Deze pagina afdrukken

Kasteel, Groot-Bijgaarden

Kasteel, Groot-Bijgaarden

Kasteel, Groot-Bijgaarden

De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed

Kasteel van Groot-Bijgaarden (ID: 38970)

Foto niet beschikbaar
Alle foto's

Administratieve Gegevens

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Kasteeldomein gelegen ten noordwesten van de dorpskern van Groot-Bijgaarden met een in kern 16de en 17de-eeuws omgracht kasteel toegankelijk via een brug en poortgebouw met aanpalende portierswoning met koetshuis. Ten zuidwesten op het eiland een vrijstaande donjon die mogelijk terug gaat tot begin 15de eeuw. Het eiland en de rest van het domein zijn aangelegd met tuinen en terrassen. Tussen begin 20ste eeuw en 1930 ondergingen de gebouwen en het domein grondige aanpassingen en restauraties. Deze historiserende restauraties gaven het kasteel zijn huidige neorenaissance uitzicht.

Het kasteel met donjon en poortgebouw werden beschermd als monument in 1940 en het park met de omgeving werden als landschap beschermd in 1947 met een uitbreiding in 1955.

Historiek

Zetel van de heerlijkheid Bijgaarden, die zijn goederen in Bijgaarden en Kobbegem verwierf van de Sint-Baafsabdij van Gent. Een eerste vermelding van Amelricus de Bigardis verschijnt in 1110. Arnulfus II (volgens Verbesselt, Arnulfus III volgens andere literaire bronnen) de Bigardis (tweede helft 12de eeuw) wordt door de literatuur vermeld als mogelijke bouwheer van de eerste burcht van Bijgaarden. Via een dubbel huwelijk komt het kasteel in hadden van de familie Veels (of van Vele) in de 14de eeuw. Doperé en Ubregts dateren de donjon in de eerste helft van de 15de eeuw, mogelijk opgericht door Willem Veels (ook genaamd Rongman) die het wapenschild van de Bigardis gebruikte. Volgens Verbesselt is deze donjon ook het oudste deel van het kasteel, hij dateert de toren die volgens hem mogelijk staat op de plaats van een oude motte, op een rond heuveltje dat omgeven was door grachten, in de 14de eeuw. Volgens Verbesselt diende deze toren ter verdediging van de weg naar Zellik waarlangs het domein gelegen is. De motte van Groot-Bijgaarden verdedigde het zuidelijke deel van de goederen van de heren van Bijgaarden, terwijl deze van Kobbegem het noordelijke deel verdedigde.

In 1486 verwierf Willem Estor, afkomstig uit een oude Brusselse familie, de heerlijkheid van Bijgaarden en de burcht. In de 17de eeuw komt het domein in handen van Godfried de Boisschot. Volgens de literatuur zal Ferdinand de Boisschot (1634) het kasteel en poortgebouw aanpassen. Via huwelijk werd het goed in 1720 verworven door Karel-Ferdinand de Königsegg-Rothenfels, hij zal de wapens van de Boisschots dragen en de heerlijkheid Bijgaarden werd tot markizaat verheven. Later zal het overgaan op de familie Zierotin en eind 18de eeuw in handen komen van de familie Thurn en Taxis. In de 19de eeuw zal het kasteel nog verschillende keren van eigenaar wisselen voor het in 1902 (volgens sommige bronnen in 1903) verkocht werd aan Raymond Pelgrims.

Voor Pelgrims het domein aan een grondige "restauratie" onderwierp begin 20ste eeuw, werd rond 1860 de westelijke haakse vleugel al gedeeltelijk afgebroken (kadastraal geregistreerd in 1865). De donjon zal vanaf de 18de eeuw geen functie meer hebben, in de 19de eeuw sterk vervallen en twee maal verlaagd in 1840 en 1890 (Cosyn en Wauters). De eerste verlaging is zichtbaar op een gravure van 1855 (drie geledingen met zadeldak).

