Beschermd monument

Pastorie Sint-Catharinaparochie

Beschermd monument van 14-07-2004 tot heden
ID: 9293   URI: https://id.erfgoed.net/aanduidingsobjecten/9293

Besluiten

Pastorieën
definitieve beschermingsbesluiten: 14-07-2004  ID: 4303

Beschrijving

De pastorie van de Sint-Catharinaparochie, en de tuin met tuinpaviljoen, zijn beschermd als monument.


Waarden

Pastorie van Wachtebeke is beschermd als monument omwille van het algemeen belang gevormd door de:

artistieke waarde

De lijst van beschermde gebouwen is een selectie uit de inventaris van pastorieën uit de 18de tot begin 20ste eeuw. De dertien panden vertegenwoordigen 22,4% en zijn allen representatief en toonaangevend voor de pastorie en haar evolutie. Het zijn panden met één of meerdere historische, artistieke en/of wetenschappelijke waarden.
De historische waarde van de pastorie bestaat uit de kerkelijke verplichting aan de pastoor om na een benoeming op zijn beneficie te gaan wonen. Dat vereiste een 'pastoreel huis'. Deze verplichting werd herhaald tijdens het concilie van Trente waardoor in het begin van de 17de eeuw verschillende pastorieën werden gebouwd. Het is pas ná de seculiere wet van 25 september 1769 dat de meeste pastorieën opgericht werden. De tiendenheffers werden daartoe verplicht. Slechts weinig pastorieën van voor 1769 bleven bewaard, wat hen tot bijzondere getuigen én referentiepunten maakt voor de evolutie in de tweede helft van de 18de eeuw. De 19de-eeuwse pastorie, opgetrokken door de gemeente, is het gevolg van het Concordaat van 1801. De pastorie hoort door deze historische context samen met de kerk, het gemeentehuis en de dorpsschool tot de historisch gegroeide dorpskern, de parochie en het collectieve geheugen van de dorpsgemeenschap.
De artistieke waarde van de pastorie bestaat uit het steeds zeer consequent toepassen van de meest moderne structuur, constructie, decoratie en (tuin)aanleg eigen aan de bouwperiode van het pand. De drang naar het nieuwe en moderne resulteerde niet zelden in het herinrichten van één of meerdere kamers met nieuwe vormen, materialen en stijlen. Verschillende pastorieën getuigen van deze architecturale evolutie. In zowel de 18de als eerste helft van de 19de eeuw is de invloed vanuit Frankrijk op de kunst en architectuur in onze contreien zeer duidelijk. Die invloed is zeer duidelijk merkbaar in zowel de toegepaste stijlen als in de 18de-eeuwse formele tuinaanleg waarbij het huis 'entre cour et jardin' geplaatst werd. De typologie kent een zeer specifieke evolutie van dubbelhuis naar vrij grondplan. Typisch en uniek voor de pastorie is de mogelijkheid om de bovenverdieping af te sluiten van de benedenverdieping dankzij een smeedijzeren hek of luik, dat van op de verdieping kan gesloten worden. De tuinen getuigen allen van de onverbrekelijke band tussen pastorie en tuin. De zelfvoorzienig van de pastoor uitte zich in zowel een sier- als nutstuin met alle daaruit volgende nutsgebouwen als schuren, stallen, bakoven, volières, opslagruimtes, .... De aanleg inclusief onder meer de ommuring, poortgebouwen, kleine tuinelementen als kapellen, grotten, vijvers, wallen, paden, serres, bruggen, tuinpaviljoenen, loverpriëlen, beelden, ... is steeds zeer representatief voor de evolutie van formele naar landschappelijke tuin welke in deze periode plaatsvindt.
Verschillende tuinen hebben wetenschappelijke, meer bepaald dendrologische waarde door hun bijzondere bomenbestand.

