Warandepark tekst d.d. 08/08/2013 ()

De vroegere burchtheuvel van Diest, reeds voorzien van een motte met donjon in de 11de eeuw, is momenteel ingericht als stadspark. De bescherming omvat het volledige park met de archeologische resten, de ommuring, het poortgebouw en 'den Drossaard' met portierswoning.

Algemene situering

De oorsprong van de stad Diest gaat terug tot de vroege middeleeuwen. Sedert de 11de eeuw stond op de heuvel van het huidige Warandepark het heerlijk kasteel. De stijging van het bevolkingsaantal aan het einde van de 12de en het begin van de 13de eeuw, noodzaakte de bebouwing buiten de versterkte stadskern en dit vooral op de noordelijke Demeroever, op de plaats van de huidige Demerstraat, Refugiestraat en Michel Theysstraat. In 1229 verkreeg Diest het vrijheidscharter van Hendrik I, hertog van Brabant. Enkele decennia later, in 1253, kregen de begijnen van Arnold IV toestemming om zich in Diest te vestigen en werd het nabijgelegen Nedermolenveld, het huidige Sint-Jansveld en omgeving, door de abdij van Sint-Truiden afgestaan zodat het bij de stad kon worden ingelijfd. In 1360 werd, in opdracht van Hendrik, heer van Diest, een omwalling opgetrokken in een grote cirkel om de stad. De vestinggordel bevatte zowel bewoonde stadsdelen als hovingen en tuinen. De grotendeels aarden omwalling telde tien poorten en dertig torens. Vijf poorten sloten aan op de invalswegen naar andere steden (bijvoorbeeld de Beverenpoort in de richting Hasselt of de Schaffensepoort die leidde naar de Kempen), de andere vijf verleenden toegang tot de velden rond Diest (onder andere de Koepoort, gelegen aan de Leopoldvest, ter hoogte van het huidige Sint-Jansveld). Door de voortdurende belegeringen waarvan Diest het slachtoffer werd, moesten aan het begin van de 16de eeuw verbeteringswerken aan de vestingen uitgevoerd worden. Hiertoe werden torens en poorten hersteld, buitenwijken gesloopt en grachten verbreed, waaronder de buitengracht tussen de Beverenpoort en het Nedermolenveld.

De burcht op de Warandeheuvel werd in 1514 verwoest en betekende meteen het begin van de neergang die Diest kende in de 16de eeuw toen godsdienstoorlogen een einde maakten aan de bloei van de handel en de lakennijverheid. De aanwezigheid van de Nassau’s in Diest sinds 1499 gaf bovendien in 1580 aanleiding tot plundering van de stad. In het begin van de 18de eeuw werd Diest bezet door de Fransen. Een deel van de bestaande omwalling werd in 1705 gesloopt. Er werd een citadel gebouwd naar de opvattingen van Vauban, waardoor in 1788 nog slechts een klein deel van de vroegere omwalling overbleef. Mede door de wegenaanleg tijdens de Oostenrijkse periode, kende de Diestse economie een bloeiperiode. In 1835 werd een versterking gebouwd tegen de Hollanders die bestond uit een kernvesting met twaalf fronten, een citadel en het Fort Leopold. Onder meer de ringgrachten en de Halve Maan getuigen hier nog van. De restanten van de 19de-eeuwse vestinggordel werden beschermd bij Ministerieel Besluit op 20 mei 1996. Na het optrekken van deze verdedigingsgordel zou de stad zich buiten de omwalling aan west- en zuidzijde uitbreiden met woonwijken waardoor de stadskern vrij goed bewaard bleef en het oorspronkelijke straalvormige plan van Diest ook vandaag nog duidelijk herkenbaar is.

Historiek

De Warande, het huidige stadspark, is een ovale getuigenheuvel van ijzerzandsteen met een diameter van ongeveer 250 meter, midden in het centrum van Diest gelegen en ingesloten door het Henri Verstappenplein (vroeger de Nieuwe Korenmarkt), de Sint-Janstraat, het stadion aan het Sint-Jansveld, de Zeven Weeënstraat en de Veemarkt (oude Houtmarkt).

Reeds in het laatste kwart van de 11de eeuw werd op de heuvel een hoogteburcht bewoond, namelijk door Otto I, één van de Heren van Diest die de stad bestuurden van 1080 tot 1499. Archeologisch onderzoek toont aan dat de versterking toen uit een motte met donjon - het zogenaamd Tafelrond - en een neerhof bestond met in hout opgetrokken stallingen en woningen. Het geheel werd beveiligd door een gracht.

