Vastgesteld landschapsatlasrelict

Haspengouw van Borgloon tot Vechmaal

Vastgesteld landschapsatlasrelict van 23-12-2016 tot heden
ID: 13514   URI: https://id.erfgoed.net/aanduidingsobjecten/13514

Besluiten

Haspengouw tussen Borgloon en Vechmaal
vaststellingsbesluiten: 23-12-2016  ID: 14383

Beschrijving

Dit gebied vormt een uitgestrekt cultuurlandschap met vele historische kasteeldorpen (Bommershoven, Sint-Pieters-Heurne, Heks, Widooie) en domeingoederen (Monnikenhof, Manshoven), afgewisseld met hoeves, akkers, weilanden, hoogstamboomgaarden en bossen, waarbij de verschillende elementen bovendien onderling verbonden zijn door oude wegtracés, waaronder de Romeinse weg. Het gaat om een bijzonder gaaf landschap met een hoge dichtheid aan erfgoedwaarden. Het erfgoed komt bovendien in clusters voor die sterke ensembles vormen en in een relatief onverstoorde context voorkomen.

Gelegen in Droog Haspengouw (Leemstreek), met ten noorden ervan Vochtig Haspengouw (Zandleemstreek) wordt de geologie van dit gebied gekenmerkt door de aanwezigheid van waterdoorlatende lagen (zand, krijt, mergel). Het overwegend open en sterk glooiend landschap bestaat voornamelijk uit vruchtbare akkers. De bewoning is geconcentreerd in dorpen die vooral gelegen zijn in de valleien. Deze valleien zijn vochtiger en bestaan uit hooi- en graslanden en houtkanten, zijn van ecologisch belang, en vormen meer gesloten linten tussen de uitgestrekte open plateaugebieden. Op de heuveltoppen ontbreekt plaatselijk de vruchtbare leemlaag of is deze te dun voor landbouw. Daar liggen de weinige bossen.

Het landgebruik op het einde van de 18de eeuw (Ferrariskaart, 1771-1778) bestond grotendeels uit uitgestrekte akkers op de plateau’s, bossen op de heuveltoppen en omhaagde graslanden in de beekvalleien. In de directe omgeving van de bewoning lagen de boomgaarden. Ze werden gebruikt voor productie van fruit voor eigen consumptie. Deze boomgaarden werden tevens begraasd. Vanaf het midden van de 19de eeuw namen de boomgaarden sterk in aantal toe. Onder invloed van de commercialisering van de fruitteelt werden grote delen van het landschap hier omgevormd tot hoogstamboomgaard. Vanaf ongeveer het midden van de 20ste eeuw werden de hoogstamboomgaarden omgevormd tot laagstamteelt. In het huidige landschap zijn nog vele relicten van hoogstamboomgaarden aanwezig, zowel in de directe omgeving van de bebouwing, maar ook verspreid in het landschap. Veel van de boomgaarden hebben nog hun kenmerkende meidoornhaag, die als afscheiding het vee op de boomgaard hield, en een (giet)ijzeren toegangshek.

Veelvoorkomende landschapselementen, die grotendeels samenhangen met de fysische gesteldheid van het terrein hier, zijn cultuurtaluds (ofwel graften) en holle wegen. Deze twee landschapselementen ontstaan door de combinatie van erosiegevoeligheid van het oppervlak en de invloed van de mens. Holle wegen zijn tot 10m diep ingesneden in de (zand)leembodems (en eventueel onderliggend geologisch substraat). Meestal liggen ze loodrecht op de hoogtelijnen. Langs weerszijden zijn de meestal steile wanden met bomen en struiken (vaak hakhout) begroeid. Cultuurtaluds ontstonden nadat de gronden in gebruik genomen waren als akkers en als gevolg daarvan de erosie toenam. Om deze erosie te bestrijden werden lijnvormige beplantingen aangelegd, parallel met de hoogtelijnen. Op deze plaatsen slibde de grond aan waardoor de hellingsgraad verminderde (en de erosie geremd werd) en een plots niveauverschil ontstond (tot 10m).

Binnen het gebied liggen drie bossen: Zavelberg, Manshovenbos en Magneebos. Deze zijn allen gelinkt aan de lokale bodemgesteldheid bovenop de heuveltoppen, zware klei, die voor landbouw ongeschikt is. Het bos is sinds het einde van de 18de eeuw qua oppervlakte min of meer gelijk gebleven.