historische waarde

De lijst van beschermde gebouwen is een selectie uit de inventaris van pastorieën uit de 18de tot begin 20ste eeuw. De dertien panden vertegenwoordigen 22,4% en zijn allen representatief en toonaangevend voor de pastorie en haar evolutie. Het zijn panden met één of meerdere historische, artistieke en/of wetenschappelijke waarden.
De historische waarde van de pastorie bestaat uit de kerkelijke verplichting aan de pastoor om na een benoeming op zijn beneficie te gaan wonen. Dat vereiste een 'pastoreel huis'. Deze verplichting werd herhaald tijdens het concilie van Trente waardoor in het begin van de 17de eeuw verschillende pastorieën werden gebouwd. Het is pas ná de seculiere wet van 25 september 1769 dat de meeste pastorieën opgericht werden. De tiendenheffers werden daartoe verplicht. Slechts weinig pastorieën van voor 1769 bleven bewaard, wat hen tot bijzondere getuigen én referentiepunten maakt voor de evolutie in de tweede helft van de 18de eeuw. De 19de-eeuwse pastorie, opgetrokken door de gemeente, is het gevolg van het Concordaat van 1801. De pastorie hoort door deze historische context samen met de kerk, het gemeentehuis en de dorpsschool tot de historisch gegroeide dorpskern, de parochie en het collectieve geheugen van de dorpsgemeenschap.
De artistieke waarde van de pastorie bestaat uit het steeds zeer consequent toepassen van de meest moderne structuur, constructie, decoratie en (tuin)aanleg eigen aan de bouwperiode van het pand. De drang naar het nieuwe en moderne resulteerde niet zelden in het herinrichten van één of meerdere kamers met nieuwe vormen, materialen en stijlen. Verschillende pastorieën getuigen van deze architecturale evolutie. In zowel de 18de als eerste helft van de 19de eeuw is de invloed vanuit Frankrijk op de kunst en architectuur in onze contreien zeer duidelijk. Die invloed is zeer duidelijk merkbaar in zowel de toegepaste stijlen als in de 18de-eeuwse formele tuinaanleg waarbij het huis 'entre cour et jardin' geplaatst werd. De typologie kent een zeer specifieke evolutie van dubbelhuis naar vrij grondplan. Typisch en uniek voor de pastorie is de mogelijkheid om de bovenverdieping af te sluiten van de benedenverdieping dankzij een smeedijzeren hek of luik, dat van op de verdieping kan gesloten worden. De tuinen getuigen allen van de onverbrekelijke band tussen pastorie en tuin. De zelfvoorzienig van de pastoor uitte zich in zowel een sier- als nutstuin met alle daaruit volgende nutsgebouwen als schuren, stallen, bakoven, volières, opslagruimtes, .... De aanleg inclusief onder meer de ommuring, poortgebouwen, kleine tuinelementen als kapellen, grotten, vijvers, wallen, paden, serres, bruggen, tuinpaviljoenen, loverpriëlen, beelden, ... is steeds zeer representatief voor de evolutie van formele naar landschappelijke tuin welke in deze periode plaatsvindt.
Verschillende tuinen hebben wetenschappelijke, meer bepaald dendrologische waarde door hun bijzondere bomenbestand.

wetenschappelijke waarde

De lijst van beschermde gebouwen is een selectie uit de inventaris van pastorieën uit de 18de tot begin 20ste eeuw. De dertien panden vertegenwoordigen 22,4% en zijn allen representatief en toonaangevend voor de pastorie en haar evolutie. Het zijn panden met één of meerdere historische, artistieke en/of wetenschappelijke waarden.
De historische waarde van de pastorie bestaat uit de kerkelijke verplichting aan de pastoor om na een benoeming op zijn beneficie te gaan wonen. Dat vereiste een 'pastoreel huis'. Deze verplichting werd herhaald tijdens het concilie van Trente waardoor in het begin van de 17de eeuw verschillende pastorieën werden gebouwd. Het is pas ná de seculiere wet van 25 september 1769 dat de meeste pastorieën opgericht werden. De tiendenheffers werden daartoe verplicht. Slechts weinig pastorieën van voor 1769 bleven bewaard, wat hen tot bijzondere getuigen én referentiepunten maakt voor de evolutie in de tweede helft van de 18de eeuw. De 19de-eeuwse pastorie, opgetrokken door de gemeente, is het gevolg van het Concordaat van 1801. De pastorie hoort door deze historische context samen met de kerk, het gemeentehuis en de dorpsschool tot de historisch gegroeide dorpskern, de parochie en het collectieve geheugen van de dorpsgemeenschap.
De artistieke waarde van de pastorie bestaat uit het steeds zeer consequent toepassen van de meest moderne structuur, constructie, decoratie en (tuin)aanleg eigen aan de bouwperiode van het pand. De drang naar het nieuwe en moderne resulteerde niet zelden in het herinrichten van één of meerdere kamers met nieuwe vormen, materialen en stijlen. Verschillende pastorieën getuigen van deze architecturale evolutie. In zowel de 18de als eerste helft van de 19de eeuw is de invloed vanuit Frankrijk op de kunst en architectuur in onze contreien zeer duidelijk. Die invloed is zeer duidelijk merkbaar in zowel de toegepaste stijlen als in de 18de-eeuwse formele tuinaanleg waarbij het huis 'entre cour et jardin' geplaatst werd. De typologie kent een zeer specifieke evolutie van dubbelhuis naar vrij grondplan. Typisch en uniek voor de pastorie is de mogelijkheid om de bovenverdieping af te sluiten van de benedenverdieping dankzij een smeedijzeren hek of luik, dat van op de verdieping kan gesloten worden. De tuinen getuigen allen van de onverbrekelijke band tussen pastorie en tuin. De zelfvoorzienig van de pastoor uitte zich in zowel een sier- als nutstuin met alle daaruit volgende nutsgebouwen als schuren, stallen, bakoven, volières, opslagruimtes, .... De aanleg inclusief onder meer de ommuring, poortgebouwen, kleine tuinelementen als kapellen, grotten, vijvers, wallen, paden, serres, bruggen, tuinpaviljoenen, loverpriëlen, beelden, ... is steeds zeer representatief voor de evolutie van formele naar landschappelijke tuin welke in deze periode plaatsvindt.
Verschillende tuinen hebben wetenschappelijke, meer bepaald dendrologische waarde door hun bijzondere bomenbestand.

