Deze pagina afdrukken

Kasteel, Rumbeke

Kasteel, Rumbeke

De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed

Kaasterkasteel (ID: 23328)

Foto niet beschikbaar
Alle foto's

Administratieve Gegevens

Beknopte karakterisering

Beschrijving

* Nr. 2. Z.g. Kaasterkasteel, omwald kasteel met Z.-voorhof bestaande uit O.-poortgebouw met aanpalend koetshuis en conciërgewoning en W.-poortgebouw met aanpalende paardenstal. Gelegen middenin park. Voorheen omwald neerhof ten W. van het kasteel en ten O. mote met bloemenhof (Pl. VIII).

Vlg. de legende dateert het goed uit IX, ten tijde van Boudewijn met de IJzeren Arm, eerste graaf van Vlaanderen. Achtereenvolgens eigendom van de heren van Wervik (XIII), de families van Nevele, Lichtervelde, Gistel en Antoign (XIV-begin XV). In 1426 aankoop van de seigneurie door Jan van Langhemeersch. Zijn kleindochter Marie huwt met Robert de Thiennes, heer van Castre, cf. naamgeving kasteel. Hun kleinzoon, Thomas de Thiennes, gehuwd met Marguerite de Maméricourt, erft het kasteel in 1534 en laat talrijke bouwwerken uitvoeren, cf. balksloffen met initialen "T" en "M" op tweede bouwl. van Z.-vleugel (fig. 378). Van 1856 tot 1988 eigendom van de graven de Limburg-Stirum. In 1988 aangekocht door N.V. Domein Sterrebos, het parkdomein hoort toe aan de provincie. Het kasteel is heden nog niet herbestemd.

Oorspronkelijk waterkasteel gebouwd in verschillende fasen in XVI, mogelijk met oudere kern: eerste fase, begin XVI, cf. schilderij "Graaf de Thiennes en zijn familie voor het kasteel van Rumbeke", ca. 1535: N.Z.-vleugel met N.-vleugel gevat tussen twee ronde hoektorentjes. In oksel traptoren. Tweede fase, ca. 1550: kapel ten O. van de traptoren, bouw van W.-vleugel met afwijkende orintatie, Z.O.-vleugel en vier polygonale torentjes op de Z.-zijde. In derde fase wordt W.-vleugel doorgetrokken naar N. met hoektoren op N.W.-hoek.

Belangrijkste verbouwingen en restauraties vanaf XVIII: XVIII A: verplaatsing van Z.-hoofdingang naar oudste vleugel, m.n. natuurstenen poort, voorheen toegang in Z.O.-vleugel met ophaalbrug, cf. tekening van Sanderus (1641), (fig. 376). XIX: verhoging van hoofdingang met één bouwl.; aanpassing van verschillende vensters in Louis-Philippe-stijl. W.O. II: beschadigd door beschietingen, hersteld naar vooroorlogs model. 1962: ingrijpende restauratie n.o.v. J. Viérin (Kortrijk) met poging om XVI-uitzicht te benaderen, o.m. vervangen van Louis-Philippe-vensters, plaatsen van peervormige spits naar XVI-model op traptoren, verwijderen van tweede bouwl. hoofdingang.

Onderkelderd kasteel van twee bouwl. bestaande uit volumes onder leien zadeldaken met getrapt dakvenster en dakkapellen, torens onder ingesnoerde naaldspitsen en traptoren onder speerspits met windwijzer. Verankerde rode baksteenbouw verfraaid met lichte baksteen en natuursteen, typerende metselaarstekens van grijze baksteen. Talrijke bouwnaden. Combinatie van volumes met lijstgevels op langszijden en trapgevels op korte zijden, op N.-zijde puntgevel met verlaagd aandak voorzien van vlechtingen. Vier polygonale torens op Z.-voorgevel en een op N.W.-hoek, twee uitkragende ronde torens en een vierkant privaatblok op N.-gevel. Centrale toren voorzien van spiltrap, met vierkante basis overgaand in octogonale vorm ter hoogte van de bedaking. In Z.-gevel markante hardstenen deuromlijsting tussen geprofileerde lisenen met korfboogdeur met waaiervormig bovenlicht bekroond met balustrade. Rechth. vensters deels met natuurstenen kruiskozijnen. Kapel met gedrukte spitsbogen voorzien van glas-in-lood op afzaten. Kijksleuven in de torens.

Interieur kon niet bezocht worden.

