Deze pagina afdrukken

De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed

Gravensteen (ID: 25890)

Foto niet beschikbaar
Alle foto's

Administratieve Gegevens

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Gravensteen. In 1180 gebouwd door Filips van de Elzas, graaf van Vlaanderen, op de plaats van een kleiner kasteel uit de 9de-10de eeuw, en naar het voorbeeld van de versterkte kastelen door de kruisvaarders in Syrië opgericht. Was de verblijfplaats van de graven van Vlaanderen tot de 14de eeuw, toen zij zich vestigden in het meer comfortabel Hof ter Walle of Prinsenhof. Het steen verloor zijn militaire functie, werd ingenomen door openbare diensten (College van de Kastelenij van Gent, muntslagerijen van de graaf, Raad van Vlaanderen) en gedeeltelijk ingericht als gevangenis met folterkamers. Einde 18de eeuw in privaat bezit gekomen, waardoor volledig verval: werkhuizen en katoenspinnerij en werden erin ondergebracht, particuliere huizen werden tegen zuid- en oostzijden en binnen de omheining gebouwd. In 1872 werd het poortgebouw, en in 1887 het overige door Staat en Stad aangekocht. Van 1894 tot 1913, na wegbreken van de nieuwe gebouwen, grondige restauratie en gedeeltelijke reconstructie van de erg beschadigde burcht op grond van bestaande oudheidkundige gegevens, door de Gentse bouwkundige J. De Waele en nadien door S. Mortier.

Het complex, slechts ten dele met water omringd (de Leie en Lieve aan noord- en westzijde), bestaat uit een poortgebouw, een ringmuur met walgang, een krocht, een donjon met bijgebouwen en het huis van de graaf.

Poortgebouw. Gebouwd als afzonderlijk versterkt kasteeltje van Doornikse kalksteen in 1180, 20 meter vooruitspringend buiten de ringmuur; verleende toegang tot de voorhof. Bestaande uit langwerpige gang en vierkante binnenpoort, elk van twee bouwlagen. Voorgevel met korfboogpoort, door twee achtkantige, uitkragende hoektorens met kantelen ingelijst. Boven de poort een vierlob met gebeiteld Latijus opschrift (datum en bouwheer), waarboven nog een kruisvormig venster. Zijgevels voorzien van tweemaal drie rondboogvormige schietgaten met schuine dagkanten, met eronder steigergaten. Boven de zijposten van de binnenpoort twee openingen in gewelf (werpgaten). Een wenteltrap leidt naar de bovenverdieping, met boven de binnenpoort "het Vierkant" (van 14de tot einde 18de eeuw gevangenis) en boven de gang de "Suikerlade", volgens sommigen oorspronkelijk kapel, zie kruisvormig venster. In de hoektorens: klein vertrek met werpgaten in de vloer.

Ringmuur met walgang. Ellipsvormig, voorzien van 24 uitkragende halfronde, open torens, rustend op een steunbeer. Zij onderbreken de walgang niet, behalve een grotere, gesloten muurtoren tegenover de Burgstraat, afgedekt met een afgerond leien zadeldak (wachthuis voor van dienst zijnde krijgers). Alle torens hebben twee verdiepingen: eerste (gelijk met walgang) met schietgaten en werpgaten in de vloer, tweede, gekanteelde, vroeger voorzien van luiken. Slechts één heeft een stenen tussenvloer, de andere kregen in oorlogstijd plankenvoer; balken rustend in steigergaten of op kraagstenen.

Krocht. Gevel van rooskleurige hardsteen met romaanse deur en venster. Gebouwd tegen de ringmuur volgt ze de gebogen lijn ervan. Binnenin twee beuken van acht traveeën afgedekt door kruisribgewelven gedragen door zeven zuilen met bladkapitelen en kraagstenen versierd met loofwerk. Door de gewelven heen steken zes luchtpijpen. Bevat een mestput, waterput en aalput. Diende als paardenstal van de graaf van Vlaanderen, nadien als pijnkelder.

