Deze pagina afdrukken

De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed

Sint-Walburgakerk (ID: 29708)

Foto niet beschikbaar

Administratieve Gegevens

Beknopte karakterisering

Beschrijving

St.-Walburgakerk

Gelegen ten O. van het plein, ten N. deels afgebakend door de Hoornstraat, deels door de voormalige kerktuin, ten O. door de kerkhoftuin en de "Oranjerie St.-Walburga", de voormalige brouwerij van het jezuïetencomplex cf. Verversdijk nr. 17, en ten Z. door de schoolvleugel van het "Lyceum Hemelsdaele". Georiënteerde jezuïetenkerk van het basilicale type maar zonder transept. Fraai doch sober voorbeeld van typische contrareformatorische barokkerk uit de Zuidelijke Nederlanden van XVII.

Ca. 1240: stichting van de St.-Walburgaparochie als afscheiding van die van St.-Salvators. De oorspronkelijke parochiekerk ligt op de hoek van Ridders- en Sint-Walburgastraat, gesticht als grafelijke kapel gewijd aan de H. Walburga. De gotische kerk wordt afgebeeld bij Marcus Gerards (1562).

1596: de jezuïeten, sedert 1575 gevestigd in huis "De Lecke" en aanpalende panden op de hoek van de Wapenmakers- en de Sint-Walburgastraat, zoeken na de godsdiensttroebelen onderdak op het Sint-Maartensplein en bouwen er ter hoogte van het koetsgebouw van nr. 5, een kapel. Wegens plaatsgebrek wordt algauw de bouw aangevat van een kerk met college, klooster, kapel en tuin, gelegen tussen Sint-Maartensplein, Hoorn-, Kandelaar- en Boomgaardstraat, en Verversdijk cf. Verversdijk.

1619-1641: bouw van de kerk n.o.v. de Brugse jezuïet-architect P. Huyssens (1577-1637), na diens dood verdergezet door medebroeder J. Boulé. Als werknemers zijn o.m. J. Pype voor de funderingen, G. de Lippe, R. Houtrick en J. Coppet voor de ruwbouw gekend. Financiële steun komt van het Brugse Vrije, de stad, de abt van St.-Pieters te Gent, het bisdom en vele families. De oorspronkelijke plannen van Huyssens - o.m. wat de toren, gewelf en de vensters van de middenbeuk betreffen - zijn echter wegens geldgebrek en naijver tussen de jezuïeten van Brugge en Antwerpen niet volledig uitgevoerd.

1642: inwijding van het bedehuis door Mgr. Nicolas de Haudrion, opgedragen aan de H. Franciscus Xaverius cf. beeld boven portaal, wiens relieken in 1630 naar Brugge waren gebracht.

1773: de jezuïetensociëteit wordt bij keizerlijk decreet ontbonden en de kerk gesloten.

1777: o.w.v. de bouwvalligheid van de voormalige parochiekerk, kennen Mgr. Caïmo en keizerin Maria Theresia de voormalige jezuïetenkerk toe aan de St.-Walburgaparochie; die eveneens de toestemming krijgt de oude parochiekerk af te breken (1781), het materiaal te verkopen en de opbrengst te gebruiken om de vervallen jezuïetenkerk te restaureren. Er is o.m. sprake om de rococobovenbouw van de toren van de oude kerk, die pas uit 1766 dateerde, op de onvoltooide toren van de nieuwe St.-Walburgakerk te plaatsen, wat uiteindelijk niet is doorgevoerd. Vermoedelijk zijn i.l.v. XVIII d ook de kerkmeesterkamers ten Z. van de kerk aangebouwd.

1778: in de hoop dat de kerk uitgeroepen wordt tot kapittelkerk, geven de kerkmeesters van de St.-Walburgaparochie aan beeldhouwer-architect H. Pulinx de opdracht plannen te tekenen om een koorgestoelte te plaatsen in het kleine koor en om het N.-trappenhuis als doopkapel in te richten.

1779: inhuldiging van de voormalige jezuïetenkerk als parochiekerk en translatio van de relieken van H. Walburga.

1796: de kerk wordt door de Fransen in beslag genomen en gebruikt als Tempel van de Wet.

1804: de kerk krijgt haar eigenlijke functie terug doch onder de naam "St.-Donaaskerk" na de translatio van diens relieken uit de afgebroken, gelijknamige kerk op de Burg.

1841-1851: gevelrestauratie. 1854: officïele toekenning van de huidige naam. 1918: zware beschadigingen vnl. aan N.-beuk na bominslag. 1961-1963: restauratie van de daken, steunberen, kroonlijsten en raamomlijstingen n.o.v. ingenieur-architect J. Verbeke (Brugge).

1967-1973: restauratie van voor-, zijgevels, toren en crypte waarbij verweerde materialen worden vervangen.

