Architectenwoning van L. Van Arenbergh uit 1882

Beschermd monument van 17-05-2017 tot heden (voorlopige bescherming)

Locatie

Provincie Vlaams-Brabant
Gemeente Leuven
Deelgemeente Leuven
Straat Blijde-Inkomststraat
Locatie Blijde-Inkomststraat 24 (Leuven)

Administratieve gegevens

Andere nummers
  • 4.001/24062/114.1
  • 4.01/24062/450.1

Is de (gedeeltelijke) bescherming van

Architectenwoning van L. Van Arenbergh uit 1882

Blijde-Inkomststraat 24, Leuven (Vlaams-Brabant)

Dit opmerkelijke, in 1881 ontworpen rijhuis is de voormalige eigen woning van architect Louis Van Arenbergh (Leuven), die reeds in dezelfde straat een tiental jaar eerder een markant privé-woonhuis liet optrekken (nummer 11).

Beschrijving

Deze bescherming betreft de architectenwoning van Louis Van Arenbergh, met inbegrip van achterliggende tuin (volledig perceel).

Waarden

De architectenwoning van Louis Van Arenbergh uit 1882 is beschermd als monument omwille van het algemeen belang gevormd door de:

architecturale waarde

De woning is een representatief voorbeeld van de neo-Vlaamserenaissance-stijl. Vanaf het midden van de 19de eeuw was de jonge natie België op zoek naar een eigen stijl om het land gestalte te geven. Dit resulteerde in een divers gebruik van neostijlen die zich positioneerden tegen de officieel gangbare Franse neoclassicistische vormentaal. De Vlaamse renaissance werd beschouwd als een inheemse interpretatie van de Italiaanse renaissance, aangepast aan eigentijdse noden. Even leek het er zelfs op dat men in de jaren 1870 de neo-Vlaamserenaissance-stijl tot nationale bouwstijl zou uitroepen. De stijl werd dan ook toegepast voor openbare gebouwen met een liberale of vrijzinnige inslag zoals gemeentehuizen en stations maar ook door de gegoede burgerij werd ze de meest geschikte bouwvorm bevonden om uiting te geven aan het familiale leven. De concrete vorm van deze stijl werd in de jaren 1870 onderbouwd door kunsthistorische publicaties en de heruitgave van modelboeken van de zogezegde grondleggers van de Vlaamse renaissance, in het bijzonder Cornelis Floris de Vriendt (1513/1514-1575) en Hans Vredeman de Vries (1527-1607/1609). Met name in Antwerpen - niet toevallig een stad met een rijk renaissance erfgoed- kende de stijl een grote bloei. De woning van Louis Van Arenbergh uit 1882 is een voorbeeld van die 'Antwerpse' neo-Vlaamserenaissance-stijl met de neo-Vredemaneske voluutgevel, het middenrisaliet en de open galerij die herinneren aan het Antwerpse stadhuis (het hoogtepunt van de 16de-eeuwse Vlaamse renaissance), en de ondersteuning van de centrale nis (aedicula) met hermesfiguren (die eerder barok aandoen). Daarnaast is de woning een mooie illustratie van hoe de neo-Vlaamserenaissance zich in deze periode verspreidde vanuit metropolen zoals Brussel en Antwerpen naar provinciesteden zoals Leuven. Voor Leuven is het een zeldzaam en gaaf bewaard voorbeeld van uitgewerkte neo-VIaamserenaissance-stijl, die ook de vormgeving van andere gebouwen in die stad heeft beïnvloed, zoals de woningen aan de Diestsevest 109-113 uit 1881-1883. Een belangrijk aandachtspunt bij de neo-Vlaamserenaissance-stijl uit die periode was het materiaalgebruik, wat moet gezien worden als een promotie voor de Belgische industrie, bouwnijverheid en kunstproductie. Ook de woning Van Arenbergh wordt gekenmerkt door materiaalpolychromie. In de voorgevel wordt gebruik gemaakt van rode en sporadisch gesinterde baksteen, blauwe hardsteen, witte natuursteen, houten balusters en dito kroonlijst. In het interieur overheerst in het 'salon royal' het oorspronkelijk donkere, rijkelijk gesculpteerde eikenhout met verwerking van gekleurde glas-in-loodpanelen en bronzen reliëfs in deuren en schouwbalken. Ook het veelvuldig gebruik van lokale marmersoorten in allerlei kleuren voor de vloeren, basementen en schouwmantels is indrukwekkend. Enkel de zuilen in de inkomhal en die op het eerste bordes sluiten niet aan bij dit idee van eerlijk materiaalgebruik. Deze waren oorspronkelijk beschilderd met marmerimitatie. Van Louis Van Arenbergh zijn er tot op heden slechts een viertal realisaties in neo-Vlaamserenaissance-stijl gekend. In het begin van de jaren 1870 vertoonden de gemeentehuizen van Erps-Kwerps (1872) en Kortenberg (1874) reeds een eerste voorzichtig gebruik van de Vlaamse renaissancevormentaal, hoofdzakelijk in de materiaalpolychromie. Al snel volgde in 1876 de bouw van een riante villa in Zoutleeuw voor vrederechter, en later procureur des konings, Lambert de Corswarem in een uitgesproken pittoreske neo-Vlaamserenaissance-stijl met tudorelementen. Deze woning heeft echter nog een neo-Lodewijk XV geïnspireerd interieur. Van Arenberghs eigen woning daarentegen, is opgevat als een totaalconcept in een luxueuze neo-Vlaamserenaissance-stijl en vormt een synthese van deze stijl en een hoogtepunt van zijn carrière. Daarnaast is de woning illustratief voor de veelzijdigheid en het bedreven vakmanschap van deze eclectische architect die - zoals zijn oeuvrelijst aantoont - zich thuis voelde in elke neostijl (niet alleen neo-Vlaamserenaissance-stijl maar ook neoclassicisme, eclecticisme, neogotiek en zelfs neoromaans). De context van de Blijde-Inkomststraat en in het bijzonder de confrontatie van deze neo-Vlaamserenaissance woning met Louis Van Arenbergh zijn neoclassicistische woning uit 1870, enkele tientallen meters verderop, maakt de eclectische architectuurpraktijk uit het laatste kwart van de 19de eeuw in één oogopslag zichtbaar. Louis Van Arenbergh realiseerde bovendien heel wat private woningen in de omgeving van het station van Leuven, waarvan het merendeel vernield werd tijdens de Eerste Wereldoorlog, waardoor deze woning een zeldzame getuige is van zijn stedelijke private architectuur.

