Beschermd monument

Abdijhoeve Ten Brukom

Beschermd monument van 10-05-2019 tot heden
ID: 113523   URI: https://id.erfgoed.net/aanduidingsobjecten/113523

Besluiten

Abdijhoeve Ten Brukom met overgangszone
voorlopige beschermingsbesluiten: 10-05-2019  ID: 14812

Beschrijving

Deze bescherming betreft de abdijhoeve Hof ten Brukom, een gesloten hoevecomplex met binnenplaats.



Waarden

De abdijhoeve Hof ten Brukom is beschermd als monument omwille van het algemeen belang gevormd door de:

historische waarde

De abdijhoeve Ten Brukom werd opgetrokken in 1777 ter vervanging van een oudere pachthoeve, in het gehucht Brukom in Sint-Pieters-Leeuw. De hoeve is de laatste fysieke getuige van de eeuwenlange aanwezigheid van de Ter Kamerenabdij op deze locatie en vormt een waardevol historisch relict. Brukom is van oudsher een belangrijk gehucht gelegen op een knooppunt van wegen en waterlopen in een gunstig gelegen natuurlijk landschap dat grote mogelijkheden bood voor landbouw en veeteelt. De omgeving wordt gekenmerkt door oude nederzettingen en woonkernen zoals Brukom, wiens ligging door de bodemgesteldheid en het oude wegennet is bepaald. De geschiedenis van Brukom is nauw verbonden met de cisterciënzerabdij van Ter Kameren (Elsene) die er drie pachthoven bezat, waarvan het ‘Hof te Cloostergoet’ de grootste was. De abdij werd opgericht in 1201 en beschikte al vrij snel over uitgestrekte bezittingen verspreid over een zeventigtal locaties, voornamelijk in de Brusselse randgemeenten en Vlaams-Brabant. Dit grondbezit vormde de basis voor de rijkdom van de abdij en werd in eerste instantie door de abdij zelf geëxploiteerd. De landbouwbedrijven die instonden voor de ontginning van de uitgestrekte bezittingen van de abdij werden later uitgebaat door lekenbroeders of werden verpacht, zoals ook de pachthoven in Brukom. De aanwezigheid van de abdij van Ter Kameren in Brukom gaat terug op een oorkonde van 1238. In 1777 liet de abdij een volledig nieuwe hoeve bouwen, het huidige Hof ten Brukom, ter vervanging van het oudere ‘Hof te Cloostergoet’. De bouw van het nieuwe complex kaderde vermoedelijk in de enorme bouwactiviteit die de abdij ontplooide na de Vrede van Utrecht (1713). Veel van haar hoeven werden vanaf het tweede kwart van de 17de eeuw immers hersteld of uitgebreid. De gebouwen, voorheen van leem- en vakwerk, werden versteend en afgedekt met leien daken. De nieuwe vierkantshoeve in Brukom was aanzienlijk groter dan de oude pachthoeve ‘Hof te Cloostergoet’. Ook na de opheffing van de abdij behield de pachthoeve haar agrarische functie. Het goed wisselde tijdens de 19de eeuw meerdere malen van eigenaar en werd steeds verder verpacht, tot aan het midden van de 20ste eeuw. Bepaalde aanpassingen die toen gebeurden aan de hoeve, getuigen van het bestendigde gebruik van de hoevesite voor agrarische doeleinden. In dit geval betreffen het de vroeg 20ste-eeuwse aanvullingen zoals paardenstallen in de zuidwestelijke vleugel en de in 1938 aangebouwde paardenstallen tegen de straatvleugel.

Het Hof ten Brukom bezit eveneens historische waarde als één van de zeldzame relicten die nog getuigen van het landelijke karakter van het gehucht Brukom. Ten slotte bezit het Hof ten Brukom ook historische waarde als voormalige abdijhoeve. Als pachthoeve in het bezit van een machtige Brusselse abdij getuigt ze van het landbouwsysteem tijdens het ancien regime. De toegangspoort met duiventil, een privilege weggelegd voor adel en clerus, vormde de veruitwendiging van de bijzondere status van de abdijhoeve.

