Klompenmakerij Van Moere

Beschermd monument van 27-06-2018 tot heden (voorlopige bescherming)

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Beveren
Deelgemeente Beveren
Straat Pastoor Steenssensstraat
Locatie Pastoor Steenssensstraat 112 (Beveren)

Administratieve gegevens

Andere nummers
  • 4.001/46003/109.1
  • 4.01/46003/192.1

Is de (gedeeltelijke) bescherming van

Klompenmakerij Van Moere met blokstal en klompenmakerswoning

Pastoor Steenssensstraat 112, Beveren (Oost-Vlaanderen)

De voormalige klompenmakerij Van Moere klimt in kern op tot de 19de eeuw. Het is een uitzonderlijk bewaarde site die tot op heden alle wezenlijke onderdelen van een kleinschalige familiale klompenmakerij bewaart: een klompenmakerswoning, een blokstal, een ruraal gebouw en een zone voor de stockage van de boomstammen. Het betreft een zeldzame getuige van de klompenmakersnijverheid in het Land van Waas, dat reeds in de 17de eeuw op ruime schaal klompen produceerde.

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Deze bescherming betreft de klompenmakerij Van Moere, omvattende het ensemble van de blokstal, het ruraal gebouw en de voorliggende zone voor houtopslag.

Waarden

De klompenmakerij Van Moere, omvattende het ensemble van de blokstal, het ruraal gebouw en de voorliggende zone voor houtopslag, is beschermd als monument omwille van het algemeen belang gevormd door de:

historische waarde

De voormalige klompenmakerij Van Moere, gesitueerd in het Beverse gehucht Tyskenshoek, is historisch betekenisvol als een zeldzame bewaarde materiele getuige van de klompencultuur in het Waasland en als representatief voorbeeld van een eind 19de- en begin 20ste-eeuwse ambachtelijke huisklompenmakerij uit het Land van Waas.
Reeds vanaf de late middeleeuwen werden in Europa klompen als schoeisel voor de armen en voor de landbouwbevolking gemaakt. Vanaf het einde van de 17de eeuw ontwikkelde het Land van Waas zich tot het centrum van familiale klompennijverheid in Vlaanderen. Het klompenmakersambacht was tot dan meestal een huisnijverheid en kleinschalige nevenactiviteit bij een landbouwuitbating en diende als aanvulling op het inkomen uit de agrarische activiteiten. Door de verbetering van de transportmogelijkheden, de aanwezigheid van olm en populier als grondstof, het gebrek aan grootschalige industrieën in de regio en vooral omwille van de lage arbeidslonen, evolueerden de klompenmakerijen in het midden van de 19de eeuw van bijberoep tot hoofdberoep en ontstonden er kleinschalige ambachtelijke familiebedrijven met bijhorende infrastructuur. Op het einde van de 19de eeuw waren bijna zevenhonderd klompenmakerijen gevestigd in het Waasland, die bovendien als eerste bedrijfstak buiten het Land van Waas in binnen- en bultenland een afzetmarkt vonden. In het begin van de 20ste eeuw kende het ambacht een tijdelijke terugval dat echter gecounterd werd door een grote productie tijdens de Eerste Wereldoorlog. Vanaf de Jaren 1922 veroorzaakten de doorgedreven mechanisering én in de jaren 1930 de verhuis naar Nederland om te ontsnappen aan hoge invoerrechten een daling van het aantal actieve bedrijven in het Land van Waas. De afgenomen vraag naar klompen en de concurrentie met goedkopere synthetische producten betekenden in de late jaren 1940 voor vele huisklompenmakerijen het definitieve einde van hun bedrijf.
Slechts weinige aan het klompenmakersambacht gerelateerde gebouwen bleven tot op heden bestaan. De recente aandacht voor de immateriële klompencultuur versterkt en onderbouwt de historische waarde van de materiele component van dit zeldzaam erfgoed. De tot de 19de eeuw opklimmende voormalige klompenmakerij Van Moere is een zeer representatief voorbeeld van de historische evolutie die het klompenmakersambacht in de loop van de 19de en 20ste eeuw doormaakte.
In 1879 richtte blokmaker Fideel Lauwers als cijnspachter een L-vormige houten blokstal met ruraal gebouw op als uitbreiding van een woning die hij ook in cijnspacht had. Een onmisbare zone voor de stockage van boomstammen en houtvoorraad in functie van de klompenmakerij werd tevens aangelegd. Na de eeuwwisseling behoorde de klompenmakerij toe aan de familie Van Moere die het kleinschalige familiebedrijf uitbaatte tot de stopzetting ervan omstreeks de Tweede Wereldoorlog gelijklopend met de teloorgang van dit ambacht.
De woning en bedrijfsinfrastructuur behoorden toe aan een particulier. De bijhorende tuin en omringende grond was eigendom van het Beverse Bureel van Weldadigheid. Door deze eigendomsconstructie is de site ook representatief voor een tot de middeleeuwen teruggaande maatschappelijke structuur van cijnspacht en grondrecht, die op het einde van de 19de tot en met het begin van de 20ste eeuw in landelijke regio's nog wijd verspreid was.

architecturale waarde

De voormalige klompenmakerij Van Moere heeft in zijn totaliteit een ensemble- en architecturale waarde. Het behoud in situ van de L-vormige klompenmakerij en de traditioneel bijhorende zone voor houtopslag als essentiële onderdelen van de klompenmakerij-infrastructuur, maakt dit erfgoedrelict uitzonderlijk.
De voormalige houten L-vormige klompenmakerij, samengesteld uit een blokstal en ruraal gebouw en gebouwd in 1879, is qua ouderdom, typologie en architectuur een zeer interessante constructie. De houten blokstal van vijf traveeën breed onder een pannen zadeldak met brede overstek is verdiept, parallel aan de straat en destijds haaks op het vroegere bijhorende woonhuis geplaatst. De blokstal werd bewust vanuit functioneel oogpunt verdiept ingeplant, zodat er aan de straat een vrije zone werd gecreëerd voor de noodzakelijke opslag van bomen en houtvoorraad.
De tot het laatste kwart van de 19de eeuw opklimmende blokstal is voor Vlaanderen een zeer vroeg en uiterst zeldzaam bewaard voorbeeld van een houten constructie. Deze houtbouw is een sterke indicatie voor de ouderdom en contrasteert met de sporadisch bewaarde jongere bakstenen klompenmakerijen, die vanaf het einde van de 19de en vooral het begin van de 20ste eeuw werden opgetrokken.
Typologisch vertoont de vroegere blokstal alle essentiële kenmerken: samengesteld uit een horizontale beplanking op een bakstenen voet, verstevigd door lage gemetselde steunberen, rechthoekige deur en vensters met kleine roedeverdeling in de straatgevel en een droogzolder. De droogzolder met lange zijden, opengewerkt door middel van regels op stijlen, is vanouds bedoeld om de klompen in open lucht te laten drogen en is een typerend en onmisbaar gebouwonderdeel van klompenmakerijen.
De binneninrichting van de blokstal is sober en functioneel en wordt onder meer gekenmerkt door een verharde vloer, het gebruik van houten dragende structuren (standvinken), opgeklampte (tussen)wanden, vlakke planken zolderingen en dergelijke.
Het gelijktijdig met de blokstal in 1879 opgerichte haaks geplaatste rurale gebouw, betreft eveneens een houtbouw onder pannen zadeldak opgericht vanuit utilitair oogpunt. Door de plaatsing op de perceelsgrens en de blinde buitengevel schermt het gebouw de oostelijke erfgevel van de blokstal visueel af.

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.