Nijverheidsschool en lagere school uit 1857-1912

Beschermd monument van 30-11-2017 tot heden

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Gent
Deelgemeente Gent
Straat Lindenlei
Locatie Lindenlei 38 (Gent)
Alternatieve naam Rijkshogere Technische en Handelsschool; Sint-Agneteklooster

Administratieve gegevens

Andere nummers
  • 4.001/44021/120.1
  • 4.01/44021/1441.1

Is de (gedeeltelijke) bescherming van

Nijverheidsschool en lagere school uit 1857-1912

Lindenlei 38, Gent (Oost-Vlaanderen)

Op deze site, waar sinds midden 15de eeuw een klooster gevestigd was, werd in 1827 de Nijverheidsschool opgericht en in 1867 een stadsschool voor meisjes. Beide instituten kregen gebouwen in Rundbogenstil naar ontwerp van Adolph Pauli en zijn opvolgers als stadsarchitect.

Beschrijving

Deze bescherming betreft de nijverheidsschool en lagere school uit 1857-1912 (volledig perceel waarop de gebouwen gelegen zijn).

Waarden

De nijverheidsschool en lagere school uit 1857-1912 is beschermd als monument omwille van het algemeen belang gevormd door de:

architecturale waarde

Het complex is een representatief voorbeeld van de Rundbogenstil, een eclectische vorm van neoromaanse vormgeving - zoals de naam zegt in de eerste plaats gekenmerkt door de toepassing van rondbogen - met verwerking van elementen uit de Italiaanse (Florentijnse) renaissance, de byzantijnse en/of vroegchristelijke stijl en de gotiek (zoals de decoratie met vierlobben). De bewaring van het oorspronkelijk schrijnwerk, die bepalend is voor deze stijl, verleent het complex een grote gaafheid en herkenbaarheid. De Rundbogenstil werd vooral toegepast midden 19de eeuw, maar bij dit complex hield men uitzonderlijk tot begin 20ste eeuw vast aan deze vormgeving wat het geheel een hoge ensemblewaarde geeft en wat getuigt van de blijvend hoge waardering voor deze architectuur. Het complex nuanceert ook het gekende verhaal van de 19de-eeuwse scholenbouw in Vlaanderen: een evolutie van neoclassicisme naar neo-Vlaamserenaissance-stijl en neogotiek, eventueel aangevuld met een ideologische connotatie (waarbij neoclassicisme en later neo-Vlaamserenaissance-stijl staan voor de liberale ideologie, en neogotiek voor het (ultramontane) katholicisme). Hoewel ideologie in sommige gevallen een rol speelde, is het duidelijk dat dit minder doorslaggevend was in de stijlkeuze dan bijvoorbeeld het onderscheid tussen betalende scholen (zoals deze aan de Lindenlei) met een rijkelijk gedecoreerde architectuur, en de kosteloze, veel soberdere gemeentescholen. Van de 38 bewaarde Gentse stadsscholen uit de lange 19de-eeuw zijn slechts twee niet-representatieve voorbeelden beschermd als monument, en is de meisjesschool aan de Lindenlei één van de meest interessante. De gebouwen aan de Lindenlei illustreren bovendien hoe de architectuur werd ingezet als opvoedings- en disciplineringinstrument. Voorbeelden hiervan zijn enerzijds het besloten karakter van de site (ondanks de centrale locatie zoveel mogelijk afgezonderd van de straat met hoog geplaatste ramen die geen uitzicht en afleiding toelaten) en anderzijds het permanente toezicht binnen de muren (onder andere gerealiseerd door de openingen in de muren van de traphallen). De gebouwen hebben een belangrijke plaats in het oeuvre van de ontwerpers, in de eerste plaats van Adolphe Edouard Theodore Pauli (1820-1895). Pauli kwam uit een Duitse familie en volgde ook middelbaar onderwijs in Duitsland. In 1841 behaalde hij het diploma van ingenieur-architect aan de Rijksuniversiteit in Gent waarna hij zijn studies voortzette aan de school voor architectuur in München (1846). Ter voltooiing van zijn studies verbleef hij nog drie jaar in Italië. In 1850 startte hij in Gent zijn carrière als professor-directeur in de architectuur aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten en zeven jaar later werd hij benoemd tot stadsarchitect, een ambt dat hij zou uitoefenen tot 1867. Belangrijke realisaties van hem zijn de Infirmerie van de Rijkskolonie voor Gezinsverpleging (1861-1862) in Geel en het Guislaingesticht (1853-1876)1 het Lousbergsinstituut (1861-1866), het burgerlijk hospitaal "De Bijloke" (1864-1880), het universitaire "Instituut der Wetenschappen" (1883- 1890) en heel wat scholen in Gent. Hij hanteerde hierbij zowel de neo-Italiaanse renaissance als de Rundbogenstil (ongetwijfeld onder invloed van zijn opleiding in München en Italië) en in mindere mate de neogotiek. De school aan de Lindenlei is stilistisch dan ook exemplarisch voor zijn oeuvre. Ook zijn voorliefde voor symmetrie, het gebruik van een centrale as, en het voorzien van binnenplaatsen/ zijn kenmerken van zijn architectuur die in dit complex naar voor komen. De noordelijke uitbreiding van 1897-1900 lijkt door de consequente toepassing van de Rundbogenstil op het eerste gezicht minder representatief voor het oeuvre van Charles Van Rysselberghe (1850-1920) maar ze illustreren zijn reputatie als scholenbouwer (niet minder dan 22 van de 38 Gentse gemeentescholen uit de periode 1800-1914 zijn van zijn hand) en zijn rationele-economische toepassing van nieuwe materialen zoals ijzer (bijvoorbeeld in de overkapping van de lokalen).

