Beschermd monument

Priorij Hunnegem: kloostervleugels met pandhof, zusterkoor en speelplaats

Beschermd monument van 19-04-2017 tot heden
ID: 15090   URI: https://id.erfgoed.net/aanduidingsobjecten/15090

Besluiten

Priorij van Hunnegem
definitieve beschermingsbesluiten: 19-04-2017  ID: 14446

Beschrijving

Deze bescherming betreft de kloostervleugels met pandhof, het zusterkoor en de speelplaats (vroegere begraafplaats) van de voormalige priorij van Hunnegem, als uitbreiding van de bij koninklijk besluit van 28 december 1936 beschermde Onze-Lieve-Vrouwekerk van Hunnegem.



Waarden

De kloostervleugels met pandhof en zusterkoor en de speelplaats (vroegere begraafplaats) van de voormalige priorij van Hunnegem als uitbreiding van de bij koninklijk besluit van 28 december 1936 beschermde Onze-Lieve-Vrouwekerk van Hunnegem, zijn beschermd als monument omwille van het algemeen belang gevormd door de:

historische waarde

De priorij van Hunnegem werd in 1624, door toedoen van de abt van de Sint-Adriaansabdij uit Geraardsbergen, als klooster voor zusters benedictinessen uit Atrecht bij de vroegere parochiekerk van Hunnegem gesticht. De oorsprong van het romaanse kerkje van Hunnegem gaat terug op een vroegmiddeleeuwse nederzetting die minstens opklimt tot de 8ste eeuw en als oudste bewoningskern aan de basis van het ontstaan van Geraardsbergen ligt. De kerk van Hunnegem werd in de 11de eeuw de eerste hoofdkerk van Geraardsbergen en was aanvankelijk toegewijd aan Sint-Amandus en Sint-Vaast, maar stond minstens sinds de 14de eeuw bekend als bedevaartplaats van Onze-Lieve-Vrouw. De parochiekerk bezat vanaf haar oprichting het begrafenisrecht. Algemeen wordt aangenomen dat het bijhorende kerkhof zich bevond ter hoogte van de open speelplaats ten noordwesten van de kerk en dat die tot het laatste kwart van de 18de eeuw in gebruik bleef.
Bij de ingebruikname van de vroegere parochiekerk door de benedictinessen in het begin van de 17de eeuw werd het tot kloosterkerk omgevormde gebedshuis toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van de Vrede, waardoor de Mariaverering er een continuïteit kende. Het tussen 1624 en 1627 gebouwde kloosterpand bij de bestaande Hunnegemkerk, werd gerealiseerd met financiële ondersteuning van de benedictijnenabdij van Sint-Vaast in Atrecht die het ontwerp ervan aan hun eigen architect Dom Manessier toevertrouwde. Het 17de-eeuwse kloosterpand werd tegen de zuidoostelijke zijde van de Onze-Lieve-Vrouwekerk ingeplant en ermee verbonden. Het aan de straatzijde gelegen kerkhof en de semi-publieke Onze-Lieve-Vrouwekerk zorgde zodoende voor de visuele en spirituele scheiding tussen de openbare wereld en het afgesloten kloosterleven. Tal van gebouwonderdelen en ruimtes zijn getuigen van de vroegere kloosterfunctie, zoals de pandgang als circulatieweg en bezinningsruimte, de pandhof als hart van de kloostergemeenschap, de recreatiezaal, priorinkamer, refter en kapittelzaal als essentiële onderdelen van de kloosterorganisatie.
In 1796 werd het benedictinessenklooster in de nasleep van de Franse Revolutie afgeschaft en als nationaal goed verkocht. Dankzij de adellijke Reine Eu la lie Veranneman de Watervliet, priores van de afgeschafte abdij van Ghislengien, werd de priorij van Hunnegem in 1816 heropgericht. Vanuit het terug in gebruik genomen kloosterpand ontwikkelde de congregatie zich in de loop van de 19de en 20ste eeuw verder in functie van het toenemend aantal zusters en in functie van haar groeiende onderwijstaak. In 1887 werd de getalenteerde kunstenaar Louis Bert - de l'Arbre, gewaardeerd als promotor van de neogotiek in Geraardsbergen en bekend door zijn engagement in de verdediging van de Vlaamse belangen, door de zusters Benedictinessen van de priorij van Hunnegem aangezocht voor neogotische transformatiewerken aan de kloosterkerk en voor de bouw van een zusterkoor. Door zijn mecenaat en giften droeg hij tevens bij tot de uitbouw van het klooster en schoolcomplex van de priorij van Hunnegem.
Louis Bert voorzag het koor en het schip van de Onze-Lieve-Vrouwekerk in de laatste jaren van de 19de eeuw van een prachtige neogotische muurdecoratie gewijd aan de patroonheiligen en de geschiedenis van de kerk. Deze herinrichting van de romaanse kerk ging gepaard met de bouw van een nieuw neogotisch zusterkoor tegen de noordoostelijke kloostervleugel vanaf 1887, eveneens naar ontwerp van Louis Bert-de l'Arbre. Deze imposante zaal eveneens voorzien van muurschilderingen bleef tot omstreeks 1973 als zusterkoor in gebruik, toen kreeg het een nieuwe functie als tentoonstellingszaal gekend als de 'Paxzaal'.

