Deze pagina afdrukken

Dorpsgezicht, Pollinkhove

De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed

Pollinkhove (ID: 21877)

Administratieve gegevens

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Landbouw- en woondorp van 628 inwoners (2002) en 1381 ha, gefusioneerd met Lo ingevolge K.B. van 10 juni 1969 en wet van 11 juli 1970. Gelegen in de provincie West-Vlaanderen binnen de driehoek Veurne-Diksmuide-Poperinge, met ten noorden: Alveringem (Alveringem), ten oosten: Lo (Lo-Reninge), ten zuiden: Oostvleteren (Vleteren) en Reninge (Lo-Reninge) en ten westen: Hoogstade (Alveringem). Geen industrieterreinen. Pollinkhove ligt in het zandleemgebied, aan de rand van het Plateau van Izenberge (zandleemgrond) en het poldergebied.

De dorpskern ligt op ca. 1 km ten zuiden van de belangrijke verkeersweg Hoogstade-Lo-Kaaskerke (N364). De belangrijkste waterwegen op het grondgebied zijn de IJzer die de zuidelijke grens van Pollinkhove vormt, en de Lovaart die Pollinkhove in zuid-noord richting doorloopt vanaf de IJzer aan het gehucht de Fintele. De Machuitsbeek watert het noordwestelijk zandleemgebied (plateau van Izenberge) af, loopt ten zuiden van het dorp parallel met het Lokanaal om uiteindelijk in de Grote Beverdijkvaart uit te monden. Sedert 1867 wordt de Machuitsbeek onder de Lovaart omgelegd via een dubbele hevel ter hoogte van de Kellenaersbrug (cf. Vaartstraat z.nr.).

De Grote Beverdijk werd aangelegd om de ontwatering te regelen van het gebied ingesloten door de Veurne-Ambachtdijk en Groenendijk ten noorden van de IJzer, en loopt tot aan Nieuwpoort.

Etymologisch zou de naam Pollinkhove afgeleid zijn van het Germaanse ‘Pollinga hofa’ wat ‘boerderij van de lieden van Pollo of Polling’ betekent. Polling betekent afstammelingen van Pollo.

Andere auteurs brengen de naam Pollinkhove in verband met een Romeinse oorsprong: in het naburige Hoogstade was een Romeins kamp, en zo zou het niet uitgesloten zijn dat deze naam voortkomt van ‘Appolo-Curtis’ of ‘Apolline’.

Pollinkhove wordt voor het eerst in 1069 vermeld als ‘Pollinghehove’. Andere auteurs, alsook de toeristische gids, laten de vroegste vermelding pas terugklimmen tot 1112.

Pollinkhove maakte samen met de parochies Lampernisse en Alveringem deel uit van de heerlijkheid “Het Vrije van Sint-Omaars”. Kerkelijk behoorde Pollinkhove tot 1559 tot het bisdom Terwaan, van 1559 tot 1801 tot het bisdom Ieper, van 1801 tot 1834 tot het bisdom Gent en sedert 1834 tot het bisdom Brugge.

TWEEDE HELFT ZEVENDE EEUW.

Pollinkhove zou gedeeltelijk, samen met Alveringem en Lampernisse geschonken zijn aan Sint-Audomarus, bisschop van Terwaan, door Adelfried de vorster van Elverdinge. Daarna komt deze schenking in handen van de latere Sint-Bertinusabdij (Sint-Omaars), die een belangrijke rol heeft gespeeld in de ontginning van het poldergebied.

TIENDE-ELFDE EEUW.

Pollinkhove ligt op de grens tussen zandleemstreek (zogenaamd plateau van Izenberge) en het poldergebied. Door de aanleg van de Oude Zeedijk in de 10de-11de eeuw wordt de definitieve ontsluiting van het poldergebied ten westen van de IJzer mogelijk.

TWAALFDE EEUW.

