Deze pagina afdrukken

De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed

Dekanale Sint-Martinuskerk (ID: 39441)

Foto niet beschikbaar

Administratieve Gegevens

Beknopte karakterisering

Beschrijving

* Dekanale, voorheen collegiale Sint-Martinuskerk, ook Onze-Lieve-Vrouwebasiliek genoemd.

Belangwekkende bedevaartskerk tijdens meerdere bouwcampagnes waarvan de juiste chronologie betwist wordt, opgetrokken ter vervanging van een ouder gebouw, om te kunnen voldoen aan de devotie voor het miraculeuze Onze-Lieve-Vrouwebeeld van 1267.

Hoofdzakelijk gotisch gebouw met volgende plattegrond: vierkante westertoren met octogonale doopkapel, een driebeukig schip van vier traveeën, een koor met pseudo-kooromgang, een zijkoor ten noordoosten en een vierkante kapel ten noorden; barokke sacristie ten noorden. Vierkante westertoren, naar Doornikse wijze geflankeerd door polygonale hoektorens en op de noordzijde voorzien van een traptorentje. De eerste vier geledingen dateren met de hoektorens, uit begin 14de eeuw; in de loop van de tweede helft van de 15de eeuw werd de toren verhoogd, de traptoren bijgebouwd en het geheel bekroond met een opengewerkte stenen spits (zie stadsprent van 1580); laatstgenoemde werd in 1775 vervangen door de huidige barokke lantaarn. De restauratie van 1865 bekleedde de oorspronkelijke arkozen gevels van de toren met een parement van Gobertangesteen.

Basilicaal schip van vier traveeën, daterend uit midden 14de eeuw en voltooid in de tweede helft van de 14de eeuw; het behoort tot de volle Brabantse gotiek. Traveeën gemarkeerd door kapiteelloze samengestelde pijlers en overkluisd met kruisribgewelven. Drieledige opstand van scheibogen, triforium en bovenlichten. Zijbeuken verlicht door hoge vensters en naar Brabantse wijze afgewerkt met kapelgevels en haakse zadeldaken. De muur tussen schip en toren is opengewerkt met een drievoudig register van tribunevensters.

Noorderzijbeuk voorzien van een noorderportaal, afgewerkt met hogels en pinakel. Uitspringend open zuiderportaal, rijkelijk versierd met beeldhouwwerk.

De Onze-Lieve-Vrouwekapel werd einde 14de eeuw opgetrokken in het verlengde van de noorderbeuk; een travee met vijfzijdige sluiting, voorzien van kruisriboverwelving; rijk traceerwerk (deels van de restauratie 1910-1913).

De bouw van het koor gebeurde tussen 1398 en 1409 (archiefstukken); drie rechthoekige traveeën met zevenzijdige sluiting en kranskapellen, uitgespaard tussen de steunberen; rijk geornamenteerde Brabantse hoog-gotiek (triforium) met harmonieuze inlassing van merkwaardig beeldhouwwerk, onder meer de befaamde Apostelenbeelden (zie Mobilair).

Gotische crypte onder het koor, met dezelfde plattegrond; stergewelf op ribben samenkomend in een centrale robuuste pijler.

In het verlengde van de zuidzijbeuk werd een bijkomend portaal gebouwd, gelijktijdig met het koor.

In 1463-67 werd, op de oostertravee van de noorderzijbeuk een kapel bijgebouwd, genoemd naar de stichter Trazegnies.

Tenslotte werd tussen laatstgenoemde en de Onze-Lieve-Vrouwekapel, een sacristie in barokstijl opgetrokken in 1664.

Mobilair. Rijke verzameling, bijzonder vermeldenswaard is het beeldhouwwerk: twaalf Apostelfiguren op de pijlers in het koor, de beelden van het zuiderportaal en de Madonna's van de toren en het noordportaal. Ontelbare voorstellingen onder meer in de zwikken van bogen, op consoles en sluitstenen; romaanse Madonna, geschonken in 1267 door Aleydis; Albasten Sint-Martinusaltaar in renaissancestijl uit de Trazegnieskapel, gedateerd en gesigneerd "1533, Jehan Mone, maistre artiste de l'empereur"; geelkoperen gotische doopvont, luidens het opschrift gemaakt in 1446, door Willaume le Fure, geelgieter te Doornik; Brussels wandtapijt (17de eeuw) van J. Raes, gemaakt naar een carton van Raffaël: Paulus en Barnabas te Lystra.

De kerk is in het bezit van een gevarieerde en rijke schat, uitvoerig beschreven door F. Crooy, onder meer Monstrans van Hendrik VIII en reliekostensorium van Lodewijk XI; verscheidene grafstenen, onder meer deze van Joachim, dolfijn van Frankrijk en zoontje van Louis XI, gestorven in 1460.

  • CROOY F., Les orfèvreries anciennes conservées au trésor de Halles, Brussel, 1910.
  • JANSSENS J., De oorsprong van de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek te Halle, in Miscellanea J. Gessler, 1948, p. 633-643.
  • JANSSENS R., Basiliek O.-L.-V. van Halle, Gids voor pelgrims en toeristen, Anderlecht, (1947).
  • LEMAIRE R., La chronologie de l'église de Halles, in Belgisch tijdschrift voor oudheidkunde en kunstgeschiedenis, XX, 1951, p. 29-55.
  • LOUIS A., De Sint-Martenskerk te Halle, in Ars Belgica, VI 1936.
  • THIBAUT DE MATSIERES M., Deux études récentes sur l'église Saint-Martin de Halles, in Bulletin S.R.A. de Bruxelles, 1937, p. 26-311.
  • VAN DEN WEGHE M.-J., Korte geschiedenis van Onze-Lieve-Vrouw van Halle en haar heiligdom, Halle, 1912.

Bron: De Maegd C. & Van Aerschot S. 1975: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Vlaams-Brabant, Halle-Vilvoorde, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 2N, Gent.

Auteurs: De Maegd, Christiane & Van Aerschot, Suzanne

Relaties