1978-1980: interieurrestauratie o.m. herschilderen.

Huidige plattegrond ontvouwt: een driebeukig schip van zeven trav. en ingebouwd koor met één trav. en apsis; zijbeuken met rechte sluiting; crypte; in kooras, toren op vierkante plattegrond; in het verlengde van de zijbeuken, l. vierkante sacristie en twee kerkmeesterskamers, r. gang en kapel. Ter hoogte van de eerste trav. van de zijbeuken, bijgebouwen op vierkante plattegrond met l. doopkapel en r. trap naar doksaal.

Materialen. Baksteenbouw met gebruik van zandsteen voor het voorgevelparement Massangis al restauratiemateriaal. Voor het interieur: Balegemse witsteen (eerste bouwl.) en zandsteen (hogere lagen); muren in baksteen met zandstenen parement. Geheel onder leien zadel- en lessenaarsdaken.

Kerk toegankelijk via 5 tr., geflankeerd door twee afgeronde schamppalen. W.-gevel vertoont duidelijke invloeden van de Il Gesù-kerk in Rome - cf. Huyssens' verblijf in Rome van 1626 tot 1628! - o.m. door tweeledige opbouw doch met verticaliserende verhoudingen en plastische uitwerking. Hoge onderbouw met ritmerende gekoppelde hoekpilasters en pilasters met driekwartzuilen aan weerszij van de middentrav., alle met geprofileerde basementen en verfijnde Corinthische kapitelen; aflijnend gekornist entablement met datum van wijding "1643". Hoger opgetrokken middentrav. met analoge opstand onder een sterk geprofileerd en gekornist hoofgestel bekroond door een gebroken driehoekig fronton tussen postamenten met siervazen en bronzen kruisbeeld uit XIX. Flankerende vleugelstukken met sierlijke voluten met kandelaberbekroning. Portiektrav. met composietkapitelen en fronton, doorbroken door nis met beeld van H. Franciscus Xaverius (kopie van de jaren 1970); op archivolt van rondboogingang, opschrift "Den H. Franciscus Xaverius besonderen patroon tegen de peste / aengenomen door het magistraet der stad Brugge ten jaere 1666" en op bekronende architraaf, een versierde fries met cartouche voorzien van opschrift "D.O.M. / et / S.Francisco Xaverio / sacrum". Ter hoogte van de zijbeuken, op plint l., XVII A-steenhouwersmerken o.m. te identificeren met familie Nopère (Arquennes); rondboognis ingeschreven in een geprofileerde omlijsting met schelpvormige sluitsteen onder druiplijst; rechth. venster in geprofileerde omlijsting met neuten en bekronend halfrond fronton op gegroefde consoles.

Flankerende bakstenen aanbouwen met houten poort op 5 tr. in geprofileerde omlijsting met oren, sluitsteen en bekronend halfrond fronton op gegroefde consoles. Natuurstenen hoekblokken. Rechth. vensters in natuurstenen omlijstingen met oren, neuten en druiplijst. Zijgevel l. met oculus; achtergevel met vensters cf. voorgevel; ijzeren harnassen voor glas-in-lood.

Zijgevels - zichtbaar van Hoornstraat - zijn ter hoogte van zijbeuken geleed door steunberen met natuurstenen hoekblokken. Segmentboogvensters in natuurstenen omlijstingen met druiplijst; aflijnende natuurstenen kroonlijst op modillons. Ter hoogte van de middenbeuk, geritmeerd door luchtbogen met arduinen rollaag en op natuurstenen pilaster; natuurstenen kordonlijst met steigergaten en dito kroonlijst. Op Z.-gevel, metselteken van verglaasde baksteen in vorm van zespuntige ster.

Vierkante toren: massieve bakstenen romp aan Z.-zijde doorbroken door drie beluikte segmentboogopeningen in bepleisterde omlijsting. Klokkenverd. van Doornikse steen is per zijde voorzien van galmgat in geprofileerde omlijsting met paneelwerk, halfrond fronton en ordonnerende pilasters. Leien tentdak met torenkap en pumeel.

Interieur. Schip met tweeledige opstand: met cassetten versierde rondboogarcade op zuilen met composietkapiteel en achthoekige basis; in de zwikken, consoles die de met cartouches en grotesken verrijkte gordelbogen opvangen. Boven de versneden architraaf, licht getoogde vensters in geprofileerde omlijstingen met oren. Kruisribgewelf. Overgang naar apsis door bredere gordelboog; apsis omgeven door vier pilasters met kapitelen voorzien van zwaar geprofileerde voluten en acanthusbladen. Straalgewelf met rijke stucversiering. In de zijbeuken, kruisribgewelven met gewelfsleutels waarin zevenpuntige ster, aan zijgevelzijde opgevangen door pilasters; gewelven in zijkoren met uitgewerkte stucversiering en erin verwerkte Mariamonogram (N.) en Christusmonogram (Z.).