In de loop van de 12de eeuw wordt op de linkeroever van de IJzer de Veurne-Ambachtsdijk opgeworpen, waardoor het eigenlijke grondgebied van Pollinkhove sedert dan beschermd is tegen het wassende water van de IJzer. Ook het ontstaan van het gehucht de Fintele is hier onlosmakelijk mee verbonden (zie onder gehucht de Fintele).

De eerste kerk van de parochie zou gesticht zijn in de 11de of de 12de eeuw (auteurs spreken elkaar tegen). Deze kerk zou gebouwd zijn recht tegenover de kapel van Sint-Machuut (cf. Lindestraat z.nr.).

DERTIENDE EEUW.

1253: Filips van Pollinkhove wordt vermeld als heer van Pollinkhove. Deze familie zou een kasteel gehad hebben ten oosten van de huidige kerk. De familie van Pollinkhove klimt terug tot 1100, vermits ze toen al de overdracht van de Fintele in leen had (zie onder gehucht de Fintele). Dit kasteel had een opperhof-neerhofstructuur. Het omwalde opperhof is duidelijk afleesbaar op de Ferrariskaart (1770-1778) en het primitief percelenplan (ca.1835). Op l.g. kaart, en wellicht ook de Ferrariskaart is de bebouwing er volledig verdwenen. Wel bewaard is het 18de-eeuwse neerhof (cf. Vaartstraat nr. 2).

Auteur H. Vandergucht schrijft in 1918 dat er nog twee andere kastelen waren: één ten westen van het dorp "nu hofstede die in de 16de eeuw werd opgetrokken" en één ten zuidwesten "een bouwvallige hofstede uit 16de eeuw en nu gebruikt als stalling".

VEERTIENDE EEUW.

1325: het ‘Hof van Pollinkhove’ van 16 gemeten en 10 achterlenen is als een leengoed van de Burg van Veurne in het bezit van Niklaas Zannekin. Bij dit hof behoort ook de ‘Overdracht’ of ‘Tol’ van Pollinkhove, te betalen tussen de IJzer en de “Reyghersdyck” (of de Fintele). In 1367 wordt het eigendom van Philip de Visch. Andere belangrijke hoeves in de 14de eeuw zijn het ‘Hof van Santvoorde’, het ‘Goed van Bompoele of Bompoel Burch’, het ‘Hof van Fonteynes’, het ‘Hof van Bisterveldhouc’ en het ‘Hof van Oostrive of Mosthove'.

ZESTIENDE EEUW.

1554: de huidige kerk zou omstreeks 1554 op de vroegere kapel van het hof/ kasteel van de heren van Pollinkhove opgetrokken zijn. De toeristische gids daarentegen schrijft dat Adriaan van Pollinckhove rond 1500 de parochiekerk zou hebben laten bouwen.

Judocus van Cortewylle, Heer van Pollinkhove en raadsheer van Philips II overlijdt in 1578.

ZEVENTIENDE EEUW.

Pollinkhove lijdt onder de Spaans-Franse oorlogen in de tweede helft van de 17de eeuw.

1668: als onderdeel van Veurne-Ambacht behoort Pollinkhove sedert de Vrede van Aken tot Frankrijk.

ACHTTIENDE EEUW.

1713: door de Vrede van Utrecht, maakt Pollinkhove deel uit van de Oostenrijkse Nederlanden.

1728: Karolus–Franciscus Lauwerijns, gezegd Van Diepenhede, Heer van Polinkhove, Looberge, Rozendale en Sint-Winockberge overlijdt in 1728.

Ca. 1780: de steenweg Veurne-Ieper wordt aangelegd onder het Oostenrijks bewind cf. de bewaarde * brug over de Oude IJzer (cf. Veurnesteenweg z.nr.).

1794: gewapend verzet van het Vrijkorps van Pollinkhove tegen de Franse Republikeinen (cf. herdenkingsmonument Lindestraat).

NEGENTIENDE EEUW.

Aan het begin van de 19de eeuw wordt een gemeenteschool opgericht.

