Deze pagina afdrukken

Hooghuis, Doel

Hooghuis, Doel

Hooghuis, Doel

Hooghuis, Doel

Hooghuis, Doel

De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed

Hooghuis (ID: 17215)

Foto niet beschikbaar

Administratieve Gegevens

Beknopte karakterisering

Beschrijving

* Nr. 8. Z.g. .Hooghuis". In 1613-1614 gebouwd voor rekening van het polderbestuur, later .Huis van plaisance" en in de loop der tijden vervallen tot winkel, afspanning en café. Thans werd er een tentoonstellingszaal ingericht. Wordt in verband gebracht met Rubens omdat het waarschijnlijk eigendom geweest is van Jan Brandt (vader van Isabella Brandt, eerste echtgenote van Rubens) en later van Jan van Broeckhoven de Bergeyck (tweede echtgenoot van Helena Fourment, na Rubens overlijden). Vrij verstoken ligging: voornaamste gevel ziet uit op thans min of meer omsloten binnenkoertje, waarvan nog overblijfselen van verharding met klinkers behouden bleef, in visgraatverband gelegd voor de ingang.

Traditionele verankerde bak- en zandsteenbouw; twee en een halve bouwl. onder licht geknikt schilddak (Vlaamse pannen), uit XVII A (baksteen klein formaat 19 x 9 x 5). Voornaamste gevel naar Z. gericht: lijstgevel van vijf trav. tussen hoekblokken, op zware sokkel en gemarkeerd d.m.v. muurbanden, alle evenals de beëindigende geprofileerde daklijst van zandsteen. Benedenverd. met rechth. (eertijds beluikte) XIX-vensters met houten lateien en arduinen onderdorpels, zijnde verbouwingen van de oorspronkelijke kruiskozijnen onder een ontlastingsboog met aanzet- en sluitstenen. Vensters op de bovenverd. in behouden arduinen omlijsting, gedeeltelijk met sponningbeloop - alwaar duimen op oorspronkelijke halve luiken duiden - gedeeltelijk met afgeschuind beloop; kruisen echter verwijderd; onderdorpels onderling verbonden door kordon.

Alle vensters zijn ontlast door een segmentboog met natuurstenen aanzet- en sluitsteen, met uitzondering van de drie middelste bovenvensters, waar zij plaats ruimen voor hardstenen bolkozijnen van de zolderverd.

Monumentale blauwe hardstenen deuromlijsting in vol plastische barokstijl, d.m.v. een beschadigde zandstenen cartouche 1645 gedateerd. Geprofileerde en geblokte rondboog op eveneens geblokte rechtstanden, ingeschreven in verdiepte en geblokte barokpilasters met Ionisch kapiteel; bekronend gekornist driehoekig fronton; oude houten opgeklampte deur met beschot van belijste en benagelde plankjes, nog voorzien van een bewerkte ijzeren slotplaat en trekker.

Zijgevels van zeer kleine Hollandse gele baksteen (16 x 7 x 3,5) waarschijnlijk herbouwd (XIX A ?); dezelfde baksteensoort werd trouwens ook sporadisch voor aanpassingen en opvullingen in de voorgevel aangewend. In de W.-zijgevel bleef een hardstenen kruiskozijn intact behouden met getraliede bovenlichten; in de O.-zijgevel werden de kruisen verwijderd uit de vensters met een ontlastingsboog boven de latei. Steigergaten onder de daklijsten.

Aanbouw uit XXa, onder lessenaarsdak, over de hele breedte van de achtergevel (N.); muuropeningen onder ijzeren I-lateien met rozetvormige bevestigingsbouten. In het verlengde hiervan: viertal kleine en vervallen arbeidershuisjes (XIX d-XX a).

Uiterst interessant interieur: benedenverd. thans omgevormd tot een tentoonstellingsruimte met (verkeerdelijk) gedecapeerde binnenmuren. Eikehouten zolderingen waarvan de moerbalken rusten op geprofileerde balksloffen en korbelen; dicht geplaatste kinderbalken; oorspronkelijke betimmering van brede planken.

Twee monumentale barokschouwen uit XVII b-c behouden: L., voordien in de woonkamer, Italiaans geinspireerde schoorsteenmantel van sterk geaderde grJze marmer waarvan de plaat gedragen wordt door zware korbelen op Toscaanse zuilen. R., voordien in de gelagzaal, wordt het sterk geprofileerd houten tablet gestut door massieve belijste wangen van gepolijst graniet; schacht tegen de zoldering gewelfd en daardoor als steunplaat dienend voor de vuurplaat der bovengelegen verd. (zie infra) en rijk versierd met laat-gotisch traceerwerk rustend op korbeeltjes gebeeldhouwd in de vorm van mensenhoofdies: onderboezem bekleed met witte Delftse tegels.

Houten spiltrap; trapzaal van de woonruimte gescheiden d.m.v. houten rondboogdeur in geprofileerde archivolt met gegroefde sleutel en imposten, gevat tussen pilasters met hoofdgestel, alles uitgevoerd in eikehout.

Op de bovenverd. bleef een schoorsteenmantel behouden: geprofileerde houten tablet op zandstenen dragers met laatgotische vormgeving.

Bron: Demey A. 1981: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Sint-Niklaas, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 7N1 (B-L), Brussel - Gent.

Auteurs: Demey, Anthony