De historische waarde van de cultuurgoederen wordt als volgt omschreven:
Een aantal cultuurgoederen, zoals beelden en een retabel ondergebracht in de kloostervleugels, zijn historisch en functioneel verbonden met de voormalige priorij van Hunnegem. Ze namen een wezenlijke plaats in het patrimonium van de zustercongregatie in. Deze kunstvoorwerpen werden expliciet vervaardigd voor (zoals het neogotische retabel) of verworven door de congregatie (zoals Sint-Jozef met Jezuskind toegeschreven aan Gabriël Grupello; 17de-eeuwse Ecce Homo).
Een kopie van het bedevaartsbeeld van de zittende Madonna van 1520 neemt een bijzondere plaats in als materiële getuige van de eeuwenlange verering van Onze-Lieve-Vrouw eerst in de parochiekerk en na de oprichting van het benedictinessenklooster op dezelfde locatie door de zusters verdergezet. Het 18de-eeuwse Sint-Anna met Mariabeeld, het 18de-eeuwse terracottabeeld van Onze-Lieve-Vrouw met Kind geplaatst op een zware rolwerkconsole, het 18de-eeuwse Onze-Lieve-Vrouwebeeld en de twee 18de- en 19de-eeuwse Onze-Lieve-Vrouw met Kindbeelden, behoren ook tot deze intense Mariaverering. De 17de-eeuwse voorstelling van de heilige Benedictus is ontegensprekelijk gelieerd aan de patroonheilige van de orde en dateert zelfs uit de ontstaansperiode van de congregatie in Geraardsbergen.

