Devotiepark met klein erfgoed, kruisweg en kapel

Beschermd monument van 23-10-2017 tot heden

Locatie

Provincie Antwerpen
Gemeente Brasschaat
Deelgemeente Brasschaat
Straat Rustoordlei
Locatie Rustoordlei zonder nummer, Rustoordlei zonder nummer (Brasschaat)

Administratieve gegevens

Andere nummers
  • 4.001/11008/101.1
  • 4.01/11008/121.1

Is de omvattende bescherming van

Mariapark en kruisweg

Rustoordlei zonder nummer, Brasschaat (Antwerpen)

In de wijk Rustoord in Brasschaat is ten noorden van de parochiekerk een religieuze tuin gelegen, bestaande uit een Mariapark en een kruisweg.

Beschrijving

Deze bescherming betreft het devotiepark met parkaanleg, Lourdesgrot en bron, openluchtpreekstoel, pelgrimshut, Zeven Weeënweg, Kruisweg en Sint-Rochuskapel.

Waarden

Het devotiepark met parkaanleg, Lourdesgrot en bron, openluchtpreekstoel, pelgrimshut, Zeven Weeënweg, Kruisweg en Sint-Rochuskapel is beschermd als monument omwille van het algemeen belang gevormd door de:

historische waarde

Het ontstaan van het devotiepark van Brasschaat-Rustoord kadert in de ontwikkeling en uitbouw van de wijk Rustoord in het eerste kwart van de 20ste eeuw en toont aan dat de tendens van talloze nieuw opgerichte devotieparken sinds het katholieke "réveil" van de 19de eeuw zich in die periode nog voortzette.
De wijk Rustoord ontstond als een speculatieve operatie van de verzekeringsmaatschappij "Antverpia": onder impuls van zaakvoerder Antoon Van den Weyngaert (1854-1925) werd geïnvesteerd in de ontwikkeling van gronden buiten en ten noorden van Antwerpen, bestemd voor de stedelijke bourgeoisie die vanaf het einde van de 19de eeuw de drukke handelsmetropool ontvluchtte op zoek naar rust in een groene, landelijke woonomgeving. Van den Weyngaert beperkte zich hierbij niet enkel tot het uitbouwen van een woonbuurt, maar ambieerde tevens het creëren van een woongemeenschap met een eigen identiteit. Het startpunt voor de ontwikkeling van de wijk Rustoord was de bouw van het rustoord sanatorium "Salve" in 1910 waarrond zich een centrum ontwikkelde. In 1916-1921 werd de wijk vervolledigd met de aanleg van een devotiepark, begonnen met de aankoop en heropbouw van een uit Stabroek gerecupereerde Lourdesgrot en Sint-Rochuskapel en tot circa 1921 gestadig uitgebouwd tot een bescheiden, maar volwaardig devotiepark, verrijkt met een Zeven Weëenweg, een Kruisweg en enkele beelden. Als welvarend zakenman en lokaal politicus trad Van den Weyngaert op als promotor en mecenas en werd hierbij gesteund. door een aantal clerici en door aan Antverpia gelieerde of lokale burgers.

