Beschermd monument

Sint-Annapaviljoen met dienstwoning

Beschermd monument van 12-03-2019 tot 13-12-2019 (voorlopige bescherming verlopen)

De rechtsgeldigheid van dit aanduidingsobject is niet meer actueel.

ID: 113484   URI: https://id.erfgoed.net/aanduidingsobjecten/113484

Besluiten

Sint-Annapaviljoen met dienstwoning
voorlopige beschermingsbesluiten: 12-03-2019  ID: 14773

Beschrijving

Deze bescherming betrof het Sint-Annapaviljoen met dienstwoning.

Deze voorlopige bescherming verliep op 13 december 2019, en werd niet gevolgd door een definitieve bescherming.



Waarden

Het Sint-Annapaviljoen met dienstwoning was beschermd als monument omwille van het algemeen belang gevormd door de:

architecturale waarde

Het Sint-Annapaviljoen, ontworpen in 1950, behoort tot de moderne nutsinfrastructuur waartoe ook onder andere elektriciteitscabines behoren. Waar deze gebouwen tussen 1875 en 1925 meestal een opvallende, pittoreske en/of historiserende vormgeving kregen, koos men tijdens het tweede kwart van de 20ste eeuw er vaker voor om deze gebouwen te doen verdwijnen in hun omgeving door aan te sluiten op de bestaande (woon)architectuur qua materiaal en gabarit. Dit is ook het geval voor het Sint-Annapaviljoen dat aansluit bij de landelijke villa’s langs het oostelijke deel van de Grote Hutsesteenweg.
Hoewel de plannen van het Sint-Annapaviljoen en de dienstwoning ondertekend werden door de ingenieurs van de watermaatschappij, lijkt het gevelontwerp in de eerste plaats het werk van stadsurbanist Frans De Groodt (1912-2009). De gevelontwerpen sluiten aan bij De Groodt’s eerder traditioneel ogende architectuur uit de jaren vijftig met kloeke bakstenen volumes, hoge pannendaken en een detaillering die beïnvloed is door Frank Lloyd Wright en het Nederlandse baksteenmodernisme. Het Sint-Annapaviljoen vertoont inderdaad gelijkenissen met de prairiehuizen die Wright eind 19de en begin 20ste eeuw ontwierp: overkragende schilddaken, een opvallende bakstenen schouw, horizontale raampartijen onder het dak en een horizontale ritmering door het gebruik van verschillend gevelmateriaal per bouwlaag. De invloed van het Nederlandse baksteenmodernisme blijkt onder andere uit het gebruik van de Dudokvoeg.
Het Sint-Annapaviljoen heeft architecturale waarde als voorbeeld van een afsluitingsknoop, een type waterinfrastructuur dat meestal een puur functionele vormgeving heeft of bestaat uit louter ondergrondse infrastructuur. Het Sint-Annapaviljoen daarentegen is een zeldzaam voorbeeld van een afsluitingsknoop waar wel aandacht besteed werd aan een verzorgde architecturale uitwerking, die bovendien aansluit op de landelijke omgeving. De context die aan de basis ligt van deze architecturale kwaliteit, is nog aanwezig en wordt gegarandeerd door de bescherming van de Sint-Annahoeve en omgeving als monument en dorpsgezicht, en het bijhorende beheersplan. De combinatie van het paviljoen, de dienstwoning en het controlegebouw in een groenaanleg, verleent het geheel een grote ensemblewerking. Het heeft ook een hoge herkenbaarheid omdat het exterieur van deze gebouwen sinds begin jaren vijftig amper aanpassingen onderging.

historische waarde

Het Sint-Annapaviljoen met dienstwoning illustreert het toenemend belang dat de overheid in de moderne tijd en vooral in de loop van de 20ste eeuw hechtte aan zuiver drinkwater als een algemeen basisrecht. Hoewel de drinkwatervoorziening al tijdens de Franse periode eind 18de eeuw wettelijk toevertrouwd werd aan de gemeentebesturen – in 1836 bevestigd in de gemeentewet – bleef deze verplichting vaak dode letter. Begin 20ste eeuw nam de nationale overheid enkele initiatieven om gemeenten aan te moedigen een openbare waterleiding in te richten. Zo gaf de wet van 18 augustus 1907 een juridische basis voor de groepering van gemeentes in intercommunales. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog beschikte echter nog altijd maar 11 % van de Vlaamse gemeenten over een waterleiding. Dit leidde tot pleidooien voor meer interventie van de hogere overheid. In de jaren vijftig en zestig werden uiteindelijk heel wat infrastructuurprojecten gerealiseerd zoals de waterbevoorrading via het Albertkanaal, het stuwmeer in Eupen en ook de Sint-Annaknoop, zodat tegen begin jaren zeventig vrijwel alle gemeentes over een waterleiding beschikten.
De Compagnie intercommunale des Eaux de l’agglomération bruxelloise of CIE werd in 1891 opgericht door een aantal Brusselse randgemeenten als eerste intercommunale watermaatschappij. Haar missie was om drinkwater (en bluswater) te winnen en te distribueren en om analyses op dat water uit te voeren. Begin jaren twintig werden alle Brusselse gemeenten-klanten toegelaten als vennoot, en eind 1932 sloot ook de Stad Brussel zich aan bij de gemeenten-vennoten. In dat jaar opende de CIBE in Sint-Genesius-Rode haar tweede grootste reservoir (de “Grande Espinette”) en een collecteur (“Mazy – Espinette”). In de buurt hiervan werd na de oorlog ook de Sint-Annaknoop aangelegd.

industrieel-archeologische waarde

In het Sint-Annapaviljoen is een afsluitknoop ondergebracht die van cruciaal belang is voor de watervoorziening in het Brussels Gewest, maar ook voor Vlaanderen. De Sint-Annaknoop ontvangt het water van het behandelingsstation voor oppervlaktewater in Tailfer (aan de Maas) en van het reservoir van Rode, en stuurt het naar het net van de Tussengemeentelijke Maatschappij der Vlaanderen voor Watervoorziening en naar het Brusselse Gewest. Hiervoor omvat de Sint-Annaknoop de elf oorspronkelijke hoofdafsluiters en drie meters van groot kaliber, waar per dag zo'n 105.000 kubieke meter water kan doorstromen.


Aanduiding van

Is de bescherming van

Sint-Annapaviljoen met dienstwoning

Grote Hutsesteenweg 121 (Sint-Genesius-Rode)
Paviljoen volgens bouwaanvraag van 1950 en dienstwoning van 1952 opgetrokken in eclectische stijl.