Toen in het eerste kwart van de 13de eeuw de gebouwen niet meer voldeden, werd op het neerhof een ijzerzandstenen zaalgebouw opgetrokken, waarvan een gedeelte van de funderingen nog steeds in situ zichtbaar is. Het gebouw omvatte kelders, bereikbaar via een externe trap, een camera - een kamer voor de kasteelheer -, een grote ruimte met een centrale stookplaats en minstens één halfronde traptoren. Ten noordwesten van het hoofdvolume bevond zich een poortgebouw en niet ver daarvan een waterput, ook wel de “klinkende put” genoemd. In deze periode werd de overige ruimte op de heuvel als wijngaard gebruikt, zoals blijkt uit een charter van 1233, waarin Arnold IV van Diest de tienden van de burchtwijn aan de Norbertijnerabdij van Tongerlo schenkt.

Ongeveer een eeuw later, in het eerste kwart van de 14de eeuw, werd dit zaalgebouw afgebroken en vervangen door een complex gestructureerd geheel, omvattende een grote zaal, in twee verdeeld door twee rug aan rug geplaatste haarden, een kamer met voorraadruimte in de vloer, een kamer met haard, en een half ingegraven kelder. In de loop van de 14de en 15de eeuw werden aan dit complex verdere wijzigingen uitgevoerd, onder meer de inrichting van een kamer met twee latrines.

Toen in 1499 het geslacht Oranje-Nassau de macht overnam in Diest, was de oude burcht sterk vervallen. In 1514 werd ze volledig afgebroken. Aan de voet van de Warandeberg, op de huidige Graanmarkt, werd een nieuwe residentie opgetrokken voor de prinsen van Oranje, het vandaag nog steeds bestaande Hof van Nassau, beschermd als monument (Ministerieel Besluit van 11/08/1943). Tegelijk werd de Warande, vergroot door de aankoop van omliggende gronden, omgevormd tot jachtpark -vandaar de naam Warande- waarin herten, reeën en everzwijnen gehouden werden. Een 18de-eeuwse reproductie van een 17de-eeuwse kaart, genaamd “Caerte figuratif vanden Berghe in t’ Parck” toont de Warande, met onder andere de resten van het 11de-eeuwse Tafelrond, die van het 13de-eeuwse zaalgebouw, het vroeg 14de-eeuwse complex, de ijskelders en de steengroeve. Blijkbaar was men hier al vroeg geïnteresseerd in archeologische sporen want de kaart duidt ook de plaatsen aan waar toen reeds “de fondamenten nieuwelincx opgegraven ende heden gedesigneerd” werden.

De Warande bleef eeuwenlang ongestoord jachtdomein, tot ze, samen met een groot aantal andere gebouwen in de stad, door de Fransen geconfisqueerd en uiteindelijk, in 1820, voor 19000 gulden verkocht werd aan Jan Verstappen, brouwer van beroep. In de verkoopakte is, naast het park met 671 eiken, 58 beuken en esdoorns, 62 notelaars en 130 grauwe abelen, ook nog sprake van twee huizen: de woning van de Drossaard en een bijgebouw. Deze tweeënhalflagige herenwoning met monumentale deurtravee werd vlak na 1777 opgetrokken in opdracht van Frans Fernand de Paramo, de laatste drossaard of plaatsvervanger van de prins van Oranje in Diest (1777-1794). Het vermelde bijgebouw is vermoedelijk de oorspronkelijk tegen de herenwoning aanleunende versteende vakwerkconstructie die enkele decennia geleden plaats moest maken voor de uitbreiding van de herenwoning en de aanpassing tot jeugdherberg. Van de éénlagige en minstens tot het begin van de 18de-eeuw opklimmende portierswoning aan de Sint-Jansstraat is in de verkoopakte geen sprake, hoewel ze wel aangeduid is op de “Caerte figuratief van ’s Heeren Parck binnen Diest”, die opgesteld werd naar aanleiding van de verkoop in 1820 en het volledige goed toont. Na de verkoop werd de Warandeheuvel verder aangelegd als bos. Eén van de beuken (Fagus sylvatica) op de zuidflank van de Warande (met een stamomtrek van 4,19 meter), de witte paardenkastanje ( Aesculus hippocastanum) bij de hoofdtoegang van de Graanmarkt (met een stamomtrek van 3,45 meter) en enkele haagbeuken (Carpinus betulus) op de noordflank zijn hiervan nog restanten.

Aan de zijde van het Verstappenplein werden een deel van de heuvel afgegraven, een keermuur opgetrokken en twee nieuwe woningen gebouwd. Een eerste empire getint pand met drie bouwlagen en rondboogvensters op de eerste verdieping werd opgetrokken in 1841, aan de hoek met de Houtmarkt, en een tweede in 1847-1848, tegenover het Hof van Nassau, op de plaats waar vroeger, volgens de kaart van 1820, een poort in ogivaelen stijl stond. Het was een strak geritmeerde neoclassicistische herenwoning van drie bouwlagen en vijf traveeën onder een leien zadeldak, gekenmerkt door oplopende hoekpilasters met Franse voegen, twee monumentale poortdoorgangen aan weerszijden van de woning en een beklemtoonde middentravee met dubbele houten deur tussen pilasters, bekroond door een balkon met balkondeur onder een geprofileerd hoofdgestel op voluutconsoles.