Mobilair. In kapel XV B gebrandschilderd glas-in-lood met calvarietafereel, in XVI b vergroot met vroeg-renaissancebordure. Tevens schervenramen vervaardigd in 1890 en 1996 van o.m. fragmenten van glasramen van de Jeruzalemkerk te Brugge.

Voorhof: 1609: duiventoren, cf. jaartal in metselwerk; 1731: O.-toegangspoort cf. jaarstenen, mogelijk met oudere basis, en koetsgebouw; W.-toegangspoort en -stal. 1891: neogotisch conciërgehuis, cf. muurankers N.-gevel.

Vierkant O.-poortgebouw van twee bouwl. onder leien mansardedak. Verjongende, overhoekse steunberen met vlechtingen. Aan grachtzijde tudorboogpoort, waarboven wapenschild van de familie de Thiennes (fig. 379) en jaarstenen, aan parkzijde korfboogopening. Ten Z. koetshuis, heden cafetaria, van vijf trav. onder uitkragend wolvedak (Vlaamse pannen/leien). Aandak met vlechtingen en steunberen. W.-gevel opengewerkt d.m.v. vier korfbogen steunend op Toscaanse zuilen van hardsteen en pijlers, waarop tevens houten balken rusten. In interieur eveneens Toscaanse zuilen. Duiventoren met trapgevel op gracht- en parkzijde onder zadeldak (mechanische pannen). O.-gevel voorzien van twee dichtgemetselde ramen met natuurstenen bolkozijn. Conciërgewoning, dubbelhuis van drie trav. op O.-gevel en vijf op W.-gevel en twee bouwl., leien zadeldak; N.-aanbouw van één trav. en één bouwl. Langsgevels met rondbogige trav.nissen, Brugse trav. op getrapte Z.-zijgevel.

W.-poortgebouw, gelijkaardig aan O.-gebouw. Aanpalende XIX-stal onder leien zadeldak, geïntegreerde oudere muur met steunberen aan grachtzijde. Interieur overwelfd d.m.v. troggewelven.

In N.-deel van park, ijskelder.

Tuinaanleg: 1769-1774: aanleg van het kasteeldomein n.o.v. tuinarchitect F. Simonau, geïnspireerd op het Prater te Wenen.

In N.W.-parkgedeelte, het z.g. Sterrebos, vertrekkend vanuit een stervormig prieeltje met Taxus- en Rode beukhagen, tiental lanen in stervorm aangelegd, uitkijkend op de kerktorens van Roeselare en Rumbeke, op molens en op speciaal daartoe opgerichte beelden. Dreven met o.m. Zomereiken en Rode beuken. Ten N. van het kasteel, twee kwadrantvijvers met ten O. heden weiland, voorheen ommuurde siertuin, ten N. toegankelijk via XVIII bakstenen hekpijlers met natuurstenen vazen. Tevens Engelse tuin met o.m. Ginkgo, Westerse gele den en Moerascypres.

Ca. 1780 gedeeltelijk dempen van wallen rond kasteel, heden ringsloot rond site van kasteel en voorhof. Ten O., aan overzijde van de Moorsleedsesteenweg, vijver.

Ringsloot en vijver gevoed door Regenbeek (fig. 377), (1062, 1063, 1064).

Afdeling ROHM West-Vlaanderen, cel monumenten en landschappen, archief, nr. 522.

CAEN J., Het calvarieraam in het Caestertkasteel te Rumbeke, (Monumenten en Landschappen, 15/6, 1996, p. 25-42).

DEVLIEGHER L., Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, beeld van het Kunstbezit, deel 1, s.d., Tielt, p. 99.

HOUTHAEVE R., Het kasteel van Rumbeke, "De wieg van Vlaanderen", Roeselare, 1988.

VOKAER (o.l.v.), Burchten en hoevekastelen, 1973, p. 218-220. Kasteel en kasteelheren te Rumbeke, (Handelingen van de Koninklijke Geschied- en Oudheidkundige Kring van Kortrijk, XXXIII, 1963-64, p. 9-228).

Bron: De Gunsch A., Metdepenninghen C., Tansens A. & Vanneste P. 1999: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie West-Vlaanderen, Arrondissement Roeselare, Kanton Roeselare, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 17N1, Brussel - Turnhout.

Auteurs: De Gunsch, Ann; Metdepenninghen, Catheline; Tansens, Annick & Vanneste, Pol

Relaties