Beschermd monument

Bankgebouw Nationale Bank

Beschermd monument van 23-09-2015 tot heden
ID: 11157   URI: https://id.erfgoed.net/aanduidingsobjecten/11157

Besluiten

Bankgebouw Nationale Bank
definitieve beschermingsbesluiten: 23-09-2015  ID: 5813

Beschrijving

Het bankgebouw van de Nationale Bank is beschermd als monument.



Waarden

Het voormalig bankgebouw van de Nationale Bank is beschermd als monument omwille van het algemeen belang gevormd door de:

historische waarde

De oprichting van de Nationale Bank is representatief voor de tijdsgeest midden 19de eeuw in België, toen een jonge natie die zich op Europees vak wou doen gelden. Dit uitte zich in een financiële en economische expansiedrang en een groeiend nationalisme, gericht op alles wat in het verleden op vlak van cultuur, economie en geschiedenis hun onafhankelijkheid en geaardheid kon benadrukken. De stichting van de Nationale Bank in 1850 op initiatief van minister van financiën Frère-Orban, beantwoordde aan een aantal noden zoals het herstel van het vertrouwen in het bankwezen na de crisis van 1848 en het stichten van een centrale leidende instelling die onder controle van de staat een aantal bevoorrechte taken zou uitoefenen. Binnen de tijdspanne van enkele decennia werd een netwerk opgericht van een veertigtal vestigingen, verspreid over Vlaanderen, Wallonië en Brussel, zowel in grote als kleinere steden. De Nationale Bank-bijbank Antwerpen was, naast Mechelen, Turnhout en Boom, de belangrijkste van de vier instellingen in de provincie Antwerpen. De architecturale uitstraling van het monumentale bankgebouw weerspiegelt de economische welvaart in België en Antwerpen in de tweede helft van de 19de eeuw. In die periode kende Antwerpen een sterke economische bloei door onder meer de expansie van de haven.

historische waarde

in casu stedenbouwkundige waarde: : Gezien de voormalige Nationale Bank-bijbank Antwerpen een apart bouwblok vormt en op die manier gevrijwaard is gebleven van latere aanpalende bebouwing, fungeert het tot op vandaag als een beeldbepalend herkenningspunt dat nog ten volle in zijn oorspronkelijke 'luister' tot zijn recht komt. De wijze waarop architect Hendrik Beyaert (1823-1894) het gebouw in het stadsbeeld geïntegreerd heeft, getuigt van een doorgrond stedenbouwkundig inzicht waarbij hij de stadsstructuur scherp doorziet en dit doortrekt in het gebouw. Zowel naar inplanting als naar vormgeving refereert het bouwwerk aan de stedenbouwkundige geschiedenis en ontwikkeling van de stad. De locatie van het bouwwerk is gelinkt aan de uitbreidingscampagne van het 19de-eeuwse Antwerpen. Langs de nieuwe leien, de brede 'boulevard' rond de 16de eeuwse binnenstad aangelegd op gronden die vrijkwamen bij het afbreken van de Spaanse vesten in de jaren 1860, verrezen naast burger- en herenhuizen een aantal nieuwe openbare gebouwen zoals het Justitiepaleis, de Vlaamse Opera en de Nationale Bank van België als bakens in het nieuwe stadsbeeld. De inplanting van het bankgebouw op een driehoekig perceel heeft het concept bewerkstelligd van drie langgestrekte vleugels rondom een binnenkoer, op de hoeken gemarkeerd door torens en een inkompaviljoen die als een snijpunt van assen het gebouw doen 'inpassen' in het omringende stadsgedeelte met het voorliggend plein. Zo kreeg het bouwwerk diverse oriëntaties waardoor het perfect aansluit bij de stedelijke context: de gevel zijde Frankrijklei sluit met zijn centraal geaccentueerd woonblok aan bij de nieuwe 19de-eeuwse bebouwing langs de 'boulevard' terwijl de twee gevels met een kantoorfunctie zijde Souriastraat en Mechelsesteenweg culmineren in een inkomgebouw aan de Leopoldplaats, gericht naar het historische hart van de stad van waaruit zich de economische expansie heeft ontwikkeld.

