Deze pagina afdrukken

De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed

Beringen (ID: 20879)

Administratieve gegevens

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Voor het eerst vermeld in 1120 als Beringe (van het Germaanse Beringum, bij de lieden van Bero). Gelegen aan het Albertkanaal (ter vervanging van de Oude Vaart van 1858). Bodem van zand- en lemige zandgrond, met ijzerzandsteen op de heuvelrug waarop de Koerselse steenweg loopt; turfachtige beddingen in de laagten bij de Zwarte Beek en de Oude Beek (bijrivier van de Demer).

Mogelijk vormde Beringen een Frankische stelling. Getuigen daarvan zijn de acht lokaliseerbare motten rondom Beringen, met in het centrum bij de kerk één centrale mot ('t Casselet, Terbeek, Terhaegen, Terhulsen, Broeckhoven, de Mot, Graevendael en Edelbampt in Commelo). Tijdens de Karolingische tijd behorend tot het zogenaamde "Patrimonium Adelardi ", door een schenking van Sint-Adelardus (750-827) in het bezit van de Sint-Pietersabdij van Corbie, een benedictijnerabdij in Noord-Frankrijk. Tot het grondgebied van Beringen behoorden toen ook Paal, Tervant, Heusden en Eversel. Aanvankelijk hoorde de Heerlijkheid Beringen op geestelijk en wereldlijk vlak toe aan Corbie; vandaar de grote kloosterhoeve "Het Herenhof" tijdens de middeleeuwen in het centrum van Beringen (op de plaats van het huis nummer 7 op de Markt). De graven van Loon werden echter als voogd aangesteld en dezen verhieven Beringen tot stad in 1261; daardoor werd het Luiks recht toegekend aan de stadskern; het Loons recht was van toepassing op de "Buitingen".

Door zijn ligging bij de handelswegen Diest-Venlo en Antwerpen-Keulen ontwikkelde zich een belangrijker doorvoerhandel (talrijke afspanningen aan de Onze-Lieve-Vrouwestraat en de Hoogstraat) en kleinindustrie rondom het driehoekig dorpsplein met jaarlijks drie openbare markten en een wekelijkse zaterdagmarkt, naast de permanente graanhandel. Al zeer vroeg had Beringen dan ook zijn Lakenbeurs, Slachthal en "Paenhuys".

Door haar ligging bij de grens van het prinsbisdom Luik, had de stad erg te lijden van doortrekkende troepen, zo onder meer in 1654 toen de Lorreinse troepen van de Condé de hele stadskern in puin legden.

De parochie dateert reeds uit de vroege middeleeuwen en is een der oudste parochies in de Kempen. Het begevings- en tiendenrecht was tot in de 16de eeuw in de handen van de abdij van Corbie die in 1559 haar rechten verkocht aan Godfried van Bocholt waardoor het na 1585 in handen kwam van de familie de Hansbroeck, de Heren van Ham. De Buitingen Paal en Tervant kregen in 1500 een eigen kapel op de Klitsberg, maar pas in 1708 werd Paal een afzonderlijke parochie. Het landdekenaat Beringen omvatte heel de Loonse Kempen.

Op de middeleeuwse stadsomwalling lagen drie poorten: de Diesterse poort (of Onze-Lieve-Vrouwepoort), de Hasseltse poort (de Verloren Toren) en de Koerselse poort (de Geuzentempel), alle drie gelegen op de belangrijkste invalswegen.

Buiten de Hasseltse poort bestond er een vertakking naar Hasselt (Hasseltsesteenweg) en naar Lummen (Everselstraat). Buiten de Diesterse poort kreeg men de vertakking naar Diest (Paalsestraat) en Lummen (Lummense weg). In 1826 werden de wallen en de Diesterse en Koerselse poort gesloopt; de Hasseltse poort verdween pas in 1883. Thans is de aarden ophoping der wallen nog zichtbaar langs de Pieter Bruegelstraat en de Harmoniestraat. Bij de Diesterse poort, binnen de muren lagen de poel en de bleekweide.

Op het grondgebied der gemeente werd vanaf de tweede helft van de 19de eeuw ijzererts ontgonnen, onder meer tussen de huidige Motstraat en de Helderbeek. De uitgravingen werden circa 1950-1960 aangevuld met huisvuil.

Door het ontdekken van steenkoollagen in 1919 kende Beringen een aanzienlijke bevolkingstoename. De eerste mijnzetel lag op grondgebied Beringen, aan de Koerselsesteenweg, vandaar de benaming "Beringen - Mijn", alhoewel de huidige mijninstallatie en tuinwijken zich in Koersel en Beverlo bevinden.

Oppervlakte: 702 ha. Inwoners (1976). 5.265.

  • DARIS J., Notice sur la bonne ville de Beeringen (Annalectes pour servir à l'histoire écclesiastique de la Belgique, 9, 1872, pagina's 381-436).
  • DE DIJN C.G., Monumentenroutes 1975 (Kunst en Oudheden in Limburg), Hasselt, 1975, pagina's 30-31.
  • SCHOUTEDEN W., Beringen, Vroeger en Nu, Beringen, sine data.
  • TIELENS L., ongepubliceerde gegevens.

Bron: Schlusmans F. met medewerking van Gyselinck J., Linters A., Wissels R., Buyle M. & De Graeve M.-Ch. 1981: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Hasselt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 6N1 (A-Ha), Brussel - Gent.

Auteurs: Schlusmans, Frieda

Datum tekst: 1981

Datum informatie: 1981

Relaties