Beschermd monument

Wederopbouwhoeve De Pollepel met cichorei- en tabaksast en Britse schuilplaats

Beschermd monument van 18-03-2021 tot heden (voorlopige bescherming)

ID
127177
URI
https://id.erfgoed.net/aanduidingsobjecten/127177

Besluiten

Wederopbouwhoeve De Pollepel met cichorei- en tabaksast en Britse schuilplaats
voorlopige beschermingsbesluiten: 18-03-2021  ID: 14968

Beschrijving

Deze bescherming betreft de wederopbouwhoeve De Pollepel met cichorei- en tabaksast en Britse schuilplaats.



Waarden

De wederopbouwhoeve De Pollepel met cichorei- en tabaksast en Britse schuilplaats is beschermd als monument omwille van het algemeen belang gevormd door:

culturele waarde

De ‘Pollepelhoeve’ lag tijdens de Eerste Wereldoorlog dichtbij de frontlinie. Ze was ingericht als medische post en kreeg op Britse loopgravenkaarten de naam “Transport Farm”. Samen met de aanpalende Britse militaire begraafplaats ‘Railway Dugouts Burial Ground’ (beschermd als monument) illustreert ze het verhaal van medische zorg tijdens de oorlog, en de onvermijdelijke samenhang tussen medische posten en begraafplaatsen. De hoevesite is dan ook onlosmakelijk verbonden met het oorlogsgeweld van 1914-1918. Na de oorlog werd, zowel in België als in Frankrijk, de verwoeste frontstreek opnieuw bewoond en in cultuur gebracht. De in 1921-1923 heropgebouwde hoeve getuigt van de wil en de daadkracht van de bevolking om de verwoeste front-streek opnieuw in cultuur te brengen. De samenhang tussen de hoeve en de begraafplaats - twee sites die herinneren aan de Eerste Wereldoorlog - wordt nog versterkt door de paardenkastanje. Deze voor hoeve-erven uitzonderlijke boom werd in de jaren 1920 mogelijk door de Imperial War Graves Commission aan de buur van de begraafplaats geschonken. 

De benaming van de hoeve bleef door de eeuwen heen steeds “tgoed het Poelepel” (oudste vermelding in 1680), “De Pollepel” of “De Potlepel”. De versiering van de heropgebouwde “Ferme de Potlepel” met een pollepelembleem wijst op het belang dat men na de totale vernietiging van de gebouwen aan deze historische continuïteit hechtte.

historische waarde

De gelaagde geschiedenis van ‘De Pollepel’ als een hoeve van het Ieperse Sint-Jansgasthuis gaat minimaal terug tot het einde van de 17de eeuw. Oorlog was toen al bepalend voor de hoevesite. Tot het midden van de 18de eeuw bemoeilijkten overstromingen met militaire doeleinden immers de uitbating van de hoeve. Twee vrijstaande hoevegebouwen ten zuiden en ten noorden van het erf, de grote moestuin en de poel die vanaf 1790 ten zuiden van de hoeve verschijnt, vormen vaste herkenningspunt op historische kaarten van voor de Eerste Wereldoorlog. Door zijn ligging tussen beide sites vormt deze poel vandaag een belangrijk erfgoedelement van zowel de hoeve als de militaire begraafplaats.

De site van de ‘Pollepelhoeve’ en de Britse betonnen schuilplaats aan de overzijde van de Komenseweg zijn onlosmakelijk verbonden met de gebeurtenissen van de Eerste Wereldoorlog. Al tijdens de Tweede Slag bij Ieper (april-mei 1915) werden de eerste doden begraven ten zuiden van de hoeve. Door de inrichting van vooruitgeschoven verband- of medische posten op de hoeve en in de dugouts in de spoorwegberm kende de begraafplaats in 1916 en 1917 een aanzienlijke groei. Het opschrift “1915 Railway Dugouts Burial Ground (Transport Farm) 1918” op de omheiningsmuur van de begraafplaats wijst op de samenhang tussen de begraafplaats (beschermd als monument) en de hoeve die “Transport Farm” werd genoemd op Britse loopgravenkaarten. “Transport Farm” verwijst naar het netwerk van smal-spoorlijnen dat gaandeweg werd aangelegd in de omgeving van de hoeve. Eén van deze spoorlijnen verbond de hoeve met de Britse betonnen schuilplaats die in het laatste oorlogsjaar (na november 1917) werd gebouwd. Waarschijnlijk stond deze bunker in functie van het transport van gewonden van en naar de hoeve. Na de totale vernieling van de hoevegebouwen in de zomer van 1917 was de hoevepoel nog het enige wat in het kraterlandschap, gedocumenteerd in militaire luchtfoto’s, aan de hoeve herinnerde.

