Georiënteerde kruisbasiliek in Brabantse gotiek, in de volksmond zogenaamde "Bovenkerk", opgetrokken vanaf de 14de eeuw (transept en toren) en uitgebreid in de 15de eeuw (koor en schip), gevolgd door verschillende herstellingen en restauraties in de 17de en 19de eeuw.
Het laag transept en de kruisingstoren hebben kenmerken van de sobere Brabantse hooggotiek en klimmen op tot de 14de eeuw. Het koor met kooromgang en zijkapellen dateert uit de 15de eeuw en wordt toegeschreven aan Gillis van den Bossche: het koor is in overgang van hoog- naar laatgotiek opgetrokken in 1417-1449. De bouw van het driebeukige schip in laatgotische stijl startte in 1453.
Na verval van de oostelijke koorpartij onder het Staatse bewind (1576-1584) werd het koor recht afgesloten door bakstenen muren (zie jaartallen 1626 en 1646 van gesinterde baksteen in de zijkoren). Het westportaal werd eind 16de eeuw dichtgemetseld en heropend in 1934.
Na een storm in 1606-1607 werd de toren herbouwd, de spits werd door brand verwoest in 1769 en aanvankelijk afgedekt door een klokvormige bekroning die in 1901 – op zijn beurt - door een naaldspits werd vervangen. De sacristie dateert uit 1785. Het westelijk spitsboogvenster, dat werd gesloten bij de plaatsing van het orgel in 1770, werd hersteld en opnieuw open gemaakt in 1966-1968.
Algemene restauraties vonden plaats onder leiding van P.J. Taeymans vanaf 1878 en in 1974-1978 naar ontwerp van J.L. Stynen.
Georiënteerde kruisbasiliek opgebouwd uit een vierkante kruisingstoren van Ledische kalkzandsteen, een driebeukig schip van zeven traveeën, een vlak afgesloten transept van twee traveeën en een koor van drie rechte traveeën. Tegen het koor werden lagere zijkapellen en een sacristie gebouwd en ten noordwesten van de kerk een doopkapel, het geheel bevindt zich onder een leien bedaking.
De traveeën worden geritmeerd door versneden steunberen en verder worden de gevel gekenmerkt door doorlopende kordons, steigergaten (schip en toren) en spitsboogvensters met omlopende waterlijst en gotisch maaswerk, onder meer drielob- en visblaasmotief. De gewelven van de middenbeuk en het koor komen neer op markante uitwendige steunberen die door de gewelven van de zijbeuken doorlopend in het interieur als consoles neerkomen op de kapitelen van de zuilen.
De westelijke puntgevel is voorzien van een bekronend kruis, twee rechthoekige deuren onder een blind spitsboogveld, een penant met driekwartzuil en bekronende drielobnis waarin een beeld van de patroonheilige staat(1978, M. Peeters). Het geheel is gevat in een geprofileerde verdiepte spitsboogomlijsting. Hogerop werd een breed meerlichtsvenster met maaswerk ingebracht en een ten zuiden staat een polygonale traptoren. Ten noordwesten staat een aangebouwde doopkapel onder een lessenaarsdak met korfboogdeurtje in geprofileerde omlijsting aan noordzijde.
De vlak afgesloten transeptarmen bevatten in de noordelijke transeptarm een korfboogdeur onder spitsboogveld in een geprofileerde omlijsting met Onze-Lieve-Vrouwebeeld (1880, L. Bartels) en een overluifeld houten kruisbeeld (1854) tegen westgevel.
De vierkante kruisingstoren vertoont spitsboogvormige galmgaten, steigergaten en muurankers en een polygonale traptoren op de noordoostelijke hoek.
De koorpartij is opgericht met toepassing van de gotische vormentaal: omlopende balustrade, schijntriforia met drie- en vierpasmotieven, pinakels, hogels, kruisbloemen, spitsboognisjes en waterspuwers. Aan zuidzijde werd een licht uitspringende oude sacristie met achtzijdig zogenaamd. "zilvertoreke" opgericht, deze vroegere schatkamer wordt bekroond door een open lantaarn en een kegelvormige spits. De 17de-eeuwse verankerde bakstenen oostgevels zijn gebouwd met verwerking van oudere elementen zoals zuilen en hoekblokken van zandsteen, ook sporen van ijzerzandsteen aan de noordzijde. De zijkoren zijn voorzien van dubbele tuitgeveltjes met muurvlechtingen en een korfboogdeurtje in de noordoostelijke travee. Tegen het koor werd in 1785 een rechthoekige sacristie aangebouwd met bakstenen lijstgevels met geprofileerde daklijst onder leien tentdak en betraliede rechthoekige vensters in bandomlijsting.
Het deels bepleisterd interieur wordt gekenmerkt door spitsbogen op zuilen met koolbladkapiteel of iconisch kapiteel (koorpartij) met afbeeldingen van Bijbelse figuren zoals Adam en Eva, Mozes, David, Isaac, Abraham en Noë. De kruisribgewelven met bewerkte sleutels en het lager kruisribgewelf van de toren komen neer op bundelpijlers. Het koor is voorzien van een schijntriforium en resten van een 19de-eeuwse polychromie.
Er is een rijke verzameling kunstwerken aanwezig in de kerk waarvan de verschillende objecten niet allemaal kunnen vermeld worden. Voor een meer gedetailleerde inventaris zie: COOLS J. 1997: De Sint-Waldetrudiskerk te Herentals. Gids voor de bezoeker, Herentals.
Bron: KENNES H. & STEYAERT R. 2001: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Antwerpen, Arrondissement Turnhout, Kanton Herentals, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 16n3, Brussel - Turnhout.
Auteurs: Steyaert, Rita
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Je kan deze tekst citeren als: Steyaert R. 2014: Parochiekerk Sint-Waldetrudis versie 1 - 14/10/2014 [online], https://id.erfgoed.net/teksten/164386 (geraadpleegd op ).
De bescherming als monument betreft de kruisbasiliek Sint-Waldetrudis, in Brabantse gotiek, in de volksmond zogenaamde Bovenkerk.
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Je kan deze tekst citeren als: S.N. 2014: Parochiekerk Sint-Waldetrudis [online], https://id.erfgoed.net/teksten/191755 (geraadpleegd op ).