De grotten van Hennisdael en de Patrijnenkuil zijn de meest westelijk gelegen mergelgroeves van Vlaanderen en de enige mergelgrotten in het Scheldebekken. Algemeen werd Maastrichtersteen in deze groeves gewonnen, maar lokaal kwam hier ook tauw voor, een overgangsgesteente tussen Maastrichtersteen en silex. De Sint-Pieterskapel van Heurne is een typevoorbeeld voor deze steen. De groeven vormen een bijzondere geosite, een kijkvenster op unieke geologische en hydrogeologische fenomenen en mijnbouwkundige exploitatietechnieken.

In de nabijheid van de belangrijke Romeinse stad Tongeren draagt het landschap nog steeds sporen uit de Romeinse tijd, zowel op het gebied van infrastructuur, bewoning en begraving. Het meest opvallende relict is het vermoedelijke tracé van de voormalige Romeinse weg of heirbaan die een verbinding vormde tussen Bavai, Tongeren en Keulen. Vanaf deze weg waren er vertakkingen in verschillende richtingen, de zogenaamde diverticula. Verspreid in het landschap zijn funderingen van verschillende Romeinse villa’s terug gevonden. Ook zijn er verschillende tumuli in het gebied aanwezig, zowel zichtbaar (Vechmaal en Gutschoven) als genivelleerd (Horpmaal en Heks). Een uitloper van het aquaduct van Tongeren liep naar alle waarschijnlijkheid in het uiterste zuidoosten van het gebied.

Nog kenmerkend zijn de adellijke landgoederen, van heren die in de streek omvangrijke bezittingen verwierven. Deze goederen gaan deels terug op de heerlijkheden die in de middeleeuwen door onder andere de graaf van Loon in leen werden gegeven. Later, in de 17de eeuw namen nieuwe rijke families van kooplieden en fabrikanten hun intrede in het gebied. Zij verwierven veelal ook een adellijke titel en kwamen naast of in de plaats van de oude adellijke families.

In de tweede helft van de 17de eeuw worden vele kastelen gebouwd ter vervanging van oude burchten/mottes. Ook in de tweede helft van de 18de eeuw is er weer hernieuwde bouwactiviteit die in vele gevallen de voorgaande 17de-eeuwse kastelen vervangen. Dit zijn meestal gebouwen in Franse stijl en hebben helemaal geen defensieve functie meer. Op verschillende plaatsen evolueerden de hoeves in de loop van de 19de eeuw tot kasteelhoeves met een landhuis voor de kasteelheer en een vierkantshoeve als economische ondersteuning van de adellijke familie (bijvoorbeeld Widooie, Hinnisdael). Rond deze woningen werd vrijwel altijd een omringend park aangelegd. De rijkdom van het gebied en de aanwezigheid van de lokale heren, die hun macht graag tentoonspreidden, had zijn invloed op de inrichting van het landschap. Dit is bijvoorbeeld duidelijk te zien in de kastelen, omringende parken en dreven, de zeer grote vierkantshoeves, de aanwezigheid van diverse kappellen en monumentjes,... De grote schaal van het landschap en de grote open ruimtes illustreren ook duidelijk het grootgrondbezit dat in dit gebied zicht tot in de 20ste eeuw heeft kunnen handhaven.

