Deze pagina afdrukken

Stadhuis, Mechelen

De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed

Stadhuis van Mechelen met voormalige Lakenhal (ID: 3717)

Foto niet beschikbaar
Alle foto's

Administratieve Gegevens

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Voormalige lakenhal, thans stadhuis. Vierzijdig gesloten complex van gebouwen met trapezoïdale binnenplaats; gevels palend ten westen aan de Grote Markt, ten noorden aan de Befferstraat, ten oosten aan de Reuzenstraat en ten zuiden aan de Hallestraat.

GESCHIEDENIS

Archeologische bevindingen naar aanleiding van verbouwingswerken onder leiding van Ph. Van Boxmeer (in het begin van de 20ste eeuw) laten veronderstellen dat een oudere lakenhal uit de 13de eeuw in de Reuzenstraat zou gestaan hebben. Tussen 1311-1326 werd dit gebouw onder leiding van Willem de Amman verbouwd en ten westen U-vormig uitgebreid met een nieuwe lakenhal, gemarkeerd door een ingebouwde belforttoren aan de marktzijde, naar het voorbeeld van Brugge.

Na de brand van 1342 werd het complex hersteld en vermoedelijk met een tweede bouwlaag verhoogd. De toren bleef echter onvoltooid wegens het verval van de lakenhandel; in de 16de eeuw met een schilddak afgedekt en nog geruime tijd gebruikt als stadsgevangenis. Met de vestiging van het Parlement te Mechelen (1474) werd in 1526 op de plaats van de noordelijke halvleugel (Befferstraat) de bouw aangevat van het paleis voor de Grote Raad, volgens de plannen van de Brabantse bouwmeester Rombout II Keldermans (1460-1531).

Van het grootse ontwerp, waarvan de originele geveltekening in het Busleydenmuseum bewaard bleef, kwam slechts een gedeelte tot stand: in 1547 werden de werkzaamheden halverwege de tweede bouwlaag stopgezet. De galerij werd door particulieren ingenomen en verbouwd tot winkelruimten. Vermeldenswaardig is dat R. Keldermans (volgens Ph. Van Boxmeer) bij de uitvoering zelf van zijn oorspronkelijk project is afgeweken, met name onder meer in de breedte van de traveeën, verschil van zuilen en van bovenvensters in de eerste zes traveeën (Befferstraat); ook de kapel op de tweede bouwlaag, aanvankelijk gepland in de drie traveeën rechts van de toegangspoort (Befferstraat), werd uiteindelijk verplaatst naar de hoek met de Reuzenstraat.

Tussen 1900-1911 werd deze vleugel voltooid volgens het oorspronkelijk gewijzigd Keldermansproject onder leiding van de architecten Ph. Van Boxmeer en P. Langerock. Oorspronkelijk bedoeld voor het onderbrengen van Post- en Telegraafdiensten, werd deze vleugel uiteindelijk in 1911 ingericht als stadhuis. Daartoe werden enkele huizen in de Befferstraat afgebroken (onder meer "den Boer à la Mode", verplaatst naar de Grote Markt). Het basisplan werd met één travee ingekort (de Reuzenstraat werd pas geopend in de 17de eeuw), voorts bleef het algemeen volume grosso modo bewaard en werd het oorspronkelijk materiaal gedeeltelijk in de bouw verwerkt.

De overige drie vleugels werden in de loop der tijd herhaaldelijk hersteld en aangepast. De westvleugel werd gerestaureerd en uiterst rechts in de 17de eeuw verlaagd. De voorgevel van de zuidgevel is in de 17de eeuw aangepast met in- en uitgezwenkte top; monumentale toegangspoort voor de Reuzen circa 1873 herleid tot drie spitsbogen; gebouw van circa 1895 tot de Eerste Wereldoorlog ingericht als museum, met daartoe plaatsing van tussenvloer en balken versierd met afbeeldingen van oude ambachten (heden verdwenen). Het achterste gedeelte van de oostvleugel werd circa 1844 verbouwd door architect F.J. Bauwens voor de vestiging van de tekenacademie.

Naar aanleiding van geplande restauratiewerken aan de west-, zuid- en oostvleugels werden in 1911 verschillende projecten ingediend. Het project van Ph. Van Boxmeer dat opteerde voor de voltooiing van de belforttoren en een verbouwing van de overige vleugels in neogotische stijl met verhoging van de noklijn, leidde tot een controverse met voorstanders van een conserverende restauratie, onder wie Kanunnik G. Van Caster en Pr. Verheyden, zodat uiteindelijk van een restauratie werd afgezien.

Archieffoto's van circa 1900 tonen blijkbaar een aanzet van een dergelijke historiserende restauratie, namelijk verhoging van de noklijn van de westvleugel, doorgetrokken kantelen en een boogfries voor de topgevel (in het zuiden) met een neogotisch hoektorentje op de zuidwesthoek.

Circa 1925 en 1947-1950 restauratie van de zuidvleugel, als politiegebouw benut tot 1968. De zogenaamde "Bauwenstoren" werd in 1968 gesloopt en samen met een gedeelte van de zuidvleugel in 1975 ondanks een hevige protestactie opgenomen in de nieuwe bouw naar ontwerp van architecten J. Levrier en J. Faes. Thans (1982) onderaan de gevels van het stadhuis (ten westen en ten noorden) een grondige reinigings- en restauratiebeurt, onder leiding van architecten J. Roosemont en E. Welch.

BESCHRIJVING

Westvleugel (aan de Grote Markt). Gotisch gebouw uit de 14de eeuw, met parement van Balegemse zandsteen. Restauratie aan de gang (1982) met verwerking van Massangissteen.

Grosso modo vierkante, ingebouwde belforttoren: vier geledingen onder een afgeknot tentdak (leien); voorgevel afgelijnd door kordons en een spitsboogfries onder een gekanteelde borstwering; bekronende flankerende hoektorens. Aangepaste getoogde muuropeningen, deels gedicht of getralied onder een geprofileerde druiplijst. Afgeschuinde korfboogvormige doorgang onder een blind drielicht, gevat in een brede geprofileerde spitsboognis tussen flankerende verweerde gotische nisjes.

Bovenste geleding centraal uitlopend in een barok dakvenster uit de 17de eeuw, tussen voluten en onder een gebogen fronton. Uitkragende octogonale hoektorentjes uit de 16de eeuw, met een bewaarde aanzet uit de 14de eeuw, gemarkeerd door afgeronde lisenen en kleine rechthoekige venstertjes. Massieve achtergevel met aangepaste vensters. Brede geprofileerde korfboogvormige doorgang.

Links en rechts van de toren: flankerende lijstgevels onder een zadeldak (leien), respectievelijk drie en twee traveeën, aangegeven door afgeschuinde spitsboognissen waarin steekboogvormige muuropeningen en rechthoekige bovenlichten. Linkervoorgevel van twee bouwlagen geleed door middel van een kordon, gelijkaardig boogfries en bovenvenster als de toren; gewijzigde ordonnantie op de begane grond. Rechtervoorgevel verlaagd tijdens de 17de eeuw, heden zichtbaar aan de bouwnaad in de torenzijgevel; bekroond door een barok dakvenstertje.

Achtergevels: rechts met neogotische aanbouw uit het begin van de 20ste eeuw, van natuursteen met puntgevel verlicht door middel van twee ruime spitsboogvensters onder een booglijst. Linkerachtergevel volgens oude archieffoto's voorheen met een lage aanbouwsels van één bouwlaag hoog onder een lessenaarsdak en met in de oksel een vierkante traptoren onder een tentdak, later gesupprimeerd (1947-1950?). Gevel in 1975 gerestaureerd met spitsbogen op de begane grond en kruiskozijnen op de bovenverdieping.

Zuidvleugel (aan de Hallestraat). Vleugel bestaande uit twee aaneengesloten gebouwen, loodrecht op de Grote Markt. Westgebouw met zandstenen parement, restauratie met Massangissteen in 1975 en 1982. Gevels van respectievelijk vier (westelijk) en negen (zuidelijk) traveeën onder een zadeldak (leien); op de begane grond geritmeerd door een gelijkaardige spitsboogarcade, in de voorgevel aangebracht circa 1873, toen de poort die toegang verleende tot de Reuzenwagens (Ommegangsstoet) gesupprimeerd werd. Voorgevel aan de marktzijde in de 17de eeuw aangepast met in- en uitgezwenkte geveltop van baksteen, horizontaal geleed door zandstenen banden en waterlijsten; bolkozijnen, luikvenster en luikgaten in de top.

Hoekpenant halverwege afgelijnd door een slank driekwartzuiltje. Zijgevels aan straat- en binnenplaatszijde onder een bolle daklijst. Het gedeeltelijk vernieuwen van materiaal, inbrengen van pseudo-kruiskozijnen en toevoegen van getrapte dakkapellen dateren, volgens archieffoto's, van na 1930 (mogelijk tijdens de verbouwingswerken in 1947-1950). Totaal vernieuwde binneninrichting.

In de eerste zijtravee in de Hallestaat bevindt zich een nis met een fraaie arduinen waterpomp met classicistische inslag waarop jaartal 1787.

Oostgebouw van twaalf traveeën, gedeeltelijk opgenomen in de imposante L-vormige nieuwe bouw van 1975, naar ontwerp van architecten J. Faes en J. Levrier. Begane grond met gedeeltelijk bewaarde en gerestaureerde spitsboogarcade van acht traveeën aan straat- en binnenplaatszijde. Totaal verbouwde laatste vier traveeën op de plaats van de voormalige zogenaamde "Bauwenstoren".

Noordvleugel (aan de Befferstraat). Indrukwekkend rechthoekig gebouw, gerestaureerd en voltooid in neogotische stijl in 1900-1911, onder leiding van architecten Ph. Van Boxmeer en P. Langerock, volgens het oorspronkelijk doch gewijzigd plan van Rombout II Keldermans.

Gebouw in Euville- en Balzacsteen met verwerking van oorspronkelijk materiaal; huidige restauratie met Chauvignysteen. Twee bouwlagen met voor- en achterpuntgevel van vier traveeën en zijgevel van achttien traveeën onder een afdekkend zadeldak (leien), verfraaid door uitgewerkte dakvensters, dakkapellen en dakvorst. Laatgotische gevelordonnantie: bovenverdieping met tweeledige gedrukte spitsboogvensters onder frontalen, bezet met hogels en kruisbloemen tussen schachten en fioelen; borstweringen verrijkt met visblaasmotieven.

Voorgevel met een beeld van Keizer Karel V in de derde travee. Geveltoppen geleed door middel van waterlijsten tussen uitgewerkte hoekzuilen en rijkelijk bekroond met pinakels en luchtbogen. Begane grond ten westen en ten noorden geritmeerd door een arcade; voorgevel met uitgebouwde portiek: drielobbogen met gotisch traceerwerk steunend op gebundelde pijlers onder een opengewerkte attiek. Zijgevel: gedrukte spitsbogen eveneens steunend op gebundelde pijlers.

Borstweringen verlevendigd met laatgotische traceringen en medaillons met afbeeldingen van heersers, volgens M. Kocken vanaf Pepijn van Landen (622-639) tot en met de Bourgondisch-Oostenrijkse vorsten, namelijk Philips de Schone (1478-1506). Renaissance getinte kapitelen versierd met onder meer de stadswapens tussen rankwerk. Overwelving door middel van net- en stervormige gewelven, aan de zijmuren opgevangen door versierde kraagstenen, druipers met gebeeldhouwde mensenhoofden. Voorts kortboogvensters onder spitsboogvormige bovenlichten, met glas-in-loodramen en arduinen onderdorpels. In de Befferstraat een brede tudorboogvormige doorgang met colonnetten in de dagkanten. Meer sobere uitwerking van de gevel aan de binnenplaats: gelijkaardige muuropeningen en een poorttravee onder een gotische nis met een beeld van Margareta van York.

Aan de Reuzenstraat een gelijktijdige uitbreiding van vijf traveeën en twee bouwlagen, met gelijkaardige benedenvensters, pseudo-kruiskozijnen en drielichten op de bovenverdieping. Op de binnenplaats een beeld van Moeder en kind door E. Wijnants (1878-1964).

INTERIEUR

Belforttoren. Tweede verdieping overkluisd door middel van bakstenen kruisribgewelf met geprofileerde ribben van zandsteen, opgevangen door kraagstenen met gebeeldhouwde bijbelse taferelen. Neogotische lambrisering. Een fraai gotisch deurtje geeft toegang tot de wenteltrap: zandstenen spitsboogomlijsting, met drielobtracering in boogveld; latei op gebeeldhouwde engelenhoofdjes.

Derde verdieping onder een breed gedrukt tongewelf. Bewaarde laatgotische schouw. Oorspronkelijk dakgebint in toren en zijvleugels.

Noordvleugel. Op de gelijkvloerse verdieping is een ontvangstzaal met neogotische schouw; erachter een driebeukige zaal (thans onder meer bevolkingsdienst en militie), geritmeerd door een gedrukte spitsboogarcade op arduinen pijlers. Trapzaal met monumentale eretrap leidend naar de bovenverdieping met de trouwzaal. Raadzaal met houten balkenzoldering; neogotische schouwen met in schouwmantels nissen met ten oosten beelden van aartshertogen Albrecht en Isabella, ten westen beelden van Keizer Karel en Margareta van Oostenrijk. Achter de raadzaal de sectiezaal, traphal en vergaderzaal.

Rijke verzameling schilderijen, onder meer van J. Coussaet, Zitting van het Parlement onder Karel de Stoute in 1473 (1587). Aantal werken van K. Berinckx: Zitting van de Grote Raad onder Karel de Stoute en onder Filips de Schone, circa 1605. Van F. Pourbus de Jonge (1570-1622), De Grote Raad onder Keizer Karel en onder aartshertogen Albrecht en Isabella; van B. Peeters (1614-1652), taferelen over visvangst en Zeegevecht; van H. Van Minderhout (1632-1696), Havengezicht; werken van W. Geets (1838- 1919): Huwelijk, Doop, Marionettenspel en Het Sint-Romboutskoor aan het Hof van Margareta van Oostenrijk; van G. Van de Woestijne (1881-1947), Portret van Ridder K. Dessain. Wandtapijten van W. De Pannemaekere, De Slag van Tunis (16de-eeuws); van de firma Bracquenie (1952), Mechelen in de 16de eeuw en een Bijbels tafereel.

  • STADSARCHIEF MECHELEN, C 6372: Van Caster G., Kopie van tekening van het "Paleis van de Grote Raad" naar originele tekening van R. Keldermans, 1530, pentekening op papier (1878).
  • STADSARCHIEF MECHELEN, C 6407: Doorsnede van de gevangenis in de halle n.a.v. de bestemming der lokalen, gekleurde pentekening op papier (19de-eeuws).
  • DE ROO R., Het stadhuis van Mechelen, in Driemaandelijks Tijdschrift van het Gemeentekrediet van Belgie, nr. 74, oktober 1965, p. 199-212.
  • DE WOUTERS DE BOUCHOUT, Vieille halle ou nouvel hotel de ville à Malines, in Bulletin des Métiers d'Art, nr. 12, 1911, p. 353-371.
  • SCHOEFFER J., Historische aantekeningen, III, p. 319-329.
  • VAN BOXMEER PH., L'ancien Palais du Grand Conseil de Malines, in Bulletin des Métiers d'Art, 1903, III, 5-6, p. 3-23.
  • VAN BOXMEER PH., Ce que revèlent les ruines du palais du Grand Conseil à Malines, in Handelingen van de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen, dl. 14, 1904, p. 172-184.
  • VAN BOXMEER PH., Mémoire sur les maisons de la rue de Beffer destinées à servir d'emplacement ou nouvel hôtel des postes, in Handelingen van de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen, dl. 14, 1904, p. 186-206.
  • VAN BOXMEER PH., Het paleis van de Grote Raad, in Jaarboek van het Congres van oudheidkundig en geschiedkundig verbond, Jg. 22, dl. 2, 1911.
  • VAN CASTER G., Ancien Palais du Grand Conseil à Malines, in Handelingen van de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen, dl. 9, 1899, p. 113-137.
  • VAN CASTER G., Project d'appropriation et de restauration des Halles de Malines, Mechelen, 1912.

Bron: Eeman M., Kennes H. & Mondelaers L. 1984: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Mechelen, Binnenstad, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 9N, Brussel - Gent.

Auteurs: Eeman, Michèle; Kennes, Hilde & Mondelaers, Lydie

Relaties