Deze pagina afdrukken

De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed

Parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw over de Dijle (ID: 3899)

Foto niet beschikbaar
Alle foto's

Administratieve Gegevens

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Historici en kroniekschrijvers vermelden reeds een bedehuis Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle begin vijfde eeuw en in de 7de-8ste eeuw, verwoest door de Noormannen in de 9de eeuw en heropgebouwd vóór het einde van de 10de eeuw.

Aanvankelijk onder het patronaat van het kapittel van Kamerijk. Parochietitel in 1134 overgedragen aan het Sint-Romboutskapittel, bevestigd door een pauselijke bul van 1150. In een akte van 1255 maakt Nicolas de Fontaines, bisschop van Kamerijk, de parochie onafhankelijk van het Sint-Romboutskapittel. Collegiale kerk vanaf 1643. Kerk verwoest door de brand van 1342 en vermoedelijk vóór het einde van de 14de eeuw heropgebouwd. Sporen van deze laatstgenoemde constructie zouden heden terug te vinden zijn in de eerste torengeleding van het huidig gebouw.

Gelegen aan de linkeroever van de Dijle, ten zuiden van de Grote Markt, omringd door begroende zone met de zuidgevel palend aan het vroegere Onze-Lieve-Vrouwekerkhof en de noordgevel uitziend op de Gebroeders Verhaegenstraat.

Progressieve opbouw van west naar oost van de huidige kerk tijdens de 15de tot de 17de eeuw, nauwkeurig ontleed en beschreven in de historische en archeologische studie van V.G. Martiny (1962).

Bouwgeschiedenis

1) 14de en 15de eeuw. Eind 14de eeuw: eerste torengeleding, flankerende zijbeukvoorgevels en ingebouwde westelijke middenbeukzuilen; vóór 1403: tweede en derde torengeledingen; circa 1451-1475: bouw schip en zijbeuken van noord naar zuid, aanzet van transeptarmen; vóór 1476: bouw Sint-Pieterskapel, heden kapel Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën en circa 1480 Heilige Kruiskapel.

2) 16de eeuw. 1500-1566: bouw van het koor met voorlopige sluiting; koorkapellen overwelfd vanaf 1521; verlenging van dwarsbeuken: noordarm in 1548 beëindigd met noordportaal door Rombout Keldermans (1460-1531); plaatsing van glasramen; derde kwart 16de eeuw: vierde torengeleding; 1572: zuidelijke transeptarm klaar; circa 1595: bouw noordelijke sacristie.

3) 17de eeuw. 1625: plaatsen van muur tussen eerste zuidelijke koorkapel en kooromgang met uitbreiding ten zuiden voor inrichting sacristie. Overwelving van de kooromgang in 1635 en van het schip in 1636-1637; van 1642 tot 1652: koornis met zijkapellen en Heilige Dismaskapel in de lengte-as, door J. Franquart; 1663: bijbouw leunend tegen derde zuidelijke koorkapel (in 1963 afgebroken).

De aanzienlijke schade in het derde kwart van de 16de eeuw (onder meer plunderingen ten tijde van Alva), in de periode van de 17de tot de 19de eeuw (hevige stormwinden en blikseminslag) en in de 20ste eeuw (bombardementen en stormwind in 1914 en 1944-1945) hebben talrijke restauraties en veranderingen teweeggebracht, onder meer torenspits in 1599 vervangen door een campanile en na 1944 door een lantaarnspits. In 1761- 1763: nieuwe bevloering en verplaatsing grafstenen; 1766-1769: vernieuwing vensters zijbeuk- en koorkapellen; 1792: nieuw westerportaal. In 1818 verwijdering van muur tussen tweede en derde noordelijke en zuidelijke koorkapellen; 1848-1850: gedeeltelijk nieuw torenparement en balustrade; 1862: bouw opslagplaats in de zuidoksel van de toren door Ch. Drossaert (gewijzigd door architect J. Louckx in 1888 en afgebroken in 1963); in 1862 vijf treden aan het noorderportaal gereconstrueerd, naar ontwerp van architect Ch. Drossaert en in 1863 drie treden aangelegd voor het zuiderportaal.

Tussen 1877-1912 herstellingswerken onder leiding van architecten J. Louckx en H. Meyns, onder meer herstellingen van steunberen, daken en gewelven en vernieuwing glasramen en zuidmuur van de Heilige Kruiskapel. Na 1914 restauratie zuidgevel. Nieuwe herstellingswerken circa 1933 onder leiding van architect G. Careels. 1944- 1955: wederopbouw daken; metalen dakgebint door architect D. Beeck, wederoprichting van de ingestorte zuidelijke dwarsbeukgevel, restauratie steunberen en torenparement. Tenslotte in 1962-1968 grondige restauratie onder leiding van architect J. Lauwers: moderne verwarmingsinstallatie, verlichting en tochtportalen, verbetering bevloering, behandeling van muren en gewelven, nieuwe glasramen torenbekroning, bouw weekkapel.

