegroeid tot de belangrijkste abdij van de Lage Landen en is momenteel de enige Vlaamse benedictijnenabdij die bijna duizend jaar na haar stichting nog steeds door benedictijnen wordt bewoond. De abdij beschikt over een zekere befaamdheid omwille van haar culturele uitstraling en rijke verzameling van munten, handschriften en kunstvoorwerpen. In de abdij werden talrijke belangrijke persoonlijkheden begraven waaronder Antonius Sanderus in 1664, die bekend was omwille van zijn gedetailleerde afbeeldingen van kastelen en abdijen, maar ook talrijke leden van de hertogelijke familie die hier reeds sinds de 12de en 13de eeuw begraven werden. Aan de Kluiskapel kan men een bron terugvinden, die volgens het volksgeloof naast geneeskracht voor blinden, ook vruchtbaarheidbevorderend eigenschappen toegeschreven wordt. De hopvelden welke meestal op zand- en leemgronden met een gunstige drainering aangetroffen worden, waren zeer talrijk aanwezig in dit gebied, gezien het tot de belangrijkste hopcentra in Europa en Vlaanderen behoorde naast Poperinge. De bierbrouwers (vroeger de abdijen) gebruikten al van oudsher de hopbel met zijn bittere etherische olie lupuline om de aangename bittere smaak aan het bier te geven. Naast de abdijen ging de hopteelt echter ook een belangrijke rol spelen voor de bierbrouwers in de streek maar ook voor de Brusselse bierbrouwers, die hun hop uit de streek introkken. Het belang van de hopteelt voor het gebied wordt benadrukt door de hopheilige Sint-Rochus, waarvoor een kapel opgetrokken werd langs de Nedermolenstraat. Het Affligems abdijbier speelt nog steeds een belangrijke rol voor het imago van het gebied.

ruimtelijk-structurerende waarde

Het gebied bevindt zich op de overgang van de leemstreek naar de zandstreek, die door een snelle afwisseling van heuvelkammen met zachte hellingen en brede noordzuidgerichte beekvalleien duidelijk herkenbaar is en een markante terreinovergang vormt in het landschap. Deze beekvalleien zijn hierbij meestal bebost. Op het hoogste punt van deze ankerplaats ligt de Abdij van Affligem, een imposant gebouwencomplex dat tot ver in de omgeving te zien is door haar verheven ligging. De abdij vormt hierdoor een baken met sterke uitstraling op de streek.

De Faluintjes, die ten noorden ervan gelegen zijn, liggen voornamelijk onder weiland met hier en daar een bosperceel en akkers waarop de nog voor de streek typerende hop geteeld wordt. De Faluintjes worden gekenmerkt door een golvend reliëf dat afdaalt naar de beekvalleitjes. De belangrijkste beek is de meanderende Molenbeek die richting Moorsel stroomt, waar men het imposante waterkasteel van Moorsel aantreft. Een andere imposant gebouwencomplex in het gebied is de abdij Maria Mediatrix die aan de rand van het Kluisbos en Kluiskouter op de Potaardeberg gelegen is. Deze abdij ligt langsheen de Kluisdreef, waar men in het zuiden van deze dreef ook de Kluiskapel, met een klein gehucht van eenvoudige huisjes aantreft.

De Kluiskouter is een open ruimtecorridor met lokaal gaaf gebleven smalle langgerekte percelering en is vrij scherp begrensd ten opzichte van het gesloten Kluisbos. De noordzuidgerichte steilrand (Kluisdreef) is eveneens een markante terreinovergang binnen deze ankerplaats. De dreven die bij de heropbouw van de abdij aangelegd werden zijn nog steeds sterk structurerend voor het gebied. Het landgebruik heeft in het gebied een sterke samenhang tussen de natuurlijke gesteldheid en het bodemgebruik, waardoor het op enkele kleine uitzonderingen na als grondgebonden mag bestempeld worden.

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.