Vastgesteld landschapsatlasrelict

Welle- en Kapellemeersen

Vastgesteld landschapsatlasrelict van 05-05-2020 tot heden

ID: 113461   URI: https://id.erfgoed.net/aanduidingsobjecten/113461

Besluiten

Welle- en Kapellemeersen
vaststellingsbesluiten: 05-05-2020  ID: 14929

Beschrijving

Het gebied omvat een deel van de lage alluviale vlakte van de rivier de Dender met een variërende breedte en slechts weinig niveauverschillen. De Dendervallei wordt hier gekenmerkt door een asymmetrische opbouw met een redelijk steile oostelijke dalwand als scheiding tussen de alluviale vlakte en het pleistoceen gebied. De bodem bestaat uit een tertiair substraat van zandige en kleiige mariene formaties die tijdens de laatste ijstijd werden afgedekt met leem (löss) en zandleem. Aan de oppervlakte bestaat de Dendervallei hoofdzakelijk uit lemige of kleiige alluviale sedimenten. De oeverwallen bestaan uit leemgronden of zandleemgronden. De Dender is een regenrivier wat zorgt voor grote debietschommelingen naargelang de seizoenen. Het uitschuren van de rivier resulteerde in een steil talud van één tot enkele meters hoog, de erosiewal, die een scherpe grens vormt tussen de alluviale vlakte en het pleistocene zandleemdek. In de komgronden treedt kwel op en op de steile hellingen liggen bronnen met kalkrijk water. De drainage gebeurt hoofdzakelijk door de centrale afwateringsloot de Rijt, die gevoed wordt door talrijke zijsloten die in verbinding staan met een netwerk van greppels.

De oudste sporen van bewoning werden aangetroffen op de iets drogere gronden op de rand van de Dendervallei. Een grote concentratie silex toont aan dat dit gebied reeds in de steentijd een aantrekkingskracht uitoefende op de mens. Ook in latere periodes was de riviervallei bewoond zoals blijkt uit vondsten van Romeins en middeleeuws aardewerk. De laaggelegen gebieden in de Dendervallei waren oorspronkelijk weinig of niet bebouwd aangezien de rivier hier in de winter buiten haar oevers trad. De moerasbossen langs de rivier werden gerooid en omgevormd naar weilanden die bevloeid werden als deel van de winterbedding van de Dender. De Welle- en Kapellemeersen maakten deel uit van de zeer rijke hooimeersen of Vette Meerschen langs de Dender. Delen van deze meersen werden gemeenschappelijk geweid door het vee uit het dorp dat hier recht had op nabegrazing na het hooien. In de natte weilanden lagen ook turf- en vlasrootputten voor lokaal gebruik. Afwateringsloten zoals de Rijt zorgden voor drainage van de bevloeide percelen die sterk opgedeeld waren door middel van houtkanten en/of bomenrijen. Toponiemen zoals Elst en Sint-Amandsbosch verwijzen nog naar het vroeger bosrijk karakter van de percelen langs de Dender. Vanuit de omliggende dorpen en gehuchten zoals Leeuwbrug en Ten Bos leidden wegen tot in de meersen en naar de Dender. Boven het erosietalud en op de droge oeverwal vlakbij de rivier waren een aantal grotere akkers ingericht. De bewoning zelf was geconcentreerd aan de rand van de Dendervallei en bij kruispunten van historische wegen. De dorpen Welle, Denderleeuw en Erembodegem liggen ingeplant op de valleirand en kennen een middeleeuwse (12de eeuw) oorsprong. De 17de-eeuwse Sint-Amanduskapel ligt op de top van de beboste steilrand en kijkt uit over de Kapellemeersen. De bedevaartkapel wordt al vermeld in 1343 samen met de geneeskrachtige bron, het Sint-Amandsputteken.