Behalve de eerste torengeleding die volledig van zandsteen is, is de kerk voornamelijk opgetrokken uit baksteen met parement van zandsteen, grotendeels afkomstig uit Dielegem en Steenokkerzeel.

Beschrijving van het exterieur

Brabants gotische kruisbasiliek. Vierkante westertoren geflankeerd door deels ingebouwde octogonale traptorens; driebeukig schip van zeven traveeën met noordelijke zijkapel aansluitend bij de tweede travee (kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën) en zuidelijke zijkapel bij de zevende travee (Heilige Kruiskapel); uitspringende transeptarmen van één travee met sacristieën in de oksels ten oosten. Driebeukig koor van drie rechte traveeën met zijkapellen; vijfzijdige koorsluiting, kooromgang en drie transkapellen.

Westertoren van vier geledingen: vanaf de tweede geleding trapsgewijze versmallend naar boven toe; flankerende overhoekse en op elkaar gestelde steunberen, bovenaan versmeltend tot vierkante en overhoekse steunen en koppen. Ten oosten deels ingebouwde octogonale zijtraptorens met kijkspleten en bekronende achtzijdige lantaarnspits (1962-68), als "hedendaagse", verbeterde interpretatie van de vroegere bekroning, rekening houdend met haar belang in het stadsbeeld.

Verticalisme sterk onderbroken door de negen omlopende waterlijsten. Eerste geleding (uit het einde van de 14de eeuw) met rijzige spitsboognis in omlijsting van peerkraalprofielen op sokkels: blijkbaar later ingeschreven rondboogvormig portaal met driepastracering in de zwikken en fries met uitgerokken vierpas- en bloemmotief; groot spitsboogvormig vijflicht met gelijkaardige en visblaastracering. Tweede geleding (vóór 1403): spitsboogvormig vierlicht met maaswerk in de kop onder omlopende waterlijst en bekronende kruisbloem; gelijkaardig, doch blind venster op de derde geleding. Vierde geleding (uit het derde kwart van de 16de eeuw) met twee spitsboogvormige galmgaten onder omlopende waterlijst. In de noord- en zuidzijgevels: vanaf de tweede geleding gelijkaardige muuropeningen als in de voorgevel.

Sobere midden- en zijbeukgevels respectievelijk onder zadel- en lessenaarsdaken. Traveeën aangegeven door steunberen met dubbele versnijding aan zijbeukzijde; de bovenmuren van de middenbeuk, gemarkeerd door verweerde halfzuilen onder deels verdwenen overhoekse pilastertjes voor de nooit afgewerkte luchtbogen, pinakels en balustrade; verdiepte spitsboogvensters in zwaar geprofileerde omlijsting achter de hier uitzonderlijke omlopende "galerij", als het ware opgevat als buitenvenstergang. Belijnende lijsten over de versnijdingen van steunberen ter hoogte van de spitsboogvensters en afzaten. Noordelijke zijbeuk ten oosten op de begane grond gemarkeerd door alternerende lagen van zandsteen en blauwe steen, doorlopend over de westgevel van het noordertransept en dus verwijzend naar een opbouw van noord naar zuid. Lagere driezijdig uitgebouwde Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën-kapel ten noorden, onder zadeldak, geflankeerd door steunberen. Ten zuiden, rechthoekig uitgebouwde Heilige Kruiskapel: op elkaar gestelde steunberen en blinde westermuur met sporen van daknaad van voormalige aangebouwde kluis, afgebroken in 1777.

