Duitse bunkers Südabschnitt in kasteelpark Bel Air: ensemble

Beschermd monument van 25-10-2018 tot heden (voorlopige bescherming)

Locatie

Provincie Antwerpen
Gemeente Willebroek
Deelgemeente Blaasveld
Straat Mechelsesteenweg
Locatie Mechelsesteenweg zonder nummer (Willebroek)

Administratieve gegevens

Andere nummers
  • 4.001/12040/102.1
  • 4.01/12040/134.1

Is de (gedeeltelijke) bescherming van

Duitse bunkerlinie Südabschnitt

Bornem (Bornem), Liezele, Puurs, Ruisbroek (Puurs), Blaasveld, Willebroek (Willebroek)

Duitse bunkerlinie van de 'Stellung Antwerpen', tijdens de Eerste Wereldoorlog aangelegd tussen Bornem en Blaasveld (Willebroek).

Is de omvattende bescherming van

Duitse artillerieobservatiepost

Molenweg zonder nummer, Willebroek (Antwerpen)

Duitse bunker uit de Eerste Wereldoorlog, opgetrokken als onderdeel van de 'Südabschnitt'.

Duitse geschutsbunker

Molenweg zonder nummer, Willebroek (Antwerpen)

Duitse geschutsbunker uit de Eerste Wereldoorlog, opgetrokken als onderdeel van de 'Südabschnitt'.

Duitse geschutsbunker

Molenweg zonder nummer, Willebroek (Antwerpen)

Duitse bunker uit de Eerste Wereldoorlog, opgetrokken als onderdeel van de 'Südabschnitt'.

Duitse observatiepost

Molenweg zonder nummer, Willebroek (Antwerpen)

Duitse observatiepost uit de Eerste Wereldoorlog, opgetrokken als onderdeel van de 'Südabschnitt'.

Beknopte karakterisering

Typologiebunkers
DateringWO I
Tags Eerste Wereldoorlog

Beschrijving

Deze bescherming betreft een ensemble van twee observatieposten (type IX en XIV) en twee geschutsbunkers (type VIII) met bijhorende archeologische sporen, onderdeel van de Duitse bunkers van de bunkerlinie 'Südabschnitt' in het kasteelpark 'Bel Air'. In het park bevindt zich nog een een beschermd manschappenonderkomen (type VI).

Waarden

Het ensemble is beschermd als monument omwille van het algemeen belang gevormd door de:

historische waarde

De bunkers hebben een belangrijke historische waarde als Duitse militaire verdedigingswerken die tijdens de Eerste Wereldoorlog werden opgetrokken als onderdeel van de ‘Südabschnitt’. Met deze stelling, die een onderdeel vormde van de ‘Stellung Antwerpen’, hoopte de Duitse bezetter meer bepaald de strategisch belangrijke ‘Kaiserliche Festung Antwerpen’ met zijn haven aan zuidwestelijke zijde te kunnen verdedigen. Deze Duitse verdedigingslinie werd in 1916-1917 aangelegd op de buitenste fortengordel rond Antwerpen, die aan het begin van de Eerste Wereldoorlog als Belgische hoofdweerstandstelling was ingericht. Bij de aanleg van de ‘Südabschnitt’ werd maximaal gebruikt gemaakt van inundatiezones en van de reeds aanwezige Belgische veldversterkingen, bunkers, forten en schansen.
De historische contextwaarde is belangrijk. In het kasteelpark legde het Belgisch leger aan het begin van de oorlog veldversterkingen aan, die deel uitmaakten van een bruggenhoofd, dat tussen de Heindonkinundatie en het kanaal van Willebroek werd uitgebouwd. Het tracé van de Belgische loopgraven, met een gebogen en een aansluitend recht verloop, werd door de Duitsers overgenomen en verder uitgebouwd. De vier bunkers in het zuidelijke deel van het park, twee geschutsbunkers en twee observatieposten, werden in het gebogen deel van de stelling gepositioneerd, zodat de twee geschutsbunkers elk een verschillend schootsveld hadden en de twee observatieposten optimaal konden worden ingeplant. Het manschappenonderkomen was dan weer dichtbij het kasteel opgetrokken, zodat militairen die in het kasteel vertoefden, snel konden schuilen in de betonnen constructie.
De vijf bunkers hebben een grote ensemblewaarde, aangezien ze allen deel uitmaakten van de versterkingen die op het bruggenhoofd Blaasveld werden opgetrokken en vandaag deel uitmaken van hetzelfde park. Maar vooral de twee geschutsbunkers en de twee observatieposten, die door hun inplanting het tracé van de stelling aangeven, hebben een belangrijke ensemblewaarde.