Donjon. Bij de restauratie grotendeels weeropgebouwd, uit Doornikse steen, bovenverdieping totaal vernieuwd met steen van Bray en arduin. Grootste gebouw van het complex; rechthoekig; met twee zware steunberen tegen de voorgevel (zuid), bovenaan gekanteeld en gemarkeerd door drie halfronde hoektorens. De 12de-eeuwse donjon werd gebouwd boven de eerste donjon daterend van de 9de of 10de eeuw, van laatstgenoemde resten nog twee bouwlagen onder meer gebruikt als kelder voor het nieuwe gebouw. Muren gemiddeld 1,70 meter dik, van Doornikse kalksteen met op verschillende plaatsen visgraatmotief. In de range muren op 1,80 meter hoogte smalle vensters (schietgaten?) waarboven een reeks balkgaten voor de oorspronkelijke tussenvloer. Op de verdieping in de oostmuur twee nisvormige haarden en in de westmuur twee donkere hokken (oorspronkelijk gevangenissen). Het huidig uitzicht dateert voornamelijk van de 13de-14de eeuw: op de verhoogde begane grond verdelen vier zuilen verbonden door segmentbogen de zaal in twee beuken (vroeger bakstenen tongewelf, thans houten zoldering). De grote benedenzaal van de donjon is gedeeltelijk gevormd door de muren van het eerste kasteel (9de eeuw). Achteraan in de zaal twee gewelven (nooit voltooid), links gedichte renaissancepoort. De zaal op de bovenverdieping is langs de vier zijden verlicht door rondboogvensters met stenen banken in hun nissen aan de noordzijde merkwaardig gewelf boven een trap. In de oostmuur brede korfboogvormige doorgang naar de voormalige kasteelkapel (?).

Op het plat dak bevindt zich een walgang. Romaanse galerij. Gebouwd tegen de oostzijde van de donjon in het eerste kwart van de 13de eeuw. Bovenaan gekanteeld en aan weerszijden voorzien van ronde torens met kegelvormig dak. Beide bouwlagen met vier grote rondbogen, gedragen door slanke zuiltjes, staande op steunmuurtjes. Zij overspannen de tweelichten met gestrekte bovendorpel en onversierd boogveld.

Naast de galerij een in puin vervallen deel van het gebouw. Grafelijke keukens. Gebouwd tegen de noordzijde van de donjon in de 13de eeuw, reeds grotendeels gewijzigd in de 15de eeuw toen de griffie van de Raad van Vlaanderen er zetelde. Zeer bouwvallig met onsamenhangend uitzicht onder een lessenaarsdak.

Huis van de Graaf. Diephuis van twee bouwlagen onder zadeldak (leipannen), natuurstenen gebouw uit het eerste kwart van de 13de eeuw. Voor- en achtertrapgevel; rondboogvormige muuropeningen. Kelder met twee beuken van drie traveeën waarvan de vroegere gewelven rustten op vier vierkante pijlers. Onder het derde vak nog een kelder met bakstenen tongewelf. Gelijkvloerse verdieping (ter hoogte van de walgang) met langwerpige ontvangstzaal afgedekt met kruisribgewelf, twee zuilen met bladkapiteel. Erachter vierkante kamer met "Donkere Put": onderaardse gevangenis met tongewelf en z-vormige luchtpijp in de noordelijke buitenmuur. Op de bovenverdieping respectievelijk kamer van de graaf en van de gravin. Van hieruit verbindingsgalerij naar de donjon.

Galerij met plat dak; gekanteeld, onderaan gedragen door een grote spitsboog, waarboven een gang verlicht met drie vensters.

Mobilair: Museum van foltertuigen, tentoonstelling van oude drukpersen. De Engelse spinmachine "Mule-Jenny" - van Lieven Bauwens - bevindt zich hier in gedemonteerde en vervallen toestand.

  • DE WAELE J., Etude sur l'âge des différentes parties du château des comtes au point de vue architectorique, Annales de la Fédération archéologique et historique de Belgique, Antwerpen, XI, 1896, 5-27.
  • Gids van 's Gravensteen te Gent. Gent, 1976.
  • VAN LIEFFERINGE H., Gent, Burchten en hoevekastelen, Gent, Brussel, 1976, 129-131.

Bron: Bogaert C., Lanclus K. & Verbeeck M. met medewerking van Linters A. & Dambre-Van Tyghem F. 1976: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Gent, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 4NA, Brussel - Gent.

Auteurs: Bogaert, Chris; Lanclus, Kathleen & Verbeeck, Mieke

Aanvullende informatie

In de inkomhal van het Gravensteen hangen twee kleine gedenkplaten voor parachutisten van de Britse luchtlandingstroepen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

  • DEPESTEL, SARAH, Monumenten ter ere van gesneuvelden uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog in Gent: een (kunst)historisch overzicht met voorstellen ter bevordering van de instandhouding en eventuele restauratie, Masterproef Monumenten- en Landschapszorg, Artesis Hogeschool Antwerpen, 2009.

Depestel, Sarah (01-01-2009 )

Relaties