Uitstekende transeptarmen onder zadeldaken; op de kruising gereconstrueerde achtzijdige dakruiter met ingesnoerde spits, die sinds 1847 de verminkte kruisingtoren vervangt. Gerestaureerde noord- en zuidgevels met flankerende op elkaar gestelde hoeksteunberen met versnijdingen, rijkelijk versierd met casementen, drielobtracering, bladwerkconsoles, hogels, kruisbloemen en pinakels. Geveltoppen afgelijnd met gerestaureerde hogels en beelden; jaartal 1548 op sokkel van het bekronend Onze-Lieve-Vrouwebeeld door W. De Backer (1964) voor de noordgevel. Ruime spitsboogvensters in versierde omlijsting onder geprofileerde kordons; luikgat tussen gearceerde blinde ellipsboogvormige vensters, onder gelijkaardig spitsboogvenster. Sierlijk uitgewerkt noorderportaal, toegeschreven aan R. Keldermans (uit het eerste kwart van de 16de eeuw), gerestaureerd in de loop van de 19de eeuw: geprofileerde gedrukte tudorboogvormige omlijsting met hogels en kruisbloem, aansluitend bij de laatgotische vormgeving; flankerende opklimmende overhoekse pinakels op sokkels boven zitbanken en aflijnende opengewerkte balustrade. Aan weerszij, ingewerkte hoge sokkels met loofwerkversiering, waarop recente beelden (1969) door N. Van Itterbeek, onder gotisch baldakijntje. Brede, gerestaureerde middenstijl met Onze-Lieve-Vrouwebeeld door J.O. De Boeck en J.B. Van Winter (1865) en aansluitende profilering die de blinde tracering van de twee deurtimpanen aflijnt.

Zuidgevel eertijds gedateerd 1545 en 1551 in vensteromlijsting en 1572 op sokkel van het bekronend beeld; gevel na 1944 in neogotische stijl heropgebouwd met beeld van de Heilige Blasius door W. De Backer (1952) als topstuk. Zuiderportaal onder gedrukte tudorboogomlijsting met hogels en kruisbloem tussen pinakels; maaswerk en drie beelden van Mon d'Haan (1970).

Basilicaal koor met koorkapellen van drie traveeën respectievelijk onder zadel- en lessenaarsdaken. Gelijkaardige ordonnantie als schip en zijbeuken: markerende steunberen met dubbele versnijding, halfzuilen onder pilastertjes, doch bredere spitsboogvensters. Barok koorhoofd, bovenaan gestut door middel van vleugelstukken (vernieuwd in het vierde kwart van de 19de eeuw) als barokinterpretaties van de gotische luchtbogen. Uitgebouwde transkapellen met hoeksteunberen en gedrukte rondboogvensters met ijzeren harnas. Tegen de eerste travee: zuidelijke sacristie (1625) van één bouwlaag onder een tentdak; twee gedrukte spitsboogvensters in zuidgevel; aanleunende recente weekkapel. Noordelijke sacristie, verbouwd na 1962: hoge geprofileerde plint en rechthoekige vensters. Staties van de vroegere Zeven Weeënweg tegen de muur van het hoogkoor en de westmuur van de zuidelijke dwarsbeuk (in 1628-1629 opgericht en in het tweede kwart van de 19de eeuw hersteld). In de zuidelijke oksel van de westertoren afsluiting; met een Calvarie door L. Van Esbroeck (1964).

Beschrijving van het interieur

Het rijzig en harmonieus interieur in Brabants gotische stijl mag als een sobere navolging beschouwd worden van de Sint-Romboutskerk.

Blijkbaar opgehoogde vloer die de algemene slanke verhoudingen ietwat afzwakt.

Onder de westertoren: hoog kruisribgewelf met tenietlopende profielen. Flankerende torens, ten noorden met vernieuwde betonnen wenteltrap (1967), toegang verlenend tot de bovenverdiepingen eertijds bewoond door een torenwachter, zie leefruimten met open haard, wandkasten, alkoven en privaat op tweede en derde verdieping. Op laatstgenoemde verdieping bevond zich voorheen ook het uurwerkmechanisme, vernieuwd in 1858. Recente beiaard (1962-1965) op de vierde bouwlaag.

Drieledige opstand aangehouden in schip, transept en koor. Spitsboogarcade tussen midden- en zijbeuken gedragen door zuilen (half ingebouwd in de westmuur) op octogonale sokkels van ongelijke hoogte; kapitelen met dubbele krans koolbladeren. Scheibogen met tenietlopend profiel ten zuiden. Zuilen verfraaid door voornamelijk barokke apostelbeelden (uit de 17de en en de 18de eeuw) en Onze-Lieve-Vrouwebeeld van Lucas Fayd'herbe (circa 1640) tegen de noordwestelijke transeptzuil.

Vijfdelig triforium rijkelijk opengewerkt met drie- en vierpasmotieven boven een geprofileerde lijst met loofwerk, meer uitgewerkt ten noorden. Vijfdelige spitsbooglichten met gerestaureerde traceringen; vierlichten in de smallere eerste westertravee.