De Dender vormt historisch een belangrijke waterweg en scheepvaartverbinding met de Schelde bij Dendermonde. Het economisch belang van de Dender leidde tot herhaalde infrastructuurwerken in functie van een optimale bevaarbaarheid. Al sinds de 13de eeuw werden meanders weggewerkt en verschillende kanalisaties uitgevoerd. Door middel van sluizen werd het debiet geregeld zodat de omliggende vlakten niet meer systematisch overstroomden. Oversteekplaatsen op de Dender waren beperkt maar er was een veerboot die de overzet verzekerede tussen Denderleeuw en Liedekerke. In 1865 werd de Dender over haar volledige loop gekanaliseerd op initiatief van de Belgische staat waarna ook een brug over de rivier werd gebouwd tussen Denderleeuw en Teralfene. Op beide oevers van de rivier ligt een jaagpad oorspronkelijk voor het trekken en slepen van de boten door scheepsrekkers.

Vanaf de 19de eeuw doen zich in de riviervallei nieuwe ontwikkelingen voor. Bij de aanleg van de spoorlijn Gent-Oostende werden de Wellemeersen doorsneden en bleven de oude zandwinningsputten Mannekensput en de Grote en Kleine Zavelput over als relicten. Eind 19de-begin 20ste eeuw vond een uitbreiding plaats van de percelen akkerland. De afgesneden meanders van de Dender werden geïntegreerd in de omliggende landbouwpercelen en vervaagden. Tegen de eerste helft van de 20ste eeuw was er op beide oevers van de Dender een duidelijke toename van populieraanplantingen ten nadele van het aandeel grasland ten gevolge van de landbouwcrisissen op het einde van de 19de eeuw. Ten zuiden van de Wellemeersen werd na de Eerste Wereldoorlog de spoorlijn Brussel-Gent-Oostende aangelegd. Hierdoor raakte het gebied ingesloten tussen twee spoorlijnen en het Denderkanaal. Na de Tweede Wereldoorlog bleven een aantal oude bomkraters als vijver over in de Wellemeersen. In de jaren 1950 werd dwars door de Kapellemeersen de autosnelweg E40 aangelegd tussen Brussel en Oostende. De Gatesvijver bleef als relict over van de zandwinning voor het ophogen van de bermen. Door deze infrastructuurwerken raakten de Wellemeersen volledig geïsoleerd. Verschillende wegels naar de meersen werden afgesneden. Langs een van deze oude loswegen staat een populier als kapelboom.

Door de geïsoleerde ligging en de natte bodemgesteldheid werden de Dendermeersen in de loop van de 20ste eeuw steeds minder interessant voor de landbouw en er trad een verdere vernatting op gevolgd door verruiging en ontwikkeling van moerasbos. In 1978 werden de Wellemeersen op de gewestplannen ingekleurd als reservaat en natuurgebied. Eind 20ste eeuw zette de vernatting van het gebied zich verder door wat resulteerde in een afwisseling van elzenbroekbos, aanplantingen van Canadapopulieren en nat grasland. De Welle- en Kapellemeersen vormen vandaag een 350 ha groot natuurgebied en een van de laatste natuurlijke overstromingsgebieden in de Dendervallei. Het gebied kent een grote afwisseling tussen meersen, elzenbroekbos, vijvers, populierbossen en waterrijke open graslanden. De geïsoleerde ligging zorgt voor een hoge gaafheid en creëert een rijk habitat voor zeldzame watergebonden fauna en flora. De landschappelijke structuur en het landgebruik zijn in dit landschap grotendeels ongewijzigd gebleven. Het gaat hierbij over de structuren van wegen en percelen, de beekvallei en het daarbij horende landgebruik van weilanden en natte bossen en de weilanden en akkers op de hogere gronden. Vanuit de dorpen op de steilrand leiden nog een aantal onverharde (voet)wegen naar de meersen.

