beschermd monument van tot heden ( voorlopige bescherming)
Burgerhuis De Coutere-Plas
voorlopige beschermingsbesluiten: 19-12-2025 ID: 15543
Het burgerhuis De Coutere-Plas met cultuurgoederen is beschermd als monument.
Het monument Burgerhuis De Coutere-Plas in Deinze is van algemeen belang wegens de volgende erfgoedwaarden:
De woning van zijdefabrikant De Coutere-Plas is een herkenbaar en gaaf bewaard voorbeeld van een burgerhuis in vroege art-decostijl of zogenaamde proto art deco. Een dergelijk totaalconcept in deze stijl met een sterke ensemblewaarde tussen exterieur en interieur is erg zeldzaam in een kleinstedelijke context. Het burgerhuis is gebouwd omstreeks 1920 naar een ontwerp van de Gentse architect Jules Van den Hende, voor de uitvoering bijgestaan door beeldhouwer Geo Verbanck. Bij de woning hoorde een neoklassieke tuinaanleg naar ontwerp van tuinarchitect Henri Bourgeois-Burvenich uit 1923. Kenmerkend voor de proto art deco is de eerder klassiek opgebouwde gevel afgewerkt met simili-pierre voorzien van een uitbundige decoratie. Fauna en flora komen terug in het fries dat de gevel aflijnt, in de borstwering van de vensters en in de opvallende omlijsting van de deurpartij. Het decoratief programma verwijst naar het beroep van de bouwheer als zijdefabrikant. Exterieur en interieur vinden een evenwicht tussen het monumentale en decoratieve karakter van de beaux-artsstijl en de meer gestileerde en moderne vormgeving van de art deco. Uitgesproken art-decovormgeving is onder meer te zien in het geometrisch glas-in-loodraam van de toegangsdeur met het motief van de opkomende zon en in de uitbeelding van een faun op de metalen radiatorkasten in de inkomhal. Ook de diverse, rijkelijke materiaalkeuzes met onder meer het gebruik van kleurrijke marmers, glas in lood en metaal, ademen de geest van de art deco. Burgerhuis De Coutere-Plas getuigt zo van de toenmalige stijlvoorkeuren en de geleidelijke evolutie naar geometrie en stilering in de decoratie. Dit is ook kenmerkend voor het oeuvre van architect Jules Van den Hende. Het Flandria Palace Hotel in Gent uit 1912 is zijn bekendste ontwerp. Hij combineerde daar de beaux-artstraditie met gestileerde, eigentijdse en florale motieven, wat rond 1920 resulteerde in enkele ontwerpen in proto art deco. Het burgerhuis in Deinze is hier het meest rijkelijk uitgewerkte voorbeeld van. De samensmelting tussen architectuur, beeldhouwkunst en kunstnijverheid was essentieel voor de persoonlijke, herkenbare stijl van Jules Van den Hende. Opvallend is ook het progressieve ontwerp met een centraal-radiale compositie met de grote ronde eetkamer als het hart van de woning. Deze dynamische indeling werd doorgetrokken in de vormgeving van deuren en erkers met gebogen vormen. Het burgerhuis is daarnaast een gaaf tijdsdocument van een interbellumwoning met een uitzonderlijk, integraal bewaard interieur, dat gaat van de afwerking van vloeren, wanden, trappen en schrijnwerk, tot alle details van de afwerking én inrichting, inclusief bewaard vast meubilair, marmere
Het vakmanschap van het ontwerp en de verfijning in de afwerking van exterieur en interieur wijzen op een sterke band tussen de opdrachtgever, de architect en de uitvoerders. Dit kadert ook in de toenmalige institutionele verwevenheid tussen architectuur en kunstambacht, die werd aangestuurd vanuit het architectuuronderwijs en leidde tot tal van verenigingen van kunstenaars en architecten. In de inkomhal van het burgerhuis De Coutere-Plas brachten de uitvoerders het kunstambacht onder de aandacht door de uitbeelding van een wapenschild dat verwijst naar de kunsten en gehanteerd werd door verenigingen die zich met kunst en kunstnijverheid bezighielden, zoals de Gentse kring Kunst en Kennis. Deze kunstkring verenigde oud-leerlingen en leerlingen van de