Deze pagina afdrukken

De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed

Kasteeldomein Mariahove (ID: 34825)

Administratieve Gegevens

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Het omgrachte kasteel Mariahove werd begin 19de eeuw heropgebouwd door de industrieel J.-L. van Caneghem . Het werd in de periode 1855-1860 in neoclassicistische stijl aangepast naar ontwerp van Bruno Renard. Het omringende park in landschapsstijl met inrijhek, vijver en ijskelder werd aangelegd in de tweede helft van de 19de eeuw door E. Rosseels sr..

Historiek

Het voormalig heerlijke kasteel van Bellem is gekend als het kasteel van Mariahove. In de buurt van het kasteel stond indertijd het buitengoed van de familie Wyts (verscheidene familieleden waren baljuw van de heerlijkheid Bellem en Schuurvelde). In 1577 werd deze heerlijkheid door koning Filips II verkocht aan Karel Rym. Zij bleven heren van Bellem tot 1715. Rond 1635 kochten zij het oude buitengoed van Wyts en bouwden kort daarna, omstreeks 1650, een nieuw kasteel. In 1655 werden Bellem en Schuurvelde tot baronie verheven. Het kasteel zou midden 18de eeuw reeds tot puin vervallen zijn. De prinses van Montmorency was de laatste ‘vrouw van Bellem’.

De kabinetskaart van de Ferraris (1770-1778) geeft het kasteel weer met verschillende losstaande gebouwen binnen een rechthoekige omgrachting. Binnen een tweede omgrachting bevinden zich ten zuiden van het kasteel de moestuinen en ten westen een parkbos. Ten zuiden van het kasteelpark ligt een door dreven doorsneden bosgebied. Het kasteel is vanuit het noorden toegankelijk via een brug over de omgrachting. Het kasteel wordt omgeven door verschillende dreven.

Het domein werd in 1808 door de Gentse textielbaron J.-L. van Caneghem als ‘nationaal goed’ gekocht. Hij liet het kasteel volledig wederopbouwen in 1815. In 1855-1860 werd het door de nieuwe eigenaars, de aanverwante familie de Kerchove-de Naeyer, aangepast in neoclassicistische stijl. Op de kaart van Vandermaelen (1846-1854) en de Poppkaart (1842-1880) is de structuur van het domein bij het “Château de Bellem” reeds duidelijk herkenbaar: het kasteel, de bijhorende dienstgebouwen en het park bevinden zich binnen een rechthoekige omgrachting waarop een onregelmatige vijver aansluit. Het kasteel is vanuit het noorden toegankelijk. Ten zuiden van het kasteelpark is het parkbos (op de Popp-kaart met achtster) afgebeeld.

De laatste adellijke eigenaar was graaf de Kerchove d'Exaerde. Sinds 1963 is het eigendom van de vzw ‘Federatie van de zustercongregaties van het bisdom Gent’. Sinds 1965 is het een retraitehuis voor religieuzen, zogenaamd ‘Mariahove’.

Beschrijving

Het kasteeldomein Mariahove bevindt zich ten zuidoosten van de dorpskern Bellem en sluit in het zuiden aan op het gebied Kraenepoel en Marketbossen. Het gebied wordt in het noorden begrensd door de Mariahovelaan, een dreef van opgaande bomen, de bebouwing langs de Mariahovelaan en de Langestraat in het oosten, de spoorweg in het zuiden en de Lotenhullestraat in het westen.

Het bepleisterd laatclassicistisch kasteel werd opgetrokken omstreeks 1815, met neoclassicistische aanpassingen van 1855-1860 naar ontwerp van de Doornikse architect Bruno Renard. Het ruim onderkelderd kasteel telt elf traveeën en drie bouwlagen onder een leien schilddak. Een steektrap met bordes bevindt zich tussen twee liggende leeuwen van gietijzer, vervaardigd door ‘Cormann & Cie Bruxelles’. In de arduinen plint zijn keldervensters aangebracht. De benedenbouw is belijnd door imitatiebanden. De bovenvensters zijn gevat in een geriemde omlijsting, op de derde bouwlaag met oren. Het middelste venster van de zijtravee is geaccentueerd door een balusterbalkon, flankerende Ionische zuiltjes, kroonlijst en voluten als omlijsting van het venster erboven. Het opvallend middenrisaliet omvat drie rondbogen, op de bovenbouw een colonnade van Corinthische zuilen, een half verheven reliëf met wapenschild bekroont het middelste venster. De hoekrisalieten van één travee zijn afgelijnd met Corinthische pilasters. De omlopende blinde attiek, eertijds met oculi en siervazen, vormt de gevelbeëindiging. De achtergevel is gelijkaardig uitgewerkt, maar heeft een minder uitspringend middenrisaliet van drie traveeën met rondboogvormige deurvensters, op de bovenverdieping Corinthische halfzuilen en een bekronend driehoekig fronton. Voorts is de gevel geritmeerd door kolossale pilasters met Corinthisch kapiteel. De bel-etagevensters zijn bekroond door kroonlijsten. Het aanleunend terras heeft een eretrap en balustrade. De eenvoudige zijgevels tellen vijf traveeën.

Het interieur is grotendeels aangepast aan zijn nieuwe functie met hier en daar sporen van de vroegere inrichting in plafonds en schouwen. In de vroegere eetzaal, later de kapel, bevindt zich een schouwmantel met inscriptie, onder meer de naam “JACOPO CITTI” en het jaartal "ANNO MDXXXX" en het wapenschild op arduinen balk, vermoedelijk afkomstig van een ander kasteel. Links naast de vestibule loopt de marmeren trap met ijzeren leuning.

