Kapel van het Sint-Lievenscollege met cultuurgoederen

Beschermd monument van 23-02-2018 tot heden (voorlopige bescherming)

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Gent
Deelgemeente Gent
Straat Zilverenberg
Locatie Zilverenberg 1 (Gent)
Alternatieve naam beschermingen

Administratieve gegevens

Andere nummers
  • 4.001/44021/126.1
  • 4.01/44021/1448.1

Is de (gedeeltelijke) bescherming van

Sint-Lievenscollege

Zilverenberg 1, Gent (Oost-Vlaanderen)

Gebouwencomplex gerangschikt rondom een langgerekte, onregelmatige rechthoekige binnenplaats, gevat tussen Zilverenberg, Kalvermarkt, Volmolenstraat en Nieuwbrugkaai, en bestaande uit een 18de-eeuwse herenwoning, een bakstenen neogotische vleugel uit 1881 en naoorlogse gebouwen waaronder een kapel (1965) naar ontwerp van Marc Dessauvage.

Beschrijving

Deze bescherming betreft de kapel van het Sint-Lievenscollege, met inbegrip van cultuurgoederen.

Waarden

De kapel van het Sint-Lievenscollege, met inbegrip van cultuurgoederen, is beschermd als monument omwille van het algemeen belang gevormd door de:

architecturale waarde

Marc Dessauvage (1931-1984) wordt vaak beschouwd als één van de belangrijkste, zo niet de belangrijkste ontwerper van naoorlogse kerkelijke architectuur in Vlaanderen. Dessauvage maakte in totaal 29 ontwerpen voor kerken en kapellen tussen 1959 en 1974. Hiervan werden er 17 gerealiseerd, alle ontworpen tussen 1960 en 1970 met een zwaartepunt in de periode 1962-1964 (waarin ook de kapel van het Sint-Lievenscollege ontworpen werd). Dessauvages vroege oeuvre, waartoe ook de kapel van het Sint-Lievenscollege behoort, is tekenend voor het modernisme dat in de jaren vijftig aan het Gentse Sint-Lucasinstituut onderwezen werd en waar Dessauvage van 1951 tot 1957 op uiterst succesvolle wijze de hogere architectuuropleiding volgde. De toenmalige directeur broeder Urbain introduceerde in die jaren de kwestie van de moderne kerkenbouw met lezingen en plaatsbezoeken, en ook het contact met medestudenten zoals Fried Verschuren beïnvloedde Dessauvages ontwerpen. Bovendien werd Dessauvage na zijn afstuderen en tot 1963 lid van het Cenakel dat door broeder Urbain opgericht was om studenten en afgestudeerden te informeren over, en enthousiasmeren voor de architecturale en liturgische vernieuwingen in de kerkenbouw. In dit Cenakel werden de leden warm gemaakt voor architectuurwedstrijden waaraan ook Dessauvage met succes deelnam. Dessauvages oeuvre en de kapel van het Sint-Lievenscollege in het bijzonder werden destijds geprezen door de befaamde architectuurcriticus Geert Bekaert omdat het zijn eigen visie op architectuur best belichaamde. Maar ook de invloedrijke Benedictijn Dom Frédéric Debuyst (1922-2017), hoofdredacteur van het tijdschrift L'Art d'Eglise (1959- 1980) en auteur van verschillende internationale publicaties over religieuze architectuur, vond in de architectuur van Dessauvage een verwezenlijking van zijn visie op de vernieuwing van de liturgische ruimte, die hij zocht in de idee van de huiskerk. Hierbij ligt de essentie van een gebouw in het interieur als een ruimte voor samenkomst van de gemeenschap, eerder dan in een monumentaal, expressionistisch exterieur: Andere aspecten van de huiskerk die men voorbeeldig terugvindt in de kapel van het Sint-Lievenscollege zijn de onopvallende integratie van het gebouw in zijn specifieke ruimtelijke omgeving (contextwaarde), en het niet-monumentale karakter van het liturgisch meubilair. Voor Geert Bekaert oversteeg Dessauvages aanpak zelfs de religieuze architectuur en hij werkte dit in de volgende decennia uit tot een fundament van zijn architectuurkritiek: een pleidooi om bij het bouwen steeds de mens centraal te stellen en niet de architectuur, om zo de vervreemding tegen te gaan. Ondanks het anti-formalistische karakter dat met name Geert Bekaert in de jaren zestig toeschreef aan het oeuvre van Dessauvage, getuigt dat oeuvre toch van een bepaalde vormelijke esthetiek. Het vertoont voornamelijk raakvlakken met de esthetiek van het brutalisme, door Reyner Banham rn 1966 geïnterpreteerd als een eerlijkheid in constructie en materialiteit. Ook bij de kapel van het Sint-Lievenscollege is dit aspect uitdrukkelijk aanwezig. Dessauvage werd in deze formele taal beïnvloed door internationale voorbeelden zoals Louis Kahn, Rudolf Schwarz en Carlo Scarpa, en had op zijn beurt ook invloed op andere ontwerpers.

