Beschermd monument

Résidence Prince Albert

Beschermd monument van 25-10-2019 tot heden

ID: 113583   URI: https://id.erfgoed.net/aanduidingsobjecten/113583

Besluiten

Résidence Prince Albert
definitieve beschermingsbesluiten: 25-10-2019  ID: 14871

Beschrijving

Deze bescherming betreft Résidence Prince Albert, met inbegrip van de achterliggende tuin.



Waarden

Het appartementsgebouw Résidence Prince Albert is beschermd als monument omwille van het algemeen belang gevormd door:

stedenbouwkundige waarde

De stedenbouwkundige evolutie van de stadswijk ‘Oud Berchem’, die in kern teruggaat tot in de 13de eeuw en in de 16de het voorwerp uitmaakte van een verkavelingsplan, kwam pas in de 19de eeuw na de afbraak van de Spaanse wallen volop tot ontplooiing. Vanaf 1850 werd het landelijk karakter van de wijk progressief verstedelijkt door de inplanting, vooral langs uitvalswegen en parken, van monumentale herenhuizen in eclectische of beaux-artsstijl met bijhorende parktuin. Vanaf de jaren 1920 geraakte dit 19de-eeuwse stadsbeeld stelselmatig versnipperd door de bouw van appartementen. Algemeen won het appartementsgebouw aan belang en kende het een toenemend succes door de sterke stijging van de bouwprijzen en de doorslaggevende nieuwe wet uit 1924 op de gemeenschappelijke eigendom. Tussen beide wereldoorlogen begon het appartementsgebouw het uitzicht van straten en wijken te bepalen die qua omvang, comfort, stijl en plaats in het stedelijk weefsel sterk uiteenliepen.

Naast eenvoudige appartementsgebouwen voor een breder publiek, begon ook een deel van de burgerij interesse te tonen voor het comfortabele appartement met als bevoorrechte locatie de buurt van een park, de percelen langs een brede laan of een straathoek.

De “Résidence Prince Albert”, een luxe appartementsgebouw uit 1936-1937 met selecte locatie aan de rand van een stadspark, uitgevoerd in een kwalitatieve architectuur, is in deze context representatief als voorbeeld voor de ontwikkeling van het stadsbeeld in het interbellum.

architecturale waarde

Ondanks zijn korte loopbaan in ons land en zijn sterk aan Antwerpen gebonden opdrachten, realiseerde Nachman Kaplansky (1904 - sterfdatum ongekend) een consequent modernistisch oeuvre waarmee hij terecht tot het canon van het interbellummodernisme mag gerekend worden. Dat de toenmalige tijdschriften over kunst en architectuur, die sterk bijdroegen tot het uitdragen en promoten van de modernistische idealen in alle disciplines, zijn architectuur van woningen en appartementsgebouwen loofden en plaatsten naast die van tijdgenoten zoals onder meer een L. Stynen, G. Eysselinck, J. De Bruycker, W. Van den Broeck en E. Van Steenbergen, getuigt van een eigentijdse waardering buiten de regionale grenzen.

De appartementsbouw die vooral vanaf de jaren 1920 opgang maakte, varieerde van degelijke art deco realisaties tot bijzondere staaltjes van modernistische architectuur. De tien gekende appartementsgebouwen die Kaplansky voornamelijk in de jaren 1930 in Antwerpen tot stand bracht, behoren tot de meest opmerkelijke modernistische flatgebouwen in de stad, met als meest prestigieuze de "Résidence Prince Albert" uit 1936-1937 aan de Prins Albertlei en de “Résidence Avenue de Belgique” uit 1937-1939 aan de Belgiëlei. Op het vlak van buitenarchitectuur, planindeling en de interieuraankleding -van de gemeenschappelijke delen- is de “Résidence Prince Albert” een gaaf bewaard en aldus representatief voorbeeld. Vergelijkbare voorbeelden van andere architecten zijn de in 1935 ontworpen "Résidence Britannia" door Léon Stynen aan de Britselei, en de eveneens in 1936-1937 tot stand gekomen "Résidence Idéale" door Jules Wellner en Aron Salomon Freudman aan de Belgiëlei.