architecturale waarde

Het kloosterpand, opgetrokken tussen 1624 en 1627 tegen de zuidoostelijke zijde van de Onze-Lieve-Vrouwekerk, werd gebouwd volgens het kenmerkende grondplan van de benedictijnen. De kloosterbouw van drie vleugels van twee bouwlagen onder zadeldaken met een in de 19de en 20ste eeuw aangepaste pandgang palend aan de traditioneel bijhorende open pandhof of 'claustrum', is architecturaal herkenbaar voor dit gebouwentype en voor de bouwperiode. Door de globale aanleg, silhouet, volumewerking, hoogte, travee-indeling, oorspronkelijk metselwerk met verwerking van metselaarsteken en natuursteen, is het geheel uitwendig duidelijk herkenbaar als kloosterarchitectuur. De tegen de zuidwestelijke kloostervleugel aangebrachte 17de- en 18de-eeuwse zustergraftekens versterken de historische en architecturale waarde van het pand nog.
Verschillende interieurelementen zijn illustratief voor de 17de-eeuwse oorsprong van de kloostervleugels en hun aanpassingen in de loop van de 18de en 19de eeuw. Het interieur bewaart onder meer merkwaardige graat- en tonggewelfde kelders in de drie vleugels. Ook de vroegere dragende balkenstructuur met moerbalken die onder meer zichtbaar zijn op de begane grond en op de bovenverdieping, de historische circulatiewegen en de indrukwekkende kapconstructie met telmerken die doorloopt over de drie zolderverdiepingen zijn architecturaal heel betekenisvol.
In 1887 werd Louis Bert-de l'Arbre aangezocht om de Onze-Lieve-Vrouwekerk in neogotische stijl opnieuw in te richten. Hij voorzag het koor en schip van de kloosterkerk van een artistiek hooggewaardeerde neogotische muurdecoratie die was opgevat volgens een totaalconcept. Louis Bert opteerde voor een thematiek gewijd aan de verering van Onze-Lieve-Vrouw en aan het leven van de heilige Benedictus en zijn zus Scholastica, gelinkt aan het bijhorende benedictinessenklooster. De neogotische transformatie van de romaanse kerk ging gepaard met de bouw van een nieuw zusterkoor tegen de noordoostelijke kloostervleugel. Het neogotische bakstenen zusterkoor eveneens naar ontwerp van Louis Bert-de l'Arbre van 1887, bezit een onbetwistbare samenhang met de beschermde kloosterkerk, niet in het minst door de monumentale neogotische muurschilderingen die er gefaseerd in 1890-1892 en 1894-1895 werden gerealiseerd, gedateerd 1895 en met vermelding van de naam van de schilder. Deze uitzonderlijke en christelijk geïnspireerde muurdecoratie vormt stilistisch en iconografisch een ensemble met de aanwezige beschermde schilderingen van dezelfde kunstenaar in de kloosterkerk van de priorij.
Naast de neogotische figuratieve schilderingen bleven ook tal van andere oorspronkelijke interieurelementen met neogotisch karakter in het zusterkoor en de vestibule bewaard, zoals onder meer de gedrukte spitsboogdeuren met verzorgd schrijn- en smeedwerk, de houten zoldering op decoratief opengewerkte consoles en met neogotische polychromie, de tegelvloer, de deels beglaasde houten wand tussen kerk en zusterkoor. Het neogotische zusterkoor is dan ook een uiterst representatieve getuige van neogotische kerkelijke architectuur naar ontwerp van Louis Bert- de l'Arbre.

artistieke waarde

Het neogotische zusterkoor van de kloosterkerk, gebouwd vanaf 1887 in de voormalige priorij van Hunnegem, incorporeert neogotisch hoogwaardig schilderwerk van Louis Bert-de l'Arbre (1835-1903). Deze in Geraardsbergen gevestigde kunstenaar wordt niet enkel sterk gewaardeerd omwille van zijn zeer kwalitatief oeuvre maar ook omwille van zijn rol als voorman van de neogotische kunst in Geraardsbergen.
De monumentale geschilderde taferelen imponeren door hun compositorische kwaliteiten, hun rijke uitstraling door het gebruik van bladgoud, het warme en levendige koloriet. De tekening is bovendien zeer verfijnd en tegelijk expressief.
De rijk vormgegeven en kleurrijke muurschilderingen in frescotechniek, aangebracht circa 1890 door Louis Bert-de l'Arbre, vertonen hoogstaande artistieke kwaliteiten. De sterk symbolisch geladen schilderingen met zorgvuldige detaillering sluiten in stilistisch opzicht aan bij de neogotische schilderkunst uit de tweede helft van de 19de eeuw.
De gekozen thematiek handelt over de tronende Christus en de verheerlijking van de heilige Benedictus, verrijkt met gevelopschriften en dateringen. Deze uitzonderlijke en christelijk geïnspireerde muurdecoratie vormt stilistisch en iconografisch een ensemble met de schilderingen van dezelfde kunstenaar in de kloosterkerk van de priorij.
De muurschilderingen in het zusterkoor vormen een eenheid met de eveneens neogotisch uitgewerkte ruimte. Het zusterkoor is daarmee een voorbeeld van een totaalontwerp met een totale afstemming van het uitwendig en inwendig voorkomen in neogotische stijl.