architecturale waarde

De abdijhoeve Hof ten Brukom bezit architecturale waarde als representatief en gaaf bewaard voorbeeld van een monumentaal gesloten hoevecomplex. Dit hoevetype is talrijk vertegenwoordigd in de vruchtbare kleistreken. Doorgaans zijn gesloten hoeven ingericht voor een gemengd landbouwbedrijf, voor veeteelt en het bergen van een belangrijke landbouwproductie. Het betreft vaak zeer grote en architecturaal indrukwekkende ensembles. Deze landbouwuitbatingen worden typologisch gekenmerkt door een zeer gesloten exterieur, wat het geheel een defensief architecturaal karakter verleent. Buitengevels zijn slechts doorbroken door verluchtingsgaten of sporadisch door hoog geplaatste en/of betraliede vensteropeningen. Dit staat in groot contrast met de opengewerkte erfgevels die naargelang de functie een andere uitwerking kennen. Het gesloten hoevecomplex van het Hof ten Brukom is typologisch representatief, maar eveneens uitzonderlijk omwille van zijn uitzonderlijke dimensies en architecturale kwaliteit. De abdijhoeve werd opgetrokken omstreeks 1777 in een zeer typerende bak- en zandsteenarchitectuur onder steile leien bedaking, met afgewolfde zadeldaken. Zowel qua vormgeving als indeling en opstelling beantwoordt het Hof ten Brukom aan de typologie van een 18de-eeuwse gesloten hoeve van het Brabantse type. De gebouwen zijn volgens een rationele rechthoekige configuratie gegroepeerd rondom een gekasseid erf, voorheen met centrale mestvaalt. Het geheel is symmetrisch opgevat en parallel aan de straat ingeplant. De twee hogere haakse vleugels bevatten enerzijds de imposante schuur en anderzijds het woongedeelte met boerenwoning en rentmeesterswoning. Tegenover de straatvleugel met poortgebouw bevindt zich de stalvleugel met veldpoort. Ook wat materiaalgebruik betreft is de abdijhoeve representatief voor de bouwperiode en -stijl. Het onbepleisterde en verankerde baksteenmetselwerk wordt gecombineerd met kalkzandsteen voor plinten, hoekkettingen en negblokken, steigergaten, uilengaten, verluchtingsgaten en poortomlijstingen aan de erfzijde, als ook enkele vensteromlijstingen aan de buitengevels. Blauwe hardsteen wordt aangewend voor de deur-en vensteromlijstingen, als ook voor de overige poortomlijstingen. De geveluitwerking heeft een doorgedreven functioneel karakter en wordt bepaald door de landbouwactiviteiten. Er is een rationele opeenvolging van deur- raam- en laadopeningen die door hun regelmaat en symmetrie tevens een architecturale kwaliteit verlenen. De decoratieve uitwerking van de getoogde deuromlijstingen van de boerenwoning en rentmeesterswoning is typerend voor de bouwperiode en benadrukt de bijzondere status van de bouwheer van de pachthoeve. Dit is eveneens het geval voor het poortgebouw met duiventil, die typologisch representatief is voor abdij- of kasteelhoeves en waarvan de vormgeving met korboogpoort onder een leien (schild)dak kenmerkend is voor Vlaams-Brabant. Ondanks het functionele karakter is de architecturale vormgeving van de stalgebouwen uitzonderlijk doordat gebruik werd gemaakt van een overwelving met bakstenen koepelgewelven op monolithische zuilen van blauwe hardsteen.

De schuur vormt, samen met het poortgebouw, één van de meest uitgesproken onderdelen van de gesloten hoeve. De grootte van de schuren is evenredig met de graaninkomsten van de landbouwuitbating. De graanschuur van het Hof ten Brukom is een representatief voorbeeld van de Brabantse schuur. Het betreft een langsschuur, waarbij de dorsvloer in de lengterichting gesitueerd is, naast de tas. De schuurpoorten bevinden zich bijgevolg in de kopse gevels van het gebouw, die naargelang de dakvorm zijpuntgevels of afgetopte puntgevels zijn, vaak met cirkelvormige uilengaten in de geveltop. Het houten dakgebinte van de schuur wordt geschoord door monumentale bakstenen zuilen ter hoogte van de scheiding tussen dorsvloer en tas, een constructieprincipe dat overwegend voorkomt in Vlaams- en Waals-Brabant.


Aanduiding van

Is de gedeeltelijke bescherming van

Abdijhoeve Ten Brukom

Bergensesteenweg 711 (Sint-Pieters-Leeuw)
Gesloten hoeve met homogeen uitzicht in traditionele bak- en zandsteenstijl van 1777, omvat toegangspoort met duifhuis, paardenstallen, herenwoning, knechtenhuis, stallen en schuur met karrenhuis.

Andere relaties

Heeft als overgangszone

Abdijhoeve Ten Brukom: overgangszone

Bergensesteenweg 711 (Sint-Pieters-Leeuw)