Parochiekerk Sint-Veerle, pastorie en gedenkkapel

Beschermd monument van 23-12-2016 tot heden

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Diksmuide
Deelgemeente Oostkerke
Straat Sint-Veerleplein, Oostkerkestraat
Locatie Oostkerkestraat zonder nummer, Sint-Veerleplein zonder nummer (Diksmuide)
Alternatieve naam Parochiekerk Sint-Pharaildis

Administratieve gegevens

Andere nummers
  • 4.001/32003/147.1
  • 4.01/32003/829.1

Is de omvattende bescherming van

Ex situ heropgebouwde parochiekerk Sint-Veerle

Sint-Veerleplein 11, Diksmuide (West-Vlaanderen)

De niet-georiënteerde parochiekerk toegewijd aan Sint-Veerle is in 1922-1923 ex situ heropgebouwd ten westen van het Sint-Veerleplein.

Ex situ heropgebouwde pastorie

Sint-Veerleplein 10, Diksmuide (West-Vlaanderen)

Pastorie gebouwd in 1921 naar ontwerp van de Antwerpse architecten Fernand de Montigny en Louis Somers.

Oorlogsgedenkkapel toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van de IJzer

Oostkerkestraat zonder nummer, Diksmuide (West-Vlaanderen)

De kapel werd in 1924 opgericht ter nagedachtenis van de militaire en burgerlijke oorlogsslachtoffers van Oostkerke.

Geen afbeelding beschikbaar

Orgel kerk Sint-Pharaïldis

Oostkerke (Diksmuide)

De werklijst van Petrus Albertus Loncke (Hoogstade) vermeldt een werk in Oostkerke, te situeren in de 2de helft van de 19de eeuw. Er wordt niet gespecificeerd of het een nieuwbouw betrof ofwel een renovatie. Dit orgel is geheel (of minstens grotendeels) vernield in WO I. Het huidig orgel is gebouwd door Frederik Loncke en zonen (Esen) in 1923, met gebruikmaking van enkele oudere elementen.

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Deze bescherming betreft de parochiekerk Sint-Veerle met cultuurgoederen (volledig perceel), de pastorie (volledig perceel) en de gedenkkapel met cultuurgoederen.

Waarden

Het ensemble bestaande uit:

  • de Sint-Veerlekerk, met inbegrip van de cultuurgoederen
  • de pastorie
  • de gedenkkapel, met inbegrip van de cultuurgoederen

is beschermd als monument omwille van het algemeen belang gevormd door de:

culturele waarde

De toewijding van de kerk van Oostkerke aan Sint-Veerle vormt een uiterst zeldzaam gegeven in Vlaanderen. Ook het iconografisch zeldzame Veerlebeeld, met attributen gans en brood, verwijst naar een verering die minimaal teruggaat tot de 16de eeuw. Het volledig verwoeste en daarna ex situ herbouwde dorp, met het Sint-Veerleplein met kerk, pastorie en oorlogsgedenkkapel als kern, vormt een belangrijke getuige van de Groote Oorlog, die de frontstreek jarenlang in zijn greep hield en voor Europa een culturele breuk met het optimisme van de "lange 19de eeuw" inluidde. Dat van de meer dan honderd verwoeste dorpen in de frontzone er slechts drie ex situ heropgebouwd werden, toont de uitzonderlijkheid van Oostkerke aan. Het oorlogsgedenkteken van Oostkerke kreeg vorm in de gedenkkapel voor de gesneuvelden op het Sint-Veerleplein. Deze uitzonderlijke typologie plaatst de gedachtenis aan de gesneuvelde militairen en burgers in een sacraal kader: de sierlijke naamplaten aan weerszijden van het portaal zijn in de architectuur van de kapelgevel verbonden met het bas-reliëf in de geveltop,· met voorstelling van Onze-Lieve-Vrouw-van- de-IJzer. In de intieme omgeving van het kapelinterieur konden de rouwenden hun geliefden herdenken. De engel van het glasraam spreidt een eredoek voor de oorlogsslachtoffers, die ook herinnerd worden in portretfoto's aan de muren.

historische waarde

De oorsprong van het na de Eerste Wereldoorlog heropgebouwde dorp Oostkerke gaat terug tot de volle middeleeuwen: eind 12de eeuw bouwden afstammelingen van Volcraven vanuit Lampernisse een kapel op gewonnen schorrengebied. Dit Volcravenkinderkerke werd in de 13de eeuw een onafhankelijke parochie, Oostkerke genoemd vanwege de ligging ten oosten van de moederparochie. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was het ontvolkte landbouwdorpje slechts op enkele kilometer van het IJzerfront gelegen. De kerktoren werd het mikpunt van zware beschietingen en het Belgische leger bouwde betonnen bunkers tussen de verwoeste huizen. De totale verwoesting van het dorp opende de weg voor de wederopbouw op een nieuwe locatie. De invloedrijke burgemeester en herenboer Medard Duchatelez nodigde in 1920 zowel koning Albert als wederopbouwminister Henri Jaspar uit voor een bezoek aan het verwoeste Oostkerke, en bekwam toestemming om het dorp te verplaatsten. Op de eind 1920 aangekochte weides verrees in 1921-1923 in ijltempo, zonder vertraging door het bouwrijp maken van de dorpsruïne, het nieuwe dorp rondom het Sint-Veerleplein. Na de pastorie in 1921, volgden van 1922 tot 1924 de pleinwand met huizen, de kerk met imposante toren en de oorlogsgedenkkapel.