artistieke waarde

Daar waar het oeuvre van Louis Van Arenbergh eerder eclectisch is, vatte hij zijn neo-Vlaamserenaissance woning op als een stilistisch totaalkunstwerk, zowel qua interieur als exterieur, wat het gebouw een hoge ensemblewaarde verleent. Kenmerken zijn een speelse volumewerking met erkers, loggia's, trap- en topgevels, een gevarieerd, duurzaam en polychroom materiaalgebruik, een veelvuldige detaillering en een pittoreske esthetiek, gebaseerd op de stijlen van Hans Vredeman de Vries en Cornelis Floris de Vriendt. Binnen dat homogene stilistisch totaalconcept was er ruimte voor variatie (eenheid in diversiteit). Zo zijn alle marmeren schouwmantels uitgewerkt in een andere vormgeving, techniek en kleur, rekening houdend met het belang van de ruimte. Verder wordt het interieur gekenmerkt door gedetailleerd stucwerk, parket- en plankenvloeren, keramische vloer- en haardtegels, gebrandschilderde glas-in-loodvenster, marmerschilderingen en sierlijk smeedwerk voor hang- en sluitwerk. Geheel volgens het toenmalige decorum, neemt de decoratieve afwerking af per etage. Vervolgens zijn alle kamers aan straatzijde rijker uitgewerkt dan deze aan de tuinzijde en de kamers aan de oostzijde rijker dan deze aan de westzijde. Het vervaardigen van glasramen, smeedwerk, beeldhouwwerk, stucwerk en andere decoratieve elementen werd toevertrouwd aan bekwame kunstenaars en ambachtslui, wat ook wordt aangetoond door de gesigneerde glas-in-loodvensters (Antwerpse glazenier T. Struijs en C.W.).