Mobilair. Schilderijen. In zijbeuken en boven doksaal, 14 schilderijen van de "15 Mysteriën van de Rozenkrans" uit de omgeving van J. Garemijn, ca. 1750. "Verheerlijking van H. Sacrament" van J. Garemijn, ca. 1740; "Kroning van O.L.Vrouw" van E. Quellinus de Jonge, XVII B; "Bewening van Christus" van J. Odevaere, 1812; "Verrijzenis" van J. Suvée (XVIII B); "Visioen van St.-Ignatius" van P. Cassiers; een drieluik met "O.L.Vrouw van de Droge Boom" van P. Claeissens, 1620; anoniem doek met "H. Domenicus die Kind geneest".

Altaren. Monumentaal, marmeren hoogaltaar van J. Cocx, gewijd in 1643 met beeld van H. Walburga, door Houvenaegel, 1842; boven de portalen, bustes van H. Franciscus Xaverius en H. Franciscus Borgia, en beelden van H. Louis van Gonzaga en H. Stanislas Kostka. Epitaaf van Michaël Grimaldi. N.-zijaltaar van P. Verbruggen van 1657 met twee barokportalen, beelden van H. Catherina, H. Ursula, H. Jozef met Kind, een Madonna-van-de-tuin (XVI A) en een beeldengroep van H. Anna en Maria (XVII B). Z.-zijaltaar gebeiteld door P. Verbruggen in 1669 met eikenhouten deuren, en beelden van H. Petrus, H. Paulus, H. Rochus.

Meubilair. Witmarmeren communiebank, door H. Verbruggen, 1695. Biechtstoelen in classicerende stijl, 1802. Eikenhouten koorbanken en communiebank uit XVIII B. Barokpreekstoel van A. Quellinus de Jonge, 1670, naar iconografie van pater Hesius. Doksaal en ingangsportaal n.o.v. P. de Cocks, 1763, doch vermoedelijk pas uitgevoerd in 1834.

Orgel begonnen in 1735 door C. Cacheux en voltooid door J.B. Frémat in 1739; versierd met beelden van gracieuze vrouwen en Jezus op de Wereldbol.

Crypte, toegankelijk via poortje met opschrift "IHS / Locus sepulcralis / patrum soc. jesu / et ecclesiae sancti / Francisci Xaverii / benefactorum" in kerkhoftuin, op rechth. grondplan, overkluisd d.m.v. kruisgewelven op arduinen zuil; grafplaten o.m. van parochianen.

  • Afdeling ROHM West-Vlaanderen, Cel Monumenten en Landschappen, archief, doss. 120.
  • BROUWERS L., De Jezuïeten te Brugge, 1570-1773; 1840-heden, Mechelen, 1986.
  • DEVLIEGHER L., 25 jaar monumentenzorg in West-Vlaanderen, Brugge, 1975, p. 93-96.
  • DEVOS P.; CONSTANDT L.; ESTHER J.P., Brugge, Herwonnen schoonheid, Tien jaar monumentenzorg te Brugge, 1975, p. 130-142.
  • ENGLISH M., De oude Sinte-Walburgakerk te Brugge, in Brugghe... 'n spieghel!, Brugge, 1939, p. 41-63.
  • ESTHER J., Arthur Vandendorpe, restaureren, renoveren, 1994, p. 158-160.
  • MEULEMEESTER J.L., De Sint-Walburga, een barokke parel in het 'middeleeuwse' Brugge. Enkele kunsthistorische beschouwingen, in De Gidsenkring, XIX, 1981, nr. 5, p. 2-46.
  • MEULEMEESTER J.L., Enkele kleine verbouwingswerken aan de Brugse Sint-Walburgakerk op het einde van de achttiende eeuw, BO, XXIII, 1983, p. 359-367.
  • MEULEMEESTER, J, Een torenspits voor de Brugse Sint-Walburgakerk ?, in Biekorf, LXXXVIII, 1988, p. 384-389.
  • RYCKAERT M., Brugge, Historische stedenatlas van België, Brussel, 1991, p. 217-218.
  • Sint-Walburga, een Brugse kerk vol geschiedenis, Brugge, JKOT, 1982.
  • VAN BELLE J.L., Signes Lapidaires. Nouveau dictionnaire. Belgique et Nord de la France, Louvain-la-Neuve, 1994, nr. 1079, p. 21, 70, 822-824; nr. 1095, p. 70, 156, 824.
  • VROMMAN F., Kunstwerken in de Brugse kerken en kapellen, Brugge, 1986, p. 137-155.

Bron: Gilté S. & Vanwalleghem A. 1999: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Brugge, Oudste kern, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 18NA Noord, Brussel - Turnhout.

Relaties