Figuratieve kaarten

Een eerste afbeelding van het kasteel dateert van 1624 (P. De Deyn in opdracht van de abdij van Groot-Bijgaarden). Deze figuratieve kaart toont de donjon met vijf verdiepingen (inclusief houten defensief platform met dak). Verder is ook een kasteel en een poortgebouw afgebeeld op dezelfde locatie als de huidige gebouwen. Het kasteel of woonhuis heeft trapgevels en kruisvensters.

Een volgende figuratieve kaart van de abdij van Groot-Bijgaarden uit 1734 toont eveneens een donjon van vijf verdiepingen maar zonder kantelen en spietorentjes. Het kasteel en het poortgebouw ondergingen een transformatie ten opzichte van de kaart van 1624. Deze wijzigingen vonden waarschijnlijk plaats onder de Boisschots. Het poortgebouw heeft al zijn twee flankerende ronde hoektorens. Het kasteel van twee bouwlagen onder een zadeldak heeft een sobere bepleistering en er is geen trapgevel meer aanwezig. Rechts is de kapel zichtbaar. Tussen de donjon en het kasteel is een lager bijgebouw aanwezig en tussen de donjon en het poortgebouw was een muur opgetrokken om een onderscheid te maken tussen de erekoer en het neerhof. Van deze muur is de fundering nog zichtbaar vandaag.

De figuratieve kaart van 1801, opgemaakt volgens De Becker naar aanleiding van de verkoop, toont nog eenzelfde opstelling als in 1734. De opstelling van het kasteel blijft zo tot aan de afbraak van een deel van de gebouwen in de 19de eeuw. Toch onderging het kasteel in de loop van de 18de eeuw nog een aantal wijzigingen, onder andere kreeg de toegang een omlijsting in Lodewijk XV-stijl en de kruisvensters van het kasteel werden verwijderd en vervangen door Franse vensters of croisée vensters.

Restauratie

In 1902 zal Raymond Pelgrims (1875-1955) het kasteel kopen dat op dat moment sterk vervallen is (kadastraal geregistreerd in 1903). Het gereduceerde domein werd opnieuw sterk uitgebreid. Hij zal het kasteel en het park gedurende meer dan 30 jaar aanpassen en restaureren tot het huidige uitzicht. In 1934 zal Raymond Pelgrims de naam van zijn domein officieel bij zijn eigen naam voegen tot Raymond Pelgrims de Bigard. Buiten het kasteel van Groot-Bijgaarden zal hij daarna nog voortrekker zijn van tal van andere restauraties van kastelen en andere grote monumenten (onder andere: de kastelen in Beersel en Chimay, het Mercatorhuis in Antwerpen en het Brouwershuis in Brussel). Hij was bovendien stichter en eerste voorzitter van de Koninklijke Vereniging der Historische Woonsteden en afgevaardigd beheerder en voorzitter van de "Vrienden van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen". Zijn opvattingen over restauraties sluiten sterk aan bij de 19de-eeuwse opvattingen van Viollet-le-Duc. Bij de restauratie baseerde hij zich vooral op iconografische bronnen en maakte hij ook gebruik van recuperatiemateriaal afkomstig van de afbraak van andere gebouwen. Zo werd de toegangsbrug van het kasteel gebouwd met materiaal afkomstig van de voormalige Sint-Servaaskerk in Schaarbeek, afgebroken in 1905 en de arcade in de tuin is afkomstig van het Hof van Hoorne (Brussel) gesloopt in 1908. Bij zijn restauraties hield hij geen rekening met de toekomstige bestemming van de gebouwen, de bestemming moest zich volgens hem aanpassen aan de aard en de bouwstijl van het gebouw en niet omgekeerd. Hij restaureerde het kasteel van Groot-Bijgaarden op zo'n wijze dat het een neorenaissance uitzicht kreeg, maar met behoud van de historische kernen. Het boek "A Raymond Pelgrims de Bigard, président-fondateur de l'Association des Demeures historiques de Belgique" zou verschillende afbeeldingen bevatten van de situatie voor en na de restauratie door Pelgrims. Ook Wauters (1855) en Cosyn (1910) beschreven in hun publicatie het kasteel nog voor de restauraties door Pelgrims. En via prentkaarten uit het einde van de 19de en het begin van de 20ste eeuw hebben we ook nog een beeld van de toestand van voor de restauraties.