architecturale waarde

Bij de ex situ-wederopbouw koppelden de Antwerpse architecten F. de Montigny en L. Somers hun ontwerpen voor de kerk, de pastorie en de gedenkkapel aan een inplanting rondom het nieuwe, ruime Sint-Veerleplein. De gotische, driebeukige hallenkerk vormt een idealisering van de historisch gegroeide gotische kerk met éénbeukig schip en tweebeukig hallenkoor, die in de Eerste Wereldoorlog vernietigd werd. Vooral de slanker herbouwde voorgeplaatste toren vormt daarbij een ijkpunt uit de vooroorlogse skyline. De gedenkkapel is uitgewerkt met een sierlijke gotische gevel. Voor de overige bebouwing werden de vooroorlogse witgeschilderde lijstgevels vervangen door een traditionele architectuur met trap-, klok- en tuitgevels in 'blote' baksteen. Zo ontleent de hoge pastorie zijn uitstraling onder meer aan de sierlijke dakkapel en de imposante zij-trapgevels. Ook de bewaarde houten kruiskozijnen met kleine roedeverdeling in de bovenlichten versterken de herkenbaarheid als wederopbouwarchitectuur.

artistieke waarde

De spitsbogenarcades in profielbaksteen van het bepleisterde kerkinterieur versterken de focus op het neogotische gesamtkunstwerk in de koren, bestaande uit de kleurrijke glasramen, de retabels en de gemaroufleerde ·gewelfschilderingen. De polychrome retabelmedaillons van de vier evangelisten met ganzenveer (hoogaltaar) en hun attributen in de medaillons van de preekstoel staan symbool voor de uitgesproken Bijbelse iconografie van de Sint-Veerleke~k. De glasramen van het Doornikse atelier Camille Wybo putten uit het Nieuwe en het Oude Testament, of uit de volkse bijbeltraditie. In het hoogkoor wordt de Verrijzenis van Christus verbonden met de Oudtestamentische miniatuurscène Jona en de walvis in het boogveld. De glasramen in de zijbeuken zijn volledig aan de Tien Geboden gewijd. Glazenier Wybo toonde zich een meester in de omkadering van de glasramen met een imitatie van natuurstenen traceeren maaswerk, in compositie en in de uitwerking van gezichten en mantels, dit alles in een rijk coloriet. Ook het kleine glasraam van de gedenkkapel is in 1924 sierlijk uitgewerkt door Wybo. In de zijkoren zijn de Onze-Lieve-Vrouw- en Sint-Jozefretabels ingevuld met polychrome gipsen beelden, gesigneerd door de Kortrijkse beeldhouwer Jozef Lelan, en verhalende· bas-reliëfs. Ook het ensemble van heiligenbeelden op in de muur verankerde consoles werd geleverd door Lelan. Uit briefwisseling blijkt dat ook de preekstoel en het overige meubilair door hem geplaatst werden. In het verzorgde pastorie-interieur vormen onder meer de tegelvloeren met bloemmotieven, de marmeren schouwen en de sierlijke trap kenmerkende elementen.

culturele waarde

van de cultuurgoederen die integrerend deel uitmaken van de gedenkkapel: De gedenkkapel bewaart cultuurgoederen die bijdragen tot de culturele waarde ervan. In het interieur concretiseren twee houten memento's met zeven portretfoto's van de gesneuvelden uit het dorp Oostkerke het verlies aan jong menselijk kapitaal. Een achtste medaillon is niet ingevuld en herdenkt de 'onbekende soldaat'. De neogotische altaartafel en het model in gips van het bas-reliëf in de kapelgevel, verduidelijken het sacrale karakter van de gedenkkapel.

artistieke waarde

van de cultuurgoederen die integrerend deel uitmaken van de kerk: De Sint-Veerlekerk bewaart cultuurgoederen die bijdragen tot de artistieke waarde ervan. Ondanks de oorlogsverwoesting bewaart de kerk nog twee 18de-eeuwse schilderijen en een neogotische kruisweg van circa 1900, gered uit de vooroorlogse kerk. De schilderijen maken onderdeel uit van een reeks met de vier evangelisten die in 1716 aan de kerk geschonken werd. Het meubilair en de beelden uit de wederopbouwperiode vormen samen met onder meer de glasramen en de altaren een neogotisch gesamtkunstwerk. De biechtstoelen, communiebanken en koorbanken vertonen verzorgd gotisch traceerwerk, en zijn, blijkens· briefwisseling, ontworpen door het Kortrijkse beeldhouwatelier Jozef Lelan. In de kerk behoren, naast de Maria- en Sint-Jozefbeelden van de zijretabels, nog zes polychrome gipsen beelden, waarvan enkele gesigneerd, op in de muur verankerde consoles, tot hetzelfde waardevol ensemble, dat in de wederopbouwperiode aan de kerk geleverd werd door het atelier Lelan .

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.