Beschermd monument

Elektriciteitscentrale

Beschermd monument van tot heden

ID
13557
URI
https://id.erfgoed.net/aanduidingsobjecten/13557

Besluiten

Elektriciteitscentrale met cultuurgoederen
definitieve beschermingsbesluiten: 02-03-2015  ID: 5686

Beschrijving

De bescherming als monument omvat de elektriciteitscentrale van Izegem, met inbegrip van de reeds als monument beschermde tandem-compound stoommachine (KB 21 februari 1978), alle leidingen, pompen, condensor en toebehoren, de elektrische installaties (dynamo, alternator en schakelbord), en de schoorsteen.



Waarden

De elektriciteitscentrale, inclusief de tandem-compound stoommachine met alle leidingen, pompen, condensor en toebehoren, de elektrische installaties (dynamo, alternator en schakelbord), en de schoorsteen is beschermd als monument, met inbegrip van de cultuurgoederen die er integrerend deel van uitmaken, omwille van het algemeen belang gevormd door de:

sociaal-culturele waarde

De uitbouw van de elektriciteitsproductie en -distributie heeft een belangrijke impact uitgeoefend op de industriële, technologische en socio-economische ontwikkelingen in Vlaanderen. De ligging van de Izegemse elektriciteitscentrale beantwoordt aan de industriële locatiecriteria: het kanaal en de spoorweg vergemakkelijkten de aanvoer van steenkool en er was water in overvloed voor de stoomproductie. Ze was ook dichtbij het stadscentrum gelegen, waar de eerste stadsverlichting en huishoudelijke abonnees zich bevonden.
De bouw van de centrale "Stadselectriciteit" in 1900-1901 leverde Izegem een voorsprong op tegenover andere kleine steden en gemeentes in Vlaanderen: ter vergelijking, de grote elektriciteitscentrales van Zwevegem en Langerbrugge werden pas in 1911 gebouwd. Vastberaden investeerde Izegem in de modernisering van de stad met elektrische verlichting. In het begin sloeg de stadselektriciteit niet aan bij de bevolking en bij de Izegemse schoen- en borstelnijverheid, die nog aan het begin van de mechanisatie stond. De beperkte actieradius van het gelijkstroomnet, de hoge prijzen van en de lage vraag naar elektriciteit vormden een vicieuze cirkel. De stijging van het aantal abonnementen van 15 huishoudens en één bedrijf in 1902 naar een honderdtal huishoudens en 13 bedrijven in 1906 bleef onvoldoende voor een rendabel bedrijf. De vicieuze cirkel werd doorbroken door opeenvolgende prijsverlagingen, capaciteitsverhogingen met nieuwe stoommachines en -ketels, en de uitbreiding van het elektriciteitsnet. In 1927 was de capaciteit van de centrale gestegen tot 2500 pk, en waren er 3315 aangesloten huizen en 428 bedrijven. De Izegemse centrale biedt dan ook een inzicht in de technische ontwikkeling en schaalvergroting in de elektriciteitssector: waar de eerste twee stoommachines - opgesteld in de bewaarde centrale van 1900-1901 - elk slechts 60 pk ontwikkelden, had de 'tandem compound'-stoommachine van 1936 een vermogen tot 1650 pk.
Het ensemble van de elektriciteitscentrale - onlosmakelijk verbonden met de stoommachine waar ze onderdak aan biedt - en schoorsteen vormt een unieke getuige van het industriële verleden van de stad. De capaciteitsverhogingen maakten de bouw van een grotere schoorsteen reeds in 1929 noodzakelijk. De centrale bereikte echter in 1936 haar grootste capaciteit door de plaatsing van de nieuwe stoommachine. Deze 'tandem compound'-stoommachine met installatie voor de opwekking van elektriciteit is industrieel-archeologisch een bijzondere machine. De machine werd geproduceerd door de Gentse firma 'S.E.M Division Usines Carels & Vanden Kerchove'. De elektrische installatie is afkomstig van de 'Ateliers de Constructions Electriques de Charleroi'. Zowel de stoommachine als de elektrische installatie zijn belangrijke voorbeelden van het kunnen van de machinebouw in het interbellum. De stoommachine is met haar maximaal vermogen van 1650 pk en massa van 110 ton wellicht de grootste stoommachine van Vlaanderen. De integratie van de elektrische installatie en de stoommachine, waarbij de rotor van de alternator fungeert als vliegwiel van de stoommachine, is een bijzonder en uniek staaltje techniek. De stoommachine vertegenwoordigt daarenboven een specifieke fase in de ontwikkeling van elektriciteitsopwekking. Er bestaan nog een paar centrales met historisch waardevolle stoominstallaties, maar daarbij gaat het om centrales met stoomturbines. De stoommachine in de centrale van Izegem is op Vlaams niveau een uniek voorbeeld waarbij voor de opwekking van elektriciteit een zuigerstoomsysteem wordt gebruikt.
De nieuwe machinezaal van 1936 is speciaal voor deze grote machine gebouwd. Het functionele en sobere interieur is dan ook op de machine afgestemd en helpt een aantal aspecten begrijpen: de hoge lambrisering in gladde baksteen is onderhoudsvriendelijk, de rolbrug met takel en de werkinstrumenten zoals onder meer grote en kleine sleutels waren nodig voor het onderhoud van de machine. Het marmeren schakelbord vormt eveneens een evident technisch onderdeel van de machinezaal. Ook een aantal elementen in de hoge, open machinezaal van 1900-1901 wijzen nog op de vroegere stoommachines. De geklinknagelde, metalen vakwerkspanten van de oorspronkelijke, tweebeukige centrale zijn bewaard.
De grote rondboogvensters en de zenitale verlichting zijn typologisch kenmerkend voor fabrieksgebouwen, en meer bepaald voor machinezalen: het onderhoud van de stoommachines (smeren, bijregelen enz.) vereiste veel licht. De bewaarde ijzeren ramen zijn typisch voor het interbellum. De machinezaal van 1936 is voorzien van een ingenieus systeem met stroefdraadstangen om de ramen open te draaien.
De ingekaderde affiche voor de plechtige inhuldiging van de "elektrieke verlichting" in 1901 en de dito affiche "50 jaar eigen elektriciteitsdiensten 1901-1951. Bron van lzegem's vooruitgang en welvaart" (twee exemplaren aanwezig) in de nieuwe machinezaal getuigen respectievelijk van de beginfase en van de bloeifase van de centrale. De iconografie van deze affiches is sprekend voor de evolutie van de centrale, met name de verschuiving van de nadruk op stadsverlichting naar industriële ontwikkeling.