Buiten de "restauratie" van zijn kasteel zal Pelgrims ook instaan voor het huidige uitzicht van de dorpskern van Groot-Bijgaarden. Zo zal hij het voormalige gemeentehuis of huis Pampoel laten bouwen en zorgde dat de kerk gerestaureerd werd samen met de bouw van een nieuwe pastorie.

De eerste restauratiefase van het kasteel vond plaats vanaf 1903 met de hulp van architecten Paul Saintenoy en A. Samyn en archivaris J. Van Malderghem (beschreven in Cosyn). In deze fase ontpleistert hij het kasteel, laat hij de hoeves en de bijgebouwen slopen (hoeve aan het poortgebouw, vleugel ten westen van het kasteel en twee hoeves bij de toegangsdreef tot het kasteel, kadastraal pas geregistreerd in 1927), wordt de muur tussen de hoeve en het kasteel gesloopt en krijgt de waterput voor het kasteel een smeedijzeren kroon in neorenaissance stijl.

Rond 1905 laat hij de toegangswal met bomen vervangen door een brug met vijf bogen door architect Edmond De Vigne, die afbraakmateriaal gebruikt van de Sint-Servaaskerk in Schaarbeek. In de plaats van de kleine stenen brug voor het kasteel plaatst men een ophaalbrug. De restauratie van de slotgracht, die gedempt was, gebeurde op basis van oude kaarten (Ph. De Dijn 1624). Volgens Cosyn (1910) bouwde men op de plaats van de afbraak van de voormalige hoeve in 1906 een terras met balustrades, een portierswoning en een koetshuis met arcadebogen tegen het poortgebouw naar ontwerp van architect Jamar (mogelijk de schoonvader van Pelgrims, Victor Jamar, maar deze overleed al in 1902 of Edmond-Joseph Jamar).

Ter vervanging van de oude hoeve op het domein werd er ten noorden van het kasteel een nieuwe gesloten hoeve gebouwd in neotraditionele stijl, eveneens met gebruik van recuperatiemateriaal.

De meest ingrijpende werken gebeurden tussen 1910 en 1930. Toen werden de gevels van het kasteel en de donjon "gerestaureerd". Volgens het bouwhistorisch onderzoek (2004) voor de restauratie van de donjon zou Paul Saintenoy een plan hebben gemaakt voor de restauratie van het kasteel in een Engelse neotudorstijl, maar Pelgrims koos voor een neorenaissance uitvoering. Aan het kasteel werden verschillende elementen toegevoegd zoals kruiskozijnen, trap- en voluutgeveltjes, het donjonachtige linkergedeelte en rijk gestoffeerde interieurs.

Op een foto gedateerd in 1918, bewaard in het KIK, is de gerestaureerde gevel zichtbaar en de bovenste verdieping van de donjon is nog in opbouw. Deze werken waren zeer ingrijpend waarbij het onderscheid tussen het "originele muurwerk" en de herstellingen weggewerkt werden. Voor de restauratie van de donjon (vanaf 1913) maakte Pelgrims gebruik van de figuratieve kaart van 1624 volgens onder andere Cosyn (zie onder andere de kruisvensters op de bovenste verdieping). In 1940 zal Pelgrims het kasteel, de donjon en het poortgebouw laten beschermen als monument.