historische waarde

in casu architectuurhistorische waarde: : Door tal van prominente opdrachten ontplooit architect Hendrik Beyaert zich in de periode 1860-1880 tot een toonaangevend exponent van het Belgische eclecticisme. Zijn vermogen om op een synthetiserende manier historische elementen samen te brengen in een nieuwe architectuurtaal resulteert in een virtuoze herwaardering van een gekend repertorium uit het verleden dat hij aanpast en integreert in een nieuwe context. Dit wordt duidelijk in het Nationale Bankgebouw van Antwerpen, gebouwd in 1874- 1878, één van zijn schaarse grootschalige realisaties in de stad en de provincie, en tegelijk een topwerk in zijn oeuvre. Beyaert creëert hier een monumentaal bouwwerk, dynamisch door de driehoekige plattegrond en de verscheidenheid aan neostijlen, volumes, materialen, decoratie en bedakingen en met een typologisch bepaalde functie-indeling, gekenmerkt door een op het plein georiënteerd inkompaviljoen met de hoofdtrapzaal, torens ingevuld met de verticale circulaties en/of representatieve vertrekken, lange vleugels ertussen als het eigenlijke kantoorgedeelte en tenslotte het woningblok aan de lei. Door zijn gaaf bewaarde buitenarchitectuur is het gebouw tot op vandaag een toonvoorbeeld van een uitgesproken eclectisme waarbij diverse neorenaissancestijlen aan bod komen. De monumentale torenvolumes, de rijk gedecoreerde natuurstenen straatgevels en de indrukwekkende dakpartijen met variërende smeedijzeren bekroningen zijn geïnspireerd op de Franse renaissance. Door de geveluitwerking te verrijken met allegorische sculpturen, emblemen en mercantiele symbolen krijgt deze een narratief aspect waarbij niet enkel aan de bankwereld gerefereerd wordt, maar tevens aan de lokale context van de Antwerpse metropool met een haven in expansie. De verrassend anders uitgewerkte gevels aan de binnenkoerzijde zijn daarentegen opgevat als een pleintje in een neo-VIaams renaissancistische bak- en zandsteenarchitectuur met siermetselwerk, trapgeveltjes en torenelementen. Hiermee evoceert Beyaert het bloeiende middeleeuwse Antwerpen uit de 16de eeuw met zijn vesting- en pagaddertorens zoals terug te vinden in de Vleeshuisbuurt. De authenticiteit van de buitenarchitectuur wordt nog versterkt door de aanwezigheid van het nog grotendeels oorspronkelijke eikenhouten schrijnwerk. Dit selectisme zet zich voort achter de natuurstenen façades, waar Beyaert nieuwe materialen en technieken toepast zoals een metalen draagstructuur en dito dak- en torengebintes. Voor de binnenafwerking, veelal in een neoclassicistisch of neo-VIaamse renaissancistisch kleedje, werden materialen als marmer, pleister, hout, koper- en ijzerwerk gecombineerd. Bepaalde ruimtes of vertrekken in het gebouw zijn noemenswaardig omwille van hun gaaf bewaard 19de-eeuwse voorkomen en architecturale kwaliteit op het vlak van ruimtewerking, inrichting en/of afwerking. Dit geldt voor de neoclassicistische inkomhal zijde Leopoldplaats met de aansluitende hoofdtrapzaal, de 'ridderzaal' in neo-VIaamse renaissancestijl in de hoektoren/Bourlastraat, de ambtswoning nummer 164 met een tot en met de eerste bovenverdieping bewaarde planindeling, waarvan de inkom- en traphal en de salons op de eerste bovenverdieping gaaf bewaard bleven in een overwegend neoclassicistische stijl, en de ambtswoning nummer 166 met identieke inkom en twee salons op de eerste bovenverdieping. Ook de buiten- en binnenlantaarns maken als oorspronkelijke verlichtingsarmaturen integrerend deel uit van het te beschermen geheel.

artistieke waarde

De ornamentele beeldhouwkunst is beeldbepalend voor de architectuur in de tweede helft van de 19de eeuw waar in het teken van stadsverfraaiing de representatieve architectuur overdadig gedecoreerd werd. Architect Hendrik Beyaert speelde een toonaangevende rol in deze ontwikkeling waarbij een interessante wisselwerking plaatsvond tussen architect en beeldhouwer. Eerst bij de bouw van de Nationale Bank in Brussel en later ook in andere realisaties zoals het bankgebouw te Antwerpen blijkt zijn specifieke aandacht voor de ambachtelijke afwerking van de architectuur, in het bijzonder in de sterk uitgewerkte sculpturale versiering van bepaalde geveldelen. Waar hij in Brussel voor talrijke realisaties beroep deed op het atelier van de Franse beeldhouwer-ornamentist Georges Houtstont, rekende hij in Antwerpen voor het grotere beeldhouwwerk op de gevels van het bankgebouw op de artistieke inbreng van bekende 19de-eeuwse beeldhouwers, opgeleid aan de Antwerpse academie, onder meer Jules Pecher (1830-1899), Jacob De Braekeleer (1823-1905) en J.B. De Boeck (1826-1902) en J.B. Van Wint (1829-1906). Het Antwerpse bankgebouw waarbij het ornamentele beeldhouwwerk onlosmakelijk verbonden is met de gevelcompositie, maar tegelijk deze niet in het gedrang brengt, maakt het tot een geslaagd voorbeeld van stadsverfraaiing en verleent het geheel een artistieke meerwaarde. Dit samenvloeien van decoratie en structuur zet zich ook door in de binnenarchitectuur. In dit verband is vooral de inkomhal en de aansluitende grote trapzaal met bewaarde 19de-eeuwse neoclassicistische aankleding en inrichting vermeldenswaardig: de wand- en plafondafwerking, de nissen met beelden van Josué Dupon (1864-1935), de marmeren trapconstructies en de trapleuningen, het divers materiaalgebruik en de lantaarns maken deze vertrekken tot een artistiek ensemble. Het ijzerwerk van de hoofdtrap met voluut- en spiraalmotieven werd vervaardigd door architect Paul Hankar (1859-1901 ), tevens actief in het Brusselse atelier van Houtstont en vanaf 1879 in opleiding op het bureau van Beyaert. Voornamelijk de ambtswoning nummer 164 beschikt tot en met de eerste bovenverdieping over een gaaf bewaard en representatief 19de-eeuws burgerlijk interieur. In de eclectische interieurinrichting van de inkom- en traphal, de salons op de eerste bovenverdieping alsook van de verbindingsgang met glas-in-loodvensters naar het bankgedeelte, is duidelijk veel aandacht besteed aan de keuze en de combinatie van diverse stijlen, materialen en afwerking waardoor aan het geheel een artistiek gehalte toegevoegd wordt.

Aanduiding van

Is de bescherming van

Nationale Bank van België

Frankrijklei 164-166, Leopoldplaats 8 (Antwerpen)
Het bankgebouw van de Nationale Bank werd ontworpen door Hendrik Beyaert in een exuberante eclectische bouwstijl en werd in gebruik genomen in 1879.