architecturale waarde

De bunkers van de ‘Südabschnitt’ waren opgetrokken onder leiding van de ‘Kaiserliche Fortifikation Antwerpen’ op basis van standaardontwerpen, die ook elders in de ‘Stellung Antwerpen’ werden toegepast. Door het gebruik van standaardontwerpen hoopte de Duitse legerleiding de bunkers sneller en efficiënter te laten optrekken.
Het betreft meer bepaald een interessant ensemble van vier verschillende types, met name een manschappenonderkomen, een observatiepost ten behoeve van de infanterie, een artillerieobservatiepost en twee geschutsbunkers. Vooral de aanwezigheid van een koppel geschutsbunkers is zeldzaam voor de ‘Stellung Antwerpen’ en meer specifiek voor de ‘Südabschnitt’. Deze geschutsbunkers werden doorgaans per twee opgericht, elk met een verschillend schootsveld en waren bedoeld voor Belgische 7,5 cm kanonnen op plaataffuit. Bij minimum één geschutsbunker is deze plaataffuit bewaard, wat de authenticiteit in belangrijke mate verhoogt.
De aanwezigheid van twee verschillende types observatieposten, met name een kleiner type voor een infanteriewaarnemer en een groter type voor een artilleriewaarnemer, is eveneens opmerkelijk voor de ‘Südabschnitt’. De infanteriewaarnemer was verantwoordelijk voor de coördinatie van de infanterievuren, de artilleriewaarnemer voor de coördinatie van de artillerievuren. Een artillerieobservatiepost werd minder frequent opgetrokken dan een observatiepost ten behoeve van de infanterie. Bij beide observatieposten is de gebogen pantserplaat bewaard.
Andere authentieke elementen zijn de betonspatten die werden aangebracht op die delen van de bunkers, die niet onder aarde werden gebracht. Zodoende waren de bunkers moeilijker zichtbaar vanuit de lucht.

archeologische waarde

Op basis van loopgravenkaarten en de inplanting van de bunkers, zichtbaar gemaakt via het digitaal hoogtemodel, is het gebogen tracé duidelijk van de loopgraaf waarin de twee geschutsbunkers en de twee observatieposten waren opgetrokken. De kans is groot dat de ondergrond nog waardevolle sporen bevat, die meer inzicht kunnen verschaffen in de wijze waarop deze loopgraaf was uitgebouwd. Ook de zone ten zuiden van de loopgraaf, waar draadversperringen waren aangelegd, kan archeologisch waardevol zijn. De ondergrond kan met andere woorden archeologisch onderzoekspotentieel herbergen die duidelijkheid verschaft over de opbouw van de stelling, de bodem van de loopgraven en de vondsten die er kunnen voorkomen.

technische waarde

De bunkers hebben een technische waarde als betonnen constructies, die specifiek voor militaire doeleinden werden opgetrokken. Deze betonnen constructies met hun bouwtechnische kenmerken van zowel bovengrondse als ondergrondse aard, getuigen van het belang en de evolutie van de betonbouw in de stellingenoorlog, die de Eerste Wereldoorlog geworden was. Nooit eerder werden zo massaal betonnen verdedigingsconstructies opgetrokken als tijdens de Eerste Wereldoorlog. Daar waar er in de eerste oorlogsjaren werd geïmproviseerd en geëxperimenteerd met allerlei types en toegepaste technieken in de betonbouw, evolueerde men geleidelijk naar zo sterk en efficiënt mogelijk uitgedokterde standaardontwerpen, die in sommige gevallen voor meerdere doelen konden gebruikt worden. Deze doorgedreven standaardisatie, zoals toegepast in de ‘Stellung Antwerpen’ en hier specifiek in de ‘Südabschnitt’, zou tijdens het interbellum en de Tweede Wereldoorlog verdergezet worden bij de uitbouw van heuse bunkerstellingen, met bunkers die tot in het kleinste detail waren gestandaardiseerd.

culturele waarde

De bunkers hebben een culturele waarde als materiële getuigen van de ‘Grooten Oorlog’, die Vlaanderen jarenlang in zijn greep hield en het leven van ontelbaar veel mensen ingrijpend tekende of volledig verwoestte. De Eerste Wereldoorlog was een internationale gebeurtenis bij uitstek, waarbij het gros van Vlaanderen door een vijandelijke mogendheid werd bezet. De herinnering aan de Eerste Wereldoorlog kent nog steeds een breed maatschappelijk en internationaal draagvlak.

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.