Ca. 1865: oprichting gemeenteschool aan het einde van de huidige Pollinkhovestraat (cf. nr. 39).

Ca. 1867 worden grote infrastructuurwerken uitgevoerd. De IJzer wordt uitgebaggerd en verbreed. De Lovaart wordt verdiept en bedijkt, met een nieuwe uitlaatsluis ter hoogte van het gehucht de Fintele. Ter hoogte van de Kellenaarsbrug wordt de Sint-Machuitsbeek onder de Lovaart omgelegd via een dubbele hevel (cf. Vaartstraat z.nr.). Ook de Veurne-Ambachtsdijk wordt verstevigd.

1880: in een oud kasteel of burcht - vandaar de straatnamen Burgweg en Kasteelstraat l.g. voor recente verkaveling - wordt een vrije school geopend door de Roesbrugge-Damen van Ieper. In 1884 wordt deze school overgenomen door de Zusters van Moorslede.

1897-1898: de Zusters van Moorslede bouwen het huidige klooster en school (cf. Vaartstraat 9 A). Het oude kasteel wordt deels afgebroken en deels als schuur gebruikt, tijdens de Eerste Wereldoorlog brandde het resterende gedeelte echter af.

1889: aanleg van de tramlijnen Oostvleteren-Diksmuide en Veurne-Ieper, l.g. liep langs de Vaartstraat.

TWINTIGSTE EEUW.

Eerste Wereldoorlog. In 1916 brandt de gemeenteschool af. In 1921 is ze hersteld (cf. Pollinkhovestraat nr. 39).

In 1955 wordt een gemeentehuis gebouwd. Hiervoor wordt het laatste stuk van de omwalling van de pastoriesite gedempt en wordt de Pollinkhovestraat rechtgetrokken wat een grondige beeldtransformatie van het dorp met zich mee brengt (cf. Pollinkhovestraat nrs. 1, 3).

BOUWKUNDIG ERFGOED.

1938: bescherming van de Sint-Bartholomeuskerk (cf. Pollinkhovestraat z.nr.) als monument (K.B. van 25.03.1938).

1949: bescherming van de staakmolen zogenaamd "Markeymolen" (cf. Lobrug nr. 6) als monument (R.B. 01.04.1949). Een uitzonderlijk gegeven is dat de molen drie zolders telt.

1958: bescherming van de "Margriet"- of "Sint-Machuutmolen", een stenen grondzeiler (cf. Lindestraat nr. 7) als monument (K.B. van 20.09.1958).

1994-1995: bescherming van het gehucht De Fintele ter hoogte van de samenvloeiing van de Lovaart en de IJzer (cf. De Fintele) als dorpsgezicht (M.B. van 22.04.1994), bescherming van de schutsluis met overlaat en ophaalbrug (cf. De Fintele z.nr.) als monumnet (M.B. 29.05.1995).

2001: bescherming van de stenen brug over de oude of dode IJzer met delen kasseiweg (Veurnesteenweg z.nr., ook te Alveringem) als monument (M.B. 12.06.2001).

Pollinkhove is een erg landelijk dorp, dit komt zowel tot uiting in het gaaf bewaarde landelijk gebied gekarakteriseerd door de Lovaart en door de verspreide hoevebouw met losse bestanddelen, als in de typische bebouwing van de dorpskom. Het kleine gehucht De Fintele is gelegen bij de samenvloeiing van Lovaart en IJzer (cf. Fintele).

De eigenlijke dorpskern van Pollinkhove, gevormd door de Pollinkhovestraat en de Vaartstraat wordt gemarkeerd door de * Sint-Bartholomeuskerk en de pastorie rechttegenover de kerktoegang, en het zogenaamde "Pollinkhof" ten oosten van de kerk. De hoeve en het verdwenen kasteel tussen de hoeve en de kerk vormden het foncier van de heren van Pollinkhove. De inplanting van deze heerlijke site en van de kerksite in elkaars nabijheid vormt dan ook een erg belangrijk historisch gegeven binnen het dorp.