De historische bebouwing van het gebied concentreert zich in de dorpen en in geïsoleerde hoeves. De meeste vierkantshoeven evolueerden vanaf de 18de eeuw naar hun huidige vorm. Sommige belangrijke hoeves, die meestal de zetel waren van cijns- of laathoven, evolueerden al voor de 18de eeuw naar een gesloten vorm. Dat is bijvoorbeeld het geval bij het Monnikenhof dat volgens archiefmateriaal in 1651 en 1694 werd beschreven als een verdedigbaar geheel. Het Monnikenhof werd in de 12-13de eeuw gesticht door de cisterciënzerabdij van Villers. De hoeve is een imposant geheel met op het binnenerf een moestuin die al op de Ferrariskaart werd afgebeeld. Rond de hoeve ligt een hoogstamboomgaard, afgesloten door een meidoornhaag. Ook Hinnisdael werd reeds in 1661 als gesloten geheel voorgesteld. Henisdael/Hinnisdael was een Loons leen op het grondgebied van Vechmaal en was voorzien van een burcht met hoeve, omgeven door grachten. De burcht is verdwenen. De gebouwen bestaan uit een gesloten hoeve en een herenhuis uit 1831, verbouwd in de 19de en 20ste eeuw. Het omringende parkje beslaat het oude moestuinperceel. Twee imposante lindes flankeren de erftoegang. Het Manshovenhof was een oud Loons leen, in oorsprong een halfgesloten hoeve. Het Manshovenhof vormt samen met het achterliggende bos, de boomgaarden, meidoornhagen en gekasseide toegangswegen en sterk ensemble. Nabij Bommershoven zijn een tweetal vierkantshoeven gelegen. De Rode Hoeve kwam al als gesloten geheel op de Ferrariskaart (1771-1778) voor. In de hoogstamboomgaarden rond de hoeve staat een uitzonderlijk dikke abeel (omtrek 569cm) . Het Biezenhof was afhankelijk van de landcommanderij Alden Biezen en werd voor de eerste maal vermeld in 1309. De rijke uitbouw van deze imposante hoeves hangt samen met de vruchtbare bodems en de hoge landbouwopbrengsten.

Het gebied omvat verschillende historische dorpen en gehuchten: Borgloon, Grootloon, Sassenbroek, Heks, Vechmaal, Heurne (Widooie en Horpmaal).

Borgloon is, zeker historisch gezien, de belangrijkste plaats in de regio. Tot in de 11de eeuw vervulde het een belangrijke rol als centrum van het graafschap Loon. Belangrijke erfgoedelementen in Borgloon zijn de burchtheuvel, de parochiekerk Sint-Odolpus, het Speelhof met enkele woningen met bouwkundige waarde en de Grote Mot met omringend park en tuin.

Grootloon is een gehucht met belangrijke historische waarde. Het vormde in de middeleeuwen een enclave binnen het graafschap Loon, onderhorig aan het Heilig Roomse Rijk. De buitengrens van deze enclave is in het huidige landschap nog terug te vinden. Meest beeldbepalend in Grootloon is de Sint-Servatiuskerk en de vele hoogstamboomgaarden die het dorp omringen. Diverse boerderijen getuigen van een rijk agrarisch verleden, waaronder de Servaeshoeve.

Het gehucht Sassenbroek omvat enkele waardevolle hoeves en een voormalige watermolen. Naar de watermolen liep een opgestuwde molenloop met bedijking. Er bevond zich een burcht die bovengronds geheel verdwenen is, maar archeologisch sporen zal hebben nagelaten. Een notelaarboomgaard wordt omhaagd door een gevlochten meidoornhaag.

In Widooie zijn een tweetal kasteelsites van belang. Ten eerste het kasteel Terhoven dat van oorsprong een Gallo-Romeins domein was,thans een gesloten herenhoeve met een kasteel en omringende parkaanleg. Het kasteel van Widooie werd in 1662 gebouwd, waarna in de 19de eeuw verbouwd. Monumentaal is de lindeboom op het kruispunt van de straat Widooierlinde, Terhove en de Kasteelweg.

Beeldbepalend voor Heks is het kasteel van Hex. Dit meer dan 100 ha groot landgoed is voor een deel in terrasvorm aangelegd op de flank van een helling die het dorp domineert. In het park zijn klassieke parterretuinen, een dreef van bruine beuken naar de Lod. Lavkistraat, een dreef van platanen naar de Zavelberg en vanaf 1779 ook Engelse tuinen met fabriekjes die nu geïntegreerd zijn in het 25 ha grote park in landschappelijke stijl. Uitzonderlijk zijn de ommuurde, in bedrijf gebleven moestuin met groentekelder en de vermaarde rozencollectie, eeuwenoude bomen en schitterende ligging met vergezichten. In Heks is verder een rijkdom aan bouwkundig erfgoed waaronder de kerk, de pastorie en het voormalige gemeentehuis en –school. Bij de watermolen is een opgestuwde molenloop aanwezig. Verder bevindt zich ten zuidoosten van het kasteel een voormalig klooster en school van de zusters van Sint-Vincentius. Tot de eigendommen van het kasteel hoorden ook nog het hoevecomplex Tournebried en rentmeesterwoning.

