Teksten van Centrale Werkplaats Mechelen: werkplaatsen, laboratorium, fuelloods en watertoren

https://id.erfgoed.net/aanduidingsobjecten/4504

Centrale Werkplaats Mechelen: werkplaatsen, laboratorium, fuelloods en watertoren ()

De oude delen van de Centrale Werkplaats Mechelen zijn beschermd als monument. De bescherming omvat nog de schrijnwerkerij-schilderswerkhuis, de herstellingswerkplaats voor locomotieven en tenders, de houtzagerij, het laboratorium voor mechanische proeven en de watertoren.

Deze bescherming werd op 19 april 2022 voorlopig gedeeltelijk opgeheven en op 12 augustus 2022 definitief gedeeltelijk opgeheven omwille van het algemeen belang. Het algemeen belang van de geplande bouw van het Nieuw Logistiek Centrum op de Centrale Werkplaats van de NMBS in functie van de bedrijfszekerheid en dienstverlening van de nationale spoorwegen overstijgt het belang van de bescherming als monument van de fuelloods. De bescherming als monument van de fuelloods werd op 12 augustus 2022 definitief opgeheven.

Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Je kan deze tekst citeren als: S.N. 2022: Centrale Werkplaats Mechelen: werkplaatsen, laboratorium, fuelloods en watertoren [online], https://id.erfgoed.net/teksten/191807 (geraadpleegd op ).


Arsenaal: werkplaatsen versie 1 - 05.08.2014 ()

Het Arsenaal is een spoorwegsite met onder andere de oudste nog bestaande gebouwen uit de spoorweggeschiedenis, die tot ongeveer het einde van de 20ste eeuw hun oorspronkelijke functie hebben behouden. Het industrieterrein Centrale Werkplaats Mechelen, gelegen ten zuidoosten van het station Mechelen, omvat onder meer de voormalige schrijnwerkerij-schilderswerkhuis van 1835-1841-1875, de voormalige herstellingswerkplaats voor locomotieven en tenders van circa 1843, de voormalige houtzagerij van 1878, het voormalig laboratorium voor mechanische proeven van 1880-1882, de voormalige fuelloods van circa 1905 en de watertoren van 1946.

Historiek

Voor het onderhoud en de herstelling van het rollend materieel hadden de ontwerpers van de staatsspoorweg ook herstellingswerkplaatsen voorzien. Voor Mechelen, centraal gelegen in het spoorwegnet voorzagen ze een 'centrale werkplaats' waar naast herstellingen en herzieningen ook nieuwe voertuigen werden gebouwd. Het ging echter vooral om assemblage met materiaal van toeleveringsbedrijven. Een voorlopig atelier werd ondergebracht in het oude dominicanenklooster in de Goswin de Stassartstraat, dat sedert de Franse Revolutie omgevormd was tot wapenarsenaal: vandaar de benaming 'Arsenaal' en 'arsenaalmannen'.

In 1836 werd op een terrein tussen het toenmalige station en de Leuvensesteenweg gestart met de bouw van een rijtuigloods en werkplaatsen; laatstgenoemde waren in 1839 bedrijfsklaar. Het Arsenaal was de eerste grootschalige fabriek te Mechelen. Van de oorspronkelijke werkplaats (1839-1860) bleven echter slechts een klein gedeelte van het schilderswerkhuis en een heel klein deel van de herstellingswerkplaats voor locomotieven bewaard.

Tussen 1860 en 1885 was de centrale werkplaats één grote bouwwerf; het territorium, dat in noordelijke, oostelijke en zuidelijke richting werd uitgebreid, werd bebouwd met vele nieuwe, meestal voor herstelling van rijtuigen en wagens bestemde gebouwen. In 1865 werd de hoofdingang van de Stationsstraat naar de Leuvensesteenweg verplaatst; pas in 1899 werd een tweede ingang, aan de Leuvensevaart, toegevoegd. De nog bestaande herstellingswerkplaats voor rijtuigen, aanbesteed in 1872 en 1873, een voor die tijd groot werkhuis (244 x 77 meter), werd opgetrokken parallel met de Leuvensesteenweg; ze werd in 1944 geteisterd en in 1952 op dezelfde plaats herbouwd. De zagerij van 1878 werd later omgevormd tot gereedschapswerf en werd op het moment van bescherming onder meer gebruikt door de brandweer; de twee aanpalende houtloodsen, eveneens van 1878, werden in 1934 vervangen door het centrale bureau. Ook voor de in 1879 opgerichte Service de la Commission de Réception de Malines, die optrad als keurdienst, werden verschillende gebouwen opgetrokken, onder meer het nog bestaande laboratorium voor mechanische proeven van 1880-1882; uit dezelfde periode dateren waarschijnlijk ook een op het moment van bescherming als magazijn gebruikte hal en het gebouw waarin het wielenmagazijn en de lassersschool waren ondergebracht. In 1877 werd de lijn Mechelen-Leuven die dwars door het arsenaal liep buiten dienst gesteld en omgeleid naar het huidige tracé; van die eerste spoorlijn zijn nog sporen merkbaar, onder meer het bredere gedeelte van de Hanswijkdries en de spievormige verkaveling aan de Leuvensesteenweg te Muizen, daar waar spoor en baan elkaar onder een scherpe hoek kruisten.