artistieke waarde

De pastorie werd in 1869 opgetrokken naar de plannen van architect E. de Perre-Montigny op een oudere site. Vermoedelijk werden onderdelen herbruikt in de nieuwe constructie (kelder) en het tuinpaviljoen. Het pand kreeg een neogotisch uiterlijk wat uitzonderlijk is binnen het oeuvre van de architect. Ook het interieur behield zijn oorspronkelijke indeling en aankleding (spits- en segmentbogen, plafondstucwerk en kapitelen in neogotische stijl, binnenschrijnwerk uitgewerkt in spitsboogvorm, 19de-eeuwse schouwen, plankenvloeren en plafonds, ... ) waardoor het pand representatief is voor de tweede helft van de 19de eeuw. In de kelder werd een haard aangebracht, terwijl op zolder een bediendekamertje werd ingericht. Achterin de pastorietuin een tuinpaviljoen, vermoedelijk uit de l8de eeuw.

historische waarde

De pastorie werd in 1869 opgetrokken naar de plannen van architect E. de Perre-Montigny op een oudere site. Vermoedelijk werden onderdelen herbruikt in de nieuwe constructie (kelder) en het tuinpaviljoen. Het pand kreeg een neogotisch uiterlijk wat uitzonderlijk is binnen het oeuvre van de architect. Ook het interieur behield zijn oorspronkelijke indeling en aankleding (spits- en segmentbogen, plafondstucwerk en kapitelen in neogotische stijl, binnenschrijnwerk uitgewerkt in spitsboogvorm, 19de-eeuwse schouwen, plankenvloeren en plafonds, ... ) waardoor het pand representatief is voor de tweede helft van de 19de eeuw. In de kelder werd een haard aangebracht, terwijl op zolder een bediendekamertje werd ingericht. Achterin de pastorietuin een tuinpaviljoen, vermoedelijk uit de l8de eeuw.

wetenschappelijke waarde

De pastorie werd in 1869 opgetrokken naar de plannen van architect E. de Perre-Montigny op een oudere site. Vermoedelijk werden onderdelen herbruikt in de nieuwe constructie (kelder) en het tuinpaviljoen. Het pand kreeg een neogotisch uiterlijk wat uitzonderlijk is binnen het oeuvre van de architect. Ook het interieur behield zijn oorspronkelijke indeling en aankleding (spits- en segmentbogen, plafondstucwerk en kapitelen in neogotische stijl, binnenschrijnwerk uitgewerkt in spitsboogvorm, 19de-eeuwse schouwen, plankenvloeren en plafonds, ... ) waardoor het pand representatief is voor de tweede helft van de 19de eeuw. In de kelder werd een haard aangebracht, terwijl op zolder een bediendekamertje werd ingericht. Achterin de pastorietuin een tuinpaviljoen, vermoedelijk uit de l8de eeuw.

Aanduiding van

Is de bescherming van

Pastorie Sint-Catharinaparochie

Dorp 35 (Wachtebeke)
De pastorie telt vijf traveeën en twee bouwlagen en is gelegen in een tuin met tuinpaviljoen.