Ook het park werd heraangelegd. Volgens Cosyn was de ontwerper tuinarchitect Louis Fuchs, maar dit wordt weerlegd door het artikel in "Historische tuinen en parken van Vlaanderen". Fuchs zou hoogstens nog aanwijzingen hebben gegeven want stierf al in 1904. Deze aanpassingen bepalen het uitzicht van vandaag. Om de omgeving rond het kasteel te vrijwaren van onder andere storende bebouwing liet hij het landschap rond het kasteel beschermen in 1947.

Begin 21ste eeuw vond een laatste restauratie van het kasteel plaats die vooral de sterk aangetaste gevels en de daken herstelde.

Beschrijving

Poortgebouw en toegangsbrug

Poortgebouw geflankeerd door ronde hoektorens, volgens de literatuur in kern opklimmend tot de 14de eeuw (kelders?) en aangepast in traditionele bak- en zandsteenstijl met laat-renaissance reminiscenties van rond 1640. Volgens Cosyn werden rond 1640 de twee ronde torens toegevoegd (zie wapenschild van de familie Boisschot). In 1906 werden de aanleunende schuren afgebroken en vervangen door een haakse portierswoning met stalling en koetshuis in dezelfde bak- en zandsteenstijl (volgens Cosyn naar ontwerp van architect Jamar).

In dezelfde periode werd de toegangsbrug, gedragen door vijf gedrukte rondbogen van zandsteen, met afbraakmateriaal van de Sint-Servaaskerk van Schaarbeek opgetrokken naar ontwerp van architect De Vigne. De dekstenen van de brugleuning worden geritmeerd door hardstenen bollen. Er werden ook twee leeuwen geplaatst op de brug die afkomstig zijn uit Somzée. Tussen de brug en het poortgebouw: houten ophaalbrug.

Tweelaags poortgebouw afgedekt met een overkragend schilddak (leien) geflankeerd door twee ronde torens onder kegeldak met peerbekroning (leien). Gebruik van zandsteen voor onder andere de speklagen en de kruisvensters waaronder sommige bekroond met een gebogen fronton. Sommige kruiskozijnen hebben een hardstenen latei. Centrale rondboogpoort ingeschreven in een rechthoekige omlijsting met geringde zuilen en entablement, bekroond met een tussen volutes gevatte en met fronton bekroonde wapensteen (de Boisschot). Langs beide zijden van de poort een medaillon met de blazoenen van de Zierotin en de Königsegg. Koerzijde met lichte tudorboogvormige poort in een geprofileerde zandstenen omlijsting. Poortdoorgang met houten zoldering. In de poortdoorgang en de zuidzijde verschillende ingewerkte stenen met gebeeldhouwde hoofden en figuren.

Bewaard 17de-eeuws gebinte in het poortgebouw en waardevolle kelders onder de torens. De zuidelijke toren bevatte in de kelder met tongewelf een gevangenis met vergeetput. De binnenstructuur zou bij de restauratie aangepast zijn naar plannen van Saintenoy. Verschillende gotische schouwen met peerkraalmotief en gebeeldhouwde figuren (gepolychromeerd) en binnenschrijnwerk (opgeklampte deuren en luiken).

Haaks aanpalend koetshuis met stallen van één bouwlaag onder schilddak met dakkapellen (trapgevels). Koetshuis met een open gaanderij van gedrukte rondbogen op ronde zuilen. Voorts twee segmentboogvormige poorten en muuropeningen in een zandstenen omlijsting. Onder de gaanderij pomp met wapenschild van de heren van Boisschot. Achtergevel met een hoge zandstenen plint (souterrain).

Kasteel

Het kasteel in traditionele bak- en zandsteenstijl met geïntegreerde kapel (rechts), heeft een centrale woonvleugel van twee bouwlagen en negen traveeën onder schilddak met dakvensters (leien), opklimmend tot de 16de en 17de eeuw, links donjonachtige uitbouw van tijdens de restauratie na 1910.

