Teksten van Tramsite Schepdaal

https://id.erfgoed.net/aanduidingsobjecten/1224

Buurtspoorwegmuseum versie 1 17102013 ()

Eind 19de-eeuwse halte en tramstelplaats van de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen gelegen op een lang perceel ten noorden van de Ninoofsesteenweg, op de hoek met de Wijgaardstraat. Aan de Ninoofsesteenweg is de site afgesloten met een haag en toegankelijk via een ijzeren hekken tussen zuilen met een bolbekroning. De halte met stelplaatsen was gelegen op de lijn 911 Brussel-Schepdaal-Ninove.

Historiek

De Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen (NMVB) werd opgericht in 1885, met als doel het Belgisch spoorwegnet met een minder dure infrastructuur aan te vullen. Dit om ook de regio’s zonder treinverbinding te ontsluiten, zowel voor goederen- als personenvervoer. De lijn Brussel-Ninove was de eerste in de toenmalige provincie Brabant die door de maatschappij werd aangelegd. Op 19 april 1887 werd het koninklijk besluit over de concessie voor de lijn Brussel-Schepdaal getekend. De exploitatie van de lijn werd toevertrouwd aan de S.A. pour l'exploitation des Voies Ferrées en Belgiques. In 1890 werd het traject verlengd tot Eizeringen en in 1898 tot Ninove. Het uiteindelijke traject Brussel-Ninove bedroeg 23 kilometer, was dubbelsporig vanaf Brussel tot aan de stelplaats in Schepdaal om van daaruit enkelsporig in een bedding langs de Ninoofsesteenweg haar eindbestemming in Ninove te bereiken. De lijn vervoerde vanuit Schepdaal vooral personen en landbouwproducten zoals aardbeien naar de hoofdstad. In het begin werd de lijn uitgebaat met stoomtractie, vanaf 1905 werd de lijn geëlektrificeerd. In 1933 werd het laatste stuk van de lijn geëlektrificeerd.

In 1887 werden de eerste gebouwen opgericht op de tramstelplaats. Deze 'statie' met 'hangaren' werden in 1888 geregistreerd op het kadaster. In 1890 werd er een stoommachine geregistreerd op de site (pomphuisje links naast de watertoren). In 1894 en in 1904-1905 werd het stationsgebouw verbouwd en uitgebreid. In 1916 werd de vergroting van loods nummer 1 en de bouw van loods nummer 2 (volgens de literatuur gebouwd in 1908) kadastraal geregistreerd. Een laatste grote verbouwing vond plaats in 1926. Omwille van de elektrificatie van de lijn moesten alle sporen voorzien worden van een bovenleiding. Ook werden de poorten van de loodsen verhoogd.

De site zal doorheen de jaren aan belang inboeten ten opzichte van een grotere en modernere stelplaats in Dilbeek. De stelplaats werd in 1962 afgeschaft en er kwam een museum over het buurtspoorwegverkeer. Het museum werd beheerd door de vzw Vereniging voor het Trammuseum (VETRAMU). De laatste tram in Schepdaal reed in 1970. Na de herstructurering van de voormalige Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen in 1991 werd de nieuwe vzw Buurtspoorwegmuseum opgericht voor het beheer van de site. De site werd gerestaureerd en toegankelijk gemaakt sinds 2008. Op het moment van bescherming (2013) is de site in beheer bij Erfgoed Vlaanderen en wordt ze gebruikt als museum over de buurtspoorwegen.

Het museum herbergt voertuigen die een overzicht geven van de verschillende tractiewijzen die de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen in bezit had, zowel de stoomtram, de dieseltram als de elektrische tram en zowel locomotieven als tramstellen maken deel uit van de collectie. Pronkstuk van de collectie is het koninklijke rijtuig van Leopold II (1900). Voor het beheer van deze collectie staat de koepelvereniging MobiliteitsErfgoed Tram en Bus (META) in.