historische waarde

De site is een getuige van de evolutie van het onderwijs als instelling. Van midden 16de eeuw tot eind 18de eeuw was er op deze plek een meisjesschool gevestigd als onderdeel van het klooster. In de 19de eeuw richtte de stedelijke overheid er een nijverheidsschool (1827) en een stedelijke lagere school (1867) op. De nijverheidsschool is de oudste technische school in Vlaanderen en herinnert aan de verwezenlijkingen inzake onderwijs en industrialisering van het Hollandse regime in Gent. De constante uitbreiding van haar gebouwenpatrimonium in de 19de en 20ste eeuw weerspiegelt het belang van Gent als industriestad. De meisjesschool getuigt van de koppositie die België volgens de Parijse stadsarchitect Félix Narjoux (1878) midden 19de eeuw had inzake scholenbouw, mede dankzij de wet op het lager onderwijs van 23 september 1842 die stelde dat er in elke gemeente een school moest zijn. De stad Gent nam bovendien in België een voortrekkersrol op, onder andere op het gebied van lagere scholen voor meisjes. De site is representatief voor de invloedrijke rol van de 19de-eeuwse stadsarchitecten als ontwerpers van openbare gebouwen, en in het bijzonder hun rol in de uitbouw van de schoolinfrastructuur. Pauli (1856-1867) ontwierp vijf scholen waarvan de nijverheidsschool als eerste en de meisjesschool als laatste, J. P. Hofman (1867-1879) voerde verschillende verbouwingen en uitbreidingen uit aan het Gentse scholenpatrimonium, en Charles Van Rysselberghe (1879-1916) coördineerde de bouw van niet minder dan 22 nieuwe stadsscholen; naast verscheidene verbouwingen en uitbreidingen. Het lot van het Sint-Agneteklooster dat zich vanaf midden 15de eeuw tot eind 18de eeuw op deze site bevond, is representatief voor de geschiedenis van heel wat religieuze instellingen die eind 18de eeuw werden afgeschaft, waarna hun onroerende goederen gebruikt werden voor openbare functies zoals onderwijs. Ten slotte verlenen de schoolgebouwen als context betekenis aan het als monument beschermde gedenkteken op de binnenplaats (MB van 24 november 2011), dat hulde brengt aan de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog en Tweede Wereldoorlog die verbonden waren aan de vroegere nijverheidsschool, later het Koninklijk Technische Atheneum.

technische waarde

Een heel typisch aspect voor de 19de-eeuwse schoolarchitectuur is de aandacht voor gezonde lucht door middel van ventilatie, wat nog aanwezig is bij de gebouwen uit de periode 1857- 1900. De verluchting en verlichting van de gebouwen gebeurde door middel van vernieuwende constructies (in het bijzonder de ventilatieroosters en opengaande delen in het schrijnwerk);

archeologische waarde

Van de 15de eeuw tot eind 18de eeuw bevond zich op deze site het Sint-Agneteklooster, met onder andere een kerk en kloostergang. Dit klooster is fragmentair bewaard gebleven in de huidige gebouwen en hoogstwaarschijnlijk bleven ook in de ondergrond heel wat sporen bewaard.

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.