Overkluizing met kruisribgewelf - met bijkomende trekstangen - opgevangen door kapiteelloze schalken, in de laatste drie oosttraveeën op sokkeltjes; aanzetstenen van gordelbogen uitgewerkt als bladwerkconsooltjes. Zijbeuken onder kruisriboverwelving ten zuiden en ten noorden opgevangen door gebundelde schalken met peerkraalprofielen op sokkeItjes; kapitelen met dubbele rij bladwerk. Wanden verrijkt met blinde spitsboogtraceringen boven zitbanken (opgehoogde vloer).

Noordelijke zijbeukkapel (vóór 1476), voorheen Sint-Pieterskapel, heden kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën; driezijdige sluiting en zesdelig straalgewelf opgevangen door consooltjes met engelenkoppen of met bladwerkversiering; de lagere spitsboogvormige toegang tot de kapel verwijst naar het voormalig zijbeukvenster. In de oksel van de zuidelijke transeptarm: Heilige Kruiskapel (circa 1480) met rechte sluiting; kruisribgewelf zet aan op bladwerkconsooltjes: Zuidelijke muurwandtracering onderbroken voor grafnis van Philips Keerman.

De lichte constructieve en architectonische detailverschillen, onder meer in het hoogteverschil van de zuilensokkels, de gedifferentieerde aanzet van de scheibogen, de sculptuuruitvoering van het triforiumkordon en de bouw van de zijbeukkapellen illustreren de geleidelijke en stelselmatige opbouw van midden- en zijbeuken van noord naar zuid tijdens het derde kwart van de 15de eeuw.

Transept met kruising onder achtdelig kruisribgewelf met mangat, geschraagd door gebundelde pijlers; colonnetten met halfronde en peerkraalprofielen op sokkeltjes; kapitelen met dubbele koolbladkrans.

Transeptarmen met drieledige opstand en kruisriboverwelving op kapiteelloze schalken; aan de westelijke zijbeuktravee: schalken rustend op de triforiumlijst en vensteromlijsting met versierd kapiteel zouden verwijzen naar de gelijktijdige bouw van eerste westertransepttravee en midden- en zijbeuken. Wanden met gotische traceringen in spitsboogomlijsting boven zitbanken; sporen van muurschilderingen uit de 16de eeuw op de oostwanden, onder meer met renaissanceportiek en architectonische versieringen in de zuidelijke transeptarm.

Op de sokkel van de noordoostelijke pijler van de kruising: jaarsteen met vermelding van de aanvang bouw van het koor met eerstesteenlegging door de toenmalige pastoor, Egidius de Busco - doorgaans vertaald als "Van den Bossele" of "Van den Bossche" - "ano dm. 1500/posuit me egidig de/Busco pastor h eccie/tpe phti archiduc austri/maxini reg. ronoru filii".

Koor (1500-1566) met zelfde geleding en overwelving als schip; kapiteelloze schalken op sokkeltjes en zuilen geflankeerd door halfzuilen en pilasters op sokkel; bredere travee met zeslichten.

Zesdelig kruisribgewelf boven driezijdige koorsluiting zonder triforium. Kruisriboverwelving boven de drie rechte traveeën van kooromgang; kapiteelloze bundelpijlers. Rechte koorkapellen onder kruisriboverwelving; blinde muren; gotische traceringen op de zuid- en westwanden. Eerste zuidelijke koorkapel, voorheen toegewijd aan Sint-Elooi, later Heilige Johannes de Doper: werd in 1625-1627 door een muur met spitsboogdeurtje (in de 19de eeuw vernieuwd) van de kooromgang afgesloten en ten zuiden uitgebreid met een sacristie. Tussen de tweede en derde zuidelijke en noordelijke kapellen werd de scheidingsmuur in 1818 verwijderd. Een aanbouw van 1665 aan de derde zuidelijke koorkapel werd in 1963 gesloopt en vervangen door de weekkapel. De noordelijke sacristie van circa 1595, in de oksel van het transept en de eerste koorkapel werd verbouwd in 1962.

Oostpartij in barokstijl onder leiding van architect J. Franquart: gebouwd in 1642-1652 op de plaats van twee woningen aanleunend tegen de vroegere koorsluiting en eigendom van de Onze-Lieve-Vouw-gasthuisnonnen. Trapezoïdale noordelijke en zuidelijke koorkapellen en rechthoekige askapel onder kruisribgewelven, met rondboogvensters. Zuidelijke koorkapel: muurschildering met voorstelling van parabel van de Verloren Zoon (?). Kooromgang met drie- en vierdelige kruisribgewelven ten oosten opgevangen door koorzuilen met zware sokkel en Korinthische kapitelen, naar de kapellen toe door Korinthische pilasters. Gelijkaardige pilasters dragen ook de rondboogarcades met casementversiering.

