Deze pagina afdrukken

De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed

Arresthuis Turnhout (ID: 12338)

Foto niet beschikbaar
Alle foto's

Administratieve Gegevens

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Arresthuis van het gerechtelijk arrondissement Turnhout. Cellulaire gevangenis, gelegen op een perceel begrensd door de Wezenstraat (ten oosten), de Kasteeldreef (ten noorden), de Hannuitstraat (ten westen) en de Warandestraat (ten zuiden), dat eertijds deel uitmaakte van de kasteelwarande. Aanvankelijk verbleven de gevangenen in het kasteel; in 1898 besloot het Ministerie van Justitie tot de oprichting van een celgevangenis voor mannen en vrouwen. Gebouwd in 1904 naar ontwerp van L. Bouckaert (zie de herdenkinsmedaille) volgens het Amerikaanse Pennsylvaniasysteem (1829); op 15/6/1904 opening; vrouwengevangenis en klooster opgeheven in 1937.

Een aan alle zijden ommuurd gevangeniscomplex bestaande uit een losstaand, licht inspringend poortgebouw, aan weerszijden geflankeerd door aanpalende, tevens inspringende ambtswoningen van de hoofdbewaker (links) en de directeur (rechts) die, gezien het gebruik van machinesteen, mogelijk recenter zijn van bouwdatum, en de eigenlijke gevangenis met grillige plattegrond gedomineerd door een centrale as, eindigend op twee diagonale celvleugels. Bakstenen muurpartij met arduinen dekstenen, aan voorgevel geritmeerd door lisenen op plint van breuk- en zandsteen, aan zij- en achtergevels door kantelen.

Centraal poortgebouw in neo-Vlaamse-renaissancestijl van zeven traveeën en één bouwlaag onder zadeldak (nok parallel aan de straat, leien) met dakkapelletjes en zijtrapgevels. Verankerde, bakstenen lijstgevel met verwerking van zandsteen; poortrisaliet afgezet met negblokken en verhoogd tot trapgevel met overhoekse pinakel; tudorboogpoort met getoogde tussendorpel in geprofileerde omlijsting met negblokken, bekroond door wapenschild en afgezet met waterlijst; poortdoorgang met troggewelven. Getraliede kloosterkozijnen gevat in tudorboogfries.

Aanpalende ambtswoningen van elk drie/vier traveeën en twee bouwlagen onder schilddak met dakkapelletjes (nok parallel aan de straat, leien). Sobere bakstenen lijstgevels met verwerking van zandsteen; segmentboogvormige muuropeningen, spiegelbogige, houten deur met beslag.

Eigenlijke gevangenis. Sobere, bakstenen volumes van twee, drie of vier bouwlagen onder licht overkragende lessenaars- en zadeldaken (zink); langgestrekte diagonale celvleugels, gemarkeerd door verhoogd middentravee (centrale gang) onder zadeldak, geflankeerd door zijtraveeën (cellen) onder lessenaarsdak; de resterende groene zone tussen de twee vleugels tot voor kort de "grote wandeling", achteraan ingedeeld in de "wandelkooien". Getraliede vensters, binnen getoogd, buiten overwegend rechthoekig met arduinen dorpel, latei en/of hoekblokken onder ontlastingsboog; deels vernieuwd houtwerk; in bovenste geleding van de middengangen oorspronkelijke metalen ramen met kleine roedeverdeling; celveugels eindigend op gedrukte puntgevel waarin monumentaal rondboogvenster met decoratief ijzerwerk en neogotisch maaswerk; in kapel spitsboogvensters met gelijkaardig ijzerwerk. Oorspronkelijke arduinen spoelbak voor toiletten was bewaard. Interieur. Een beheersgang met in rechtervleugel burelen en diverse dienstruimtes (receptie, keuken, bezoekersruimte,...), in linkervleugel de administratie met griffie, de voormalige vrouwencellen met klooster, verder de gemeenschappelijke werkplaats en een diagonale uitbouw, eertijds de bioscoop; eindigend op een centrale hal met observatiepost en kapel op de bovenverdieping.

Twee aanpalende, diagonale celvleugels voor mannen elk met een rechthoekige uitbouw achteraan, links twee isolatiecellen, rechts een sinds 1964 bijgebouwd ontspanningslokaal. Bepleisterd en beschilderd interieur met buitenmuren van ± zestig centimeter dik; plafonds met houten betimmering, overkraagd met metalen vakwerkkniespanten met gebogen onderrand. Centrale controleruimte met rondbogige doorgang naar celvleugels die door middel van ijzeren hekken over de volledige bouwhoogte kunnen afgesloten worden. Mannengevangenis met 125 cellen waaronder afzonderingscellen verdeeld in twee vleugels over drie niveau's; vrouwengevangenis telt 13 cellen over twee niveau's; celgangen met rode en witte tegelvloeren met arduinen boordstenen waartussen kanaal van voormalig verwarmingssysteem met kolen, afgedekt met metalen platen; metalen loopbruggen en trappen op de bovenverdieping; oorspronkelijke pitch-pine celdeuren met metalen versteviging aan de binnenzijde in beschilderde arduinen omlijsting, sporadisch oud belsysteem bewaard.

Rechthoekige kapel met dito koorsluiting; houten lambrisering; sporen van oorspronkelijke, aangepaste inrichting namelijk aparte nis voor de vrouwelijke gevangenen, rechtstreeks verbonden met de vrouwengevangenis.

Bron: De Sadeleer S. & Plomteux G. 1997: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Antwerpen, Arrondissement Turnhout, Kanton Turnhout,Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 16N1, Brussel - Turnhout.

Auteurs: De Sadeleer, Sibylle & Plomteux, Greet

Relaties