De * Sint-Bartholomeuskerk is een georiënteerde laatgotische hallenkerk met een bakstenen torenspits. In 1853 brandde de kerk af waarna ze een ingrijpende restauratie onderging n.o.v. provinciaal architect P. Buyck (Brugge, 1805-1877). Het kerkhof met het gedenkteken voor de militaire slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog is bewaard.

De Vaartstraat en de Pollinkhovestraat zijn twee langgerekte dorpsstraten met een min of meer aanééngesloten bebouwing met voornamelijk lage burger- en arbeidershuizen uit de 19de eeuw (op de Ferrariskaart van 1770-1778 nog aangeduid met verspreide bebouwing). Aan de noordzijde van de Vaartstraat zijn echter enkele burgerhuizen uit de tweede helft van de 18de eeuw (Burgweg nr. 15 van ca. 1781 uitzonderlijk met twee bouwlagen, en Burgweg nr. 27 van ca. 1770) bewaard. Deze twee panden waren gezien de rijkelijke uitwerking van de interieurs erg belangrijk.

De voormalige pastorie (Pollinkhovestraat nr. 3) heeft een erg belangrijke ligging, recht tegenover de kerktoegang. Het hoofdvolume dateert uit het begin van de 19de eeuw, doch het geheel is gegroeid uit een omwalde site met pastorie die anders georiënteerd en lager was. Binnen het dorp zijn tevens een aantal 19de-eeuwse boerenarbeidershuizen bewaard (Burgweg nr. 17 met een voormalige wagenmakerij en Burgweg nr. + 29, voor laatst genoemd pand zie onder Doelweg).

Deze bewaarde burgerlijke gebouwen uit de tweede helft van de 18de eeuw of het begin van de 19de eeuw zijn gekenmerkt door een erg verzorgde baksteenarchitectuur, cf. de geprofileerde bakstenen kroonlijsten en de strekken met nulvoeg. Ook het houtwerk (onder meer kozijnconstructies) is doorgaans erg verzorgd. De traditie van het verzorgde schrijnwerk blijft doorleven in de 19de eeuw en het begin van de 20ste eeuw, ook in het landelijk gebied.

Eveneens erg belangrijk binnen de dorpscontext van Pollinkhove is de gemeenteschool die ca. 1868 gebouwd wordt aan het einde van de Pollinkhovestraat, vermoedelijk n.o.v. provinciaal bouwmeester P. Buyck (Brugge, 1805-1877). Het is een imposant neoclassicistisch geheel met aan de straat het woonhuis van de hoofdonderwijzer, geflankeerd door lagere nutsgebouwen.

De middelgrote hoeves te Pollinkhove behoren traditioneel tot het type met losstaande bestanddelen onder zadeldaken, meestal U-vormig gegroepeerd rondom het erf. Op vandaag is deze constellatie eerder zeldzaam geworden, dit door het slopen van stallingen of schuren. Een gaaf bewaarde constellatie van alle bestanddelen vindt men nog terug bij het hoger genoemde "Pollinkhof" (Vaartstraat nr. 2) en bij de hoeve aan Burgweg nr. 18. Evenals te Lo komt de hoevesite met een omwald opperhof en een niet omwald neerhof enkele malen voor te Pollinkhove (Burgweg nr. 18, Vaartstraat nr. 2, in het laatste geval is de omwalling echter gedempt en bestaat het kasteel op het opperhof niet meer). Anderzijds zijn ook enkele geïsoleerde 19de-eeuwse schuren met beplankte langsgevels bewaard.

Ook binnen het hoevebestand neemt de 18de-eeuwse architectuur een belangrijke plaats in. Hierbij verwijzen we onder meer naar de boerenhuizen van Lindesteenweg nr. 10 en Tommestraat nr. 34. Het eerst genoemde boerenhuis - de muurankers verwijzen naar de bouwheer en het bouwjaar 1785 - wordt gekenmerkt door de geriemde muuropeningen met bakstenen sluitstenen en de bewaarde kozijnconstructies. Het huis aan de Tommestraat heeft een merkwaardige structuur met dubbele opkamers (structuur bewaard in de achtergevel) en bewaart zijn beluikte kozijnconstructies. De tweeledige kelder met bakstenen gewelven op centrale pijlers wijst op een oudere kern.