Openingsdata (stoomtractie):
  • Brussel(Ninoofse poort)-Schepdaal: 08.09.1887
  • Schepdaal-Eizeringen: 28.11.1890
  • Eizeringen-Ninove (Burchtdam): 03.11.1898
  • Ninove (Burchtdam)-Ninove (Denderkaai): 19.02.1913
Elektrische tractie:
  • Brussel (Ninoofse Poort)-Dilbeek: 23.03.1910
  • Dilbeek-Schepdaal: 15.09.1925
  • Schepdaal-Eizeringen: 15.03.1926
  • Eizeringen-Ninove (Burchtdam): 16.04.1927
  • Ninove (Burchtdam)-Ninove (Denderkaai): 31.12.1933

Beschrijving

Het gebouwencomplex is ingeplant op een langgerekt perceel, ongeveer 260 meter diep en met een variabele breedte van 25 à 40 meter, langs de Ninoofsesteenweg, op de hoek met de Wijngaardstraat. Het terrein is langs de straatzijde afgesloten met een haag en een ijzeren hekken met zuilvormige hekpijlers met bolbekroning.

Ten zuiden tegen de Ninoofsesteenweg ligt rechts het stationsgebouw en links loods nummer 1 met een smidse en lampisterie tegen de oostgevel, centraal op de site bevinden zich links een pomphuisje, het kolenmagazijn en de watertoren en rechts hiervan een goederenmagazijn en helemaal achteraan ten noorden van de site bevinden zich nog twee grote loodsen (links nummer 2 en rechts nummer 3). Voorts bewaard binnenplein met sporen, vertrekkend van één spoor bij de toegang tot de site en uitgroeiend tot zeven sporen voor de twee grote loodsen nummers 2 en 3 achteraan op de site.

De gebouwen zijn opgetrokken in een neotraditionele baksteenarchitectuur waarin de meeste 19de-eeuwse stations werden opgetrokken. Sobere bakstenen gebouwen onder meestal overkragende zadeldaken (mechanische pannen), soms met uitgewerkte houten windborden. Decoratief gebruik van baksteen voor onder andere muurlijsten, lisenen en baksteenfriezen. Over het algemeen getoogde muuropeningen met hardstenen lekdrempels meestal in verdiepte velden. In de puntgevels van de dienstgebouwen zit meestal een oculus (of radvenster bij de grote loodsen).

Het stationsgebouw was in gebruik als woning voor de stationschef (en voor de overnachting van personeel), als zaal voor het personeel, voor de loketten waar de reizigers terecht konden en als wachtzaal. Onderkelderd bakstenen gebouw met verhoogde begane grond van zes traveeën en twee bouwlagen onder een overkragend zadeldak met houten kroonlijst op schoorstukken (nok min of meer loodrecht op de Ninoofsesteenweg). Aansluitend ten noorden is één travee van één bouwlaag onder zadeldak gebouwd en ten zuiden ligt een nieuw klein sanitair bijgebouwtje. De gecementeerde sokkel is met blauwe hardstenen afzaat. De lijstgevel met muurbanden in licht verheven baksteenmetselwerk.

In de lampisterie werden de petroleumlantaarns, die de trams verlichtten, gevuld en bewaard. De smidse werd gebruikt voor de herstelling van onderdelen voor de sporen, trams en rijtuigen. De watertoren en het kolenmagazijn waren nodig voor de productie van stoom. De watertoren heeft twee bouwlagen onder schilddak met een uitgewerkte bakstenen lijst op de borstwering. Op de verdieping zit de metalen waterbak. Aan de buitengevel is het waterpeil leesbaar en is de hydraulische kraan met verlaat bewaard. Tegen de watertoren aangebouwde zandoven voor het drogen van remzand.