De woonvleugel wordt gedateerd door cartouches in de borstwering "Anno 1656" (hergebruik?). Dit centrale deel omvat nog oudere kernen en werd bij de eerste restauratiefase vanaf 1903 ontpleisterd. De linkse vier traveeën zouden aan de hand van het dakgebinte te dateren zijn in de 16de eeuw, terwijl de rechtse vijf traveeën stammen uit de 17de eeuw. Rondboogdeur met een geprofileerde en geblokte hardstenen omlijsting en een deur met bovenlicht en rocaille motief. Sobere achtergevel van drie bouwlagen met aangebouwd terras en een smalle uitbouw. Rechthoekige muuropeningen met een zandstenen en hardstenen omlijsting (soms tussenstijl) en diefijzers.

Na een eerste, zachte restauratie kort na 1903 werd het kasteel na 1910 meer ingrijpend aangepast en vergroot met het uitspringend linkergedeelte, gedomineerd door de donjonachtige bekroning, met peervormige spits (leien). Tegen deze gevel ook vooruitspringende voluutgevel met hergebruikte architectonische onderdelen, onder meer de geveltop "ANNO 1660". In de gevel ook hergebruikte geblokte rondboogdeur met houten makelaar gedateerd "1664". Aan de achtergevel drie bouwlagen met souterrain en een open gaanderij met rondboogarcade.

De rechtse travee met kapel werd vergroot door een nieuwe uitspringende trapgevel aan de voorgevel of zuidgevel en aan de oostgevel met een lage polygonale traptoren en lage sacristie. Bij deze ingrijpende restauratie kreeg ook de centrale woonvleugel kruisvensters (op de begane grond beluikt en met diefijzers) en werden er in de kapel spitsboogvensters aangebracht. De kapel heeft een rechthoekige deur met een hoofdgestel en driehoekig fronton op halfronde zuilen.

Op de figuratieve kaart van 1734 stond de kapel ook al afgebeeld met een puntgevel, maar veel smaller. Volgens een historische studie opgemaakt voor het restauratiedossier van de donjon is de kapel een latere toevoeging aan het kasteel. De muur tussen de kapel en het kasteel zou te dik zijn voor een binnenmuur wat doet vermoeden dat de kapel later werd toegevoegd, vermoedelijk in het begin van de 18de eeuw (voor 1734). Op de locatie van de bouwnaad tussen het kasteel en de kapel werd tijdens de restauratie een erker met trapgevel gebouwd op een ronde zandstenen basis.

Zorgvuldig gerestaureerd, aangepast en gestoffeerd interieur met rijke kunstverzameling die grotendeels in 1981 werd verkocht door het veilinghuis Christies. De indeling bestaat uit een opeenvolging van kamers of salons met aan de rechterzijde de kapel.

Tegen de achtergevel (souterrain) gelegen keuken met bewaarde 17de-eeuwse inrichting bestaande uit onder andere een gebakken tegelvloer, een pomp en gootsteen bekleed met Delftse tegels en een haard met geprofileerde wangen. De keuken geeft toegang tot een gewelfde wijnkelder.

Kapel met 17de-eeuws interieur en tongewelf, onder andere voorzien van: een gemarmerd houten altaar met gepolychromeerd Christusbeeld erboven (volgens Cosyn van 1580), wit-zwarte tegelvloer, gemarmerde houten lambrisering met daarboven steenimitatie (schijnvoegen), doksaal met houten balustrade en neogotische glasramen.

Voorts in het interieur verschillende wit-zwarte tegelvloeren, parketten waaronder gerecupereerde parket afkomstig uit de woning van de Graven van Hoorn, stucwerk plafonds met geometrische patronen, houten en marmeren lambriseringen, schoorsteenmantels waaronder één uit de 16de eeuw en marmeren deuromlijstingen met verschillende kleuren.