Motivatie van de afbakening

De kern van het gebied wordt gevormd door de Wellemeersen en de Kapellemeersen, respectievelijk op de linker- en rechteroever van de gekanaliseerde Dender tussen Denderleeuw en Erembodegem. De voormalige hooiweiden in de alluviale vlakte van de Dender bestaan nu uit een aaneenschakeling van verruigde percelen grasland, bronbosjes, aanplantingen van populier en vijvers en liggen als groene ruimte ingesloten tussen de bebouwing. Ongeveer de helft van het gebied is beschermd als cultuurhistorisch landschap ‘Wellemeersen’ (MB 16/05/1980). De afbakening ligt op harde grenzen, met name het talud van spoorlijn 50 Brussel-Gent die de grens vormt in het zuiden en zuidwesten. In het noorden en het oosten worden de bestaande wegen gevolgd. De bebouwing zonder erfgoedwaarde aan de rand van deze wegen maakt geen deel uit van het afgebakende gebied zodat de grens vaak de tuinpercelen volgt aan de achterzijde van de lintbebouwing. In het westen reikt de afbakening tot voorbij de spoorlijn 50A om hier nog een deel van de Wellemeersen mee op te nemen.



Waarden

industrieel-archeologische waarde

De Dender speelde een belangrijke rol in de economische ontwikkeling van de Denderstreek. Het huidig uitzicht van de rivier is het resultaat van het herhaaldelijk rechttrekken en kanaliseren in het verleden om de bevaarbaarheid te optimaliseren. Het slotennetwerk in de meersen getuigt van de pogingen om dit gebied in het verleden te ontwateren en in cultuur te brengen. Verschillende kleine plassen in de meersen zijn relicten van lokale economische activiteiten zoals vlasroten en turfwinning. De grote vijvers getuigen van zandwinning in de 19de en 20ste eeuw. De populierenbosjes in de vallei illustreren het belang van de Denderstreek voor de luciferindustrie tijdens de 19de en 20ste eeuw.

wetenschappelijke waarde

De Welle- en Kapellemeersen vormen een van de laatste natuurlijke overstromingsgebieden in de Dendervallei. Dit gebied omvat het enige vochtige elzenbroekbos tussen Ninove en Dendermonde als resultaat van een verruiging van de historische meersen. De geïsoleerde ligging zorgt voor een hoge gaafheid en creëert een rijk habitat voor zeldzame watergebonden fauna en flora zoals unieke plantenassociaties van het zeggenverbond.

volkskundige waarde

De middeleeuwse Sint-Amanduskapel kent een lange traditie als bedevaartsoord in de Denderstreek. Aan de gelijknamige bron, ‘het Sint-Amandsputteken’, worden helende krachten toegeschreven zoals ook het opschrift op de kapel vermeldt. De kleine kapel is ingeplant op de valleirand en kijkt uit over de weilanden van de Kapellemeers waar tot 1930 in september de ‘Koekengrabbeling’, de bedeling van het Sint-Amandusbrood, plaatsvond. Volgens de traditie werd het heiligenbeeld in een processie van de kapel naar de hoofdkerk gebracht en in de Dender ondergedompeld. Jaarlijks gaan in de kapel een viering en broodbedeling door ter herinnering aan deze traditie.

ruimtelijk-structurerende waarde

De gekanaliseerde Dender loopt centraal door het gebied en scheidt de Welle- en Kapellemeersen van elkaar. Het kanaaltracé geleidt de blik van op het jaagpad en werkt als duidelijke visuele grens sterk structurerend in het landschap. De riviervallei met de erosiewal en de steilrand zijn bepalend geweest voor de dorpsontwikkeling en de uitbouw van het wegennet langs de valleirand. Het beperkt aantal doorsteken tussen de beide oevers versterkt de impact van de rivier als belangrijke landschapsvormende factor. De landschappelijke structuur is in dit landschap grotendeels ongewijzigd gebleven. Het gaat hierbij over de structuren van wegen en percelen, de beekvallei en het daarbij horende landgebruik van weilanden en natte bossen en de weilanden en akkers op de hogere gronden.