In Bommershoven zijn het kasteel en zijn omringende park de meest beeldbepalende elementen in het dorp. De ligging van het kasteel naast de kerk, het kasteelpark in landschappelijke stijl en de pastorie en met een hoogstamboomgaard er tegenover geven het geheel een mooi uitzicht. Aan de overzijde van de hoogstamboomgaard staat een “boswachterswoning” in neotraditionele stijl, gebouwd in het eerste kwart van de 20ste eeuw. Ernaast werd een kleine kapel in dezelfde stijl gezet, met een paardenkastanje. Verder naar het oosten staat op een hoogte tussen de Romeinse weg en een door de ruilverkaveling afgesneden holle weg, de Puesboom. Deze boom wordt op historische kaarten (vanaf 1745-1930) weergegeven en hier stond ooit ook een kapel en mogelijk een galg. De boom is in zijn huidige toestand volledig hol en bestaat zelfs uit twee afzonderlijke delen welke op zich vrij vitaal zijn.

Vechmaal is een relatief groot dorp waarvan de historische structuur nu nog duidelijk herkenbaar is. De dorpskern heeft nog veel open ruimte. Er zijn in de dorpskern enkele gebouwen met bouwkundige waarde, zoals de parochiekerk Sint-Martines, de pastorie en de oude en nieuwe gemeenteschool. Daarnaast omvat het dorp een 14-tal belangrijke hoeves waarvan de gebouwen veelal dateren uit de 19de eeuw, hoewel teruggaand op oudere hoeves. Ten westen van Vechmaal ligt een herenboerderij met klein parkje.

Nabij Vechmaal ligt Sint-Pieters-Heurne, eerste vermelding dateert uit 1175. In Heurne fungeerden drie laathoven: Van Hinnisdael, Horne en Schervensteenpoort. Ook het kapittel van Sint-Martin had er een laathof: Sint-Martinus of Sint-Lambrechtshof. De schepenbank van het dorp vergaderde onder de linde voor de kapel. Ook nu staat er een, nog jonge, lindeboom voor de kapel. Sint-Pieters-Heurne is een kleine kern van enkele hoeves en huizen rond de Romaanse Sint-Pieterskapel (eind 13de eeuw) en het kasteel. Naast de kapel ligt Hoeve de Bellefroid of in ’t Broeck. Deze belangrijke gesloten hoeve werd voor de eerste keer vermeld in 1612. Het kasteel van Heurne is waarschijnlijk ontstaan uit een versterkte hoeve en omvat een vroeg-landschappelijk parkje.

Horpmaal is gelegen aan de bron van de Molenbeek. Het dorp strekt zich uit aan weerszijden van deze smalle waterloop die diep is ingesneden in het plateau. Opvallend archeologisch relict is de motteheuvel van 4-5m hoog en met ringgracht, gelegen in een weiland. In de tweede helft van de 18de eeuw was de mottetoren al afgebroken. Op de nabijgelegen bron, die deze gracht voedde, staat heden een pomp waar de bewoners water kunnen halen. De dorpsstructuur is sinds de Ferrariskaart weinig veranderd. De dorpsstructuur heeft ook nog een vrij open karakter. Tussen de woningen liggen tuinen, weilanden en (restanten van) hoogstamboomgaarden. Op verschillende plaatsen begrenzen meidoornhagen de tuinen. Gebouwen met erfgoedwaarde zijn de parochiekerk Sint-Lambertus, het voormalige klooster en het gemeentehuis en –school en enkele belangrijke hoeves, waaronder hoeve Borghof en hoeve Renwa.

De ankerplaats kent verder een rijkdom aan kleine kapellen en kruisen. In het landschap zijn nog enkele relicten van de spoorlijn Hasselt-Borgloon-Oreye aanwezig. De aanleg van deze spoorlijn in 1899-1900 gaf een economische impuls aan de steek, o.a. door het vervoer van suikerbieten naar Oreye, vanwaar de naam suikertram. Bij Heks is een tramhalte bewaard gebleven en delen van het tracé zijn in het landschap nog waarneembaar.



