De beuken met hun omgeving langs de Katteberg te Ename en een deel van de weg zijn beschermd als landschap.
De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen (KCML) motiveert de historische en wetenschappelijke waarde als volgt:
esthetische waarde: sinds de prille dagen van het wandeltoerisme van de Vlaamse Ardennen in het begin van deze eeuw heeft de Katteberg steeds heel wat wandelaars getrokken. Het prachtige panorama op de Scheldevallei (tot Gent) en het landschapsschoon op de helling zelf waren hierbij de attractiepolen. Boven konden de dorstigen zich vroeger laven aan het bruine bier van herberg “De Katte”, waar de weg zijn huidige naam aan ontleent.
historische waarde: De Vlaamse Ardennen kennen een groot aantal wegtracés haaks op de valleiwanden, met een stijgingspercentage van 8 procent of meer. Door de betreding kan hier slechts weinig vegetatie standhouden. Het afspoelende regenwater stroomt over de onbeschermde bodem naar beneden en veroorzaakt erosie. Het resultaat was een steeds dieper wordende “geul” die na verloop van tijd een zachtere langshelling kreeg dan de natuurlijke helling. De Katteberg wordt voor het eerst vermeld in 1227 in een charter van Arnulf IV, heer van Oudenaarde, waarin een akkoord gesloten wordt met de Sint-Salvatorabdij van Ename in verband met beider rechten op een deel van het Bos t’Ename, en omschreven als “een holle weg, die vanuit Ename loodrecht naar het zuiden loopt”. Op een figuratieve kaart van 1661 wordt de weg “Thjonghen Straet” genoemd, naar dat gedeelte van het bos t’Ename dat er in het zuidwesten bij aansloot. De betekenis hiervan is niet duidelijk. De meeste van deze holle wegen werden op een bepaald ogenblik gekasseid, teneinde verdere erosie tegen te gaan. Kasseien zijn daar uitermate voor geschikt: ze zijn slijtvast, spoelen niet weg en bedekken voldoende de bodem om het wegspoelen van de grond te beletten. In het geval van de Katteberg gebeurde dit door toedoen van de Sint-Salvatorabdij van Ename nadat hiervoor door keizerin Maria-Theresia in 1753 concessie werd verleend. Zoals blijkt uit een gedetailleerd plan van 1792 werd de holle wegzate tevens verlaten en werd het tracé lichtjes opgeschoven naar het zuidwesten. Op dit plan wordt de nieuwe weg “moderne straete of te calseyde” genoemd: het oude holle weg wegtracé “diepte oude straete”. Dit laatste is sinds 1753 slechts gedeeltelijk opgevuld en bestaat nog steeds als een gedeeltelijk braakliggende, gedeeltelijk met populieren beplante strook langs de huidige weg, afgezoomd met oude haagbeuk-, es- en Spaanse aakknotbomen. In de volksmond leeft deze strook voort als “diepe straete”. Tot 1850 liep de weg dwarsdoor het historische bos t’Ename, waarvan de drie monumentale beuken op het talud mogelijk restanten zijn.
- Onroerend Erfgoed Oost-Vlaanderen, Beschermingsdossier DO000743, De drie Beuken, advies KCML (1985).
”De drie Beuken” zijn beschermd als landschap omwille van het algemene belang gevormd door de: