Deze pagina afdrukken

De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed

Kasteel Borgwal (ID: 36181)

Foto niet beschikbaar

Administratieve Gegevens

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Nr. 31-33. Z.g. "Kasteel Borgwal". Oudste vermelding van Borgwal in een verkoopakte van "een goed omheind door een gracht met dammen, met nieuwe grote vijver, weide, kleine vijver en akker, genaemd Burchwal" van 1538. In 1543 iS het goed eigendom van Floris de Martaigne, graaf van Potelles. In het register van belastingen van 1577 is "een huys met opperhof, neerhof ende boomgaerden ... met den huysen ende duyfehuys op 't neerhof" in het bezit van Jonkheer Cabeleau. In XVII zou het goed o.m. eigendom geweest zijn van bisschop Triest en tot midden XVIII behoorde het goed toe aan de familie de Preudhomme d'Hailly, baronnen van Poeke. Een aankondiging in de "Gazette van Gendt" van 1775 vermeldt de verkoop van: "het schoon, groot en vermaerd goed van wijlen d' heer van Ongeval tot Vurste tussen de 2 en 3 mylen van de stad gelegen, strekkende tegen de kercke van hetzelfde Vurste ende omtrent de Schelde, bestaande in een kasteel ende hof, rondom in gemetste wallen, waarvoor ene schone bassecour, rondom in muren, ende daarachter ene gemetste spiegel ofte vijver (61 a 49 ca) hebbende in het midden ene hoog springende fonteyne, daernevens ene vijver, buitengemeyne druiftakken ofte wijngaerden, bosquien, wandelingen, gloriëtten, fonteynen ende andere vermaekelykheden, alsmede ene schone nieuwgebouwde hofstede, tesamen 15 bunder, alle't eene blokke ende besloten in nieuwgemaekte kloeke hoge muren".(cf. Ferrariskaart van 1771-78). De heer Maelcamp, heer van Raveschoot, wordt de nieuwe eigenaar. Zijn weduwe, A.S. van der Stichele, douairière Maelcamp, laat in 1807 door landmeter P.F. Van Lancker een landboek opmaken van haar bezittingen met o.m. een prachtig plan van het domein Borgwal. Hieruit blijkt dat de aanleg van het park, vermoedelijk uit XVIII, tot op heden ongewijzigd bleef. Nadien wordt Ed. Maes Newbery, gewezen beheerder der keizerlijke legers als eigenaar vermeld. Hij zal het domein in 1841 verkopen aan weduwe P. Malfait-Baertsoen. Door huwelijk van gravin Flora Malfait met Louis Goethals de Mude de Nieuwland kwam het kasteel in handen van l.g. familie en dit tot 1975. Sindsdien heeft de Congregatie der broeders van Liefde het domein aangekocht als verblijf voor zwaar mentaal gehandicapten met o.m. nieuwe paviljoenen, ingeplant in het N. en Z. van het kasteelpark.

Thans nog 18 ha groot domein met onregelmatige vijfhoekige vorm, volledig omsloten door een bakstenen muur (ca. 1700 m) aansluitend bij de kerk met omringend kerkhof in de Z.W.-hoek. Ten W., bij de splitsing van de Leenstraat en de Gentweg ingeplante gebouwen gegroepeerd rondom twee, met elkaar in verbinding staande binnenpleinen: ten N. het neerhof met de verschillende dienstgebouwen gegroepeerd rondom een vierkant beplant binnenerf met centrale duiventoren en ten Z. het volledig omsloten staatsieplein met monumentale toegangspoort ten W. en brug naar het kasteel te midden van een gemetste vijver in het O.

Aanleg zeker opklimmend tot XVI doch huidige gebouwenbestand hoogstens daterend uit XVIII (r. deel van kasteel) vnl. in de loop van XIX B vernieuwd en uitgebreid (l. deel kasteel, staatsieplein en poortgebouw) en gerestaureerd na zware beschadiging tijdens W.O. I.

Staatsieplein met axiaal gelegen toegang tot het kasteel met boogbrug, balusterborstwering met siervazen, l. en r. geflankeerd door fonteinen, resp. met griffioen- en leeuwebekroning en gevoed via een buizensysteem vanaf de natuurlijke bronnen in het.

Huidige kasteel bestaande uit drie duidelijk te onderscheiden en verschillend te dateren delen: de vierkante, hoogoplopende bakstenen toren achteraan, vermoedelijk de oude traptoren van het vroegere goed waarvan de geschreven bronnen opklimmen tot XVI; de bepleisterde en thans grotendeels begroeide r. vleugel met XVIIIkern en aanpassingen uit midden XIX en het l. aangebouwde paviljoen in een eclectisch, neogotisch geïnspireerde stijl uit XIX B.

Hoofdgebouw r. met voorgevel van zeven trav. en drie bouwl. onder schilddak (leien, n // straat) in zijn huidige vorm daterend uit XIX c. Bepleisterde en beschilderde, thans haast volledig begroeide lijstgevel met markant middenrisaliet van drie trav. onder driehoekig fronton. Onderbouw (rechtstreeks in het water) van kalkzandsteen wijzend op de oude kern. Verder bepleisterde plint en imitatiebanden tot het horizontaliserend kordon van de bovenvensters. Verticale accenten door geblokte pilasters op de hoeken en ter aflijning van het risaliet. Rechth. benedenvensters en licht getoogde bovenvensters met rolluikkasten en zonneblinden; bewaard XIX-houtwerk. Aflijnend hoofdgestel en driehoekig fronton met wapenschild. Volledig begroeide achtergevel met vijfhoekig uitgebouwde erker over twee verd. en ingebouwde vierkante toren in r. trav. Vijf geledingen hoge bakstenen toren met spitsboogdoorbrekingen en oculus gevat in een ondiepe spitsboognis, onder leien peerspitsbekroning.

L. vleugel van het kasteel met z.g. "grote zaal", eveneens daterend uit XIX c en toegevoegd aan het eerder verbouwde XVIII-gedeelte r. Uitgewerkte voor- en l. zijgevel, rechtstreeks in het water gebouwd. Thans gecementeerd (?) parement met rijke eclectische en neogotisch geïnspireerde decoratie. Paviljoen met drie en één trav. en één hoge bouwl. boven een souterrain, onder mansardedak (leien) met hanekam en dakvensters; een lagere terugwijkende trav. vormt de verbinding met het oudere gedeelte r.

Sterk horizontaal geaccentueerde gevels door de talrijke geprofileerde lijsten en uitgewerkte friezen onder de overstekende houten kroonlijst op klossen. Verticaal accent door de eveneens geprofileerde pilasters die nog uitsteken boven de kroonlijst en bekroond worden met cilindrische pinakels. Hoge rondboogvensters en geprofileerde omlijsting, onder druiplijst met bekronende kantelenrij, met balusterborstwering in de voorgevel. Getoogde getraliede vensters van het souterrain. Overgangstrav. met trappenhuis, verlicht door een gekoppeld rondboogvenster met gecanneleerd Corinthisch deelzuiltje gevat in een rechth. geprofileerde omlijsting. Verbouwde achtergevel.

Interieur met bewaard rijkelijk uitgewerkt stucplafond en trappenhuis in neo-Lodewijk XIV-stijl.

Achter het kasteel dat de volledige W.-zijde van het eiland beslaat, strekt zich een rechth. tuin uit met grasperk en centraal vijvertje, vroeger met hoogspuitende fontein.

W.-zijde van het staatsieplein, van de straat afgesloten door een bepleisterde muur met centrale monumentale toegangspoort in een neobarokke stijl, eveneens daterend uit XIX c. Hoge rondboogpoort in geprofileerde omlijsting met bekronend wapenschild en zware arduinen bol, l. en r. geflankeerd door rondboogdeurtjes tussen pilasters met bekronende leeuwekopjes en siervazen.

N.-vleugel van het plein met l. de achtergevel van het pachtershuis (hier onder leien dakschild met houten, met leien bezette dakvensters met drielob) en r. de voormalige oranjerie. Centrale korfboogdoorrit met sporen van zandstenen hoekblokken aan de l. dagkant. R. trav. met twee rechth. vensters met sponning, duimen en sporen van zandstenen hoekblokken (van de XVII-kern) en vijf opengewerkte trav. van de voormalige oranjerie (uit XIX A), oorspronkelijk voorzien van een beglaasde Z.-zijde tussen houten raamwerk met plantenrekken. Interieur ingedeeld in twee beuken door gemarmerde zuilen op hoge vierkante sokkel en met een acanthusbladkapiteel. Tussen twee rondboogvormige deurvensters in de O.-gevel, behouden stucpaneel in empirestijl met gevleugelde griffioenen. Restanten van het verwarmingssysteem onder de beglaasde wand.

Z.-vleugel van het plein met voormalige koetshuizen met brede korfboognissen en -poorten en doorrit aan de erekoerzijde. Penanten met hoge sokkels waarop vroeger beelden prijkten van de Gentse beeldhouwer Karel van Poucke, uit eind XVIII (door de vroegere eigenares meegenomen naar het kasteel Nieuwenhove te Zwijnaarde).

Centraal grasperk met fontein, rondgang en met struiken beplante hoeken. Ten N. van het kasteel en het staatsieplein gelegen neerhof met U-vormige aanleg en toegang in de W.-vleugel. Huidige aanleg en gebouwenbestand uit XVIII met begin XX-aanpassingen doch mogelijk nog resten uit XVI en XVII (cf. bouwgeschiedenis en jaartallen 1652 en 1913 op een luifeltje van de N.-vleugel).

Thans bakstenen, lichtgeelgeschilderde gevels met één bouwl. onder pannen zadeldaken. W.-vleugel met blinde verankerde gevel aan de Leenstraat met leien dakje op geprofileerde, begin XX-consoles boven de centrale doorrit. L. en r. getoogde staldeuren en kleine venstertjes met luiken (geel- en roodgeschilderd houtwerk).

N.-vleugel (n ⊥ straat) met behouden erfgevel van de vroegere stallingen en koetshuizen; getoogde en rechth. deuren en vier korfboogpoorten in zware bakstenen omlijstingen in r. trav. Erachter worden nieuwe keukens gebouwd.

Z.-vleugel met pachtershuis van negen trav. en één bouwl. onder zadeldak (Vlaamse pannen, n straat) met houten klokkestoel. Houten kruiskozijnen met roedenverdeling en halve luiken (bruin-, geel- en roodgeschilderd houtwerk) en hoger geplaatst bolkozijn van de opkamer in r. trav. Centrale korfboogdeur onder leien zadeldakje met windveren en uitgesneden houten consoles, toegevoegd in XX a. L. aansluitende korfboogdoorrit naar het ereplein gevat tussen zwarte bakstenen pilasters op hoge sokkkel en de zes trav. brede achtergevel van de oranjerie die uitziet op het ereplein, voorzien van hooggeplaatste venstertjes met luiken. L. zijpuntgevel met sporen van muurvlechtingen en twee rondboogvensters en oculus, uitziend op de vijver.

Een lage bakstenen muur met centrale rondboog van de aanlegsteiger verbindt de twee puntgevels van de haakse neerhofvleugels.

Binnenerf beplant met fruitbomen en gras, gedomineerd door een vrij imposante vierkante duiventoren met verschillende verd. onder leien tentdak met dakkapelletjes. Gekalkte en deels begroeide bakstenen constructie op gepikte plint. Nissen en luiken op de benedenverd. en graanzolder en zes rijen van tien vluchtcaten in O.-, W.- en Z.-gevel (slechts twintig in N.-gevel) op de bovenverd. onder de overstekende houten kroonlijst op klossen. Huidige constructie vermoedelijk slechts daterend uit XIX B (niet op plan van 1807) en gedeeltelijk gereconstrueerd na de beschieting in 1918, doch reeds vermelding van een "duivokete" in XVII.

Ten W., aan de voet van de duiventoren, ommuurde mestvaalt met lage bakstenen muur afgezet met geprofileerde (gerecupereerde ?) zandstenen dekstenen.

Voor het pachtershuis, arduinen waterpomp met twee sproeiers en vergaarbak geplaatst voor een muurtje van zwarte baksteen met bekronende gebogen dekstenen.

R. van de toegangspoort en de portierswoning, in de omheiningsmuur aan de Gentweg, ingewerkte neogotische kapel ter ere van O.-L.-Vrouw van Lourdes, vlg. een gedenksteen in de achtergevel en op de schildjes aan de voorgevel gedateerd 1877. Ruime kapel van twee trav. met rechth. sluiting, onder zadeldak (leien, n ⊥ straat) met ijzeren vorstkam en twee zijdakvensters met hoge puntgevelbekroning. Straatgevel van arduin (?) met hoge puntgevel verrijkt met hogels en kruisbekroning. Hoge spitsboognis waarin korfboogvormige toegangsdeur en spitsbogig bovenlicht met hoog-gotische tracering gevat zijn. Bekronende waterlijst rustend op schildvormige consoles met jaartal -anno 1877 en bekronende kruisbloem.

Bakstenen zij- en achtergevel afgezet met natuurstenen hoek- en dekstenen. Achtergevel met spitsboognis met wapenschild van de familie Malfait en opschrift: "Cette chapelle dedié à Notre Dame de Lourdes a été construite en l'an de grace MDCCCLXXVII par le comte Malfait".

Interieur met neogotisch altaar en beeld van O.-L.-Vrouw van Lourdes op sokkel. Behouden parkaanleg uit eind XVIII naar Engels-Chinees model met verschillende "fabriekjes", "rotten, bronnen en brugjes met o.m. een mooie, thans vrij vervallen kiosk in Chinese stijl. In Zuid-Oostelijk -deel van het park, op het kruispunt van twee assen gebouwd gebouwtje boven een ijskelder en natuurlijke bron. Vierkante constructie met afgeschuinde hoeken met zuiltjes op hoge sokkel, onder opkrullend dak met belvédère. Rechth. deuren geflankeerd door bepleisterde penanten verrijkt met geschilderde Chinese figurrn. Aflijnend hoofdgestel met beschilderde fries en tandlijst. Interieur oorspronkelijk ook beschilderd. Voorzijde onderaan met imitatierotsen en maskerkop van de fontein. Eronder gelegen ijskelder met toegang in het Noorden

  • R.A.G., Fonds Melsen, nr. 6.
  • DE KINDER E., St.-Martinusparochie Vurste (Gavere), Vurste, 1983, deel I, p. 82-84 .
  • DE POTTER F. - BROECKAERT J., Geschiedenis van de gemeenten der provincie Oost-Vlaanderen, reeks I, deel 7, Gent, 1864-70
  • DEPRAET O.S. , Duiventorens in Oost-Vlaanderen, (Oostvlaamsche Zanten, XLI, 3-4, 1966, p. 140-141).

Bron: Bogaert C. & Verbeeck M. 1989: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Gent, Kantons Destelbergen - Oosterzele, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 12N2, Brussel - Turnhout.

Auteurs: Bogaert, Chris; Lanclus, Kathleen & Verbeeck, Mieke

Relaties