Waarden

archeologische waarde

Het landschap draagt zowel op het gebied van infrastructuur, bewoning en begraving nog steeds sporen uit de Romeinse tijd. Dit is in deze streek meer uitgesproken vanwege de nabijheid van de stad Tongeren. Het meest opvallende relict binnen dit gebied is het vermoedelijke tracé van de voormalige Romeinse weg of heirbaan die een verbinding vormde tussen Bavai, Tongeren en Keulen. Verspreid in het landschap zijn funderingen van verschillende Romeinse villa’s terug gevonden. Ook zijn er verschillende tumuli in het gebied aanwezig, zowel zichtbaar (Vechmaal en Gutschoven) als genivelleerd (Horpmaal en Heks). Een uitloper van het aquaduct van Tongeren liep naar alle waarschijnlijkheid in het uiterste zuidoosten van het afgebakende gebied.

architecturale waarde

De historische tuinen en parken hebben een duidelijke landschapsarchitecturale waarde, het meest uitgesproken voor de kasteelparken van Heks en Bommershoven.

esthetische waarde

De vele vergezichten in dit open en sterk glooiend landschap dragen in grote mate bij aan de esthetische waarde. Beeldbepalend in de landschapsbeleving zjin de solitaire hoeves, boscomplexen, hoogstamboomgaarden en kleine dorpskernen waar niet zelden de kerk nog direct grenst aan het open landschap. De gave dorpskernen bestaande uit een hoge dichtheid aan bouwkundig erfgoed in combinatie met historische tuinen en parken en houtig erfgoed zijn van grote esthetische waarde. De parken werden bovendien aangelegd met een duidelijk esthetisch oogpunt, wat vandaag de dag nog altijd te ervaren valt.

historische waarde

Het grootste deel van het gebied was in de late middeleeuwen deel van het graafschap Loon. Borgloon was in de 11de eeuw bovendien het centrum van dit graafschap. Grootloon vormde in de middeleeuwen een enclave binnen het graafschap Loon: het behoorde tot het grondgebied van het Sint-Servaaskapittel van Maastricht. De begrenzing van deze enclave is voor ongeveer de helft nog terug te volgen in het hedendaagse landschap door middel van (onverharde) wegen en perceelsgrenzen. Het overleven van dergelijke oude administratieve grenzen is eerder uitzonderlijk.

Kenmerkend voor het gebied zijn de adellijke residenties. Dit zijn deels de opvolgers , als zetels van middeleeuwse van heerlijkheden die in de middeleeuwen door onder andere het de graafschap van Loon in leen werden waren gegeven. Deze komen veelal overeen met de huidige dorpen. Later, in de 17de eeuw namen nieuwe rijke families van kooplieden en fabrikanten hun intrede in het gebied. Zij verwierven veelal ook een adellijke titel en kwamen naast of in de plaats van de oude adellijke families. In de tweede helft van de 17de eeuw worden vele kastelen gebouwd ter vervanging van oude burchten/mottes. Ook in de tweede helft van de 18de eeuw is er weer hernieuwde bouwactiviteit die in vele gevallen de voorgaande 17de-eeuwse kastelen vervangen. Dit zijn meestal gebouwen in Franse stijl en hebben helemaal geen defensieve functie meer.

Op verschillende plaatsen evolueerden de hoeves tot kasteelhoeves met een landhuis waar de kasteelheer verbleef en de vierkantshoeve ter economische ondersteuning van de adellijke familie (bijvoorbeeld Widooie, Hinnisdael). De rijkdom van het gebied en de aanwezigheid van de lokale heren, die hun macht graag tentoonspreidden, heeft invloed gehad op de inrichting van het landschap. Dit is bijvoorbeeld duidelijk te zien in de kastelen, omringende parken en dreven, de zeer grote vierkantshoeves, de aanwezigheid van diverse kappellen en monumentjes,...

