Deze pagina afdrukken

De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed

Kasteel van Ooidonk (ID: 38122)

Foto niet beschikbaar
Alle foto's

Administratieve Gegevens

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Nr. 7, 9. Z.g. "Kasteel van Ooidonk". In oorsprong vermoedelijk een grote landbouwuitbating met mottestructuur uit de Frankische periode (VIII-IX), Odonck of Hoedonc genaamd, van het Germaanse hoge donk of zandige bodemverhevenheid midden een moerassig gebied. Vermoedelijk sinds XII deel uitmakend van de heerlijkheid van Nevele. Eerste vermelding in oorkonde van 1230: "Nicolaas, capelaan van Hodunc" en dus vermoedelijk reeds een aanzienlijk herenverblijf. Sinds 1387 woonplaats van de heren van Nevele en centrum van de heerlijkheid en Land van Nevele. Inrichting van Ooidonk als residentieel verblijf door J. de Fosseux met behoud van oude motte met opperhof en nieuwe omgevende muur op vierkante plattegrond met vier hoektorens, verbonden door onderaardse gangen met schietgaten en omringende brede wal, typisch voor de militaire versterkingen uit die tijd. Door huwelijk kwam het kasteel in XV in handen van de familie de Montmorency. Belangrijke strategische functie tijdens de oorlogen tussen Frankrijk en het graafschap Vlaanderen. Deel uitmakend van de gordel versterkingen rond Gent, samen met de kastelen van Gavere, Laarne en Poeke. In 1491 door de Gentenaars volledig verwoest.

Belangrijke herstellingen ca. 1500 o.m. aan de poort en brug en aanleg van een nieuwe dreef, de huidige Ooidonkdreef in 1567. Eén der bekendste eigenaars in die tijd was Filip de Montmorency, graaf van Hoorn, die in 1568 samen met Lamoraal van Egmont te Brussel onthoofd werd. Verwoestingen tijdens de godsdiensttroebelen en door Hembyze en de Gentse Calvinisten in 1579. Verkoop in 1592 aan Maarten dellaFaille. Vanaf 1594 wederopbouw en gedeeltelijke nieuwbouw van het kasteel in renaissancestijl waarbij het ongeveer zijn huidige vorm kreeg: een harmonische vermenging van middeleeuwse feodale strengheid en beredeneerde vormschoonheid van de renaissance (cf. R. Van den Abeele).

Belangrijk XVII-iconografisch materiaal o.m. van Sanderus (1641-44) en A. Courtmans (vogelperspectieven van 1671 en 1672) en de originele ontwerptekening van de toegangsbrug van 1609, gesigneerd R. Persyn "even een precies beeld van het nieuwe kasteel aan beide zijde.

Verdeling van de goederen in 1804 waarbij Ooidonk toekomt aan K.J.M. du Bois. Aanvang van de restauratie van het kasteel o.l.v. architect J.B. Pisson (ca. 1810, vermoedelijk het interieur) en heraanleg van het park met o.m. het slopen van het neerhof en vervangen door een grote vijver ten O. voor het kasteel, het verplaatsen van de ingang naar de N.-hoek van het domein, de aanleg van de ommuurde moestuin met hovenierswoning en z.g. "Engelse pittoreske tuin" met centraal tuinpaviljoen, vermoedelijk n.o.v. architect J.J. Dutry ten N. buiten de omwalling.

Verkoop van het kasteel en bijhorend domein in 1864 aan de familie t' Kint de Roodenbeke die tot heden eigenaar is. Historizerende restauratie o.l.v. de Franse architecten Cl. en H. Parent met een aantal wijzigingen o.m. toevoeging van okseltorentj es l. en r. van de slottoren, het verzwaren van N.-en Z.-hoektoren met imitatiewerpgaten naar middeleeuws model en vergroten van deze torens door het vooruitschuiven van de tuingevels waarbij het hoofdelement van de renaissancegalerij met arcade in de trapgevels herhaald werd. De toevoeging van traptorentjes naast de trapgevels en asymmetrisch geplaatst uurwerktorentje, verhogen de complexiteit van de dakconstructie en "even het een "Loirekasteel" allure. Vergroting van de vensters en vernieuwing met zandstenen kruiskozijnen op de benedenverd. en toevoeging van vier getrapte dakvensters aan de tuinzijde van het hoofdgebouw.