De periode 1885-1926 wordt gekenmerkt door aanzienlijke terreinuitbreiding (van 25 hectare in 1885 tot 48 hectare in 1901) en de bouw van vier grote werkhuizen. Van de smidse bleef na de bombardementen in 1944 amper één vierde overeind, dat hersteld werd en op het moment van bescherming deel uitmaakte van de motorwagenwerkplaats. In 1900 werd een bouwwerk van 178,10 x 40,56 meter aanbesteed geschikt voor houtzagerij, elektrische centrale met generatoren en ijzerdraaierij, circa 1935 vergroot aan de noordzijde; het bevatte op het moment van bescherming de wikkelwerkplaats, elektrische centrale, telefooncentrale en remwerf. De nog bestaande olieloods dateert van 1905.

Tussen 1926 en 1944 werden de werkplaatsen heringericht voor de herstelling van stoomlocomotieven; kettingwerk en een planningstelsel werden ingevoerd, betonwegen aangelegd en het terrein verfraaid met bomen, gras- en bloemperken. In 1925-1930 werden twee grote loodsen voor herstelling van bogierijtuigen gebouwd, respectievelijk ten oosten en ten westen van de overlader. Bogierijtuigen werden hier echter nooit hersteld; wel werden deze loodsen vanaf circa 1930 gebruikt voor de herstelling van stoomlocomotieven. Ze werden zwaar beschadigd tijdens de bombardementen van 1944 en kort na de oorlog hersteld. Sedert 1956 - de laatste stoomlocomotief verliet het arsenaal op 24 januari 1956 - werden ze voor herstelling en constructie van elektrische locomotieven en motorrijtuigen benut. Het U-vormige bureaucomplex, tevens voorzien van een geneeskundige dienst, dateert van 1934.

Vóór de Tweede Wereldoorlog was het arsenaal uitgegroeid tot een indrukwekkend complex; door het luchtoffensief van 1944 werd echter driekwart van de Mechelse spoorweginstallaties vernield. Na de oorlog werd onmiddellijk met de heropbouw gestart; het eerste nieuwe bouwwerk, van 1946, was de watertoren aan de Motstraat. Gedurende bijna twintig jaar werd er intensief gebouwd tot grosso modo de stand van zaken op het moment van bescherming werd bereikt.

Beschrijving

De totale oppervlakte van het Arsenaal bedraagt ruim 36 hectare. Het stond op het moment van bescherming in voor de volledige periodische herstelling van de gesleepte rijtuigen, elektrische motorrijtuigen, dieselmotorwagens en een deel van de elektrische locomotieven, evenals voor de accidentele herstellingen van het materieel.

Niettegenstaande de grote schade aangericht in 1944, vertoont het huidige gebouwenbestand nog voldoende getuigen uit de verschillende bouwperioden, om de evolutie van de industrie-architectuur binnen één bedrijf over een periode van bijna honderdvijftig jaar toe te lichten. Door de aard van de productie gaat het hier in hoofdzaak om rechthoekige langshallen van grote afmetingen.

Schrijnwerkerij-schilderswerkhuis (1841)

Uit de eerste bouwperiode resten twee bakstenen loodsen met vernieuwd zadeldak (golfplaten), waarop later de data "1841", "1875" en "1835" zijn aangebracht. Opgericht als schrijnwerkerij-schilderswerkhuis, deden ze op het moment van bescherming respectievelijk dienst als regionaal spoorwegmuseum De Mijlpaal en magazijn. Vooral de meest noordelijke loods (gedateerd 1841) leunt nog zeer sterk aan bij de laat-classicistische bouwkunst. Hiervan getuigen de witgeschilderde buitengevels op gepikte plint, witstenen hoekkettingen, rondboogvormige deels blinde muuropeningen verbonden door een cordon ter hoogte van de imposten, modillons onder de dakgoot en de als fronton uitgewerkte punt van de kopgevel, Het museumgedeelte telt vijftien spanten. De oorspronkelijke houten moerbalken en trekkers zijn nog aanwezig. De bovenconstructie is vernieuwd.

