Landhuis Impdenhof

Beschermd monument van 30-01-2019 tot heden (voorlopige bescherming)

Locatie

Provincie Vlaams-Brabant
Gemeente Meise
Deelgemeente Wolvertem
Straat Drijpikkelstraat
Locatie Drijpikkelstraat 25, Drijpikkelstraat 27, Drijpikkelstraat 27A (Meise)

Administratieve gegevens

Andere nummers
  • 4.001/23050/101.1
  • 4.01/23050/131.1

Is de (gedeeltelijke) bescherming van

Landhuis Impdehof met park

Drijpikkelstraat 25-27, 27A, Meise (Vlaams-Brabant)

18de-eeuw landhuis met bijgebouwen, afgebrand in 1914 en heropgebouwd in neotradionele stijl in 1923, omgeven door park in landschappelijke stijl van circa 5,3 hectare.

Beschrijving

Deze bescherming betreft landhuis Impdehof met aanhorigheden en park.

Waarden

Landhuis Impdehof met aanhorigheden en park is beschermd als monument omwille van het algemeen belang gevormd door de:

historische waarde

Het Landhuis Impdehof, gelegen in het gehucht Imde, is een representatieve en herkenbare getuige van de evolutie van een laatmiddeleeuwse hofstede naar een grote omwalde buitenplaats, die vervolgens uitgroeide tot een aanzienlijk landhuis voor permanente bewoning. Vanaf het einde van de 16de eeuw kochten of bouwden rijke burgers, hier in de regio vooral welgestelde stedelingen uit Brussel, een hofstede, die zij als een bron van inkomsten verpachtten en waar zij in een aangename landelijke omgeving kwamen vertoeven. Vanaf het midden van de 17de en in de loop van de 18de eeuw bouwden deze rijke burgers, vaak bij de bestaande hoeve, een afzonderlijk ruim buitenhuis op een landgoed, dat veelal ‘hof van plaisantie’ of ‘speelgoed’ werd genoemd. Uiteindelijk groeiden deze buitenplaatsen in de 19de eeuw uit tot luxueuze landhuizen met parkdomein bewoond door renteniers of welgestelde burgers, die een belangrijk ambt bekleedden.
De laatmiddeleeuwse hofstede ‘Impdehof’ groeide uit tot een buitenplaats, nieuw opgericht in 1768, in eigendom van twee generaties Wouters woonachtig in Brussel. Als drossaards van Wolvertem stonden zij decennialang in dienst van de welvarende prinsen Tour en Tassis, eigenaars van het nabijgelegen heerlijk kasteel van Imde. De familie Wouters vestigde dan ook haar luxueus buitenverblijf in de onmiddellijke omgeving van haar werkgebied, namelijk recht tegenover de schepenbank van Wolvertem, gelegen op de ‘Cam’ in Imde, en in het zicht van het heerlijke domein van haar broodheren.
Door erfenis verkregen, zullen vervolgens vier generaties van de notabele, welstellende familie t’Kint, alle burgemeester geweest van Wolvertem, het Impdehof bewonen en uitbouwen tot een fraai landhuis in neoclassicistische stijl gelegen in een ruim park aangelegd in landschappelijke stijl. De keuze voor bijzondere cultivars en exoten en de aanplanting van 200 perenvariëteiten in de moestuin laten vermoeden dat de toenmalige eigenaar hier een uitgesproken interesse voor had.
Het aanzienlijke landhuis werd in 1923-1924 wederopgebouwd in een markante en kwaliteitsvolle neotraditionele stijl, nadat het oude herenhuis door brand tot puinen werd verwoest bij de beruchte ‘Slag om Imde’ op 24 augustus 1914. Het landhuis is daarmee een getuige van de historische wederopbouw na de Eerste Wereldoorlog, waar in de beginperiode, tijdens het oprukken van het Duitse leger, heel wat kastelen en rijke villa’s in de regio van Meise en in de wijdere Vlaamse Rand moedwillig in brand werden gestoken.