Volledig heringericht interieur eveneens o.l.v. architectenbroers Parent. In 1912, Z.-toren omgebouwd tot woning en belangrijke restauraties vanaf 1963, o.l.v. architect G. Fontaine, o.m. aan de daken, de Z.en W.-toren, de funderingen van de gebouwen en de kaaimuur rond het ereplein waarbij Doornikse steen en schietgaten ontdekt werden; tunnel tussen de N.- en W.-toren blootgelegd (mogelijk van het XIV-XV-slot). Z.g. "Blauwe poort" en de conciërgewoning gerestaureerd o.l.v. architect G. Elegeert in 1972.

Z.g. "Porta arboreti" vlg. een vogelperspectief van A. Courtmans van 1672 of ook z.g. "Blauwe Poort., mogelijk z.g. naar een oudere

of andere (?) constructie in blauwe hardsteen of vlg. sommigen omdat de luiken vroeger blauwgeschilderd waren. Versterkte toegangspoort van het kasteel, op een gevelsteen gedateerd 1595 en 1864 en enige resterende van de zeven poorten en bruggen die het kasteel toen zou gehad hebben.

Bakstenen constructie (Spaanse baksteen in kruisverband) als combinatie van een poort en brug over de Kalebeek. Twee bouwl. hoog met voor- en achtertrapgevel (6 tr. + topstuk) onder zadeldak (leien n l dreef). Benedenverd. met rondboogdoorgang afgezet met zandstenen blokken; zijkanten versterkt met steunberen. In N.-gevel bekronend wapenschild van de familie t'Kint de Roodenbeke-de Naeyer en jaartal 1864. Aflijnende omlopende waterlijst en zandstenen bolkozijn onder gekoppelde ontlastingsboogjes; luiken met hartvormige lichtopening. Erboven, nieuwe zandstenen cartouche met bandenol en jaartal "anno 1595". Hartvormige ankers. Tweede register met rechth. zolderluik met zandstenen latei en hoekblokken en rondboogvormig spaarveld; lelie-ankers. Gelijkaardige Z.-gevel, blinde zijgevels. Zolderverd. voorheen ook duiventil.

Poortdoorgang met gedrukt graatgewelf van baksteen, aan de voorzijde met behouden duimen van vroegere poort.

Segmentboogvormige brug over de Kalebeek. Monumentale toegangsheken conciërgewoning (nr. 7) gebouwd ca. 1870 door architect Cl. Parent bij de nieuwe hoofdingang van het do mein in de N.-hoek. Huidig poortgebouw met twee ronde torens verbonden door imposant smeedijzeren hek, l. toren uitgebreid met een woning in neotraditionele stijl. L. toren met wapenschild van de familie t' Kint de Roodenbeke-de Naeyer door beeldhouwer Geefs. Benedenverd. met portiersloge en aangebouwde woning o.m. met getrapte dakvensters, kruiskozijnen en traptorentje; sierankers. Bewaarde gietijzeren paaltjes verbonden door een staaf en twee lantaarns.

Huidige, goed onderhouden en nog steeds bewoond waterkasteel op vierkante plattegrond, gemarkeerd door vier hoektorens. Behouden binnen- en buitenwal ongeveer centraal gelegen binnen de grote Leiebocht en z.g. "Leiemeersen".

