Deze pagina afdrukken

Hof van Savoye, Mechelen

Hof van Savoye, Mechelen

Hof van Savoye, Mechelen

De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed

Paleis Margaretha van Oostenrijk (ID: 3472)

Foto niet beschikbaar
Alle foto's

Administratieve Gegevens

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Voormalig Paleis van Margareta van Oostenrijk of Hof van Savoye, heden Rechtbank van Eerste Aanleg.

Vierzijdig complex van gebouwen met gevels aan de Keizerstraat (in het noorden), Korte Maagdenstraat (in het westen) en Voochtstraat (in het zuiden); de oostzijde ziet uit op de voormalige tuin van het Passantenhuis, heden ingenomen door de nieuwe bouw van het Gerechtshof, opgetrokken in 1979-1980 naar ontwerp van architect D.M. Peeters.

Grondig gerestaureerd paleis in Brabantse baksteengotiek met vroegrenaissance gedeelte aan de Keizerstraat, doorgaans beschouwd als het oudst bekende voorbeeld van renaissance-architectuur in de Nederlanden, waarvoor ontwerp toegeschreven aan Guy de Beaugrant.

Historiek. Margareta van Oostenrijk, landvoogdes der Nederlanden (1507-1530) en weduwe van hertog Filibert II van Savoye, vestigde zich in 1507 te Mechelen en maakte van Mechelen niet alleen de hoofdstad maar tevens het centrum van de vroegrenaissance der Nederlanden, onder meer door de tijdelijke aanwezigheid van talrijke vooraanstaande kunstenaars. De voor haar bestemde woning van Margareta van York, gelegen in de Korte Maagdenstraat, werd te klein bevonden, daarom kocht het Magistraat verscheidene belendende eigendommen van ridder Lauwerijn voor de oprichting van een nieuw paleis.

In 1507, totale verbouwing van het huis van Margareta van York tot huidige vleugel ten westen met puntgeveltjes en traptorentjes, naar ontwerp van Antoon Keldermans de Jonge; nadien oprichting van de hoekvleugel korte Maagdenstraat-Voochtstraat en van de aansluitende zuidvleugel. Tweede bouwcampagne van 1517 tot 1530 onder leiding van Rombout Keldermans: oprichting van het poortgebouw en dwarsvleugel in renaissancestijl (1517) (Keizerstraat), van de trap, rechter bijbouw en galerij met bovenverdieping aan de zuidvleugel en van het gebouw ten oosten van de binnentuin; tevens verbouwing van het zogenaamde "Kabinet van Granvelle". Vroegtijdige stopzetting van de werkzaamheden na het overlijden van de landvoogdes (1530): onafgewerkte oostpartij welke waarschijnlijk ook moest voorzien worden van een galerij.

In 1546 beschadiging door ontploffing van de Zandpoort. In 1546-47 verkocht aan de stad door Maria van Hongarije, in 1561 overgelaten aan Kardinaal Granvelle die er tot 1563 woonde. In 1609 opnieuw aangekocht door de stad om er de Grote Raad in onder te brengen. In 1611-1615 opbouw van een grote audiëntiezaal achter de renaissancedwarsvleugel onder leiding van stadsmeester Jan van Balen. In 1616 in bezit genomen door de Grote Raad tot de afschaffing in 1695, nadien rechtbank van eerste aanleg (gedeelte aan de Keizerstraat) en residentie voor Prince de Méan (gedeelte aan de Voochtstraat).

In 1843 plannen voor algemene restauratie van het gedeelte aan de Keizerstraat met nieuwe indeling van de lokalen. De ontwerpen werden gemaakt door provinciearchitect F. Berckmans en stadsarchitect F. Bauwens die moeizaam tot een akkoord kwamen; het oorspronkelijk eiken mobilair werd weggehaald; een scheiding in de vorm van een overdekte gang tussen het voorhof en de binnentuin werd voorzien. In 1845 maakt F. Berckmans ook een ontwerp voor de eenvoudige conciërgewoning ten oosten van het voorhof. In de periode 1876-1879 werd het complex in zijn geheel overgedragen aan de provincie, gevolgd door een grote restauratiecampagne naar de toenmalige, historiserende opvattingen onder leiding van architect L. Blomme.