Donjon

De vierkante donjon op een lichte heuvel (verwijzend naar de oorspronkelijke feodale motte), vandaag met vier verdiepingen en bovenaan een defensief platform, klimt op tot het begin van de 15de eeuw. In de 19de eeuw (rond 1840 en rond 1890) werd de toren twee maal verlaagd tot twee en halve verdieping. Tussen 1910 en 1930 zal Pelgrims de toren terug opbouwen en restaureren op basis van de bestaande figuratieve kaarten. De oorspronkelijke toegang lag op de eerste verdieping, maar vandaag komt men een verdieping lager binnen (dit is ook al zichtbaar op de figuratieve kaart van 1624). Deze nieuwe toegang en de afgraving van de motte werden waarschijnlijk gerealiseerd onder de familie de Boisschot.

Vierkante bakstenen toren van vier verdiepingen en gekanteeld platform met ronde spietorentjes in oversteek. Gebruik van zandsteen voor stukken van de onderste geledingen, de hoekkettingen en de omlijstingen van de muuropeningen. Rechthoekige muuropeningen met kloostervensters op het derde niveau en kruisvensters op het vierde niveau. Toegang in de onderste geleding met boven de rondboogdeur een wapensteen met de wapens van de Lannoy en de Boisschot. Op de eerste verdieping de oorspronkelijke rechthoekige toegang. Aan de noordzijde is in de plint een klein gotische natuurstenen niskapel aanwezig (toevoeging door Pelgrims tijdens de restauratie).

De onderste geleding heeft een bakstenen tongewelf en er vertrekt een spiltrap in de zuidelijke hoek. Eerste verdieping (keuken) met naast de oorspronkelijke toegang gelegen roepgat dat in verbinding staat met een muurkast op de tweede verdieping. Zaal overdekt met een gotisch bak- en zandstenen kruisribgewelf met sluitsteen met wapen van de Bigardis en schoorsteen met gebeeldhouwde figuren. Het gewelf en de schouw werden bij de restauratie teruggeplaatst (volgens Cosyn en Doperé zou Pelgrims deze gevonden hebben bij de afbraak van de hoeves bij de toegang tot het kasteel). Het wapenschild op de sluitsteen is mogelijk niet oorspronkelijk (zie Doperé en Cosyn). Vensternissen met zitbanken, een gotische lavabonis en zes bakstenen nisjes. Tussen de eerste en tweede verdieping bewaarde latrine te bereiken vanop de spiltrap. Op de tweede verdieping, waarvan slechts een stuk bewaard was voor de restauratie, plafond met houten roostering met bakstenen vulling, tweede latrine en schouw met gerecupereerde elementen en muurnissen. De derde verdieping kreeg eenzelfde neogotische inrichting.

Park

Park met een gedeeltelijk landschappelijke aanleg met bosparterres, maar ook met twee regelmatige tuinen: een "parterre à l'anglaise" voor het kasteel en een terrassentuin aan de zuidwestelijke rand van het domein. De historiek en beschrijving van het park worden uitgebreid beschreven in "Historische tuinen en parken van Vlaanderen".

Her en der in het park werden gerecupereerde bouwkundige onderdelen van afbraken opgesteld, onder meer een arcade met vier bogen afkomstig van het voormalig hotel van Hoorn in Brussel (zie wapenschild) en een hardstenen doopvont. Ten zuiden over de slotgracht houten loopbrug afgedekt met een pannen zadeldak. Verder nog een brug in cementrustiek, verschillende tuinvazen en hardstenen (neo)gotische zuilen afkomstig van de abdij van Groot-Bijgaarden. In de terrastuin staat nog een hardstenen 18de-eeuwse deuromlijsting met reminiscenties aan de rococo. Deze lijkt op de deuromlijsting afgebeeld in 1910 in de toeristische publicatie van Groot-Bijgaarden door Cosyn, maar toen stond deze omlijsting nog aan de Brusselstraat voor het bijgebouw van Villa Gosset.