industrieel-archeologische waarde

De uitbouw van de elektriciteitsproductie en -distributie heeft een belangrijke impact uitgeoefend op de industriële, technologische en socio-economische ontwikkelingen in Vlaanderen. De ligging van de Izegemse elektriciteitscentrale beantwoordt aan de industriële locatiecriteria: het kanaal en de spoorweg vergemakkelijkten de aanvoer van steenkool en er was water in overvloed voor de stoomproductie. Ze was ook dichtbij het stadscentrum gelegen, waar de eerste stadsverlichting en huishoudelijke abonnees zich bevonden.
De bouw van de centrale "Stadselectriciteit" in 1900-1901 leverde Izegem een voorsprong op tegenover andere kleine steden en gemeentes in Vlaanderen: ter vergelijking, de grote elektriciteitscentrales van Zwevegem en Langerbrugge werden pas in 1911 gebouwd. Vastberaden investeerde Izegem in de modernisering van de stad met elektrische verlichting. In het begin sloeg de stadselektriciteit niet aan bij de bevolking en bij de Izegemse schoen- en borstelnijverheid, die nog aan het begin van de mechanisatie stond. De beperkte actieradius van het gelijkstroomnet, de hoge prijzen van en de lage vraag naar elektriciteit vormden een vicieuze cirkel. De stijging van het aantal abonnementen van 15 huishoudens en één bedrijf in 1902 naar een honderdtal huishoudens en 13 bedrijven in 1906 bleef onvoldoende voor een rendabel bedrijf. De vicieuze cirkel werd doorbroken door opeenvolgende prijsverlagingen, capaciteitsverhogingen met nieuwe stoommachines en -ketels, en de uitbreiding van het elektriciteitsnet. In 1927 was de capaciteit van de centrale gestegen tot 2500 pk, en waren er 3315 aangesloten huizen en 428 bedrijven. De Izegemse centrale biedt dan ook een inzicht in de technische ontwikkeling en schaalvergroting in de elektriciteitssector: waar de eerste twee stoommachines - opgesteld in de bewaarde centrale van 1900-1901 - elk slechts 60 pk ontwikkelden, had de 'tandem compound'-stoommachine van 1936 een vermogen tot 1650 pk.
Het ensemble van de elektriciteitscentrale - onlosmakelijk verbonden met de stoommachine waar ze onderdak aan biedt - en schoorsteen vormt een unieke getuige van het industriële verleden van de stad. De capaciteitsverhogingen maakten de bouw van een grotere schoorsteen reeds in 1929 noodzakelijk. De centrale bereikte echter in 1936 haar grootste capaciteit door de plaatsing van de nieuwe stoommachine. Deze 'tandem compound'-stoommachine met installatie voor de opwekking van elektriciteit is industrieel-archeologisch een bijzondere machine. De machine werd geproduceerd door de Gentse firma 'S.E.M Division Usines Carels & Vanden Kerchove'. De elektrische installatie is afkomstig van de 'Ateliers de Constructions Electriques de Charleroi'. Zowel de stoommachine als de elektrische installatie zijn belangrijke voorbeelden van het kunnen van de machinebouw in het interbellum. De stoommachine is met haar maximaal vermogen van 1650 pk en massa van 110 ton wellicht de grootste stoommachine van Vlaanderen. De integratie van de elektrische installatie en de stoommachine, waarbij de rotor van de alternator fungeert als vliegwiel van de stoommachine, is een bijzonder en uniek staaltje techniek. De stoommachine vertegenwoordigt daarenboven een specifieke fase in de ontwikkeling van elektriciteitsopwekking. Er bestaan nog een paar centrales met historisch waardevolle stoominstallaties, maar daarbij gaat het om centrales met stoomturbines. De stoommachine in de centrale van Izegem is op Vlaams niveau een uniek voorbeeld waarbij voor de opwekking van elektriciteit een zuigerstoomsysteem wordt gebruikt.