In de eerste fase werd het gedeelte aan de Keizerstraat aangepakt: algemene herstelling van de gevels aan de straatzijde met vernieuwing van materiaal en reconstructie van de kruiskozijnen. In 1880 volgt een restauratie van het interieur met onder meer zeven nieuwe mantelschouwen door Ph. Van Boxmeer, vernieuwing van het ijzerwerk van ramen en deuren naar ontwerp van L. Blomme, en in 1881 herstellingswerken aan vloeren en timmerwerk met ontwerp voor eiken meubilair in neorenaissancestijl. In 1882 startte de tweede fase met een gelijkaardige restauratie voor het gedeelte aan de Voochtstraat, uitgevoerd door Ph. Van Boxmeer. Aan de zuidvleugel werd bovendien een absis toegevoegd en aan de oostvleugel een galerij. Op de hoek van de Keizerstraat en de Korte Maagdenstraat: oprichting van een totaal nieuw hoekgebouw in neorenaissance-stijl.

Beschrijving. De plattegrond ontvouwt een vroegrenaissance poortgebouw (Keizerstraat) waarnaast dito diephuis, verlengd met traditionele vleugel van 1611-15, beide uitziend op een langwerpig voorhof; ten westen flankerend neorenaissance-stijl aangepaste griffie (Korte Maagdenstraat), alle gemarkeerd door zandstenen parement met gebruik van arduin of andere natuursteen voor omlijstingen, vensterkruisen en verdere afwerking. Ten zuiden van griffie: traditioneel bak- en zandstenen gedeelte: zogenaamd "kabinet van Granvelle" en trapgeveltje.

Ten zuiden bredere binnentuin waarrond drie vleugels gegroepeerd zijn. Op de oostzijde staat ook nog het huidige portiershuis, volledig aangepast in neotraditionele stijl tijdens de integrale restauratie van 1878-1879.

Gevelwand aan Keizerstraat. Vroegrenaissance poortgebouw van vier traveeën en anderhalve bouwlaag onder zadeldak (nok parallel aan de straat, leien). Voorgevel op hoge sokkel gemarkeerd door monumentale poort in een arduinen omlijsting. Rondbooginrijpoort opgenomen in een portiektravee met gekoppelde uitgelengde, dubbele driekwartzuiltjes met dubbele sokkel en composiet kapiteel; bekronende architraaf en gekorniste kroonlijst. Aansluitende rechthoekige nis met afgeronde bovenhoeken afgelijnd door korte, dubbele pilasters waartussen schelpmotief; wapenschild van Karel V. Tijdens de restauratie toegevoegde bekronende rondboognis: uitgewerkte omlijsting met vleugelstukken en driehoekig fronton, Justitiabeeld van J. Willems (1845-1910). Flankerende, rechthoekige kruiskozijnen onder driehoekig fronton; gelijkaardig bolkozijn in de rechtertravee; kleine bolkozijnen op de bovenverdieping, alle ten dele meer aansluitend bij de laatgotische vensterindelingen.

Vroegrenaissance diephuis met Margareta's gehoorzaal rechts naast het poortgebouw. Topgevel van drie traveeën aan de straatzijde. Lage begane grond met centrale schouderboogdeur waarboven rondboogdeurtje in een portiekomlijsting bekroond door gebogen fronton; balkon met zware balustrade op consoles met leeuwenkoppen. Flankerende hoge kruiskozijnen onder driehoekig fronton. Drieledige top afgelijnd en geritmeerd door pilasters en gegroefde driekwartzuilen, horizontaal belijnd door middel van gekorniste kordons; flankerende vleugelstukken vanaf het tweede register. Eerste geleding: centraal rondboogvenster tussen twee bolkozijnen onder geprofileerde korfbogen met reliëfs op de timpanen. Dito bolkozijn in de middentravee van de tweede geleding. Eén travee brede top onder gebogen fronton voorzien van het uitgewerkt wapenschild. Het gevelbrede arduinen balkon met balustrade en vleugelstukken werden toegevoegd tijdens de restauratie. De registerindeling van de geveltop verwijst naar de laatgotische traditie; de ingewerkte pilaster- en zuilenordonnantie, de ramen, frontons, vleugelstukken en andere ornamenten sluiten echter aan bij de Italiaanse renaissance die hier voornamelijk via architectuurtraktaten en mogelijk ook via Frankrijk gekend was. De gevelcompositie in haar geheel vertegenwoordigt alleszins één der belangrijkste aanzetten voor de evolutie van de krulgevels ten lande.