Twee parallelle gewitte dienstgebouwen van twee bouwlagen onder een leien zadeldak, gelegen aan weerszijden voor het kasteel, dateren vermoedelijk uit de 18de eeuw. De oostelijke vleugel vormde vroeger het zogenaamde ‘weduwehuis’. De westelijke vleugel deed voorheen dienst als koetshuis en paardenstallen. De voor-en achtergevels zijn op de begane grond geritmeerd door een rondboogarcade op zuiltjes en staan in de achtergevels op pilasters. De met spiegels verdiepte penanten staan tussen de rechthoekige bovenvensters. De geblokte of verdiepte lisenen lijnen de gevel en middentravee af. De linkergevel loopt uit in een gebogen fronton met gekleurd wapenschild. De zijgevels zijn versierd met rocaille op het hoofdgestel en bepleisterde zijgeveltop.

Ten oosten bevinden zich nog dienstgebouwen, onder meer een oranjerie in empirestijl met gecementeerde gevels met rondboogvormige deuren en vensters met een bewaarde ijzeren roedenverdeling. Het dienstgebouw op H-vormige plattegrond dateert van het midden van de 19de eeuw. De geschilderde bakstenen gevels zijn afgedekt met pannen zadeldaken en zijn voorzien van een ritmerende rondboogarcade waarin de noodzakelijke muuropeningen aangebracht zijn. De ronde duiventoren is afgedekt met een achtkantige leien spits met windwijzer met duif en klimt vermoedelijk op tot de 16de eeuw. In de iets lager gelegen benedenverdieping zou vroeger een gevangenis geweest zijn. De getoogde deurtjes van de beschilderde baksteenbouw leiden naar een beneden- en bovenverdieping (cilindervormige duivenwoning). Vier beluikte vensters zijn gericht naar de vier windstreken. Een omlopende rij van circa 60 vlieggaten bevindt zich onder overkragende dakschilden.

Het uitgestrekte kasteelpark is grotendeels omgracht en werd vermoedelijk in het derde kwart van de 19de eeuw heraangelegd in landschappelijke stijl met een grote grillige vijver, die aansluit op de omgrachting, en kronkelende paden door de Leuvense landschapsarchitect E. Rosseels sr. De houten constructie boven de nog bewaarde ijskelder is verdwenen. In het bos ten zuiden van het omgrachte park en ervan gescheiden door de spoorweg is met dreven een zogenaamde ‘achtster’ gevormd; een siervaas van cement staat op het centrale punt ervan.

Het park herbergt verschillende merkwaardige bomen, onder meer een Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina) met een stamomtrek van 2,94 meter, gewone robinia (Robinia pseudoacacia) met een stamomtrek van 4,51 meter, zomerlinde (Tilia platyphyllos) met een stamomtrek van 4,60 meter, zwarte moerbei (Morus nigra) met een stamomtrek van 1,79 meter, fijnspar (Picea abies) met een stamomtrek van 2,98 meter, Kaukasische zilverspar (Abies nordmanniana) met een stamomtrek van 2,20 meter, tulpenboom (Liriodendron tulipifera) met stamomtrekken van 3,42 en 3,26 meter, zuilvormige eik (Quercus robur ‘Fastigiata’) met een stamomtrekken van 3,26 en 3,44 meter, moerascipres (Taxodium distichum) met een stamomtrekken van 3,68 tot 2,80 meter, zwarte walnoot (Juglans nigra) met stamomtrekken van 1,90, 2,60 en 2,64 meter, gewone trompetboom (Catalpa bignonioides) met stamomtrekken van 2,32 en 2,87 meter, Amerikaanse gleditsia (Gleditsia triacantos) met stamomtrekken van 2,67 en 1,84 meter en meelbes (Sorbus aria) met stamomtrek van 1,41 meter (opname in 1990).

Het domein is vanuit het noorden langs de Mariahovelaan toegankelijk langs een breed ijzeren hek tussen arduinen pilasters met bol- en vaasbekroning. Ervoor staan twee rijen gietijzeren stooppalen, die een fietspad flankeren. Een tweede, eenvoudig ijzeren hek op een walbrugje verleent toegang tot de dienstgebouwen en de duiventoren.

De ijzeren dorpspomp, door de heer de Kerchove-de Naeyer omstreeks het midden van de 19de eeuw geschonken, bevond zich vroeger op het dorpspleintje en staat in het kasteelpark achter het zogenaamde ‘weduwehuis’.

  • Atlas Cadastral parcellaire de la Belgique, Philippe-Christian Popp, uitgegeven in 1842-1879, schaal 1:5000.
  • Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden voor Zijn Koninklijke Hoogheid de Hertog Karel Alexander van Lotharingen, Jozef Jean François de Ferraris, Koninklijke Bibliotheek van België, uitgegeven in 1770-1778, schaal 1:11.520 herleid naar 1:25.000.
  • Topografische kaart van België, Philippe Vandermaelen, uitgegeven in 1846-1854, schaal 1:20.000.
  • DE POTTER F. - BROECKAERT J. s.d.: Geschiedenis van de gemeenten der provincie Oost-Vlaanderen, reeks I, deel 1, Gent, 1864-70, 13.
  • DEFRUYT R. 1979: Jakob-Lieven van Caneghem, Land van de Woestijne, II.1, 20-31.
  • DEPRAET O.S. 1966: Duiventorens in Oost-Vlaanderen, Oostvlaamsche Zanten, XIL 3-4, 150-152.

Bron: -

Auteurs: Cox, Lise & Lanclus, Kathleen

Datum tekst: 2015

Alle teksten

Relaties