N.O. georiënteerd hoofdgebouw met imposante, strak symmetrische opbouw in vrij strenge en gesloten militaire architectuur. Opgetrokken uit bak- en zandsteen op een sokkel van grote natuursteenblokken, onmiddellijk in het water gebouwd. Enige toegang met centrale vaste boogbrug, vernieuwd in 1609 n.o.v. R. Persyn en een houten ophaalbrug opgehangen aan zware kettingen en hijsbalken. Middelste torentrav. met getoogde toegangspoort met doorrit naar het ereplein. Zware poort met smeedijzeren beslag en gesculpteerde makelaar met de wapens van de families t' Kint de Roodenbeke-de Naeyer en de Montmorency. Boven de poort, wapenschild van de familie della Faille. Toren van drie geledingen gemarkeerd door waterlijsten en kruiskozijnen; steigergaten. Gebogen tentdak met belvédère en peerspitsbekroning; windwijzer met z.g. "Pietje van Ooidonk", een Jezuskind met wereldbol en dat het kasteel zegent.

Flankerende, driekwartcirkelvormig uitgebouwde trav. met twee bouwl. en bekronende bolle trapgevels, vergrote vensters met zandstenen kruiskozijnen en hoekblokken. Gesculpteerde waterspuwers bij de aanzet van de traptorens. Zeshoekige traptorentjes onder leien peerspitsbekroning, toegevoegd in 1864 op bestaande aanzetten.

Inspringende rechte zijvleugels van drie trav. en twee bouwl. als verbinding met N.- en O.-hoektorens. Imposante ronde torens met twee bouwl. onder leien kegeldaken met renaissance-belvédère en peerspitsbekroning met meerminnen. Vergrote kruiskozijnen en aangepaste bovenvensters. Toegevoegde imitatiewerpgaten onder de kroonlijst en getrapte hoge schouwen erboven.

Binnentuinzijde met meer open renaissancekarakter: centrale gevel van dertien trav. en twee bouwl. onder zadeldak (leien) met centraal getrapt dakvenster geflankeerd door twee identieke (toegevoegde) dakkapellen en kleinere dakkapellen in zijtrav. Vijf middentrav. met galerij van tudorbogen op ronde zuilen. Bovenverd. met arcade van tien tudorboogjes op fijne zuilen. Dakvenster met gelijkaardige tudorboogjes, wapenschild en jaartal van de verbouwing. Aangepaste en vergrote achtergevels van de N.-en O.-toren met vooruitgeschoven trapgevels met tudorbooggalerijen en dito vensters in de geveltop, cartouches met jaartal "1868". Behouden oorspronkelijke trapgevel achter het dak van het nieuwe woongedeelte. Toegevoegde zeshoekige okseltorentjes. Asymmetrisch geplaatste horlogetoren met peperbusbekroning bij de middentoren.

Vrijstaande Z.- en W-torengebouwen, resp. oorspronkelijk paardestallen en koetshuis, gerestaureerd in oorspronkelijke toestand. Ingeplant op de hoeken van het ereplein en enkel met elkaar verbonden door een bakstenen muur. Driekwartcirkelvormige bakstenen constructies met twee bouwl. boven de natuurstenen sokkel in het water. Afdekkend konisch leiendak met belvédère en peerspitsbekroning. Tuinzijde met schuingeplaatste trapgevels (14 tr. + topstuk) met galerij onderleiendakje. Z.-torentop metkalebasvormige openingen uit terracotta van de oorspronkelijke hooizolder boven de paardestallen. W.-toren thans garage.

Mobilair: Bij de restauratiewerken vanaf 1864 volledig heringericht interieur vnl. o.l.v. architect Cl. Parent met o.m. nieuwe monumentale staatsietrap van witte Franse steen op de plaats van de vroegere

kapel, l. van de galerij aan de binnentuinzijde, met gesculpteerde leuning met leliemotief en heraldische leew met wapenschild van de familie t' Kint de Roodenbeke. L. slottoren met neogotisch "fumoir" (vroegere wapenzaal) met gewelfd plafond en gotische schouw met bas-reliëf door Cl. Parent en polychrome muurschilderingen. R. slottoren met huiskapel in z.g. "neo-Byzantijnse stijl". Centrale bovenverd. met tapijtengalerij in neo-Vlaamse-renaissancestijl, met in de lambrizeringen merkwaardige wandtapijten van Beauvais naar kartons van Ch. Lebrun (1619-1690) en renaissanceschouw met portret van Ph. de Montmorency, graaf van Hoorn. Klein neorococosalon en slaapvertrekken in de r. slottoren z.g. "empire slaapkamer" en z.g. "Blauwe kamer" in de uitgebouwde N.-toren. Z.g. "Rotondesalon" in neo-régencestijl met koepel in trompe l..il in O.-toren.