architecturale waarde

De in 1921-1923 heropgebouwde ‘Pollepelhoeve’ is representatief voor de hoeveontwerpen van de Ieperse architect Cyrille Schmidt. Met minimaal 26 hoeveontwerpen drukte hij meer dan elk ander architect een stempel op het herstelde platteland rond Ieper. Herkenbaar voor zijn regionalistische baksteenarchitectuur is de woning van ‘De Pollepel’ met de omhaagde voortuin en de voorgevel naar de straat gericht. De voorgevel met dakvenster met sierlijke klokgevel – voor zover bekend een volstrekt unicum bij de hoeves van Schmidt - en pollepelembleem fungeert als visitekaartje van de hoeve. Eveneens kenmerkend is dat de zijpuntgevels van de schuur en de stallen vanaf de straat een symmetrische begeleiding van de architectuur van de woning vormen. In deze sobere, vlak afgelijnde gevels springen de laaddeuren in het oog. Vanaf de straat hebben de in elkaars verlengde liggende boerenwoning en de L-vormige stallen een beeldbepalende semigesloten volumewerking. Ook de chicoreien tabaksast, in de weide ten zuiden van de hoeve, draagt sterk bij tot het beeldbepalend karakter van de ‘Pollepelhoeve’ vanaf de straat en vanaf de begraafplaats. Kenmerkend voor de ast zijn de hogere zadeldaken en het torenvolume van de tabaksast met markerende bakstenen rookkanalen en ronde, metalen windschouwen.

Hoewel in situ heropgebouwd kreeg de ‘Pollepelhoeve’ een nieuwe, vooruitstrevende en meer hygiënische configuratie met een formele scheiding tussen wonen en het stallen van dieren, en het weren van tocht rondom de stallen. Het hoeve-erf wordt gekenmerkt door een uitgekiende, U-vormige opstelling van de rood-bakstenen gebouwen onder roodpannen zadeldaken. De boerenwoning (ten oosten van het erf) wordt geflankeerd door de dwarsschuur met wagen-huizen (ten zuiden) en de stallen op L-vormige plattegrond (ten noorden). Karakteristiek zijn de getoogde of rechthoekige muuropeningen onder strek, het laadvenster boven de voederkeuken en de houten poorten en (stal)deuren met de kenmerkende kleuren van de eigendommen van de Burgerlijke Godshuizen. Strekken in gele baksteen benadrukken de representatieve functie van de woning. Ondanks de regionalistische architectuur werd het zichtbaar laten van de functionele, metalen I-profielen boven de poorten niet geschuwd. De ensemblewerking tussen de hoevegebouwen wordt nog versterkt door de gaaf bewaarde erfoprit met de uitdeinende gekasseide oprit, de forse solitaire witte paardenkastanje in het midden van het erf en het conische bakstenen hondenhok in de schaduw van de boom. Dit traditionele type van hondenhok werd bij de wederopbouw overgenomen van vooroorlogse hoeves. Vandaag zijn gaaf bewaarde voorbeelden zeldzaam geworden.

De interieurs van de nutsgebouwen zijn representatief voor de vooruitstrevende en hygiënische inrichting van landbouwuitbatingen uit de wederopbouwperiode. Zo zijn de muren en de betonnen gewelven witgekalkt. In een aantal nutsgebouwen is net als rond de nutsgebouwen de bestrating van bakstenen op hun kant bewaard. De gebouwen zijn onderverdeeld in afzonderlijke stallen, de voederkeukens, de aardappelkelder, de poortdoorrit enzovoort. Ook de oorspronkelijke kapconstructies zijn gaaf bewaard.

De Britse betonnen schuilplaats is architecturaal erg herkenbaar door zijn halve cilindervorm. Bij dit gemakkelijk en snel te bouwen type werd het betonnen dak gegoten bovenop de gebogen golfplaten of ‘olifantenplaten’. Het plafond in gegolfd plaatijzer zorgde ook voor een betere bescherming. Dit type bunker werd na de Derde Slag bij Ieper (juli-november 1917) massaal gebouwd door de Britten en werd algauw één van de standaardontwerpen. Heel waardevol is de bewaarde ensemblewerking met de hoeve die ingericht was als medische post en de begraafplaats.

industrieel-archeologische waarde

De gecombineerde chicorei- en tabaksast op de ‘Pollepelhoeve’ is industrieel-archeologisch erg uitzonderlijk. In 1892 speelde de landbouwer met de bouw van een chicorei-ast in op het groeiende belang van cichoreiwortelen als nijverheidsteelt. Vanwege het brandgevaar werd de ast bij de poel ingeplant. Na de Eerste Wereldoorlog waren veel asten vernield en ook de bij uitstek West-Vlaamse cichoreiteelt was zwaar gehavend. Zoals elders in de frontstreek rond Ieper en Roeselare werden verwoeste gronden bij de ‘Pollepelhoeve’ opnieuw in cultuur gebracht als cichoreiveld en werd ook de cichorei-ast herbouwd. Typologisch behoort deze ast, heropgebouwd in 1921-1923, tot het type hoogast met twee metalen eestvloeren dat vanaf 1850 ingang vond. Het vrijstaande gebouw is kenmerkend opgedeeld in drie compartimenten: het magazijn voor het opslaan van de gedroogde cichoreibonen, de snijkamer voor het snijden van de cichoreiwortels en de eigenlijke ast voor het drogen van de cichoreibonen. Als antwoord op de tijdelijke heropleving van de tabaks-teelt werd het nijverheidsgebouw in 1942 uitgebreid met een tabaksast. Hiervoor werd het cichoreimagazijn verhoogd met een verdieping. De dubbelast van het type Lannoy werd ingericht door de Roeselaarse astenbouwer Soenen-Vandamme, zoals blijkt uit het opschrift op de ovendeurtjes.