architecturale waarde

Het Landhuis Impdehof is een representatief voorbeeld van een landhuis in neotraditionele bak- en zandsteenstijl uit het eerste kwart van de 20ste eeuw. Het landhuis werd, na verwoesting, wederopgebouwd in 1923-24 in een stijl die voor de regio van Meise en Wolvertem zeer herkenbaar en kenmerkend is geweest voor 18de-eeuwse rijke, burgerlijke gebouwen (hoeve, pastorie, godshuis of schepenhuis). Het Impdehof vormt een beeldbepalend en nog authentiek bewaard ensemble, dat bestaat uit een groot dubbelhuis met flankerende zijvleugels in combinatie met twee grote aanhorigheden, geschikt als losse bestanddelen rond een U-vormig ereplein in een sterke openheid gericht naar het dorp.
Het landhuis wordt gekenmerkt door harmonische verhoudingen in een symmetrische, driedelige compositie, als een centraal dubbelhuis aan weerszijden omgeven door een diephuisvolume, en door een verzorgde uitvoering van de buitengevels onder steile zadeldaken gevat tussen trapgevels. Architecturaal is het landhuis een kwalitatief uitgevoerd ontwerp in een uitgesproken neotraditionele stijl, gekenmerkt door een markant driedelig volume, met een opvallende rijkelijk uitgewerkte vormgeving door het repetitief aanwenden van hoge trapgevels en van een grote variatie aan gekoppelde kruiskozijnen in steen, afwisselend opgevuld met twee-, drie-, vier- en vijflichtvensters. De voor- en achtergevels zijn opvallend verrijkt met speklagen of muurbanden en doorgetrokken lekdrempels in steen, die per register de muuropeningen aflijnen. Het gebruik van neuten, neggen en hoekblokken, speklagen en lekdrempels in steen accentueren het contrast met de roodbruine kleur van het baksteenwerk. De omlijste rondboogdeur, het stenen bordes met de borstwering van driepassen en de sierankers verlevendigen de voorgevel.
De eclectische inrichting van de bewaarde rijkelijke kamers in het Impdehof is representatief voor de burgerlijke smaak in het begin van de 20ste eeuw, waarbij stijlen uit het verleden worden gecombineerd met eigen interpretaties en door het aanwenden van moderne materialen. De decoratieve interieurafwerking van het Impdehof is zeer verzorgd uitgevoerd. Het landhuis heeft een typische plattegrond met een ruime inkomhal met ontvangstruimte eindigend op een traphal, met aan de westelijke of linkerzijde een enfilade van salons en zitkamers en aan de oostelijke of rechterzijde de functionele ruimten. De rijkelijke leefkamers op de begane grond zijn afwisselend aangekleed in ofwel een ‘rustige’ neoclassicistische stijl ofwel in de meer ‘zware’ neo-Vlaamserenaissance-stijl.
De beide wederopgebouwde aanhorigheden, haaks gelegen aan de straatzijde, bewaren een vrij imposant volume in baksteen, dat in voorkomen en opbouw refereert naar 19de-eeuwse dienstgebouwen, die opgetrokken werden bij rijke hoeves of buitenverblijven. De aanhorigheden uiten zich als sterk beeldbepalend en authentieke elementen binnen de U-vormige configuratie van het landhuis.
Het park in landschappelijke stijl is sinds de aanleg in het derde kwart van de 19de eeuw ongewijzigd gebleven. Het ontwerp van een onbekende, maar niet ongetalenteerde tuinarchitect speelt op vernuftige wijze met het perspectief. De centrale serpentinevijver in J-vorm waarvan het eindpunt slechts door een wandeling ontdekt kan worden en de twee smalle zichtassen langs beide zijden van de vijver creëren een gevoel van wijdsheid en uitgestrektheid. De keuze voor een gevarieerde beplanting met een aandeel bijzondere cultivars en exoten, aangevuld met bomengroepjes van dezelfde soort, onderstreept het pittoresk karakter van het park. Het park met de vijver, centrale gazons, bomenrand, bomengroepen, solitairen en met fraaie architecturale tuinelementen, zoals de boogvormige smeedijzeren tuinbrug en het kunstige amfitheatervormig rotsmassiefje met stuw, bezit nog een grote authenticiteit en herkenbaarheid. Het contrast tussen het formele, open karakter van het ereplein en het intiem en besloten karakter van het park verhoogt de belevingswaarde.

ruimtelijk-structurerende waarde

Het park van het Landhuis Impdehof presenteert zich als een opvallend groenelement aan de rand van de dorpskom. De inplanting van de gebouwen rond een formeel aangelegd ereplein in het zicht van het heerlijke kasteeldomein van Imde heeft een hoge contextwaarde. De tuinarchitectuur, de beplanting, de tuinbrug en het rotsmassiefje werden gebruikt voor het planmatig creëren van zichtlijnen of richtpunten binnen het park.

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.