De gevelfronten van de "Résidence Prince Albert" zijn door hun strakke lijnvoering en heldere opbouw een zuivere uiting van de nieuwe zakelijkheid, sterk geïnspireerd op het werk van Le Corbusier en Dudok. De drieledige voorgevel heeft een zekere dynamiek door de afwisseling van horizontaliserende elementen (bandramen) en het krachtig verticaal accent door de oplopende loggia’s met balkons. Door het “contrast” tussen het parement van witte natuursteen dat zich onderscheidt van de gedrukte pui, bekleed met blauwe hardsteen, lijkt de bovenbouw zich te “onthechten” van de begane grond. Het onversierde, vlakke gevelparement van lichte natuursteen in groot tegelverband creëert een “de-materialisering” van de gevel. Dit wordt nog versterkt door de veelsoortige raampartijen. Kaplansky’s oog voor detail en precisie uit zich verder in het afstemmen van de raamindeling met de sectie en het voegwerk van het gevelparement. De afwisseling tussen vensterpartijen geïntegreerd in het gevelvlak (linkse travee) en vensters verdiept ingepast binnen de dagkanten met lekdrempels (bandraam van de living) creëert reliëf, licht- en schaduwwerking in het  gevelvlak. De bandramen en de van buisleuningen voorziene halfronde balkons refereren aan de pakketbootesthetiek en versterken het zakelijk karakter van het geheel.

Het modernistisch karakter van de achtergevel en de achterbouw ligt voornamelijk in het expressief baksteenmetselwerk, de volumewerking van de halfronde verticaliserende erkerpartij, de verticale glasstroken van de inkomhallen en de traphal en de pilotis-structuur. Van het origineel schrijnwerk in brons en staal bleef het stalen schrijnwerk sporadisch bewaard.

Typologisch is de “Résidence Prince Albert” een luxe appartementsgebouw uit het interbellum met voor die tijd modern wooncomfort, technische en gemeenschappelijke voorzieningen, opgetrokken voor een welgestelde burgerij. De aanwezigheid van een aparte dienstingang, een conciërgewoning, een monte-charge, gegroepeerde meidenkamers op de benedenverdieping en de grootte van de appartementen met scheiding tussen dag-, nacht- en dienstvertrekken kenmerkten dit. Typerend is ook de degelijke uitwerking van de voorgevel en de gemeenschappelijke delen zoals de inkomhal, vestibule, liftschacht en traphal die als “visitekaartje” fungeerden. Deze delen die samen de circulatiezone vormen, en ook de gemeenschappelijke fietsenberging, bleven in hun oorspronkelijke configuratie, ruimteconcept en/of aankleding gaaf bewaard. In de inkomhal en de vestibule verlenen de bewaarde aankleding met marmer en travertijn voor vloer en lambrisering, de met koper uitgewerkte verlichtingsarmatuur, de glazen liftschacht en de ritmerende kolommen een luxueus karakter aan deze ruimtes.

Opvallend in de liftbouw uit de eerste helft van de 20ste eeuw is de bijzondere aandacht voor de uitwerking van de liftschacht, veelal in rijke materialen en afgestemd op het type en de stijl van het gebouw. De bewaarde uitwerking van de liftschacht in de “Résidence Prince Albert”, van de firma Thiery met bouwjaar 1948, met op elk niveau een schachtwand en geïntegreerde liftdeur van glas en staal, voorzien van koperen noppen en dito greep, is in deze context exemplarisch. De liftkooi en technische installatie zijn gewijzigd en hebben  geen erfgoedwaarde.

Gezien de interieurs van de bezochte appartementen op het vlak van planindeling, aankleding en/of inrichting overwegend gewijzigd zijn, dragen zij niet bij tot de erfgoedwaarde van het geheel. De dragende, structurele elementen en steunmuren in de appartementen zijn wel van belang voor de stevigheid van het gebouw.  

In plaats van een gesloten binnenplaats, beschikt het appartementsgebouw over een gemeenschappelijke tuin, die een inval van het daglicht toelaat in de achtergevel en -bouw.


Aanduiding van

Is de bescherming van

Résidence Prince Albert

Prins Albertlei 22 (Antwerpen)
Modernistisch appartementsgebouw van tien bouwlagen naar een ontwerp door de architect Nachman Kaplansky uit 1936.


Andere relaties

Heeft als voorganger

Résidence Prince Albert

Prins Albertlei 22 (Antwerpen)