Het landgebruik op het einde van de 18de eeuw bestond grotendeels uit uitgestrekte akkers op de plateau’s, bossen op de heuveltoppen en omhaagde graslanden in de beekvalleien. In de directe omgeving van de bewoning lagen de boomgaarden. Deze boomgaarden werden gebruikt voor productie van fruit voor eigen consumptie. Deze boomgaarden werden tevens begraasd. Vanaf de 18de eeuw nemen de boomgaarden sterk in omvang toe en worden grote delen van het landschap in dit gebied omgevormd tot hoogstamboomgaard. In het huidige landschap zijn hier nog vele relicten van aanwezig, zowel van de boomgaarden in de omgeving van de bebouwing als van de boomgaarden uit de latere periode die eerder verspreid in het landschap liggen. Veel van de boomgaarden hebben nog hun kenmerkende meidoornhaag, die een afscheidingshaag vormde om het vee in de boomgaard te houden, en (giet)ijzeren toegangshek.

De historische bebouwing van het gebied concentreert zich in de dorpen en in geïsoleerde hoeves. De meeste vierkantshoeven evolueerden vanaf de 18de eeuw naar hun huidige vorm. Sommige belangrijke hoeves, die meestal de zetel waren van cijns- of laathoven, evolueerden reeds voor de 18de eeuw naar een gesloten vorm. Dat is bijvoorbeeld het geval bij het Monnikenhof dat volgens archiefmateriaal in 1651 en 1694 werd beschreven als een verdedigbaar geheel. Ook en Hinnisdael werd reeds in 1661 als gesloten geheel voorgesteld. Het Manshovenhof behoorde tot het oude Loonse leen en was in oorsprong een semigesloten hoeve. Vanaf de tweede helft van de 19de eeuw werden bij veel van deze hoeves boerenburgerhuizen gebouwd, los van de hoeve en meestal met de voorgevel aan de straat. Rond deze woningen werd vrijwel altijd een omringend park aangelegd.

Binnen het gebied liggen verschillende historische dorpen en gehuchten: Borgloon, Grootloon, Sassenbroek, Heks, Vechmaal, Heurne, Widooie en Horpmaal. Deze dorpen kenmerken zich veelal door de aanwezigheid van kasteel(domeinen), zoals Bommershoven, Widooie en Heks. Op verschillende plaatsen grenst het bouwkundig erfgoed, zoals de kastelen, kerken en vierkantshoeves direct aan het open landschap, soms met hoogstamboomgaarden in de directe omgeving zoals in Grootloon, Bommershoven, Widooie en Heks. Er zijn verschillende historische tuinen en parken in het gebied aanwezig, met die van Heks als de belangrijkste, maar ook in Bommershoven, Widooie, Vechmaal en Borgloon zijn kasteelparken aanwezig. Het gebied kent een rijkdom aan kleine kapellen en kruisen.

Ten zuiden van Vechmaal bevinden zich de grotten van Henisdaal en de Patrijnenkuil. Op deze twee locaties werd het Maastrichtersteen (lokaal ook mergel genoemd) gewonnen. De grotten van Henisdaal zijn nog toegankelijk en kennen een hoge historische waarde. Als gevolg van de middeleeuwse ontginning van In de groeves werd met name in de middeleeuwen kalksteen gewonnen en ook het gesteente Ttauw. Als gevolg hiervan is erontstond een uitgestrekt groevestelsel ontstaan. In de groeves zijn vele sporen van de mijnbouwgeschiedenis bewaard, waaronder ook verschillende inscripties uit de periode wanneer de stenen gewonnen werden. Wanneer vijandelijke legers in de streek verbleven, gebruikte de lokale bevolking de groeven als schuilplaats en ook dat liet sporen na.

Het historisch landgebruik heeft zijn sporen nagelaten in een diversiteit van landschapselementen en houtig erfgoed. Zo zijn er verschillende holle wegen aanwezig in het gebied, onder andere nog zeer gave tussen de groeven van Henisdaal en de Patrijnenkuil. Deze holle wegen ontstonden door een combinatie van betreding door de mens en watererosie. Op hellingen konden de wegen zo diep insnijden. De wegen kenmerken zich meestal door de steile hellingen en bermen waarop een waardevolle vegetatie groeit. Niet zelden komen hier soorten in voor die toegepast werden voor houtwinning, onder ander in functie van geriefhout.