Neorenaissance hoekpand (Keizerstraat-Korte Maagdenstaat) opgericht tijdens restauratiecampagne van 1878, zie gevelplaat met opschrift "Dit gebouw/ voormalig paleis/ van/ Margareta van Oostenrijk/ 1507-1527/ en van den/ Grooten Raad van Mechelen/1616-1795/ werd als/burgerlyke rechtbank/ in zynen oorspronkelyken vorm/ hersteld en volmaakt/ door/de provincie Antwerpen/ ten jare MDCCCLXXVIII/Ridder Ed. Pycke d'Ideghem/ Gouverneur der provincie/ Em. Geelhand. J.B.J. Heylen. Ed. Broers/ Ch. du Bois. Aug. Reypens. J. Smolderen/ leden der bestendige deputatie/ J. Thielens provinciale griffier/ L. Blomme provinciale bouwmeester".

Breedhuis van drie traveeën en één verdieping boven sokkel vormende begane grond. Steil zadeldak (leien). Centrale travee uitlopend op een dakvenster met topstuk onder driehoekig fronton. Kleine rechthoekige benedenvensters en hoge kruiskozijnen in de zijtravee. bekroond door driehoekig fronton.

Westelijke straatwand van het complex (Korte Maagdenstraat) gemarkeerd door afwisseling van top-, lijst- en trapgevels. Zijtopgevel van gemeld hoekpand eveneens van drie traveeën met bol- en kloosterkozijnen. Verhoogde tweeledige top afgelijnd door pilasters en voluten en gemarkeerd door centraal rondboogvormig deurvenster onder driekhoekig fronton; balkon met balustrade; wapenschild in top.

Aansluitend gedeelte van twee traveeën onder zadeldak (nok parallel aan de straat, leien) in de Korte Maagdenstraat. Kruiskozijnen en neorenaissance dakkapel. Fantasierijke zijpuntgevel.

Tussen deze gevel en de eveneens in neo-renaissancestijl aangepaste griffie: achteruitspringend gedeelte met drielicht en neo-renaissance dakkapel van de straat afgesloten door zandstenen muur met arduinen rondboogdeurtje in een uitgewerkte omlijsting onder driehoekig fronton.

Griffie van één travee breed en twee traveeën diep onder zadeldak (nok loodrecht op de straat en de achtergevel van de grote gehoorzaal, leien). Uitgewerkte topgevel met kruiskozijnen; linkerzijgevel eveneens voorzien van kruiskozijnen.

Rechts ernaast het zogenaamde kabinet van kardinaal Granvelle, getypeerd door zijn zware muren. Twee bouwlagen onder een afgesnuit zadeldak (leien). Bakstenen gebouw op zandstenen sokkel gemarkeerd door centraal kruiskozijn op begane grond en overkragende schouw op rondbogen op de bovenverdieping. Twee rechthoekige bovenvensters met zandstenen negblokken. Interieur met overwelfde beneden- en bovenkamer, onder meer met sluitsteen van kardinaal Granvelle.

Naast de kamer van kardinaal Granvelle: klein trapgeveltje en reeks van vijf trapgevels van variërende breedte en hoogte onder zadeldaken (nok loodrecht op de straat, leien) haaks op de westvleugel van de tweede binnentuin. Ongeveer halverwege gemarkeerd door uitspringende veelzijdige traptoren. Bakstenen gevels op zandstenen sokkels met in hun oorspronkelijke staat herstelde kruis-, bol- en kloosterkozijnen en rechthoekige venstertjes. Kordons en zandstenen muurbanden vooral in tweede gedeelte; aflijnende hoekblokken.

Voorhof met in het oosten het poortgebouw: tuingevel met galerij van twee gedrukte zandstenen spitsbogen en twee dito korfbogen van ongelijke breedte geschraagd door samengestelde pilasters en zuilen op hoge sokkel van arduin. Gang overkluisd door kruisribgewelven en voorzien van trap met balustrade leidend naar de korfboogpoort in een uitgewerkte renaissance-omlijsting van Margareta's gehoorzaal.

In het westen: zijgevel van drie traveeën van het diephuis met Margareta's gehoorzaal; eenvoudige kruiskozijnen en dakvenster gemarkeerd door topstuk met driehoekig fronton.