Park tussen de behouden dubbele omgrachting heraangelegd in XIX a bij het slop en van het neerhof en de axiale toegangspoort. Grote vijver met eilandjes in O.-hoek en kanaal als verbinding van de omwalling met de Leie.

Ten N., l. van de ingang, ijskelder uit midden XIX, onder beplante heuvel, gebruikt tot 1939. Thans overwinteringsplaats voor vleermuizen.

Ten O., bij de buitenwal, vroegere druivenserre van glas-en-ijzer, met typische vormgeving met tudorboogprofielen op gemetste sokkel. IJzeren brug met fraaie smeedijzeren leuning over de buitenwal leidend in het Z. naar het bos aangeplant "en quinconce", met een doorzicht in de as van het kasteel. Ten Z.W., siervijver met begeleidende formele aanleg naar Frans model. Ereplein met centraal ovaal grasperk met omlopende weg die de verschillende gebouwen onderling verbindt en afgeboord met bloemen- en grasperken.

Ten N.O., buiten de buitenwal gelegen z.g. "Engelse pittoreske tuin" met centraal, hoger gelegen tuinpaviljoen, mogelijk aangelegd door architect J.J. Dutry begin XIX met gesloten, vrij goed onderhouden en gevarieerd boombestand en typisch slingerend wegenpatroon. In 1982 o.l.v. architect H. De Witte gerestaureerd classicistisch tuinpaviljoen op vierkante plattegrond met afgeschuinde hoeken, onder achthoekig dak met koperen bolspits. Bepleisterde, geelgeschilderde gevels met rondboogvormige deurvensters en grijsgeschilderd houtwerk met kleine roedenverdeling, waaier en persiennes. Bekronende houten waterlijst op siermotiefjes en bepleisterd hoofdgestel met driehoekige pseudo-frontons met blinde oculi. Afgeschuinde hoeken met ovale paneelversiering.

  • Archief K.C.M.L., dossier 7787.
  • R.A.G., Kaarten en plans, nr. 997, 1981, 2025, 2445.
  • CORNELISSEN N., Annales Belgique, 3, 1819.
  • DE POTTER F.-BROECKAERT J., Geschiedenis van de gemeenten der provincie Oost-Vlaanderen,, reeks I, deel 1, Gent, 1864-1870, p. 18-32.
  • GOETGHEBUER P.J., Choix des monuments, édifices et maisons les plus remarquables du royaume des Pays Bas, Gent, 1827
  • KERCKHAERT N., Kroniek van Bachte-Maria-Leerne (1823-1973), Bachte-Maria-Leerne, 1973, p. 13-54.
  • ROUSSET CHARNY G., Le château d'Ooidonk, (l'Oeil, 348-349, 1984, p. 38-43).
  • SERRAS H., Het domein en het kasteel Ooidonk (M&L, II, 4, 1983, p. 33-38).
  • SERRAS H., Kasteel Ooidonk, Tielt, 1988.
  • SERVAES J., Ooidonk, XIX-eeuwse herwaardering? (onuitgegeven proefschrift Hoger Architectuur Instituut Sint-Lukas), Gent, 1984.
  • VAN DEN ABEELE R., Het domein van Ooidonk te Bachte-Maria-Leerne, Oudenaarde, 1962, 1978

Bron: Bogaert C. & Lanclus K. 1991: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Gent, Kantons Deinze - Nazareth, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 12N3, Brussel - Turnhout.

Auteurs: Bogaert, Chris & Lanclus, Kathleen

Relaties