Deze pagina afdrukken

De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed

Braemkasteel (ID: 26442)

Administratieve Gegevens

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Nummer 26. Zogenaamd Braemkasteel, voormalig gemeentehuis (1946-1974), heden muziekacademie. Eerste bouwheer en bouwjaar van het kasteel onbekend. Benaming ontleend aan de oudst bekende bezitters, de Gentse patriciërsfamilie Braem. Het huidige kasteel gaat terug op een burcht die reeds vermeld wordt in een akte van 1387. Strategisch van belang in geval van belegering van de stad Gent, gezien zijn ligging aan de Rietgracht. Midden XV, tijdens de strijd tussen de Gentenaars en Filips de Goede in staat van verdediging gesteld, doch gespaard gebleven. In 1619 is Charles Triest, broer van bisschop Antoon Triest, eigenaar van het kasteel (cf. plan Horenbault). Na opeenvolgende verschillende eigenaars komt het kasteel in 1801 in bezit van Pierre Maria Regis du Rot, die het park vergrootte en het kasteel geheel liet wederopbouwen zodanig dat het oorspronkelijk rechth. slot zijn huidige haast vierkante plattegrond verkreeg. In 1903 liet de toenmalige eigenaar, Robert Groverman, o.l.v. architect S. Mortier nogmaals veranderingen uitvoeren: nieuwe gevelbekleding en sloping der omheiningsmuren van het park. Het Z.-gedeelte van het vroeger omwalde park verdween sinds 1967 bij de aanleg van de E3 autosnelweg, voorts bleven de vroegere hovingen van het kasteel behouden in de vorm van een onderhouden openbaar park in landschapsstijl met visvijver.

Onderkelderd vierkant bakstenen gebouw in neoclassicistische stijl met drie bouwl. en lijstgevels van vier tot zes trav., onder snijdende schilddaken (leien) voorzien van kleine dakkapellen en ijzeren nokhek // straat. Gedateerd 1903 op gevelsteen in benedenvensteromlijsting van de toren. Dakkapel met gebogen fronton midden boven iedere gevel, verrijkt met boogveldversiering en vleugelstukken aan de voorgevelzijde. Rechth. vensters in geprofileerde zandstenen omlijstingen met oren en sluitsteen op omlopende kordons, ingangsdeuren en vensters der eerste bovenverd. onder rechte kroonlijsten op consoles. Hoofdgestel in (afbrokkelend) pleisterwerk bestaande uit gelede architraaf, fries met pseudo-trigliefen en -metopen, gekorniste houten kroonlijst met klossen. Voorgevel (O.) met inspringend middenrisaliet van drie trav. waarvoren een breed bordes met trap voorzien van balustrades met lantaarnpaal. Vierkante traptoren op N.O.-hoek met klokvormige spits (leien) voorzien van horloge en bekronende lantaarn met windwijzer. Z.zijgevel midden voorzien van deurrisaliet. W.-gevel uitziend op de vijver en het eiland begrensd door licht uitspringende hoekrisalieten, r. met ander bouwl. niveau en gekoppelde vensters. Steektrap met bordes tussen stenen balustrades leidt naar de ingang (middentrav.).

Mobilair: Ruime, centrale, rechth. hal in Lodewijk XVI-stijl voorzien van paneelversiering op wanden, zoldering en deuren; smalle muurdammen onder beide moerbalken versierd met typische Lodewijk XVI-consoles en -motieven: rozetten, guttae, strikken en guirlandes; drie dubbele deuren met in grisaille geschilderde deurstukken van spelende, naakte kinderfiguren.

L. zijsalon, heden balletklas, in Lodewijk XVI-stijl (cf. panelen op zoldering, wanden en deuren); fraaie schouw in Lodewijk XV1stijl: witmarmeren schoorsteenmantel met behouden haardplaat en met geschilderd stucwerk versierde bovenboezem waarin centraal medaillon met profiel vrouweportret. Geschilderd deurstuk met voorstelling van musicerende jongen.

R. voormalig kabinet van de burgemeester, heden bureau van de directie, in empirestijl. Merkwaardige zoldering met gekleurd stucwerk en typische empire-ornamenten: centrale rosas en eierlijsten, zwikken met gevleugelde griffioenen, panelen met zonnewagenmotief en bladerkransen. Grijze marmeren schoorsteenmantel verrijkt met koperwerk en behouden haardplaat.

Voormalige trouwzaal (middenachter) in neo-Vlaamse renaissancestijl (XIX d) met in houten lambrizeringen gevatte gobelins (voorstelling van jachttaferelen) en typische houten en marmeren schoorsteenmantel.

Trappehuis met eiken trap in neo-Lodewijk XVI-stijl uit begin XX.

  • PATOOR W.-WAEYTENS G. , Kastelen te Gentbrugge, Jaarboek van het heemkundig genootschap Land van Rode, 1971, p. 17-20.

Bron: Bogaert C., Lanclus K. & Verbeeck M. 1983: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Gent, Fusiegemeenten, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 4ND, Brussel - Gent.

Auteurs: Bogaert, Chris; Lanclus, Kathleen & Verbeeck, Mieke