Refugiehuis abdij van Tongerlo_versie 1_20141022

Van 1483 tot 1797 bezaten de norbertijnen van de abdij van Tongerlo in Mechelen een refugiehuis in traditionele bak- en zandsteenstijl. Sinds 1986 verleent het voormalige refugiehuis onderdak aan de tapijtweverij De Koninklijke Manufactuur van Wandtapijten Gaspard De Wit.

Historiek

Mechelen telde tijdens de 16de eeuw een tiental refugiehuizen. Dit waren toevluchtshuizen, waarin ook archieven en kostbaarheden veilig gesteld waren. Daarnaast deden het veelvuldig dienst als retraiteoord en kon het de rol vervullen van een onofficiële ambassade of consulaat, lobbycentrum en antenne in een invloedrijke stad. Het historisch belang van Mechelen in vooral de 15de en 16de eeuw en ook daarna als zetel van de primaat van de kerkprovincie België, die in elf gevallen een kardinaal en dus potentieel adviseur van de paus was, zorgde ervoor dat een groot aantal refugiehuizen binnen de stadsmuren gevestigd waren.

In 1483-1484 richtten de norbertijnen van de abdij van Tongerlo een refugiehuis in traditionele bak- en zandsteenstijl op. Gedurende drie eeuwen bleef het refugiehuis eigendom van de abdij, tot 1797. In de 19de eeuw deed het gebouw ook nog dienst als rijkswachtkazerne. Vanaf 1904 werd het gebruikt als aartsbisschoppelijk museum. In 1920 vond een grondige restauratie plaats onder leiding van architect Edward Careels. In 1976-1979 werd het complex opnieuw gerestaureerd door architect E. J. Van Meerbeeck (bedaking). Sinds 1986 verleent het gerestaureerde refugiehuis onderdak aan de tapijtweverij De Koninklijke Manufactuur van Wandtapijten Gaspard De Wit.

Beschrijving

Het voormalige refugiehuis is ingeplant op de hoek van de Schoutetstraat en de Kanunnik De Deckerstraat. Het complex bestaat uit L-vormig ingeplante noord- en oostvleugels van twee bouwlagen onder een zadeldak (leien), uit het einde van de 15de eeuw, met latere aanpassingen.

Het complex wordt aan de straat afgesloten door middel van een bakstenen omheiningsmuur met verwerking van zandsteen voor de afgeschuinde sokkel en muurbanden. De afgekante hoek loopt uit op ezelsoor. Er is een spoor van een gedicht kloosterkozijn in de Schoutetstraat. De laatgotisch getinte tudorbooginrijpoort heeft een geprofileerd hardstenen beloop op hoge sokkel met basementjes, een vernieuwde waterlijst op consooltjes en een houten poort met fraai smeedijzeren beslag.

De zijtrapgevels aan straatzijde omvatten in de Schoutetstraat drie traveeën en tien treden en topstuk, horizontaal geleed door middel van druiplijsten en speklagen, met vernieuwde kruiskozijnen. In de Kanunnik De Deckerstraat telt de zijgevel twee traveeën en zes treden en topstuk, met aangepaste kruiskozijnen.

De noordvleugel heeft een verankerde bakstenen tuingevel op afgeschuinde zandstenen sokkel met keldergaten, van respectievelijk zeven en zes traveeën in de eerste en tweede bouwlaag, in de as gescheiden door een octogonale traptoren. De gevel wordt horizontaal geritmeerd door middel van speklagen en doorgetrokken onderdorpels. De kruiskozijnen werden vernieuwd met bewaarde hoek- en negblokken onder gekoppelde overspannende ontlastingsbogen. De brede spiegelboogdeur heeft een aangepast geprofileerd beloop en een rechthoekig getralied bovenlicht.

De sierlijke uitgebouwde octogonale traptoren telt drie geledingen onder een ingesnoerde spits met windas. De toren wordt gekenmerkt door markerende waterlijsten, speklagen, hoekblokken, rechthoekige venstertje en kloosterkozijn. In de bovenste geleding zien we vernieuwde laatgotische spitsboogvensters met drielobmotief. Er is een deurtje onder latei op korbeeltjes.

In het interieur van de noordgevel bleef een stergewelf met ontbrekende druipstenen op de hoogste verdieping bewaard (mogelijk een huiskapel).

Rechts staat het resterend gedeelte van een arduinen pomp.

De achtergevel heeft onregelmatige traveeën en verspringende bouwlaag vanaf de zevende travee. Er is een gelijkaardige toegangsdeur dan in de voorgevel, hier met gedeeld bovenlicht, en recente lagere aanbouw.

De oostvleugel heeft een bakstenen tuingevel op zandstenen plint, van vier traveeën met vernieuwde kruiskozijnen onder gelijkaardige ontlastingsbogen. Het rechthoekig deurtje heeft een latei op consooltjes. De derde travee liep vroeger uit in een dakvenster met tuitgevel en korfboogvormig laadvenster onder balkgat, later werd dit gewijzigd in een getrapt dakvenster. De verankerde bakstenen achtergevel heeft gedeeltelijk bewaarde oorspronkelijke kruiskozijnen en dakvensters met luikgat.

Ten zuidoosten is een gerestaureerde lagere bakstenen aanbouw aanwezig van twee bouwlagen, als mogelijk overblijfsel van een vroeger diephuis onder zadeldak, zie 19de-eeuwse aquarellen en pentekeningen van J.B. De Noter en A. Van den Eynde.

In de Kanunnik De Deckerstraat is een fraai barok deurtje te zien uit de tweede helft van de 17de eeuw, gevat in een schouderboogomlijsting met breed geprofileerd beloop op imposten en neuten onderaan geringd, verrijkt met bloemmotieven in de zwikken en voluutsluitsteen onder getralied spiegelvormig bovenlicht in voluutomlijsting onder gebogen druiplijst met gestrekte uiteinden. In de oksel staat een vierkante toren onder ingesnoerd tentdak (leien). De kloosterkozijnen hebben oorspronkelijke negblokken, een korfboogdeurtje in zandstenen omlijsting en een behouden stenen wenteltrap met boom op geprofileerde sokkel.

In het interieur bleef het oorspronkelijk dakgebint bewaard.

Bibliografie


Bron: -
Auteurs:  Eeman, Michèle, Kennes, Hilde, Mondelaers, Lydie

Je kan deze pagina citeren als: Eeman, Michèle; Kennes, Hilde; Mondelaers, Lydie: Refugiehuis abdij van Tongerlo [online], https://id.erfgoed.net/teksten/164654 (geraadpleegd op 20-09-2020)


Refugiehuis abdij van Tongerlo

Het refugiehuis van de abdij van Tongerlo is beschermd als monument.


Bron: -
Auteurs:  Agentschap Onroerend Erfgoed

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed: Refugiehuis abdij van Tongerlo [online], https://id.erfgoed.net/teksten/192169 (geraadpleegd op 20-09-2020)