Mobilair

Schilderijen. Sporen van oude muurschilderingen uit de 16de eeuw, onder meer op de oostmuren van de transeptarmen en in de zuidelijke koorkapel van de oostpartij.

Schilderij met Josue toegeschreven aan M. Coxie (1499-1592); drieluik met het leven van de Heilige Antonius door M. Coxie III? (1607); beroemd drieluik met Wonderbare Visvangst door P.P. Rubens (1618-1619); triptieken met Prediking van Johannes in de Woestijn en leven van de Heilige Catharina door J.B. Sayve (1540-1624); drieluik met Marteling van Sint-Victor door Van Huert (circa 1622); Graflegging van Christus door Th. Rombouts (1597- 1637); een Kruisdraging door J. Van den Hoecke (1611-1651); een Laatste Avondmaal door J.E. Quellin (1634-1715); De Emmaüsgangers door C. Huysmans (1690); Norbertus die zijn klederen wegschenkt aan de armen, door P. Son(ne)mans (circa 1700).

Beeldhouwwerk. Beroemde Onze-Lieve-Vrouw-van-Scheve-Lee (uit de 14de eeuw); Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën door A. Fayd'herbe (1626); de stenen beelden aan de zuilen (middenbeuk), onder meer door L. Fayd'herbe (1617-1697), J. Van Delen (gestorven in 1703), F. Laurent (1762-1821), J.B. Turner (1743-1818), J.F. Van Geel (1756-1830) en P. Valckx (1734-1785); Heilige Jozef met Kind door W. Geefs (1835); Heilige Franciscus van Paula door P.J. Tambuyser (1838); bas-reliëf met kruisoprichting door L. Fayd'herbe (uit de tweede helft van de 17de eeuw); de Sacramentstoren (1903) van witte steen en beelden van Maria en Sint-Jan door B. Van Uytvanck; bas-reliëfs met Staties van Kruisweg (zijbeuken) door J.B. De Boeck en J.B. Van Wint (1863). Tegen de buitenmuren zes staties van de vroegere Zeven Weeënweg door Jan Verbeke (1628-1629); noordelijke transeptgevel: Onze-Lieve-Vrouwebeeld door J.B. De Boeck en J.B. Van Wint (1865), een ander door W. De Backer (1964); het standbeeld van de gebroeders Verhaeghen door R. Van Asbroeck (1938); zuidelijke transeptgevel: Heilige Blasius door W. de Backer (1952); een Calvarie bij de westertoren door L. Van Esbroeck (1964); Johannes de Doper en Paulus door N. Van Itterbeeck (1969); het vernieuwde zuiderportaal met beelden door M. D'Haen (1970). Talrijke grafmonumenten, epitafen en grafstenen, onder meer van Philips Keerman (uit het begin van de 16de eeuw) en epitaaf van G.D. de Azevedo met reliëf door L. Fayd'herbe (1757). Glasramen naar ontwerp van architect J. Lauwers.

Meubilair. Houten afsluiting door A. du Flos (1618); houten afsluiting met vijf Blijde en vijf Glorierijke Geheimen door B. Van Roy (1627); houten barokhoogaltaar door J.F. Boeckstuyns, F. Langhemans en L. van der Meulen (l690); preekstoel van W. Kerricx (1718); biechtstoelen en koorgestoelte uit de 17de-18de eeuw; grotendeels vernieuwd orgel; houten kruisbeeld en kandelaars door J.F. Van Geel (1780-1790). Neogotisch retabel van Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Smarten door B. Van Uytvanck (]909) en dat van de Heilige Anna, van gepolychromeerd hout, ook van zijn hand (1903). Het altaar van Onze-Lieve-Vrouw van de Zon door P. Valckx (1775) en van de Heilige Blasius door J.F. Van Geel (circa 1823). Een koperen Christus door W. Maes (1779).

  • Decanale kerk Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle, Mechelen, 1971.
  • GODENNE L., Malines jadis et aujourd'hui, Mechelen, 1908, p. 193-210.
  • MARTINY V.G., Etude historique et archéologique de l'Eglise Notre-Dame au-delà de la Dyle à Malines, in Bulletin van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, band XIII, 1962, p. 1-298.

Bron: Eeman M., Kennes H. & Mondelaers L. 1984: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Mechelen, Binnenstad, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 9N, Brussel - Gent.

Auteurs: Eeman, Michèle; Kennes, Hilde & Mondelaers, Lydie

Datum tekst: 1984

Datum informatie: 1984

Relaties