historische waarde

De woning is een getuige van het bekende Leuvense architectengeslacht Van Arenbergh, dat gevormd werd door Alexander (1799-1877), diens zoon Louis Alexandre Félix (1834- 1888), de ontwerper en opdrachtgever van deze woning, en de kleinzonen Augustin (1870- 1937) en Louis (1868-sterfdatum onbekend). Louis Alexandre, die door zijn vader werd opgeleid, werkte eerst met hem samen en volgde hem nadien op als provinciaal architect van het arrondissement Leuven en als leraar Bouwkunde aan de academie van Leuven. Hij woonde sinds 1882 in het huis aan de Blijde-Inkomststraat 24 in Leuven, waar hij ook overleed op 10 april 1888. Zijn twee zonen Louis en Augustin woonden eveneens in dit huis, Augustin tot 1905. Die laatste werkte professioneel samen met zijn broer en trad eind 19de eeuw ook op als provinciaal architect. Dat de woning aan de overzijde van de straat in 1893 ontworpen werd door Augustin verhoogt deze historische waarde (contextwaarde), evenals de nabijheid van de eerste architectenwoning van Louis Alexandre Van Arenbergh aan de Blijde-Inkomststraat 11 (1870). De figuur van de provinciaal architect was uiterst invloedrijk in de 19de eeuw aangezien hij niet alleen optrad als een controlerende instantie maar ook als ontwerper. Bovendien opereerden deze overheidsarchitecten vaak op het snijvlak van publiek en privaat, met een bloeiende privépraktijk. Zo waren provinciale architecten als ontwerper niet alleen verantwoordelijk voor provinciale gebouwen zoals rijkswachtkazernes maar ook voor beeldbepalende gebouwen in kleinere gemeentes (zonder stadsarchitect) zoals scholen, gemeentehuizen, pastorieën en parochiekerken. Daarnaast ontwierp Van Arenbergh ook heel wat private herenhuizen en villa's.

culturele waarde

De architectenwoning, of het huis dat de architect voor zichzelf bouwt, wordt niet zelden omschreven als een 'visitekaartje', een 'modelproject' of een 'gebouwd· manifest'. In de architectenwoning treedt de architect zelf op als bouwheer, om zonder compromissen zijn persoonlijke ideeën in realiteit om te zetten. Binnen de typologische geschiedenis van het wonen, tekent het begrip 'architectenwoning' zich pas vanaf de latere 18de eeuw geleidelijk af. De opkomst en de vermenigvuldiging van het burgerlijke woonhuis, het stijleclecticisme en de ontwikkeling van het bouwbedrijf, bieden de architect in de latere 19de eeuw de mogelijkheid zijn nieuw verworven status als succesvol kunstenaar en welgesteld burger te demonstreren met een woning als staal van eigen kunnen. Toch zijn in Vlaanderen slechts weinig voorbeelden uit die periode gekend. Het aantal beschermde architectenwoningen in neo-Vlaamserenaissance-stijl is beperkt en de reeds beschermde architectenwoningen in Vlaams-Brabant situeren zich hoofdzakelijk in de 20ste eeuw. De woning van Louis Van Arenbergh uit 1882 met de verzorgde, luxueuze uitstraling van zowel de straatgevel als het interieur, heeft bovendien een grote symbolische betekenis als leefomgeving van de architect. Typisch is het gebruik van architectenattributen in de gevel, zoals de passer, om het beroep van de bewoner te veruitwendigen. De keuze voor de neo-Vlaamserenaissance-stijl met zijn rijke ambachtelijke en artistieke afwerking, kan waarschijnlijk gelezen worden als een poging van de opdrachtgever-ontwerper om het artistieke karakter van het beroep te benadrukken in plaats van het ambtelijke karakter van zijn functie als provinciaal architect.

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.