De nieuwe machinezaal van 1936 is speciaal voor deze grote machine gebouwd. Het functionele en sobere interieur is dan ook op de machine afgestemd en helpt een aantal aspecten begrijpen: de hoge lambrisering in gladde baksteen is onderhoudsvriendelijk, de rolbrug met takel en de werkinstrumenten zoals onder meer grote en kleine sleutels waren nodig voor het onderhoud van de machine. Het marmeren schakelbord vormt eveneens een evident technisch onderdeel van de machinezaal. Ook een aantal elementen in de hoge, open machinezaal van 1900-1901 wijzen nog op de vroegere stoommachines. De geklinknagelde, metalen vakwerkspanten van de oorspronkelijke, tweebeukige centrale zijn bewaard.
De grote rondboogvensters en de zenitale verlichting zijn typologisch kenmerkend voor fabrieksgebouwen, en meer bepaald voor machinezalen: het onderhoud van de stoommachines (smeren, bijregelen enz.) vereiste veel licht. De bewaarde ijzeren ramen zijn typisch voor het interbellum. De machinezaal van 1936 is voorzien van een ingenieus systeem met stroefdraadstangen om de ramen open te draaien.
De ingekaderde affiche voor de plechtige inhuldiging van de "elektrieke verlichting" in 1901 en de dito affiche "50 jaar eigen elektriciteitsdiensten 1901-1951. Bron van lzegem's vooruitgang en welvaart" (twee exemplaren aanwezig) in de nieuwe machinezaal getuigen respectievelijk van de beginfase en van de bloeifase van de centrale. De iconografie van deze affiches is sprekend voor de evolutie van de centrale, met name de verschuiving van de nadruk op stadsverlichting naar industriële ontwikkeling.

historische waarde

in casu architectuurhistorische waarde: Het technisch en economisch hoogtepunt van 1936 met de 'tandem compound'-stoommachine wordt architecturaal vertaald in de nieuwe machinezaal en de imposante schermgevel door de Izegemse architect Louis Verstraete. De schoorsteen van 1929 en de representatieve gevel van 1936 symboliseren de evolutie van de elektriciteitscentrale naar een groot en prestigieus bedrijf. De gevel van 1936 wordt geritmeerd door de afwisseling van massieve vlakken in rode machinale sierbaksteen en lichtere, verdiepte vlakken in granito-bepleistering. Deze symmetrische compositie wordt aangevuld met rechthoekige vensterregisters, waarin de grote rondboogvensters van de machinezalen, met hun heldere lichtwerking, ingeschreven zijn.
De elektriciteitscentrale met schoorsteen vormt door zijn locatie aan de spoorweg en zijn karakteristieke architectuur reeds van op afstand een herkenbaar en beeldbepalend 'monument van de nijverheid' in het stadsweefsel. De schoorsteen vormt een landmark in de stad. Het opvallende opschrift "Stadselectriciteit" in de gevel van 1936 werd uitgewerkt in typische jaren 1930-letters.


Aanduiding van

Is de bescherming van

Elektriciteitscentrale

Prins Albertlaan 3 (Izegem)
In gebruik genomen in 1901, nadat de gemeente in 1899 beslist om een elektrische centrale in te richten voor de verlichting van de stad. In oorsprong weinig abonnees, maar vanaf de 1909-1911 steeds grotere behoefte onder meer ten gevolge van het mechanisatieproces in de borstel- en schoennijverheid.