Het landelijk gebied wordt tevens gekenmerkt door een aantal wegkapellen. De zogenaamde Machuutskapel (cf. Burgweg nr. + 58) heeft een erg interessante geschiedenis die opklimt tot voor de Franse Revolutie. De overige kapellen dateren uit de tweede helft van de 19de eeuw of het eerste kwart van de 20ste eeuw. De kapel aan de Pollinkhovestraat nr. + 42 flankeert een erftoegang en wordt beschaduwd door twee oude lindebomen.

Het militaire erfgoed van de Eerste Wereldoorlog is in Lo-Reninge aanwezig in enkele bunkers (te Lo, Noordschote, Pollinkhove en Reninge). Een uitzonderlijk gegeven binnen dit oorlogserfgoed vormen de bewaarde militaire keukens van het Belgische leger in het onbezette gebied van het kantonnement Lo-Pollinkhove (cf. Romanestraat nr. 5, Romanestraat z.nr., en een vebouwd exemplaar aan de Brugweg nr. 57 te Pollinkhove). Deze keukens werden gebouwd vanaf mei 1917, toen het in de Belgische sectoren relatief rustig was en het effectief van de Belgische manschappen aan het front verminderd werd en zodoende meer manschappen ter beschikking waren.

Deze keukens werden heel eenvoudig opgetrokken, met kenmerken die ook in andere Belgische militaire installaties van de Eerste Wereldoorlog terug te vinden zijn. Het zijn met name geelbakstenen constructies van één steen dik, verstevigd met muurpijlers van één baksteen breed, onder lage zadeldaken (bitumen) en met hoge schoorstenen.

Het oorlogsgedenkteken voor de militaire slachtoffers op het kerkhof (cf. Pollinkhovestraat z.nr.) werd reeds in 1919 opgericht door het Verbond der Vlaamse Oudstrijders. Het bronzen beeld met voorstelling van een zwaar gewonde soldaat in volle uitrusting geeft een goed beeld van van de uitrusting van een Belgische soldaat in de periode 1915-1918.

BAUWENS J., De Westhoek tussen IJzer en Noordzee, Brugge, 1997, p. 147-148.

DEBAEKE S.,Terugblik: Lo, Pollinkhove, Reninge, Noordschote, Beelden die spreken, Veurne, 1992, p. 57-79.

Dit is West-Vlaanderen, steden-gemeenten-bevolking, Tweede deel, 1962.

DUSAUCHOIT R., De postgeschiedenis van Pollinkhove, in WEFIS-magazine, nr. 92, 2001.

MORLION K., De Fintele, waar verleden, heden en toekomst elkaar ontmoeten, 1991.

TERMOTE J. & HIMPE K., Cultuurhistorische inventarisatie van watergebonden bouwkundig erfgoed en advies inzake conservering, restauratie en eventuele reconstructie, 2001.

VANBUGGENHOUT J., Geschiedenis van onze parochies: Pollinkhove, in Bachten de Kupe, jg. 24, nr. 6, 1982, p. 141-149.

VANDEPUTTE O., Gids voor Vlaanderen, Toeristische en culturele gids van de Vlaamse gemeenten, Antwerpen, 1995.

VANDERGUCHT H., Rondom den Yzer, 1918.

VANMASSENHOVE L., De geschiedenis van Pollinkhove vanaf MCM tot en met MCMLII, 1952.

Bron: Vanneste P. met medewerking van Missiaen H. 2005: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Lo-Reninge, Deelgemeenten Lo, Noordschote, Pollinkhove en Reninge, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL14, (onuitgegeven wekdocumenten).

Relaties