Uit een militaire kaart, opgetekend in de jaren 1890, blijkt dat het bos op de Warande getransformeerd werd tot een park met een centrale rotonde waarrond een druppelvormig patroon van wandelpaden. De oude motte, minstens 80 jaar geleden als prieel beplant met linden (Tilia platyphyllos - een veel voorkomend element in landschappelijke parken - is op deze kaart vreemd genoeg niet weergegeven. Een groot aantal bomen behoort waarschijnlijk tot dezelfde generatie: naast zomerlinde ook tamme kastanje (Castanea sativa), witte paardenkastanje (Aesculus hippocastanum), Amerikaanse eik (Quercus rubra), gewone es (Fraxinus exelsior), bontbladige esdoorn (Acer pseudoplatanus 'Leopoldii'), gewone beuk (Fagus sylvatica) en enkele rariteiten: ruwe iep met opgaande twijgen (Ulmus glabra ‘Exoniensis’) en varenbeuk (Fagus sylvatica 'Asplenifolia'). Sinds het begin van de 20ste eeuw staat het park op de Warande bij het kadaster opgetekend als ‘lusttuin’.

Bijna een eeuw lang bleef de Warande de achtertuin van de neoclassicistische herenwoning. In 1939 overleed dokter Henri Verstappen, naar wie later de voormalige Nieuwe Korenmarkt genoemd zou worden omdat hij bij testament zijn woning en de Warande aan de stad Diest schonk.

Beschrijving

Na de dood van Henri Verstappen werd de Warandeheuvel ingericht als stadspark, met in de oude steengroeve een openluchttheater, ontworpen door de Nederlander Marinus Naalden, en op de weide tussen de heuvel en de Leopoldvest naar het ontwerp van Frans Vandendael een sportstadion met tennisvelden.

De herenwoning werd omgevormd tot monumentale ingangspoort, eveneens naar de plannen van Frans Vandendael. De vier beelden op het poortgebouw, bestaande uit een arcade met centrale gedenkplaat, geflankeerd door telkens twee rondboogdoorgangen naar het park, worden ondersteund door een gedeeltelijk opengewerkte balustrade en zijn afkomstig van het in 1956 gesloopte Noordstation van Brussel. De beelden werden vervaardigd door Jozef Geens en stellen wellicht allegorieën voor van Landbouw, Kunsten, Handel en Nijverheid.

Tijdens de opgravingscampagnes in de loop van de jaren vijftig en tachtig van de twintigste eeuw op de Warandeheuvel werd onder andere de vroeg-13de-eeuwse burcht onderzocht, waarvan een gedeelte van de fundering blootgelegd, geconsolideerd en op educatieve manier gevisualiseerd is.

Het drossaard- of baljuwhuis, gelegen aan de Sint-Janstraat, is het voormalig verblijf van drossaard Fernandez de Paramo. Het is een dubbelhuis met twee verdiepingen dateren duit het laatste kwart van de 18de eeuw en is opgetrokken uit bak- en zandsteen met holrond bepleisterde kroonlijst. De middenrisaliet is geflankeerd door weinig uitspringende pilasters van baksteen met Franse voegen en voorzien van een grote geprofileerde rondboogdeur met voluten-sluitsteen. Er werden verbouwingen uitgevoerd in de 20ste eeuw. De aansluitende portierswoning in traditionele stijl dateert uit de 17de-18de eeuw en werd grondig gerestaureerd.

Als groene adempauze naast de dicht bebouwde straten in de buurt, vormen de ommuurde Warandeheuvel met het poortgebouw, de archeologische resten, het openluchttheater, het baljuwhuis met portierswoning en de straatkapel in de Zeven Weeënstraat, een waardevol geheel met grote stedenbouwkundige kwaliteit dat bovendien sterk beeldbepalend is omwille van het perspectief vanuit tal van naburige straten en pleinen.

Een reeks aanplantingen dateert uit de periode na de overname door de stad: vooral gewone platanen (Platanus hispanica (x)), Weymouthden (Pinus strobus) en, sporadisch, Oost-Amerikaanse hemlockspar (Tsuga canadensis), zilveresdoorn (Acer saccharinum) en hemelboom (Ailanthus altissima).