architecturale waarde

Het devotiepark van Brasschaat-Rustoord is een bescheiden, maar representatief voorbeeld van een begin 20ste-eeuws devotiepark met publieke ontsluiting zoals deze werden gebouwd in België en Nederland vanaf het einde van de 19de eeuw. Het park vormt een waardevol en beeldbepalend onderdeel van de wijk Rustoord, gesticht en ontwikkeld onder impuls van grootgrondbezitter en zakenman Antoon Van den Weyngaert (1854-1925).
De aankoop en heropbouw in 1916 van een uit Stabroek gerecupereerde Lourdesgrot en neogotische Sint-Rochuskapel op een perceel ten noorden van de parochiekerk betekende de aanzet tot de geleidelijke uitbouw van een devotiepark, dat tot op vandaag opvalt door zijn ensemblewaarde en gaafheid.
De aanleg van het devotiepark op een vrij smal rechthoekig perceel met een licht golvend reliëf getuigt van een doordacht planmatig opzet. Typerend voor dergelijke devotieparken is dat het padentracé, de inplanting van de bouwkundige constructies of elementen en het aangeplant geheel, inherent deel uitmaken van een totaalconcept gericht op het uitbeelden van een religieus programma in een intieme "ruimte" met besloten karakter en sporadisch verrassingseffecten. De Lourdesgrot aan het begin van het devotiepark en de op een kunstmatige heuvel gelegen kapel aan het andere uiteinde vormen het begin- en eindpunt van een religieuze tocht die de pelgrim aflegt via een uitgekiend padentracé. Het aangeplant geheel bestaat uit een combinatie van inheemse en exotische boomsoorten en heesters waarbij voornamelijk de dennen (pinus sylvestris) en de rododendrons het beeld en karakter van het park bepalen.
De Lourdesgrot is representatief voor de talloze meer "vrije kopieën" van de echte Lourdesgrot in Frankrijk waarbij het veeleer ging om het idee dan de exacte weergave. De grot beantwoordt aan het traditionele concept van een Lourdesgrot: een koepelvormige constructie met een rotsformatie als voorgevel, een verschijningsnis met Mariabeeld, een grote uitgespaarde ruimte met een buitenaltaar en een ingebouwd offerblok, afgesloten met smeedijzeren hekwerk, en aan de voet van de grot een bronvijvertje met het beeld van de knielende Bernadette.
De Zeven Weeënweg en de veertien kruiswegstaties zijn architecturaal op dezelfde manier geconcipieerd wat de ensemblewaarde van het geheel versterkt: geschilderde kunststenen basreliëfs naar ontwerp van beeldhouwer-rotseerder Louis Jacobin (1884-1943) en beeldhouwer Jaak Coomans senior (1862-1939) werden verwerkt in een rotsformatie als "kader" naar ontwerp van Louis Jacobin, oorspronkelijk elk voorzien van een bijhorend zitbankje en bij de Zeven Weeënweg vergezeld van beelden.
Het devotiepark straalt tevens een architecturale ensemblewaarde uit als een geheel van diverse cementrustieke constructies in een religieuze context waaronder de meeste toe te schrijven zijn aan de beeldhouwer-rotseerder Louis Jacobin of het rotseerdersatelier Alfons Janssens {1880-1950)- Michel Geysels {1889-1977) uit Westmeerbeek. Binnen de complexe bedrijfsgeschiedenis van de bekende rotseerdersdynastie Janssens resulteerde de vruchtbare en tijdelijke samenwerking tussen A. Janssens en M. Geysels tijdens de jaren 1920 tot 1933 in talrijke kwaliteitsvolle realisaties in de Antwerpse Kempen.
Een typologisch uniek gegeven binnen de cementrustiek in Vlaanderen is de manier waarop de gerecupereerde neogotische kapel hier geïntegreerd werd binnen de nieuwe context van het devotiepark. Op een visuele zichtas met de Lourdesgrot kreeg de bakstenen kapel zijn plaats op een heuvel waardoor de onderbouw kon opengewerkt worden tot een cementrustieke rotsformatie die als kader dient voor het monumentale reliëf van de veertiende kruiswegstatie. Binnen het brede gamma aan constructies in bedevaarts- en devotieparken is het voorkomen van een openluchtpreekstoel zeldzaam.