De loodsen hebben grote houten toegangspoorten in de puntgevels onder ijzeren I-lateien. Loods 1 bevat twee sporen en herbergde de stoomlocomotieven tot de komst van de elektrische trams, loods 2 bezit vier sporen en loods 3 bezit drie sporen voor de reizigersrijtuigen van de stoomtram en later de elektrische motorrijtuigen en de aanhangwagens. Loods 2 heeft rechthoekige muuropeningen onder ijzeren I-lateien, het zadeldak wordt gedragen door polonceauspanten. De zadeldaken van loods 1 en 3 worden gedragen door houten driehoekspanten. Goederenmagazijn van één bouwlaag onder verspringend zadeldak. Verhoogde poort met kade om het overladen van de goederen te vergemakkelijken.

Op de site staan nog een éénarmig signaal met verlichting, de aanduidingspalen, een waterkraan met petroleumlantaarn en andere petroleumlantaarns. Ook zijn de sporen met wissels, de bovenleidingen en de elektrische uitrusting en de tramweegschaal nog aanwezig.

De industrieel-archeologische waarde van de site wordt gevormd doordat het een laatste in zijn oorspronkelijke staat bewaard voorbeeld uit de beginperiode van de Buurtspoorwegen is die, reeds op het einde van de 19de eeuw, met hun fijnmazig verkeersnet op hoog technologisch niveau een karakteristiek Belgisch fenomeen vormden.

Bibliografie

  • Archief Agentschap Onroerend Erfgoed Leuven, Beschermingsdossier DB000060.
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Mutatieschetsen Dilbeek, Afdeling VI (Schepdaal), 1888/1, 1890/1, 1906/1 en 1916/3.
  • Inventaris Bouwkundig Erfgoed, ID: 39007, Buurtspoorwegmuseum.
  • BOOGAERTS R. s.d.: Het Buurtspoorwegmuseum te Schepdaal, Rail Revue, 29, 99, 9-13.
  • DELMELLE J. 1981: Histoire des tramways et vicinaux belges, Brussel.
  • DE NIL L. 1990: Tramnostalgie te Schepdaal, Brabant, 5, 14-17.
  • DE PUYDT R.M. 1995: Het Trammuseum in Dilbeek-Schepdaal, Vlaanderen, 254, 8.
  • HELLER H. & KEUTGENS E. 1994: Het buurtspoorwegmuseum te Schepdaal en het Antwerpse tram- en autobusmuseum te Edegem, M&L, 13, 4, 49-55.
  • S.N. 2000: De buurtspoorwegen in de provincie Brabant 1885-1978, Charleroi.
  • S.N. 2008: Tramsite Schepdaal. Een halte in de tijd, Erfwoord, 54, 4-7.
  • VAN DEN NEST H. (red.) 1994: Het Trammuseum, Monumentenmap uitgegeven door het gemeentebestuur van Dilbeek naar aanleiding van Open Monumentendag op zondag 11 september 1994, Dilbeek.
  • VERMEULEN S. (red.) 2010: Schepdaal onder stroom, Monumentenmap uitgegeven door het gemeentebestuur van Dilbeek naar aanleiding van Open Monumentendag op zondag 12 september 2010, Dilbeek.
  • VEREECKE H. 2001: Schepdaal buurtspoorwegmuseum, Het oude land van Edingen en omliggende, 29, 3, 213-219.

Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Je kan deze tekst citeren als: S.N. 2013: Buurtspoorwegmuseum versie 1 17102013 [online], https://id.erfgoed.net/teksten/150189 (geraadpleegd op ).


Tramsite Schepdaal ()

De tramsite te Schepdaal is beschermd als monument. De bescherming omvat het voormalige tramstation met tramstelplaats van de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen, met alle gebouwen met hun historische uitrusting (van vóór 1962), de watertoren met de pompinstallatie, de waterkraan met lantaarn, de verlichtingspalen, de sporen met de wissels, de bovenleidingen en elektrische uitrusting, de kolenbunker, de kleine waterpomp, het armsignaal, de tramweegschaal, de omheining met toegangspoort en het hekwerk.

Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Je kan deze tekst citeren als: S.N. 2013: Tramsite Schepdaal [online], https://id.erfgoed.net/teksten/189477 (geraadpleegd op ).