Vastgesteld bouwkundig erfgoed

Parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw

Vastgesteld bouwkundig erfgoed van 14-09-2009 tot heden

ID: 34071   URI: https://id.erfgoed.net/aanduidingsobjecten/34071

Besluiten

Besluit houdende vaststelling van de inventaris van het bouwkundig erfgoed en vastgestelde lijst
{'uri': u'https://id.erfgoed.net/thesauri/besluittypes/15', 'label': u'opheffingsbesluiten'}, {'uri': u'https://id.erfgoed.net/thesauri/besluittypes/88', 'label': u'vaststellingsbesluiten'}: 28-11-2014  ID: 5825

Beschrijving

Parochiekerk O.-L.-Vrouw. Gotische, bakstenen hallekerk met rijzige W.-toren die het stadsbeeld domineert; dateert uit eind XIII en XIV, en sluit aan bij de typische baksteengotiek van de kuststreek door het bouwmateriaal, het kerkschema, en de architectonische versieringen. Gelegen aan de Z.O.-zijde van het oude diverticulum Cassel-Aardenburg (cf. infra); tussen de huidige Casselstraat



Aanduiding van

Is de vaststelling van

Parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw

Casselstraat zonder nummer (Poperinge)
Gotische, bakstenen hallenkerk met rijzige westtoren die het stadsbeeld domineert. De kerk dateert uit het einde van de 13de en de 14de eeuw, en sluit door het bouwmateriaal, het kerkschema, en de architectonische versieringen aan bij de typische baksteengotiek van de kuststreek. Ze is gelegen aan de zuidoostelijke zijde van het oude diverticulum Cassel-Aardenburg.


Is de omvattende vaststelling van

Orgel kerk Onze-Lieve-Vrouw

Poperinge (Poperinge)
Volgens een niet te verifiëren bron zou er in de Onze-Lieve-Vrouwkerk in 1715 gewerkt zijn door de Ieperse orgelmaker Jacobus van Eynde. Een kleine hoeveelheid oud pijpwerk, in het huidige instrument nog aanwezig, zou kunnen aan Van Eynde toegeschreven worden. Een belangrijke hoeveelheid pijpwerk dateert echter van respectievelijk 1731 en 1735. Dit materiaal kan met vrij grote zekerheid toegeschreven worden aan de Brugse orgelmakers Berger; alles wijst er op dat er in die periode aanzienlijke werken aan het orgel geschiedden. In 1831 werd het instrument gerenoveerd door Pierre (jr) van Peteghem (Gent). In 1910-1911 volgde opnieuw een ingrijpende ombouw, door Jules Anneessens (Menen).