volkskundige waarde

Het devotiepark van Brasschaat-Rustoord, ontstaan en uitgebouwd in de periode 1916-1921 past in de traditie van de religieuze parken die sinds de late 19de eeuw in kader van het katholieke "triomfalisme" in grote getale werden opgericht in België en Nederland. Het is een materiële getuige van de intense mariale volksdevotie die op het einde van de 19de eeuw opbloeide als gevolg van de instelling van het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis in 1854 en de legende van de talrijke verschijningen van Maria aan Bernadette in de grot van Lourdes, en een opflakkering kende in de naweeën van de Eerste Wereldoorlog, ten tijde van de zaligen heiligverklaring van Bernadette in respectievelijk 1925 en 1933, en na de Tweede Wereldoorlog.
Aanvankelijk gestart als een privé-initiatief met een Lourdesgrot en kapel groeide de site dankzij weldoeners uit tot een volwaardig devotiepark met de uitbeelding van een uitgebreid en samenhangend religieus programma met Mariale thematiek. De algemene aanleg van de site bewerkstelligt een beleving in een intieme sfeer. Eigentijdse prentkaarten, devotieprentjes en affiches waarop het park "gepromoot" werd en de nog aanwezige exvoto's getuigen van een decennialange bekendheid als bedevaartsoord waar processies uit diverse contreien naartoe kwamen. Tot op vandaag getuigen de jaarlijkse Mariabedevaarten in mei, de kaarsenstandaard met brandende kaarsen en offergaven van gelovigen of bezoekers nog van een levendige volksdevotie.

artistieke waarde

De kwalitatieve uitvoering van de bouwtechniek en de detaillering in vormgeving en modellering waarbij diverse materialen kunstig nagebootst worden, getuigen van een ambachtelijk vakmanschap door gespecialiseerde ateliers zoals onder meer A. Janssens en M. Geysels (Westmeerbeek) en Louis Jacobin (Antwerpen), en verlenen aan de cementrustieke creaties een artistieke meerwaarde.
De basreliëfs van de Zeven Weëenweg en de Kruisweg zijn representatief voor het werk van de beeldhouwersateliers uit het einde van de 19de en het begin van de 20ste eeuw. De ateliers van Louis Jacobin en Jacques Caomans senior waren productieve "bedrijven", bekend om hun degelijk seriewerk in gipsen of kunststenen devotiesculpturen zoals heiligenbeelden, kruiswegen en kerkmeubilair waarmee ze talrijke kerken en kapellen in en rond Antwerpen verrijkten. Tot nog toe zijn niet veel "openlucht" kruiswegen of smartwegen van hen bekend. Veelal werd er een prototype ontworpen waarvan een aantal reeksen geproduceerd werden. Zo vormden de Kruisweg van Brasschaat-Rustoord en die van de kapel in het voormalige Ursulinenklooster in Wuustwezel-Gooreind quasi identieke exemplaren.

technische waarde

De cementrustieke constructies in het devotiepark van Brasschaat-Rustoord waartoe gespecialiseerde ateliers zoals dat van Louis Jacobin (Antwerpen) en het atelier A. Janssens en M. Geysels (Westmeerbeek) hebben bijgedragen, behoren tot de betere voorbeelden van deze vroege betontechniek in Vlaanderen, ook kunstbeton ("béton rustique") genaamd, hier gekenmerkt door een diversiteit in toegepaste technieken en een kwalitatief hoogstaande gedetailleerde uitvoering. De Lourdesgrot heeft een koepelvormige gecementeerde bakstenen kernstructuur, aan de voorzijde uitgewerkt als een rotsformatie van met cementmortel gehechte blokken natuur- en kunststeen, aan de binnenzijde als een pseudorotsformatie in cementpleister. Bij de Zeven Weeën- en Kruisweg is rond een bakstenen kernstructuur een metalen frame geplooid met een lichte netwapening waarop aangestreken cementpleister kunstig gemodelleerd is tot een natuurgetrouwe rotsformatie met een bijhorend zitbankje met imitatie van knoestig hout. In de openluchtpreekstoel en vermoedelijk ook in de schuilhut voor de pelgrims werden rond de wapening nog andere materialen gebruikt als opvul- en hechtingsmateriaal wat het aanbrengen van de specie op de gewenste dikte vergemakkelijkte. De openluchtpreekstoel en schuilhut vallen op door de detaillering in de afwerking en/of de sporen van polychromie waarbij naast varianten van houtstructuren (knoestige boomstammen, takken, beplankingen), ook stro en steen natuurgetrouw geïmiteerd worden.

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.