De artistieke waarde van de cultuurgoederen wordt als volgt omschreven:
De bewaarde al dan niet gepolychromeerde beelden(groepen) bieden een staalkaart aan religieus beeldhouwwerk daterend vanaf de 17de tot en met de 19de eeuw en zijn artistiek betekenisvol. Ze zijn exemplarisch voor de evolutie in de artistieke voorstelling, het materiaalgebruik en de uitwerking van historisch beeldhouwwerk.
Het voor de priorij vervaardigde 19de-eeuwse retabel is exemplarisch voor kwaliteitsvolle en artistieke neogotische retabelkunst.

archeologische waarde

De kloostersite van de priorij van Hunnegem is archeologisch van belang omdat ze teruggaat op de middeleeuwse nederzetting Hunnegem. Deze nederzetting met parochie bij Hunnegemkerk zou als oudste bewoningskern aan de basis van het ontstaan van Geraardsbergen liggen. In de 14de eeuw grensde het domein aan de nieuwe stadsversterking aangelegd vanaf 1332 in de onmiddellijke nabijheid van de Hunnegempoort. Na de uiteindelijke slechting in 1690 bleef de laatmiddeleeuwse stadsomwalling zichtbaar in de ruimtelijke structuur en percelering van de kloostersite en in boven- en ondergrondse sporen aldaar.
De onbebouwd gebleven zones op de kloostersite, zoals onder meer de speelplaats en de pandhof, bezitten een groot archeologisch kennispotentieel inzake de ontstaansgeschiedenis van de nederzetting, de laatmiddeleeuwse stadsontwikkeling met bijhorende stadsversterking en de verschillende priorijfazen, omwille van het nog aanwezige bodemarchief.
Ter hoogte van de verharde speelplaats ten noordwesten van de kerk was de vroegere begraafplaats van de stad gelegen, die tot het laatste kwart van de 18de eeuw in gebruik bleef. Algemeen wordt aangenomen dat deze zone een voor Geraardsbergen waardevol archeologisch archief aan ondergrondse restanten vormt, samen met en ter versterking van de erfgoedwaarden van de bij koninklijk besluit van 28 december 1936 beschermde Onze-Lieve-Vrouw van Hunnegemkerk.

sociale waarde

De voormalige benedictinessenpriorij van Hunnegem is sociaal gezien zeer betekenisvol voor de stad Geraardsbergen en specifiek wat het meisjesonderwijs betreft.
Reeds in het midden van de 17de eeuw vlak na de oprichting van de nieuwe congregatie, legden de zusters zich toe op onderwijs voor meisjes, kaderend binnen de lange traditie van de benedictinessen om jeugdonderricht te organiseren. In de loop van de 18de eeuw werd het lesaanbod uitgebreid met een kantleerschool, naar alle waarschijnlijkheid om in te spelen op de kantproductie die voor Geraardsbergen een belangrijke bron van inkomsten was. Deze aandacht voor gedegen meisjesonderwijs zette zich ook door na de heroprichting van de congregatie in de 19de eeuw, zoals opnieuw vastgelegd in de statuten, met de inrichting van algemeen lager onderwijs, weef-, borduur-, brei-, kantwerk- en huishoudscholen voor zowel internen als externen. Met dit onderwijsaanbod poogden de zusters de welstellende burgermeisjes op te voeden, alsook de armoede en verpaupering in het dichtbevolkte Geraardsbergen terug te dringen en bij te dragen tot de ontvoogding van de vele jonge kantarbeidsters. Financieel gesteund door lokale geldschieters, waaronder Louis Bert-de l'Arbre en zijn echtgenote Justine Virginie-de l'Arbre. Tot op heden is de priorijsite van Hunnegem verbonden aan een onderwijsinstelling wat voor een continuering op dit vlak zorgt. Traditioneel nemen leerlingen ook deel aan de historisch-volkskundige stoet bij het Krakelingenfeest die jaarlijks in Hunnegem start en op de Oudenberg eindigt.


Aanduiding van

Is de gedeeltelijke bescherming van

Priorij Hunnegem

Gasthuisstraat 98 (Geraardsbergen)
De Frankische nederzetting Hunnegem met haar romaans kerkje ligt aan de oorsprong van de stad Geraardsbergen. Parochia de Huneghem reeds vermeld in de stichtingsoorkonde van Geraardsbergen van 1068.