Beschermd monument

Woning Neuhuys

Beschermd monument van 23-04-2019 tot heden (voorlopige bescherming)
ID: 113514   URI: https://id.erfgoed.net/aanduidingsobjecten/113514

Besluiten

Woning Neuhuys
voorlopige beschermingsbesluiten: 23-04-2019  ID: 14802

Beschrijving

Deze bescherming betreft de woning Neuhuys, met inbegrip van de voortuin.



Waarden

De woning Neuhuys, met inbegrip van de voortuin, is beschermd als monument omwille van het algemeen belang gevormd door de:

architecturale waarde

De woning Neuhuys is representatief voor de betere interbellumarchitectuur in het voorstedelijk gebied van Antwerpen waarmee bekende architecten zich binnen de heersende traditiegetrouwe particuliere woningbouw wisten te onderscheiden.

Léon Stynen (1899-1990) was meer dan vijftig jaar beroepsmatig actief als architect, stedenbouwkundige, docent, schooldirecteur, onderwijshervormer, beleidsmedewerker en zelfs politicus. Hij realiseerde een omvangrijk en kwalitatief oeuvre waarvan het zwaartepunt in Antwerpen lag. In Antwerpen bleven zowel gebouwen uit zijn beginperiode als uit zijn latere oeuvre bewaard en hij realiseerde er een brede typologische waaier gaande van private woningen over appartementsgebouwen tot handelspanden, kantoren en cinema’s. Na een startperiode waarin Stynen nog teruggreep naar een traditionele of decoratieve architectuur, evolueerde hij in de jaren 1920-1930 naar een consequent modernistisch oeuvre waarmee hij terecht tot het canon van het interbellummodernisme mag gerekend worden. Dat de toenmalige Belgische architectuurtijdschriften (Bâtir, l’ Emulation, Le Document, La Cité, KMBA, ….), die sterk bijdroegen tot het uitdragen en promoten van de modernistische idealen, zijn architectuur belichtten en plaatsten naast die van tijdgenoten zoals onder meer een Alfons Francken (1882-1958), Huib Hoste (1881-1957), Walter Van den Broeck (1905-1945), Henry Van de Velde (1863-1957), Victor Bourgeois (1897-1962) en Eduard Van Steenbergen (1889-1952), getuigt van een eigentijdse waardering buiten de regionale grenzen.

De woning Neuhuys uit 1928 behoort tot het vroege werk van Léon Stynen die zijn carrière begon in het interbellum. Onder invloed van het werk van Le Corbusier en andere nieuwlichters dat hij in de Exposition internationale des arts décoratifs et industriels in Parijs had leren kennen, verdiepte hij zich in deze periode in de ideeën en de realisaties van het nieuwe bouwen en trachtte die in de Belgische context te verwezenlijken. In dezelfde jaren ontwikkelde Stynen met de woning Verstrepen in Boom (1927) en de woning Wuyts in Brasschaat (1928) een eigen modernistische architectuurtaal die sterk aansloot bij de internationale avantgarde (complexe volumetrie, vernieuwende planindeling).

De gaaf bewaarde voorgevel van de woning Neuhuys, opvallend in het straatbeeld met een eerder traditionele en art-decogetinte bebouwing, getuigt van Stynen’s experimenteren met een nieuwe architectuurtaal die de bouwheer Paul Neuhuys, een dadaïstisch dichter uit de Antwerpse literaire avantgarde, hoogstwaarschijnlijk sterk aansprak. Stynen maakt hier gebruik van de verworvenheden en formele eigenschappen van het nieuwe bouwen: de vlakke gevelafwerking met een similipleister, een weloverwogen gevelcompositie met een geometrisch spel van licht verspringende muurvlakken waaronder een uitgesproken inkompartij en het originele stalen deur- en vensterschrijnwerk waarbij de bandramen de horizontale lijn in de gevel benadrukken, scheppen een visueel sterk gevelbeeld dat refereert aan een Corbusiaans puristisch modernisme. Bepalend in het gevelbeeld is de verhouding en indeling van de ramen: het onderste rechthoekige gedeelte van het bandvenster op het gelijkvloers komt terug op de eerste verdieping en het onderste register van de vensters op de eerste verdieping herhaalt zich op de tweede verdieping. Ook de in een verspringend gevelvlak geïntegreerde plantenbak is een vindingrijk detail dat de strenge en strakke gevelgeleding enigszins doorbreekt. Achter dit gevelbeeld gaat een traditioneel woonconcept schuil: de plattegrond toont een bescheiden versie van het 19de-eeuwse enkelhuissysteem met een bewaarde planindeling van aansluitende vertrekken (living en eetplaats) die ontsloten worden door een zijdelingse smalle gang met inkomhal en trap. De binnenafwerking, gekenmerkt door sober en strak uitgevoerde interieurelementen en tegelvloeren met specifieke patronen sluit meer aan bij het zakelijk karakter van de gevel. Vermeldenswaardige interieurelementen uit de bouwperiode zijn de houten trap met een leuning van panelen in limbahout, de wit-zwarte tegelvloeren met dambordpatroon en klein ruitmotief, het houten binnenschrijnwerk, de marmeren schouwmantel en de typische kooflijst die in de meeste vertrekken voorkomt. De op het bouwplan aanwezige voortuin met afsluiting maakt inherent deel uit van het totaalconcept.


Aanduiding van

Is de bescherming van

Woning Neuhuys

Cruyslei 62 (Antwerpen)
Rijwoning met afgesloten voortuin en achtertuin, de meergezinswoning omvat drie bouwlagen en smalle aanbouw van twee bouwlagen, ontworpen in 1928 door Léon Stynen.