Voorts te noteren zijn een aantal merkwaardige bomen in het park, namelijk:

  1. een varenbeuk (Fagus Sylvatica 'Asplenifolia') met stamomtrek van 2,77 meter.
  2. een bontbladige cultivar van gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus 'Leopoldii') met stamomtrek van 2,75 meter.
  3. een ruwe iep met opgaande twijgen (Ulmus glabra ‘Expniensis’) met stamomtrek van 1,83 meter.
  4. een gewone beuk (Fagus Sylvatica) met stamomtrek van 4,19 meter.
  5. een witte paardenkastanje (Aesculus hippocastanum) met stamomtrek van 3,65 meter.

Bibliografie

  • BRANS M. 1994: Diest. Stille getuigen, s.l.
  • CALLEBAUT D. 1982: De tafelrondmotte op de Warande te Diest, Archaeologia Belgica 250, 5-18.
  • DENEEF R. (red.) 2007: Historische tuinen en parken van Vlaanderen, Inventaris Vlaams-Brabant, Hageland – Noordoosten van Vlaams-Brabant, Aarschot, Begijnendijk, Bekkevoort, Boortmeerbeek, Diest, Haacht, Keerbergen, Rotselaar, Scherpenheuvel-Zichem, Tremelo, M&L Cahier 14, Brussel, 111-115.
  • DOPERE F. & UBREGTS W. 1991: De donjon in Vlaanderen – architectuur en wooncultuur, Brussel-Leuven.
  • GENICOT L.F., VAN AERSCHOT S., DE CROMBRUGGHE A., SANSEN H. & VANHOVE J. 1971: Inventaris van het cultuurbezit in Vlaanderen, Architectuur, Provincie Brabant, Arrondissement Leuven, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 1, Luik.
  • ROOSSENS B 1983: De opgravingen op de Warande te Diest, Oost-Brabant XX, 3, 129-130.
  • ROOSSENS B. 1984: Het Warandekasteel te Diest, Archaeologia Belgica 258, 155-157.
  • ROOSSENS B. & VAN IMPE J. 1985: Het Warandekasteel te Diest, Archaeologia Belgica I/2, 117-122.
  • ROOSSENS B. & VYNCKIER P. 1982: De middeleeuwse versterkingen op de Warande te Diest, Archaeologia Belgica 247, 122-124.
  • ROOSSENS B. & VYNCKIER P. 1983: Het Warandekasteel te Diest, Archaeologia Belgica 253, 105-108.
  • VAN DER EYCKEN M. 1980: Geschiedenis van Diest, s.l.
  • VAN DER EYCKEN M. 1994: Steden in beeld. Diest, s.l.
  • VAN DE VEN R. 1970: Op speurtocht in de Diestse bodem, Meer Schoonheid 17, 111-115.
  • VAN DE VEN R. 1971: De wijnteelt in het middeleeuwse Diest, Meer schoonheid 18/ 3, 13-17.
  • VAN DE VEN R. 1990: 50 jaar geleden kwam de Warande in het bezit van Diest, Oost Brabant 27/2, 106-107.
  • VAN DE VEN R. s.d.: Het openluchttheater in het stadspark “De Warande”, ongepubliceerd.
  • S.n., Caerte figuratif vanden Berghe int’ Parck, 18de-eeuwse kopie van 17de-eeuwse kaart, S.A.D.
  • S.n., Caerte figuratif van ’s Heeren Parck binnen Diest, 1820, S.A.D.
  • Ferraris J., Carte Chorographique des Pays-Bes Autrichiennes, 1775.
  • Voncken J.G., Primitieve kadasterkaart, Gemeente van Diest, s.l., 1822.
  • Popp P.C., Atlas Cadastral de Belgique. Province de Brabant. Arrondissement de Louvain.
  • Plan Parcellaire de la ville de Diest, avec les mutations, Brugge, 1857.
  • Centrale Archeologische Inventaris, CAI ID 3142 ‘Warandekasteel’
  • Centrale Archeologische Inventaris CAI ID 3141 ‘Tafelrondemotte’

Bron: Beschermingsdossier DB002164, Diest-Zuid (digitaal dossier)
Auteurs:  Verloove, Claartje; Deneef, Roger; De Schepper, Jo; Paesmans, Greta
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Je kan deze tekst citeren als: Verloove C., Deneef R., De Schepper J. & Paesmans G. 2013: Warandepark tekst d.d. 08/08/2013 [online], https://id.erfgoed.net/teksten/148037 (geraadpleegd op ).


Warandepark ()

De bescherming omvat de Warande met archeologische resten, de ommuring, het poortgebouw en den Drossaard met portierswoning.

Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Je kan deze tekst citeren als: S.N. 2013: Warandepark [online], https://id.erfgoed.net/teksten/188455 (geraadpleegd op ).