De vroegere functies van het nijverheidsgebouw zijn goed afleesbaar. De chicorei-ast is een vrij gesloten bakstenen gebouw met poort, laaddeuren en  ventilatie-venstertjes, gevat onder een pannen zadeldak. Kenmerkend voor een dubbelast is het torenvolume van de tabaksast in beide zijpuntgevels opengewerkt door boven elkaar geplaatste laaddeuren. Verder markeren twee bakstenen rookkanalen vanuit de onderliggende ovenmonden en twee ronde, metalen windschouwen met vaste eestmuts op de nok de tabaksast.

volkskundige waarde

In de voortuin van de boerenwoning werd tijdens de wederopbouwperiode of het interbellum een Lourdesgrotje opgetrokken als uiting van volksdevotie. De kleine omvang ervan is kenmerkend voor een grotje in de besloten sfeer van een hoevetuin. Uitzonderlijk is het materiaalgebruik van plaatselijke ijzerzand-steenschollen, afkomstig uit de getuigenheuvels ten zuiden van Ieper. De oprichting van Lourdesgrotten en -kapellen kwam in Vlaanderen vooral op gang vanaf het laatste kwart van de 19de eeuw (bouw van de grot van Oostakker in 1873), maar leefde duidelijk ook verder na de Eerste Wereldoorlog.

ruimtelijk-structurerende waarde

De historische samenhang tussen de grote Britse militaire begraafplaats ‘Railway Dugouts Burial Ground’ (beschermd als monument) en de ‘Pollepelhoeve’ waarin tijdens de Eerste Wereldoorlog een medische post ingericht was, wordt gevisualiseerd in de gaaf bewaarde ruimtelijke samenhang (ensemblewerking) tussen beide erfgoedsites. Deze ensemblewerking is ondersteunend voor de monumentaliteit van zowel de begraafplaats (naoorlogse aanleg met witstenen poorten, natuurstenen omheiningsmuur, witstenen headstones, cirkelvormige special memorials, de poel met bomen…) als de hoevegebouwen (de beeldbepalende roodbakstenen volumes onder pannen zadeldaken, de ast met geïsoleerde ligging in de weide met poel tussen de begraafplaats en de hoeve). De weide met poel en ast is uitgesneden uit het grondplan van de begraafplaats, waardoor de hoeve en de begraafplaats als het ware als twee puzzelstukken in elkaar haken. Deze weide is voor de rest onbebouwd vanwege het brandgevaar dat de ast met zich meebracht. Het hoge volume van de ast is dan ook zowel voor de begraafplaats als voor de hoeve beeldbepalend. De rechte lijn van de natuurstenen muur van de begraafplaats langs de Komenseweg wordt doorgetrokken in de geschoren haag van de weide en de voortuin. De historische hoevepoel behoort sinds de wederopbouwperiode deels tot de begraafplaats. De visuele verbinding tussen de hoeve en de begraafplaats wordt versterkt door de onderbreking van de muur van de begraafplaats op die plaats.


Aanduiding van

Is de omvattende bescherming van

Britse schuilplaats Transport Farm

Komenseweg zonder nummer (Ieper)
Britse betonnen schuilplaats uit de Eerste Wereldoorlog, opgetrokken nabij een hoeve die tijdens de oorlog gekend was als ‘Transport Farm’.


Wederopbouwhoeve De Pollepel met cichorei- en tabaksast

Komenseweg 30 (Ieper)
De wederopbouwhoeve is een vroegere eigendom van de Ieperse Burgerlijke Godshuizen met kenmerkend rood-wit geschilderd houtwerk. De hoevenaam gaat minstens terug tot eind 17de eeuw en is afgebeeld in de straatgevel van het huis. Drie vrijstaande gebouwen zijn in U-vorm rondom het aan de straat gelegen erf gegroepeerd. De Britse militaire begraafplaats ten zuiden van de poel en de betonnen schuilplaats aan de overzijde van de weg wijzen op de ligging van de hoeve in de frontlinie van de Eerste Wereldoorlog. Hoewel in 1921-1923 op de oorspronkelijke plaats herbouwd kreeg de hoeve een totaal nieuwe plattegrond. Centraal op het erf staat een witte paardenkastanje, mogelijk rond 1920 geschonken door de Imperial War Graves Commission. Daaronder is de plaats voor het bakstenen hondenhok. Bij de poel is de hoge ast voor zowel chicorei als tabak beeldbepalend. Kenmerkend voor de hoevetypologie van de Ieperse architect Schmidt wordt de woning met naar de straat gerichte voortuin geflankeerd door de zijgevels van de schuur en de stallen. Ondanks de sober en functioneel opgevatte regionalistische baksteenarchitectuur wordt de straatgevel van de woning geaccentueerd door een sierlijke klokgeveltje. In de voortuin werd een Lourdesgrotje in ijzerzandsteen gebouwd.