Ten zuiden, in het verlengde van dit gedeelte: traditioneel gebouw met grote gehoorzaal voor de Grote Raad, welke in verbinding staat met de "Salle des pas perdus" of oude gehoorzaal van Margareta. Zes traveeën en twee bouwlagen onder een zadeldak (leien) met drie getrapte dakvensters en kleine dakkapellen. Langsgevel op hoge sokkel voorzien van rechthoekige benedenvensters en hoge kruiskozijnen op de bovenverdieping. Zijtrapgevels. Ten zuiden voorzien van zandstenen parement onderaan en speklagen bovenaan; gereconstrueerde kruiskozijnen en jaartal 1612 in de top aangebracht tijdens de restauratie van 1882; lage bijbouw onder lessenaarsdak en linkeruitbouw met trapgevel.

Tweede binnenhof met west- en zuidvleugel van twee bouwlagen onder zadeldaken (leien) met getrapte dakvensters. Westvleugel met eenvoudige tuingevel van zes traveeën met herstelde kruiskozijnen. Zuidvleugel met straatgevel van vijftien traveeën. Benedenverdieping van variërende breedte. Derde travee gemarkeerd door driezijdige absis, gereconstrueerd in 1879-80. Twee grote spitsboogvensters onder druiplijst met sierlijk maaswerk in de zesde en zevende travee. Brede tudorboogpoort in een geprofileerde omlijsting onder druiplijst in de achtste travee. Voorts kruis-, bol- en kloosterkozijnen. Tuingevel gemarkeerd door galerij van vijf smalle en een brede tudorboog, respectievelijk op ronde en samengestelde zuilen met hoge sokkel, gang overkluisd door kruisribgewelven. Erboven: verdieping onder een lessenaarsdak. In linkerhoek: uitbouw met trapgevel, overkluisd perron voorzien van twee haaks op elkaar gestelde tudorbogen en twee gekoppelde spitsboogvensters, geeft toegang tot trapzaal met spitsboogvensters van de zuidvleugel. Op de bovenverdieping: loggia met twee drielobbogen op zuilen en halfzuilen. Rechthoekige zoldervensters en kruiskozijnen in de getrapte top.

Oostvleugel bestaande uit gedeelte van drie traveeën en twee bouwlagen met kruiskozijnen op de bovenverdieping en een gedeelte van één bouwlaag, tijdens de restauratie voorzien van galerij, van tien traveeën gelijkaardig aan en aansluitend bij die van de zuidvleugel. Hierbij aansluitend: huidige portierswoning van het gerechtshof. Bakstenen gebouw van drie ongelijke traveeën en twee bouwlagen, eveneens grondig gerestaureerd en gereconstrueerd tijdens genoemde restauratie met toegevoegde trapgevels en portiek.

Interieur. Evenals de gevels grondig gerestaureerd in het vierde kwart van de 19de eeuw: vloeren, schouwen, lambrisering en eiken meubilair in neo-renaissancestijl dateren hoofdzakelijk uit deze periode. In de bibliotheek bevinden zich nog stucplafonds, met uitgespaarde schilderingen, 1687 gedateerd; onder meer wapenschild van Mechelen. Kamer van Granvelle: bewaarde smeedijzeren deur en neogotische lambrisering (1938).

Troonzaal bevat de zogenaamde troon van Margareta van Oostenrijk, grondig gerestaureerd in 1912 door J. Gerits. In 1928 werd bovendien een reeks schilderijen in bruikleen gegeven door het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen, die er tot op heden aanwezig zijn.

  • STADSARCHIEF MECHELEN, B 6378: Blomme L. (?), Grondplan van het gebouw als rechtbank van eerste aanleg (begin 20ste eeuw).
  • HITCHCOC K H., Netherlandish scrolled gables of the sixteenth and early seventeenth centuries, New York, 1978.
  • PICARD E., Palais de Justice de Malines; Ancien palais de Marguerite d'Autriche, Mechelen, 1886.
  • STEURS F., Het keizershof en het Hof van Margareta van Oostenrijk te Mechelen, Mechelen, 1879.
  • VAN CASTER W., De gebouwen der rechtbank van eerste aanleg, oud hof van Margareta van Oostenrijk te Mechelen, in Bulletin du cercle archéologique, 1893, tome IV, p. 15.
  • VAN HOOF T., Onuitgegeven nota's in verband met de restauratie-geschiedenis van het Gerechtshof te Mechelen (1981).

Bron: Eeman M., Kennes H. & Mondelaers L. 1984: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Mechelen, Binnenstad, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 9N, Brussel - Gent.

Auteurs: Eeman, Michèle; Kennes, Hilde & Mondelaers, Lydie

Relaties