Gentse academie. Van den Hende en Verbanck waren hier beide actief bij betrokken. Uit de keuze voor luxueuze materialen, verschillende vormen van kunstnijverheid en een rijkelijke decoratie die onlosmakelijk verbonden is met de zijdenijverheid, blijkt dat het huis gezien werd als een statussymbool. De straatgevel in simili-pierre getuigt van een uitzonderlijke hoge materiaaltechnische en artistieke kwaliteit. De decoratieve afwerking omvat florale ornamenten van de bladeren en de vruchten van de witte moerbei - het voedsel van de zijderups –, maar ook in de faunistische uitbeeldingen van zijderupsen, poppen en vlinders wordt het proces van de zijdeteelt geïllustreerd. Dit wordt radicaal doorgetrokken in de representatieve ruimtes van het interieur. De gevoeligheid en het artistieke en technische vakmanschap van de bas-reliëfs van Geo Verbanck en bij uitbreiding alle decoratieve interieurelementen in simili-pierre, hout, metaal, mozaïek en glas, versterken de kracht van de architectuur. De voorstellingen zijn representatief voor de realistische, harmonieuze stijl van Verbanck en voor zijn veelzijdigheid. Zijn geliefde thema’s komen aan bod, namelijk jonge vrouwen en kinderen, de klassieke mythologie en beweging. In de inkomhal beelden de rijk uitgewerkte mozaïekvloer en decoratieve elementen op de wanden de evolutie van rups tot vlinder uit, aangevuld met attributen uit de zijdeproductie. De kachel in de grote ronde eetkamer beeldt een verpoppende zijdevlinder uit.
Het burgerhuis gebouwd voor zijdefabrikant De Coutere-Plas is een zeldzame getuige van de zijdenijverheid in Vlaanderen, waarvan er vandaag amper nog restanten zijn. Zijde is een kostbare, natuurlijke stof, geweven met draden die worden gewonnen uit de cocons die de zijderupsen spinnen als bescherming tijdens hun transformatie tot vlinder (Bombyx mori). De verse bladeren van de witte moerbei (Morus alba) zijn hierbij essentieel als voedsel van de zijderupsen. In de Nederlanden vond de echte doorbraak plaats in de 19de eeuw. De teelt van moerbei werd gestimuleerd en men zag in de zijdenijverheid een mogelijke oplossing om de slechte werkomstandigheden in Oost- en West-Vlaamse industriesteden te verbeteren. Op 14 februari 1848 werd door Joseph Ricard voor het eerst zijde geweven in Deinze. Lokale zijdewevers bouwden de nijverheid verder uit en zorgden ervoor dat Deinze tot in de eerste helft van de 20ste eeuw het belangrijkste centrum van de zijdenijverheid in Vlaanderen was. De familie De Coutere-Plas was actief in zo’n familiebedrijf dat teruggaat tot de opkomst van de zijdenijverheid in Deinze, eerst onder leiding van de families Roelens en Van Landeghem. In 1874 registreerde het kadaster op de huidige locatie een handzijdeweverij met een woonhuis, tuin en boomgaard. Onder Emiel Justin Honoré François De Coutere vond in 1905 een grootschalige vergroting en modernisering van de zijdeweverij plaats tot een stoomweverij. Familie De Coutere–Plas liet in 1920 deze woning bouwen als directeurswoning bij de weverij in de achterbouw. De woning was een visitekaartje voor het bedrijf en de bouwheer. De dynamische planindeling van de woning met een imposante inkomhal en een grote ronde eetkamer was gericht op representatie en ondersteunde ook professionele doeleinden, zoals het ontvangen van klanten of investeerders. Tot vandaag is de woning een levendige illustratie van de teelt en het productieproces van zijde, dankzij de rijkelijke afwerking van het exterieur en interieur met talrijke verwijzingen naar de zijdeproductie.
Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2026: Burgerhuis De Coutere-Plas [online], https://id.erfgoed.net/aanduidingsobjecten/185130 (geraadpleegd op ).
Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed
Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.