Deze pagina afdrukken

De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed

Kasteel de Oude Kluis (ID: 26455)

Foto niet beschikbaar

Administratieve Gegevens

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Nummer 7. Kasteel "de Oude Kluis", ook kasteel Minnaert, en naar de laatste en huidige bewoners kasteel Cardon de Lichtbuer. Genaamd naar een middeleeuwse kluis (minstens opklimmend tot XII) die zich mogelijk ter hoogte van het huidige kasteel bevond of wel in de nabije omgeving aan dezelfde straatkant (naar verluidt werden op verscheidene plaatsen aan deze straatzijde oude grondvesten blootgelegd, onder meer aan de vijver in de tuin van het goed "de Oude Kluis" gelijkend op een kloostergang, op het huidige kerkhof ter hoogte van de gesloopte oude pastorie). Dichtbij de kluis stond een kapel waarvan de altaarrechten in 1165 overgedragen werden aan de Sint-Baafsabdij. Hoogstwaarschijnlijk ging het om een burchtkapel afhankelijk van een herengoed dat mogelijk aan de basis lag van het ontstaan van de gemeente Gentbrugge. In dit geval zou de oorsprong van kasteel "de Oude Kluis" eveneens tot minstens XII opklimmen. Volgens historische bronnen werd de kluis in 1377 bewoond door Catharina de Carrembroeck. In hetzelfde jaar of kort nadien (1381) werden kluis en kapel door een brand verwoest.

Na de wederopbouw zouden kapel en kluis een gebouw uitgemaakt hebben. De verlaten kluis deed vanaf 1501 tot 1843 dienst als pastorie. De kerk werd hoogstwaarschijnlijk in begin XVII wederopgebouwd aan het begin van de Kerkstraat (gesloopt in 1873). Op het plan van Horenbault (1619) staat de kerk namelijk in voornoemde straat afgebeeld. De kluis zou in 1845 verdwenen zijn. Dit wordt bevestigd door kadastergegevens van 1846 volgens dewelke op dezelfde plaats de pastorie werd opgetrokken. Bij de afbraak van de pastorie in 1918 werd trouwens op oude grondvesten gestoten. Het kasteel "de Oude Kluis" komt voor het eerst voor op de kaart van Deventer (ca. 1560), ook op de kaart van Horenbault (1619). Afgebeeld op de kaart van Hondius (1641) als het huis van Guillaume Minnaert, baljuw van het graafschap Gent en raadsheer in de Raad van Vlaanderen. Hij zou belangrijke verbouwingswerken hebben laten uitvoeren aan het kasteel. Later ook dienstig als zomerverblijf van bisschop Antoon Triest. Komt in de loop van XIX B in het bezit van ridder I. Lefèvre de ten Hove. Sinds circa 1904 bewoond door de familie Cardon de Lichtbuer.

Het huidige kasteel omvat, zoals op de afbeelding van Hondius (1641), een zwaar torengebouw met links ervan een L-vormig woongedeelte. Aanvankelijk paalde het aan de voorste gracht van het rechthoekige omwalde goed. Een boogbrug leidde naar de toegangspoort in de vleugel links van het torengebouw. Deze vleugel vertoonde twee ronde hoektorentjes aan de zijgevel (Westen). Volgens kadastergegevens van 1905 werd de vleugel naast het torengebouw een eerste maal aangepast door de nieuwe eigenaar J.E. Cardon de Lichtbuer, naar verluidt naar ontwerp van de Brugse architect J. Viérin. Daarbij werd een nieuwe ingangspoort opgetrokken rechts van het torengebouw, de twee ronde hoektorentjes bleven nog behouden evenals de vanouds bestaande achteruitsprong van de vleugel ten opzichte van het torengebouw (confer oude prentbriefkaarten). Terzelfdertijd (1905) werd het kleine tuinpaviljoen (daterend van 1878) vervangen door een koetshuis, waarin naar verluidt tevens het schooltje van de kasteelkinderen ondergebracht was. Volgens kadastergegevens van 1949 werd dit koetshuis naderhand vergroot tot villa (nummer 9). Vergrotingswerken hadden naar verluidt in 1912 plaats aan de West-kant van het kasteel. Daarbij werd het nieuw gebouwde rechtse hoekrisaliet van de achtergevel voorzien van twee ronde torentjes als reminiscentie aan de twee afgebroken hoektorentjes van de zijgevel. De garage rechts van de toegangspoort en de hovenierswoning (huidig nummer 11) nabij het verbouwde koetshuis, werden volgens vroegere bewoners van het kasteel gelijktijdig gebouwd met de vergrotingswerken aan het kasteel in 1912. Torengebouw, verankerd bakstenen gebouw van twee bouwlagen en twee traveeën Onder steil zadeldak (nok loodrecht op de straat, leien) vermoedelijk daterend uit XVII A. Overwelfde kelder mogelijke rest van oudere constructie (XIV?). Hoge asymmetrische trapgevel (9 traveeën links, 7 traveeën rechts + topstuk) met bijna volledig verdwenen bepleistering. Per bouwlaag een zandstenen kruiskozijn en rechthoekig venstertje, met roedenverdeling en luiken. Beluikt bolkozijn en omlijste ronde topoculus in de geveltop. Gewitte achterpuntgevel (aanpassing van vroegere trapgevel) met sporen van muurvlechtingen. Voorts verscholen achter aanbouwsel (1905) van twee traveeën en twee bouwlagen onder links afgewolfd zadeldak (leien).

Aanleunend woonhuis bestaande uit een ten opzichte van torengebouw achteruitspringende vleugel van twee bouwlagen onder leien schilddaken (nok parallel met de straat en twee loodrecht op de straat boven de opeenvolgend toegevoegde risalieten aan de tuinzijde) voorzien van dakkapellen en klokje. Grotendeels met klimop begroeide bepleisterde en witgeschilderde lijstgevels met eenvormig uitzicht uit XX a. Rechthoekige benedenvensters en rondboogvormige bovenvensters. Voorgevel van zes traveeën Verspringende achtergevel. Rechts uitspringende hoekrisaliet tussen twee ronde traptorens van drie geledingen met smalle rechthoekige vensters en leienspits met ijzeren bekroning met vlaggetje (1912). Bakstenen inrijpoort in traditionele stijl: gekanteelde poortgevel met brede korfboogvormige doorgang achter boogbrug (1905). Voorwal gedempt in 1970. Noordgedeelte van de walgracht bewaard in de tuinvijver.

  • K.G., mutatieregisters, Gentbrugge, schetsen, 1904 (nummer 7), 1905 (nummer 8), 1949 (nr. 8).
  • PATOOR W.-WAEYTENS G., Kastelen te Gentbrugge, Jaarboek van het heemkundig genootschap Land van Rode. 1971. p. 14-17.

Bron: Bogaert C., Lanclus K. & Verbeeck M. 1983: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Gent, Fusiegemeenten, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 4ND, Brussel - Gent.

Auteurs: Bogaert, Chris; Lanclus, Kathleen & Verbeeck, Mieke

Relaties