In het verlengde van de toegangsbrug gekasseide lindedreef tussen de Isidoor van Beverenstraat en de Alfons Gossetlaan.

  • Archief Onroerend Erfgoed Vlaams-Brabant, dossiers Kasteel van Groot-Bijgaarden, Restauratie van de donjon, bouwhistorisch onderzoek 2004 (Stefan Vidts).
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, mutatieschetsen Dilbeek, afdeling IV (Groot-Bijgaarden), 1865/12, 1903/6 en 1927/17.
  • ARREN P. 1994: Van kasteel naar Kasteel, 5, Kapellen, 93-99.
  • CLAES B. 2002: Castrale mottes in Vlaams-Brabant. Inventaris & vergelijking, onuitgegeven licentiaatsverhandeling Archeologie, Universiteit Gent.
  • COSIJN A. 1910: Grand Bigard, notice descriptive, Brussel.
  • CULTUURDIENST DILBEEK (red.) 1997: Monumentenmap uitgegeven door het gemeeentebestuur van Dilbeek naar aanleiding van Open Monumentendag op zondag 14 september 1997, Dilbeek.
  • DE FEYTER B. 2002: Herbestemming van de donjon van het kasteel van Groot-Bijgaarden, onuitgegeven verhandeling opleiding Monumenten en Landschappen Antwerpen.
  • DENEEF R. & WIJNANT J. 2005: Dilbeek (Groot-Bijgaarden): Kasteel van Groot-Bijgaarden, In: DENEEF R. (red.) 2005: Historische tuinen en parken van Vlaanderen, Inventaris Vlaams-Brabant, Pajottenland - zuidwesten van Vlaams Brabant, M&L Cahier, 11, Brussel, 60-66.
  • DOPERE F. & UBREGTS W. 1981: De donjon in Vlaanderen, Architectuur en wooncultuur, Brussel-Leuven, 104 en 174.
  • JACOBS S. 2002: Kasteelpark Groot-Bijgaarden, onuitgegeven verhandeling opleiding Monumenten en Landschappen Antwerpen.
  • GENICOT F. (red.) 1976: Burchten en Hoevekastelen, Brussel, 135-137.
  • GERARD P. 1950 (?): Le Château de Grand-Bigard, Brussel.
  • GRAW M. 1972: Kasteel te Groot-Bijgaarden, Brabant, 1, 2-5.
  • LESIGNE M. 1928: Le Château de Grand-Bigard, Clarté, 1, 1, 13-17.
  • SNAUWAERT L. 2002: Bouwhistorische nota. De donjon van het kasteel van Groot-Bijgaarden, onuitgegeven proef, opleiding Monumenten- en Landschapszorg Antwerpen.
  • VAN GELE A. (red.) 1901: Le Brabant en Images. Illustrations de Ad. Hamesse, Alf. Ronner, Henry Cassiers, E. Puttaert, Tichon et Dedoncker, Brussel.
  • VAN BELLE J.L. 1994: Signes Lapidaires. Nouveau dictionnaire Belgique et Nord de la France, s.l., 259-260.
  • MEGANCK M. & DE WASSEIGE F.-E. 2009: Raymond Pelgrims de Bigard (I), Historische Woonsteden & Tuinen, 1, 161, 26-38.
  • VERBESSELT J. 1967: Het parochiewezen in Brabant tot het einde van de 13e eeuw, deel VI, Tussen Zenne en Dender V, Geschied- en Oudheidkundig Genootschap van Vlaams-Brabant, Pittem, 53-123.
  • WAUTERS A. 1971: Histoire des environs de Bruxelles, Livre Troisième, Brussel, 1971.
  • WERKGROEP PAJOTTENLAND 2007: Pajottenland. Een land om lief te hebben, Lennik, 89-92.

Bron: -

Auteurs: Verwinnen, Katrien

Datum: 2013

Alle teksten

Relaties