Deze pagina afdrukken

Sint-Eligiuskerk, Eine

Sint-Eligiuskerk, Eine

De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed

Parochiekerk Sint-Eligius (ID: 27439)

Foto niet beschikbaar

Administratieve Gegevens

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Parochiekerk Sint-Eligius

Georiënteerde in kern Romaanse collegiale kerk in het Oosten van Eine met crypte en omringend ovaalvormig onderverdeeld kerkhof volgens het tracé van de middeleeuwse omgrachting, ten Westen, het dorpscentrum. Ten Westen, op het kerkhof wellicht uit XVIII, open Calvariekapel onder schilddak met kruisbeeld boven imitatierots en aan weerszij een laag muurtje en twee taxusbomen. Over de onstaansgeschiedenis is weinig met zekerheid gekend.

In 1078 werd een Sint-Eleutheriuskapel te Eine vermeld, een bedehuis dat in 1171 door Gerard de Landast tot kerk zou zijn omgebouwd. Vermoed wordt dat het graf van Sint-Eleutherius, bisschop van Doornik, in de crypte werd vereerd.

Deze vermoedelijke "eigenkerk" opgericht door de burchtheren, werd in 1206 aan Sint-Eligius, eveneens bisschop van Doornik, toegewijd. Gerard de Landast wordt aanzien als de stichter van de kerk en het kapittel. Cono, heer van Eine en Opdenburg circa 1090, wordt eveneens als stichter van het kapittel beschouwd. Er werden zoveel schenkingen gedaan dat reeds in 1272 zes kanunniken aan de kerk verbonden waren. Het kapittel had volle bevoegdheid over alle aspecten van het kerkelijk leven en bestond tot 1796. De oorspronkelijke Romaanse driebeukige kerk kende diverse wijzigingen. Wellicht werden in de loop van XIII aangebracht: koor en kruisingstoren, Sint-Eligiuskapel en sacristie ten Zuiden en de grafkapel van Landast ten Noorden, en werden deze tijdens de beeldenstorm in XVI sterk beschadigd. In de jaren 1530 werden ten Zuiden de traptoren en de zandstenen trap in de sacristie opgetrokken. In 1584 brandde de kerk af en bleef buiten gebruik tot 1587. In de loop van XVII bouw van nieuw koordoksaal, stenen overwelving van het koor en wellicht oprichten van de Westelijke voorbouw. Overwelven van transept en schip en verplaatsen van doksaal met orgel in XVIII A. Bisschop Ph. E. Van Der Noot deed in 1704 belangrijke schenking om volgens gotisch concept gebouwde kruisribgewelven op grote zandstenen consoles (met steeds andere cherubskoppen in barokstijl) van het schip te helpen bekostigen. Wellicht in XVIII b werd het Westelijk portaal aangebracht. In 1834 werd het schip voorzien van neoclassicistische pilasters en uitgewerkt hoofdgestel, ten Noorden in de Westelijke voorbouw werd in 1839 een doopkapel in neoclassicistische stijl opgericht. In 1882 werd een nieuw bakstenen knekelhuis ten Noordoosten op het kerkhof opgericht en in 1890 rond laatstgenoemde een neogotisch hekwerk met gietijzeren stijlen en smeedijzeren spijlen.

Onder leiding van architect H. Geirnaert tussen 1914-1917 en na 1918 door oorlogsschade algemene restauratie van de kerk (confer inscriptie op een stenen plaat, ten Noorden van het Westelijke portaal). Transeptarmen kregen hun oorspronkelijk Romaans voorkomen terug, waardoor een gotisch kruisribgewelf en het neoclassicistische Sint-Eligiusaltaar verdwenen. Bedaking vernieuwd volgens traditioneel patroon van schaargebinten. Wederopbouwen van het traptorentje in de Zuidelijke gevel en van de kruisingstoren volgens eertijds patroon. Vanaf 1952 restauratiecampagne onder leiding van architect R. Van Driessche, voor algemene herstellingen van oorlogsschade. In 1953 hoge marmeren lambrizering aan de zijmuren, volledige vernieuwing van het raamwerk en diverse herstellingen aan lijsten en dagkanten. Na schilderwerk in het wit boven barokke gewelfdecoratie, in 1970 aanleg van centrale verwarming. Hierbij stootte men op de ingeslagen en opgevulde koorcrypte. Algemene herstellingen buiten de kerk en aan de crypte; overwelving, verlichting en klimatisatie in de jaren 1970. In de jaren 1980 nog meerwerken en algemene opfrissing van de kerk.

Kruiskerk met driebeukig schip van zes traveeën, waarvan de middenbeuk tweemaal zo breed is als één zijbeuk, volgens architect H. Geirnaert kenmerkend voor de Lombardische stijl, Westelijke voorbouw, kruisingstoren en Noordoostelijke kapel, vierkante transeptarmen en koor van twee traveeën met vijfzijdig koorhoofd en crypte.