Het houtig erfgoed uit zich voornamelijk in de vele hoogstamboomgaarden die het gebied rijk is. Daarnaast zijn enkele individuele bomen belangrijk vanwege hun historische waarde. In Widooie staat een oude gekandelaarde kleinbladige linde. Deze boom staat op een kruispunt en één van de wegen is genaamd “Widooierlinde”, mogelijk verwijzend naar deze linde. Een andere belangrijke boom is de Puesboom, gelegen aan een afgesneden holle weg en de Romeinse weg te Bommershoven. Deze boom wordt op vrijwel alle historische kaarten (vanaf 1745) als baken in het landschap weergegeven. Er stond een kapel bij de boom en mogelijk een galg, momenteel is daar weinig van terug te vinden behalve een zeshoekige steen. De hoge ligging van deze plaats, circa 10m boven de holle wegen, moet een indrukwekkend beeld hebben gegeven. De boom is in zijn huidige toestand volledig hol en bestaat zelfs uit twee afzonderlijke delen welke op zich vrij vitaal zijn. De boom heeft met zijn lange geschiedenis een belangrijke historische waarde.

industrieel-archeologische waarde

Er zijn op verschillende plaatsen relicten terug te zien van de spoorlijn Hasselt-Borgloon-Oreye. Deze spoorlijn werd aangelegd in 1899-1900 en gaf een economische impuls aan de steek, onder andere door het vervoer van suikerbieten naar Oreye, vanwaar de naam suikertram. Bij Heks is een tramhalte uit die periode bewaard gebleven.

technische waarde

De watermolens met bijbehorende molenlopen in Sassenbroek en Heks zijn voorbeelden van erfgoed met een technische waarde. De Sassenbroekmolen evolueerde van een onder- naar een bovenslagmolen. Hiervoor werd de waterloop door middel van waterbouwkundige ingrepen in het landschap steeds hoger opgestuwd zodat het gewenste verval bereikt werd, een technische verbetering waardoor de molen met grotere kracht kon draaien. Ook voor de watermolen van Heks werd de waterloop afgeleid en opgestuwd voor een optimaal verval.

ruimtelijk-structurerende waarde

Het gebied kenmerkt zich door zijn uitgestrektheid, het glooiend landschap en de vele vergezichten. De valleien vormen meer gesloten linten waar ook de dorpen zich bevinden, net zoals de wei- en hooilanden met houtkanten, tegenwoordig veelal beplant met populieren. Op de hoogste heuveltoppen bevinden zich boscomplexen die sinds het einde van de 18de eeuw qua oppervlakte min of meer gelijk zijn gebleven en die deze toppen accentueren.

wetenschappelijke waarde

De grotten van Henisdael en de Patrijnenkuil zijn de meest westelijk gelegen mergelgroeves van Vlaanderen en de enige mergelgroeven in het Scheldebekken. Algemeen werd Maastrichtersteen in deze groeves gewonnen, maar lokaal kwam hier ook tauw voor, een overgangsgesteente tussen Maastrichtersteen en silex. De Sint-Pieterskapel van Heurne is een typevoorbeeld voor deze steen. De grotten vormen een bijzondere geosite, een kijkvenster op unieke geologische en hydrogeologische fenomenen.


Aanduiding van

Is de vaststelling van

Haspengouw van Borgloon tot Vechmaal

Bommershoven, Borgloon, Broekom, Groot-Loon (Borgloon), Gutschoven, Heers, Heks, Horpmaal, Vechmaal (Heers), Lauw, Piringen, Widooie (Tongeren)
Het is een overwegend open en sterk glooiend landschap, voornamelijk bestaande uit zeer vruchtbare akkers. De bewoning is geconcentreerd in dorpen die vooral gelegen zijn in de valleien. Deze valleien zijn vochtiger en bestaan uit hooi- en graslanden en houtkanten en vormen meer gesloten linten tussen de uitgestrekte open plateaugebieden. Op de heuveltoppen ontbreekt plaatselijk de vruchtbare leemlaag of is deze te dun voor landbouw en liggen beperkte boscomplexen. De ankerplaats vormt een uitzonderlijk landschap waarbij de erfgoedelementen samen een uitgestrekt cultuurlandschap vormen met vele historische kasteeldorpen en domeingoederen, alternerend met een schitterend semi-ruraal kader van hoeves, akkers, weilanden, hoogstamboomgaarden en bossen waarbij de verschillende elementen bovendien onderling verbonden zijn door oude wegtracés (waaronder de Romeinse weg).