Beschermd monument

Appartementsgebouw De Schutter

Beschermd monument van 19-01-2011 tot heden
ID: 5068   URI: https://id.erfgoed.net/aanduidingsobjecten/5068

Besluiten

Appartementsgebouw en woningen ontworpen door Jo Crepain
definitieve beschermingsbesluiten: 19-01-2011  ID: 4787

Beschrijving

De bescherming als monument betreft het appartementsgebouw De Schutter (1976/1977-1979), verwezenlijkt door Jo Crepain samen met het ontwerp-coöperatief SILO (Studiebureau voor de Inrichting van de Leefomgeving), een samenwerking tussen hem en de architecten Etienne Hoeckx en John Mooens, interieurarchitect Steven Stals en tuinarchitect G. Van Looveren.



Waarden

Appartementsgebouw De Schutter beschermd als monument omwille van het algemeen belang gevormd door de:

historische waarde

in casu architectuurhistorische waarde: Deze werken uit de beginperiode (1973-1981) van architect Jo Crepain (1950-2008) hebben hun betekenis als interessante voorbeelden van de diverse ontwikkelingen binnen de moderne woning- en appartementsbouw in de jaren 1970 in Vlaanderen. Dit beginwerk getuigt van de toenmalige architectuurevolutie, een periode waarin de architectuur en haar modellen in vraag gesteld werden, nieuwe perspectieven ontstonden en een aantal sterke individuen een moderne architectuurtaal, gestaafd door een nieuwe visie omtrent bouwen en wonen, wisten te ontwikkelen. De geselecteerde woningen zijn gaaf bewaard en brengen de voornaamste krachtlijnen van Crepains vroege werk in kaart. Zijn architectuur getuigt van heterogene referenties - gaande van het 'Raumplan' van Adolf Loos, de splitlevel van Le Corbusier, het licht van Horta, het brutalisme/constructivisme, het beginwerk van Bob Van Reeth, ... tot streekeigen, traditionele modellen en elementen- die geïntegreerd worden in persoonlijke, krachtige bouwprojecten. De architectuur toont een constante kwaliteit met grote aandacht voor de schaal en verhouding van de volumes en ruimtes. Kenmerkend voor deze periode is het intens experimenteren met de typologie van de rijwoning, de dynamische planopbouw met splitlevels, onverwachte overgangen en doorkijkjes, de complexe geometrie, de aandacht voor de lichtinval, de belangrijke positie van de trap, het duidelijk zichtbaar laten van van elkaar gescheiden bouwmaterialen (betonsteen, zichtbeton, staal, hout) en het benadrukken van bepaalde details zoals onder meer de haard, het rookkanaal, het huisnummer.
Het appartementsgebouw De Schutter (1976/1977-1979), in 1981 bekroond met de Baksteenprijs, is het eerste project waarin, met het oog op een 'naadloze inpassing in het straatbeeld' geen betonsteen maar rode baksteen wordt gebruikt als gevelsteen. De complexe geometrie en het 'organische plan' van het voorafgaande werk wijkt hier meer voor een architectuur die rustiger en evenwichtiger oogt, die bepaald wordt door een geslaagde synthese van een moderne woordenschat en streekeigen referenties. De terugkeer naar het traditionele idioom, naar historische typologieën manifesteert zich in de massieve en solide volumes, de symmetrische opbouw, de verticale ritmering en de zuiverheid van het geometrische basisraster. Zo deelt de straatnis het gebouw op in twee identieke spiegelende delen, wat nogmaals in de voorgevel versterkt wordt waar de gevelpartijen links en rechts van de nis op hun beurt nog eens in twee spiegelende helften worden opgedeeld. De onafhankelijkheid van de woningen, de originaliteit en het belang van de ruimtelijke organisatie, het uitdiepen van details en de kwaliteit van de binneninrichting waarbij het vaste meubilair deel uitmaakt van de compositie zijn te waarderen aspecten van dit gebouw.

artistieke waarde

In deze woningen ontwikkelt architect Jo Crepain een concept waarbij constructie, vorm en beeld niet apart bedacht zijn, maar wel vanuit een precieze samenhang: niet alleen de constructieve logica is belangrijk, maar evenzeer de beeldende, vormelijke en associatieve mogelijkheden en zeggingskracht ervan. De 'gedynamiseerde' planindeling gekenmerkt door een vernuftig spel van vloerniveaus, doorkijkjes, licht dat via het dak in de woning doordringt, onverwachte overgangen, open en gesloten delen, ... schept niet één beeld maar vele beelden en maakt van het bewonen, van de ruimtelijke perceptie tevens een gevoelsmatige, artistieke beleving. Door het banale te 'monumentaliseren' worden bepaalde details bijzonder en krijgen zij een 'poëzie' die het louter functionele overstijgt. In het geval van de woning Roels en appartementsgebouw De Schutter wordt deze artistieke meerwaarde nog versterkt door de aanwezigheid van de door Steven Stals ontworpen binneninrichting en vast meubilair die integrerend deel uitmaken van de compositie.

sociaal-culturele waarde

Deze bouwprojecten van architect Jo Crepain zijn illustratief voor de diverse ontwikkelingen binnen en het denken over het individuele wonen in de jaren 1970 in Vlaanderen. In die periode waarin de architectuur en haar modellen in vraag gesteld werden, experimenteerden een aantal sterke individuen met een nieuwe architectuurtaal, een nieuwe visie omtrent bouwen en wonen waarmee zij een niet te onderschatten invloed gehad hebben op volgende generaties. De zogenaamde 'driegroepswoning' Bruynincks-Meyvis-Nys gaat terug op een aanvankelijk omvangrijker opgevat -maar nooit gerealiseerd- project, gestuurd vanuit het idealistische geloof in een architectuur als 'middel tot socialisatie': met meerdere gezinnen werd gekozen voor een op Nederlandse voorbeelden gebaseerd 'gezamenlijk wooncomplex' bestaande uit privé-delen en een aantal gemeenschappelijke voorzieningen. Deze droom over 'leven in gemeenschap' bleef na een aantal onoverkomelijke beslommeringen weliswaar beperkt tot de realisatie van drie aparte rijwoningen met gedeelde tuinen, tuinhok en - gerief. Ook bij het appartementsgebouw De Schutter is het boven het straatniveau gelegen inkompleintje, bedoeld als ontmoetingsplaats voor de bewoners, een referentie aan Nederlandse voorbeelden van 'gemeenschapswonen'.


Aanduiding van

Is de bescherming van

Appartementsgebouw De Schutter

Engelselei 50 (Kapellen)
Appartementsgebouw met winkelruimten van 1979 naar ontwerp van SILO: Jo Crepain, Etienne Hoeckx en John Mooens.