historische waarde

Dessauvages kerkgebouwen kunnen niet los gezien worden van de veranderende liturgrsche context die hun realisatie mogelijk maakte. De ontstaansgeschiedenis van de kapel van het Sint-Lievenscollege (van idee tot voltooiing) loopt immers bijna volledig synchroon met het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) dat gekend staat als het aggiornamento, het 'bij de tijd brengen' van de kerk en het openstellen naar de hele wereld toe. De focus op Christus (het altaar) tijdens de misviering werd hierbij ingeruild voor een meer open concept naar het volk toe. Het concilie deed geen specifieke uitspraken over de kerkruimte maar had toch verstrekkende gevolgen op kerkinterieur. Het gaf officiële bevestiging aan enkele vernieuwingen waarvan sommige teruggingen tot de Liturgische Beweging van begin 20ste eeuw die een maximale participatie van de gelovigen in de liturgie beoogde. De kerken van Dessauvage werden destijds internationaal geprezen omdat ze beantwoordden aan en zelfs vooruitliepen op de gewijzigde opvattingen van het Tweede Vaticaans Concilie. Deze vernieuwing bestond in de heroriëntatie van de polen van de viering (niet alleen meer het altaar maar in combimate met de preekstoel en het leesgestoelte of ambo), de primauteit van het interieur, en de nadruk op personen in plaats van objecten (theologie van de gemeenschap), en op gastvrijheid plaats van representatie. De kapel van het Sint-Lievenscollege werd daarenboven gekenmerkt door een horizontale vrijheid en ruimtelijke openheid die perfect inspeelde op het doelpubliek (schooljongens). De eerder vrije verzameling van de gelovigen in verschillende blokken rond het altaar wordt eveneens gezien als in lijn met het concilie. Het liturgisch meubilair ten slotte sluit aan bij de dienende functie en geest van soberheid die door het concilie werd gepropageerd. Het is mobiel en ontdaan van representatieve monumentaliteit. Enkel het tabernakel kreeg een vaste plaats toegewezen op een betonnen sokkel en werd benadrukt door een accent in de muur.

artistieke waarde

Elk van Dessauvages kerken kan beschouwd worden als een Gesamtkunstwerk waarvan elk onderdeel in harmonie werd ontworpen of gekozen, inclusief kunstwerken, liturgische objecten en meubelstukken (ensemblewaarde). Het houten meubilair, het altaarkruis en het tabernakel werden ontworpen door Dessauvage zelf. Het kunstwerk 'eerste steen' van Jan Dries (1925-2014) is een voorbeeld van zijn meditatieve stenen in witte Carraramarmer die gekenmerkt worden door eenvoudige abstracte vormen en een optimaal spel tussen licht en donker. Dat onderzoek naar de manier waarop licht en materiaal zich verhouden, was een constante in Dries' hele carrière en sluit ook aan bij de artistieke visie van Dessauvage. Het Onze Lieve Vrouwbeeld en Christusbeeld zijn het werk van Maurits Witdouck (1928-2014), die destijds leraar was aan het Sint-Lucasinstituut van Gent. Ze werden overgeplaatst vanuit de oude kapel naar de overgangszone van de nieuwe kapel omdat ze zo de overgang van oud naar nieuw symboliseerden en dus de ruimtewerking ondersteunden. In analogie hiermee werden ook de glasramen uit de oude kapel overgebracht naar de overgangszone van de nieuw kapel. Deze werden gerealiseerd door de befaamde glazenier Michel Martens.

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.