historische waarde

De Welle- en Kapellemeersen zijn historische vloeimeersen die werden ingericht op de beide oevers van de Dender en dankzij winterse overstromingen hoge grasopbrengsten voortbrachten. De talrijke percelen historisch permanent grasland, de meerstoponiemen en het slotennetwerk vormen relicten van het landgebruik in het verleden. Verschillende vijvers in de meersen herinneren aan lokale economische activiteiten zoals vlasroten en turfwinning. Een aantal bomkraters uit de Tweede Wereldoorlog zijn eveneens nog zichtbaar als vijver. De dorpen en dorpsakkers liggen op de hogere gronden en de steilrand en refereren aan de historische context die vandaag nog herkenbaar is. Verschillende nog onverharde wegen zijn oude loswegen die de meersen toegankelijk maken vanuit de omliggende dorpen. De Sint-Amanduskapel gaat terug tot de 14de eeuw en vormt sindsdien met de gelijknamige geneeskrachtige bron een belangrijk bedevaartsoord in de streek. De Dender is sinds de 13de eeuw een belangrijke handels- en transportlijn en werd herhaaldelijk rechtgetrokken en uiteindelijk volledig gekanaliseerd in functie van een betere bevaarbaarheid. De rivier was bepalend voor het ontstaan van dorpen erlangs en de ontwikkeling van de economie in de Denderstreek.

esthetische waarde

Het landschap bestaat uit een aaneenschakeling van hooiweiden, ondergelopen elzenbroeken, populierenaanplantingen en verschillende vijvers. De afwisseling in vegetatie zorgt voor een halfopen landschap met hoge belevingswaarde. Het grotendeels bouwvrij zijn en de verschillende onverharde wegen benadrukken het landelijk karakter van dit gebied en dragen bij tot de herkenbaarheid. Het hoogteverschil tussen de lagergelegen vallei en de steilrand levert bij de Dender unieke zichten op de hoger gelegen dorpskernen en akkerlanden die de vallei flankeren. Waar de Dender zijn natuurlijke loop heeft behouden, slingert de rivier tussen graslanden en populieraanplanten. Van bij de Sint-Amanduskapel zijn er zichten op de meanderende Dender en de meersen die refereren aan de historische context.

archeologische waarde

Op de drogere gronden langs de Dendervallei en op de steilrand zijn bewoningssporen van de steentijd tot de middeleeuwen aangetroffen. De archeologische vondsten getuigen van de aantrekkingskracht die de rivier en het toenmalig landschap met de vele gradaties hier uitoefenden op de mens in het verleden. De hoger gelegen gronden waren uitermate geschikt voor bewoning en landbouw wat zich vertaalde in de middeleeuwse en latere dorpsontwikkeling langs de steilrand.


Aanduiding van

Is de vaststelling van

Welle- en Kapellemeersen

Erembodegem (Aalst), Hekelgem, Teralfene (Affligem), Denderleeuw, Welle (Denderleeuw)
De Wellemeersen en Kapellemeersen situeren zich op grondgebied van Welle en Erembodegem. Het is een voormalig hooiweidegebied met strookvormige bospercelen, aan beide zijden van de Dender gelegen. In de 20ste eeuw werden de hooiweiden door populierenaanplanten vervangen. De Sint-Amanduskapel met bron, aan de top van een steile helling ten oosten van de Kapellemeersen gelegen, groeide tot een bedevaartsoord uit.

Is de omvattende vaststelling van

Kapelboom in populierenbos

Erembodegem (Aalst)
Net voorbij het kruispunt van Kapelleveld en Papeveld leidt een grindweg naar beneden richting de Dendervallei. De weg leidt langs een open weiland en passeert vervolgens door een populierenbos en langs de berm van de E40 om uit te komen op het jaagpad op de rechteroever van de Dender. Waar de weg de populierenaanplanting bereikt is aan een van de opgaande bomen een kleine Onze-Lieve-Vrouwkapel bevestigd. De wegel komt al voor op de Kabinetskaart van de Ferraris en wordt in de 19de eeuw aangeduid als 'Berg straat'. Deze weg vormde van op de hoger gelegen gronden in het dorp een toegangsweg naar de meersen en vormde op zich de scheiding tussen de 'Kapelle meersch' en de 'Wierook meersch'. Mogelijk is de huidige kapelboom een voortzetting van een wegkapel of kapelboom langs deze oude ontsluitingsweg.