Opgetrokken uit voornamelijk Doornikse breuksteen met sporadisch gebruik van veldsteen, Westelijke voorbouw van zand- en baksteen. Geheel onder leiendaken. Aanleunend lagere Westelijke voorbouw, met lijstgevel onder pseudo-schilddak, doorlopend langs de zijbeuken, wellicht eertijds kapittelkamer, kanunnikenverblijf en school. Centraal portaal met eiken deur in hardstenen omlijsting in Lodewijk XV-stijl. Deurvleugels met rocaillewerk.

Noord- en Zuidgevel quasi identiek opgevat met licht getoogde vensters en een blind rondboogvenster. Hoge rondboogvensters met schuine dagkanten verlichten het transept. Rondboognissen markeren de benedenzone van de transeptgevels, tot voor 1914 droeg de Noordtranseptarm de jaarankers 1623. Vierkante kruisingstoren met ingesnoerde naaldspits, klokkenkamer aan iedere zijde doorbroken door twee spitsboogvormige galmgaten, steunend op een doorlopende lijst, tot voor 1914 jaarankers 1603 op de Westgevel.

Noordoostelijke grafkapel van Landast met drie drielichten met gotische tracering. Ten Oosten vijfzijdig koor. Sacristie in de Zuidoostelijke gevel met twee tweelichten en sporen van vroegere rondboogvormige muuropeningen en ten Westen, bakstenen hoektraptorentje.

Interieur: ten Westen, voormalige kapittelkamer, doksaal met orgel en ten Noorden, neoclassicistische doopkapel. Middenbeuk overwelfd met kruisribgewelven gescheiden door gordelbogen op grote gesculpteerde zandstenen consoles uit XVII als telkens anders uitgewerkte indrukwekkende cherubskoppen in barokstijl; licht getoogde vensters en neoclassicistische pilasters met uitgewerkt hoofdgestel van 1834 met rondboogvormige arcade naar de zijbeuken.

Noord- en Zuid-zijbeuk overwelfd door gedrukte kruisgewelven bekleed met diverse geometrische motieven in pleisterwerk, rustend op steeds anders uitgewerkte zandstenen consoles uit XVII.

Noord- en Zuid-vierkante transeptarmen met vlak houten plafond, Noordoostelijke wand met spitsboogvormige opening tot de Landastkapel, Zuidoostelijke wand met rondboogvormig venster in hoge nis.

Kruisingstoren op spitsboogvormig kruisgewelf op kraagstenen uit XVII als mensenfiguren uitgewerkt, op de Westelijke torenwand groot polychroom wapenschild van bisschop Ph. E. Van Der Noot.

Ten Noordoosten, kapel met rondboogvormig grafmonument van G. de Landast en diens vrouw in de scheidingsmuur met het koor, opgevat als volledig open arcosolium met een rechthoekige zaalconstructie op transept- en oud koormuurfront afgelijnd. Rozetten en gesculpteerde vrouwenhoofdjes uit XIII op de boog.

Oostelijke koorpartij, met ingewerkt sacrarium waarin eertijds het Heilig Sakrament werd bewaard, daaronder bijna vierkante crypte. Vijfzijdig koorhoofd met spitsboogvensters in drieledige gotische tracering en glas-in-lood glasramen.

Ten Zuidoosten, sacristie met bovenverdieping met ongeveer zelfde aflijning als Landastkapel, twee sacristieportaaltjes waarvan het Westen met mooi gesculpteerde kraagstenen uit XIII, uitgewerkt als vrouwenhoofdjes met bladmotieven.

Ten Oosten, onder het koor; bijna vierkante crypte, oorspronkelijk in drie beuken en drie traveeën verdeeld, eertijds toegankelijk langs de transeptarmen via draaiende hellende toegangsschachten. Hier werden een tiental oude graven gevonden.

Interieur van crypte met beschilderd pleisterwerk uit XIII. Absis rijkst versierd met wandbehangnabootsing, bekroond langs Zuidelijke wand met rijk bladmotief, Noordelijke wand meandermotief in rood, oker en zwart. Muren voornamelijk bezaaid met afzonderlijke bloemkelken (vijfblad) en bladslingers, voornamelijk in de tweede en derde travee van de Noordermuur en aan de ingang van het koor. In het Noordportaal sporen van klaverbladkruisen. Op dagkanten van de Westelijke nis kraanvogels of pauwen (eeuwigheidssymbool). Muurvlak van de nis en gedichte Zuidelijke uitgang met typische aandachtvestiging, namelijk bekleed met geschilderd rasterwerk dat een ijzeren hek nabootst. In de vlaknis van de Zuidelijke beuk een "Noli me Tangere"-scène uit XIV, eigenlijk twee scène's ineen : Christus rijst op uit het graf en Ontmoeting met Maria Magdalena. Daaronder oudere afbeelding: kort viervoetig dier (leeuw?). Op muur tussen nis en absis, graffiti wellicht door pelgrims gekrast, onder meer pentogrammen (symbool voor gelukswens). Crypte als unieke bron voor het middeleeuwse bedevaartsleven in ons land is volledig door vochtigheid aangetast.