Herstellingswerkplaats voor locomotieven en tenders (circa 1843)

De tweebeukige loods met parallelle zadeldaken, aanpalend aan de schrijnwerkerij-schilderwerkhuis, werd opgericht circa 1843 voor de herstelling van locomotieven en tenders, en werd op het moment van bescherming heden gebruikt als magazijn; de vrijstaande langsgevel laat nog de oorspronkelijke draagconstructie met gietijzeren kolommen zien. De aansluiting van beide daken is uitgevoerd met een geklonken I-balk op geklonken I-zuilen. De licht metalen spantconstructie en houten dakbeschot zijn recenter.

Houtzagerij (1878)

De loods dwars op voornoemde herstellingswerkplaats, waar op het moment van bescherming de brandweer en de museumwerkplaats waren ondergebracht, werd in 1878 opgericht als houtzagerij: het is een witgeschilderd bakstenen gebouw van tien traveeën op een gepikte plint onder een zadeldak (roofing). De langsgevels met segmentboogvensters onder ontlastingsbogen, zijn per travee verzwaard met uitgewerkte penanten. De tuitvormig verhoogde kopgevels zijn geflankeerd door monumentale hoekposten, afgewerkt met dekstenen van blauwe hardsteen en voorzien van een rondboogluikje ter hoogte van het dak. De westgevel heeft bewaarde segmentboogpoorten. De dakconstructie bestaat uit elf polonceauspanten en een onderdak van houten planken.

Laboratorium voor mechanische proeven (1880-1882)

Van 1880-1882 dateert het laboratorium voor mechanische proeven, op het moment van bescherming bewaarplaats voor wisselstukken en garage. Het gaat om twee parallelle bakstenen vleugels onder een zadeldak (kunstleien). De westvleugel, één van de weinige hallen met twee bouwlagen, wordt gemarkeerd door grote vensternissen, waarin telkens een rechthoekig en een rondboogvenster met ijzeren roeden is ondergebracht. De opvallende, zeer zware vloerconstructie bestaat uit hoge geklonken I-balken, per twee gekoppeld; de polonceauspanten zijn vereenvoudigd. De lagere, aansluitende vleugel heeft in de kopgevel segmentboogvensters met een natuurstenen sleutel en hoekblokken, in de langsgevel zijn rechthoekige vensters uitgewerkt. De dakconstructie bestaat uit vereenvoudigde polonceauspanten.

Fuelloods (circa 1905)

De voormalige fuelloods, op het moment van bescherming magazijn van de netreserve klimt op tot circa 1905. Het is een vrijstaand, aan een spoor grenzend bakstenen gebouw onder een zadeldak, voorzien van kleine en grote segmentboogvensters met ijzeren roeden, natuurstenen sleutels en hoekblokken. Door de verhoging van de begane grond, af te leiden van de natuurstenen sokkel met rechthoekige keldervensters, werden aan de spoorzijde loopbruggen aangebracht; aan dezelfde zijde bevindt zich een luifel op ijzeren consoles. Het aansluitende perron aan de oostzijde, staat eveneens op een natuurstenen sokkel.

Watertoren (1946)

De watertoren, nabij de Motstraat, van 1946, heeft een cilindrische, gesloten bakstenen voet en onbeklede Intzekuip met een inhoud van 400 m3.

Bibliografie

  • ROGIER M.C.G. 1978: Bijdrage tot de geschiedenis van de Belgische spoorwegen te Mechelen, Mechelen.
  • ROGIER M.C.G. 1983: Mechelen middelpunt van de Belgische staatsspoorweg, Mechelen.
  • VAN CRAENENBROECK W. 1991: Eenheid in verscheidenheid. Watertorens in België, Brussel, 87.
  • VERMOORTEL F. 1986: Mechelen, de mémoires van een stad, Brugge, 19, 21.

Bron: Beschermingsdossier DA002094, De oude delen van het Arsenaal (digitaal dossier)
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Je kan deze tekst citeren als: S.N. 2014: Arsenaal: werkplaatsen versie 1 - 05.08.2014 [online], https://id.erfgoed.net/teksten/161098 (geraadpleegd op ).