Mobilair.Schilderijen: Maria bezoekt haar nicht Elizabeth, door S. De Pape, XVII; Verloving van de Maagd met de Heilige Jozef, door S. De Pape, XVII; Bespotting van Jezus, XVII A, door J. Janssen; Tenhemelopneming van Maria en het bloemenwonder bij het ledige graf van Maria, 1644, door A. Van den Heuvel; Heilige Eligius deelt aalmoezen uit, getekend A. Van den Heuvel, 1666; Graflegging van Christus, XVII, door A. Van den Heuvel; Hoofd van Christus, XVII, medaillon door A. Van den Heuvel; Jezus wordt aan het kruis genageld, XVII, door A. Van den Heuvel; Hoofden van de Apostelen: Heilige Andreas, Heilige Bartholomeus, Heilige Jacobus de Meerdere, Heilige Jacobus de Mindere, Heilige Johannes, Heilige Mathias, Heilige Mattheus, Heilige Paulus, Heilige Petrus, Heilige Phillipus, Heilige Thaddeus, Heilige Thomas, door A. Van den Heuvel, XVII; Doodstrijd van Jezus in de Hof van Olijven, door Vlaamse school, XVIII; Kruisweg, door F. Anseele, 1854.

Beeldhouwwerk: Jezus Zaligmaker, beschilderd hout, XVII B(?); Harpspelende Koning David, hout, XVII; Heilige Petrus, hout, XVII; Manna-oogst met Mozes en Aaron, marmeren reliëf (medaillon), XVII; Ontmoeting tussen Abraham en Melchisedek, marmeren reliëf (medaillon); Jezus aan het kruis, beschilderd hout, XVIII.

Hoofdaltaar, beschilderd hout, XVII, expositietroon met Hostiedragende kelk, geflankeerd door twee beelden van het Geloof en de Hoop, op de hoeken beelden van Engelen in aanbidding. Noordelijke zijaltaar in de Onze-Lieve-Vrouwekapel met retabel van steen en hout met geschilderde voorstellingen van Maria, gift van J. Vanderstraeten op 12 oktober 1918. Koorgestoelte, eik, XVIII. Preekstoel met dubbele trap, eik, empire, XIX A. Biechtstoel in de lambrizering van de sacristie, eik, Lodewijk XVI, XVIII. Orgelkast met fragmenten door M. van Prenteghem, 1651, houten klankkast, vernieuwd met behoud van oude orgelfront in 1943 door J. Anneessens-Tanghe, getekend. Doopvont, arduin, gotisch, XIV; doopvont, marmer, koperen deksel met kruisdragende wereldbol, XVIII. Muurschilderingen in de crypte, XII a. Neogotische glasramen in het koor, door F. Coppejans, 1914.

Grafmonumenten: Grafmonument van G. de Landast, 1185, in de O.-L.-Vrouwekapel, met eiken cartouche met inscriptie, XVIII. Diverse grafstenen, hardsteen en marmer, XVII-XIX.

  • Afdeling ROHM Oost-Vlaanderen, Cel Monumenten en Landschappen, archief.
  • CAMBIER A., De Romaanse krypte onder de Sint-Eligiuskollegiaal te Eine, (H.G.O.K.O., 15, 1988, p. 183-195).
  • DEVOS P., De Sint-Martinuskerk te Melden, Monumenten en landschappen in Oudenaarde, V, Oudenaarde, Gent, 1993.
  • DE WINDT L., De Stiftkerk van Eyne, (Annales du Cercle Archéologique et historique d'Audenaerde, 3, 1910, p. 59-70).
  • ESTHER J., Architectuurgids Romaans in België, Antwerpen-Baarn, 1992, p. 242.
  • VAN DEN ABEELE-BELLON R., De St.-Eligiuskerk te Eine (Oudenaarde), Een greep uit Oostvlaamse landelijke kerken, Gent, 1971.
  • VANDENBUSSCHE-VAN DEN KERCKHOVE C., Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen, Provincie Oost-Vlaanderen, Kanton Oudenaarde, Brussel, 1978, p. 33-38.
  • VANDEPUTTE J. Th., Eine, (Federatie voor Toerisme in Oost-Vlaanderen, 1957, p. 114).

Bron: Bogaert C., Lanclus K., Tack A. & Verbeeck M. 1996: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Oudenaarde, Stad Oudenaarde met fusiegemeenten, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 15N1, Brussel - Turnhout.

Auteurs: Bogaert, Chris; Lanclus, Kathleen; Tack, Anja & Verbeeck, Mieke

Relaties